De geschiedenis van de Kerk van Christus is getekend door opeenvolgende breuken die zich al in de vroege kerk begonnen af te tekenen. De jezuïet en oecumenicus Jos Vercruysse typeerde de geschiedenis van het christendom ooit als een geschiedenis van ‘voortschrijdende verdeeldheid’. De oecumenische beweging die in de 20e eeuw tot bloei komt zoekt naar wegen van verzoening en eenheid. In de afgelopen tachtig jaar is er veel bereikt, maar het volledig herstel van gemeenschap tussen de verschillende delen van de ene Kerk is nog steeds vooral een wenkend perspectief.
Van dr. Arjan Plaisier, oud-scriba van de Protestantse Kerk in Nederland en één van de aanjagers van het Platform Rome-Reformatie, dat in 2017 werd opgericht uit het verlangen naar eenheid tussen de kerk van Rome en de kerken uit de Reformatie, verscheen onlangs het boek Een tijd om te helen. Naar een zichtbare eenheid van Rome en Reformatie. Het verlangen dat ten grondslag ligt aan het Platform Rome-Reformatie wordt in dit boek nader uitgewerkt. Het boek verschijnt in een tijd dat in Nederland en West-Europa het kerklidmaatschap dramatisch is afgenomen. Misschien heeft Plaisier mede daarom voor deze titel gekozen. Opdat de crisis van de kerken een kairos wordt waarin weer kan worden opgebouwd (vgl. Prediker 3:3). Om de zo nodige geestkracht te hervinden, zo is de boodschap van dit boek, is het zaak dat de kerken van Rome en Reformatie hun complementariteit onderkennen, elkaar erkennen als gestalte van Christus’ Kerk en bereid zijn van elkaar te leren en met vereende kracht nieuwe stappen zetten. Volgens Plaisier heeft het herstel van eenheid hoge urgentie en duldt het geen uitstel meer. Het apocalyptische perspectief in de slotparagraaf van het boek onderstreept dat.
Persoonlijke reflectie
Plaisier zegt zelf over zijn boek, dat hij in dankbare nagedachtenis aan zijn belangrijkste leermeester, de filosoof en franciscaan Theo Zweerman heeft geschreven, dat het ergens in het midden zit tussen een theologisch betoog en een kerkelijk getuigenis. “Ik schreef het met mijn hoofd, maar evenzeer met mijn hart” (p. 16). Het is belangrijk om dat bij het lezen voor ogen te houden. Plaisier heeft geen synthese geschreven van de oecumenische dialogen die Rome heeft gevoerd met Anglicanen, Lutheranen, Gereformeerden en Evangelicalen om vervolgens de openstaande vragen in kaart te brengen. Zulke boeken zijn er al en die zijn vaak technisch en erg droog. Een tijd om te helen is een persoonlijke door een diep verlangen geleide reflectie op katholieke en protestantse posities in christelijk geloven die in het verleden vaak tegen elkaar zijn uitgespeeld.
Kathedraal
Hij begint zijn boek met een uiteenzetting over zijn visie op de ene zichtbare kerk, de breuk in het Westers christendom en de uitgangspunten waarop zijn zoektocht berust. Ik keek wel even op toen ik las dat Plaisier bij ‘kerk’ op de eerste plaats denkt aan een kathedraal, en nog wel een gotische kathedraal, de kerk waar de cathedra, de bisschopszetel staat (zie p. 22, noot 2). Maar de beschrijving in vijf punten van de ruimte die de kathedraal is en opent is heel mooi en rijk. In dit beeld van de kerk zit een ecclesiologische notie die raakt aan het verschil tussen de katholieke en protestantse kerkorde: “De bisschop belichaamt de verbinding met de apostelen en met de wereldkerk. Er kan maar één kathedraal zijn in een stad, zoals er maar één God kan zijn en één Heer, en één Kerk. Bij al het goede dat van een denominatie te zeggen valt, versmalt deze toch het zicht op die éne Kerk. De kathedraal tilt boven de verdeeldheid van de denominaties uit en neemt op in de ruimte van de ene Kerk” (p. 24). De verdubbeling van hiërarchieën werd om die reden inderdaad altijd als een slechte ontwikkeling gezien, maar de werkelijkheid is toch anders. In veel steden zijn er nu meerdere kathedralen van verschillende episcopale kerken. De grondslag van de hoop in dit eerste deel blijft dat ondanks de geschiedenis van voortschrijdende verdeeldheid het besef van het ene geloof en van de ene Kerk van Jezus Christus toch nooit ten onder gegaan is. Bij de viering van 1700 jaar Nicea hebben we dat in Nederland en wereldwijd op vele manieren mogen ervaren. Dit is ook het belangrijkste uitgangspunt van het hele boek. Weliswaar verdeeld over verschillende kerken, mogen christenen toch weten dat er een fundamentele eenheid bestaat, die niet ‘tussen haken geplaatst mag worden’. “Sterker nog: dit uitgangspunt is de enige en echte reden om tot die zichtbare eenheid te komen. Hier ligt al een eenheid, die uitgaat boven alles wat tot verdeeldheid heeft geleid” (p. 57).
Dialectische paren
In het tweede deel, het Middenspel, van het boek komen acht dialectische paren aan bod: geloof en werken, Woord en Sacrament, Eucharistie en Heilig Avondmaal, Schrift en Traditie, Jezus en Maria, oog en oor, de paus en de ouderling en natuur en genade. Aan de hand van deze dialectische paren schetst Plaisier het protestantse en katholieke profiel, die wat hem betreft elkaar niet hoeven uit te sluiten. Anders dan Oepke Noordmans en de rooms-katholieke theoloog Karl-Heinz Menke wil Plaisier niet spreken van een Grunddifferenz tussen Rome en Reformatie. Bij Noordmans staat Gestalte (Rome) tegenover Geest (Reformatie). Bij Menke gaat het over het verstaan van sacramentaliteit. Plaisier gaat daar niet in mee en houdt vast aan de verenigbaarheid en complementariteit van beide tradities.
Het Middenspel is het belangrijkste deel van het boek. Hier worden de bruggen tussen Rome en Reformatie geslagen. Bij lezing viel mij op dat in de beschrijving van de dialectische paren de Reformatie meestal als eerste aan bod komt waarna het katholieke perspectief volgt. Toen ik de auteur daarnaar vroeg, antwoordde hij dat voor hem gemakkelijker was om de beweging zo te maken. Begrijpelijk vanwege de achtergrond van de auteur, die vanuit de Reformatie naar de Catholica kijkt en misschien ook een goede manier om protestantse lezers mee te nemen in de denkbeweging. De acht essays over deze tweetallen zijn heel mooi geschreven. Plaisier heeft zich serieus verdiept in rooms-katholieke opvattingen die hij recht doet. Voor een aantal tweetallen geldt zeker dat ze dankzij de gevoerde oecumenische dialogen geen kerkscheidend karakter hebben te beginnen bij de overeenstemming over de rechtvaardigingsleer van Maarten Luther en de opvatting over Schrift en traditie. Maar waar het gaat over sacramenten, ambten en kerkorde is er vanuit het rooms-katholieke perspectief nog een weg te gaan. En of kerken uit de Reformatie in hun verscheidenheid de stap naar Rome kunnen zetten, is bepaald niet zeker. Dat moet gezegd, omdat Plaisier in het Eindspel (p. 246-249) de concrete stappen naar eenheid schetst die nu gezet kunnen worden. Dat doet niet af aan het verlangen en eruditie waarmee dit boek is geschreven. Het visioen van het herstel van de gebroken eenheid houdt ons gaande.
Geert van Dartel
Arjan Plaisier, Een tijd om te helen. Naar een zichtbare eenheid van Rome en Reformatie, Kok Boekencentrum Utrecht, 2025, ISBN 978-90-435-4323, prijs: € 22,00.

