Boekrecensie: Gods slaafgemaakten

In de afgelopen jaren hebben talloze publicaties het licht gezien waarin diverse aspecten van het Nederlandse slavernijverleden nader worden onderzocht. Het ontbrak nog aan een samenhangend verhaal waarin de geschiedenis van de kerkelijke rol en betrokkenheid bij het slavernijverleden uiteen gezet wordt. Het boek Gods slaafgemaakten – Hoe het christendom slavernij verdedigde en veroordeelde van dr. Martijn Stoutjesdijk voorziet in deze leemte. Theoloog en historicus Stoutjesdijk is als postdoc-onderzoeker bij het project Kerk en slavernij dat de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) in samenwerking met de Vrije Universiteit (VU) en de Universiteit van Curaçao heeft opgezet.

Voor de kerken in ons land is dit een belangrijk boek. Als theoloog is Stoutjesdijk thuis in de Bijbelse verhalen, de exegese en hermeneutiek, als historicus is hij bedreven in het ontsluiten en het interpreteren van bronnen. Bovendien verstaat hij de kunst om deze pijnlijke en beladen geschiedenis aan de hand van concrete verhalen helder en genuanceerd uit te leggen. In twaalf hoofdstukken zet Stoutjesdijk de geschiedenis uiteen. De eerste drie hoofdstukken beslaan het Oude Testament, het Nieuwe Testament en de Vroege Kerk. In het Oude Testament komt slavernij veelvuldig aan de orde. Een hoogtepunt in de Joodse geschiedenis is de bevrijding uit slavernij in Egypte wat overigens weer niet de afschaffing van slavernij in de toenmalige joodse samenleving als zodanig betekende. Ambivalent zijn ook teksten in het Nieuwe Testament waar een onderscheid naar voren komt tussen fysieke en geestelijke slavernij. De prachtige tekst uit Galaten 3 over de eenheid in Christus, had een kantelpunt kunnen worden in de opvatting van slavernij, maar werd het toch niet. Ook in de Vroege Kerk worstelde men met de slavernij. Gregorius van Nyssa was in 4e eeuw een criticus van slavernij, maar zijn opvatting kreeg te weinig steun om een verschil te kunnen maken. De lezing en duiding van Bijbelteksten is een eyeopener voor degenen die zouden denken dat de Bijbel bij uitstek kritisch is over slavernij.

In de volgende zes hoofdstukken komt de Nederlandse koloniale geschiedenis stap voor stap in beeld. De Republiek die zich bevrijd had van de Spaanse tirannie groeide al snel uit tot een grote speler in de internationale handel in slaven. Ook hier diende zich een mogelijk kantelmoment aan. Aan het begin van de zeventiende eeuw kwam slavernij in de Republiek niet meer voor en op vele fronten werd tegen witte slavernij – in gevangenschap geraakte burgers in Noord-Afrika – gestreden. Het frappante is dat die weerzin tegen witte slavernij niet leidde tot kritiek op de zwarte, koloniale slavernij. Waarschijnlijk liggen daar vooral economische factoren aan ten grondslag. Ook het onderscheid tussen geestelijke en lichamelijke slavernij en de racistische interpretatie van de vloek van Cham speelden daar een rol in. Desalniettemin is het belangrijk om ook vast te stellen dat er in de 17e en 18e eeuw ook critici opstonden zoals Bernardus Smytegelt (1665-1739) en Jan Willem Kals (1700-1781).

De critici van de slavernij konden zich vrij uitspreken, maar hadden in die tijd weinig invloed. De meeste predikanten bewogen mee met het systeem en waren er onderdeel van. Vandaag is het niet voor te stellen dat het systeem van de koloniale slavernij bijna drie eeuwen standhield. Naar schatting hebben Nederlandse handelaren zo’n 600.000 Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen in slavernij gebracht. Dit is ca. 5% van de totale trans-Atlantische slavenhandel waarbij in totaal ca. 12 miljoen Afrikanen werden verhandeld. Het kan bijna niet anders dan dat deze – volgens de Algemene Vergadering van de VN in een verklaring van 17 maart 2026 – ‘ernstigste misdaad tegen de menselijkheid’ een sterke weerslag heeft gehad op de Nederlandse identiteit.

Stoutjesdijk gaat in het zevende hoofdstuk van zijn boek in op de samenhang tussen het koloniale bestel en het protestantse en later witte superioriteitsdenken.

De laatste drie hoofdstukken van het boek gaan over het abolitionisme dat in ons land relatief laat op gang kwam (hst. 10), over de doorwerking van het slavernijverleden in onze tijd (hst. 11) en over de opdracht van de kerken om bij te dragen aan reparatie en herstel (hst. 12). Ook nu dient zich in de omgang met het slavernijverleden weer een kantelpunt aan. Zowel door de kerken (2013 en 2023) als door de politiek (2023) werden excuses gemaakt voor het slavernijverleden. De grote vraag is of het bij eenmalige excuses blijft of dat deze gevolgd worden door een proces van reparatie en herstel dat nodig is om tot een proces van verzoening te kunnen komen. Terecht stelt Stoutjesdijk dat werken aan herstel behoort tot de roeping van de Kerk. Concrete ideeën of programma’s ontbreken tot op heden. Dit boek legt ook deze vraag op tafel. Hopelijk wordt het veelvuldig gelezen en besproken. Dan zal het bijdragen aan de bewustwording in een langer proces dat uitstaat naar reparatie, herstel en verzoening.

Martijn J. Stoutjesdijk, Gods slaafgemaakten. Hoe het christendom slavernij verdedigde en veroordeelde. KokBoekencentrum Uitgevers. Utrecht, 2026, 332 pp. ISBN 9789043543859 € 21,99.