Kanttekeningen bij het debat over embryowetgeving vanuit christelijk ethisch perspectief

Theo Boer, hoogleraar Ethiek van de Gezondheidszorg, Protestantse Theologische Universiteit, hield op 15 april 2026 tijdens de Plenaire Raad van Kerken deze inleiding over de Embryo-wetgeving. Hij pleit voor een ‘ethiek van voorzichtigheid’.

Het is een goede timing om het thema ‘embryowetgeving’ nu op de agenda van de Raad van Kerken te zetten. In de Tweede Kamer heeft al eerder een hoorzitting plaatsgevonden. Men praat er deze week over, zie ook het lezenswaardige artikel van Mirjam Bikker in het Nederlands Dagblad 1[1]. In de Eerste Kamer gaat er nog over gesproken worden maar er zal geen hoorzitting meer plaatsvinden. Anders dan de CDA-fractie in de Tweede Kamer is er in de Eerste Kamer CDA-fractie wel degelijk flinke discussie. Klein-christelijk is kritisch en omdat ook ‘populistisch rechts’ kritisch is, is een meerderheid in de EK voor oprekking van de embryowet nog allerminst zeker.

Ter tafel ligt nu een herziening van de Embryowet, waarbij het ooit als ‘tijdelijk’ omschreven verbod op het kweken van embryo’s geschrapt gaat worden. Waarbij de volgende stip op de horizon is dat de Gezondheidsraad heeft geadviseerd om de termijn waarbinnen er nog onderzoek met embryo’s mag plaatsvinden, op te rekken van twee naar vier weken. (Waarbij mijn verwachting is dat die vierwekengrens ook niet even hard zal zijn.) Met boeiende dichotomie in de argumentatie: kweken van embryo’s wordt immers juist ingegeven door de wens om met zeer vroege embryo’s onderzoek te doen. 

De Protestantse Kerk in Nederland en haar voorgangers hebben zich met het ongeboren leven in vergelijking met euthanasie en sociale vragen weinig beziggehouden. Onbekend en onbemind is een rapport uit 1971 van de NHK waarin wordt gepleit voor een morele plicht tot abortus in sommige gevallen 2. In 1991 kwam het rapport ‘Mensen in wording’3 uit. Over het embryo werd in het midden gelaten wat het precies was, dus de titel is veelzeggend vaag. Consensus: er is sprake van toenemende beschermwaardigheid. Meerderheidsstandpunt is dat er tot en met twee weken wel sprake is van beschermwaardigheid maar niet van onaantastbaarheid en dat er ‘onder strikte voorwaarden’ onderzoek met restembryo’s mogelijk moet zijn. Het rapport bevat twee minderheidsstandpunten: 1. Onaantastbaarheid vanaf de conceptie en 2. ook het creëren van embryo’s voor onderzoek is aanvaardbaar. In het rapport Keuzen op Leven en Dood 4 werd voor levensbeëindiging bij ongeboren kinderen en pasgeboren kinderen nadrukkelijk begrip getoond. Dit was tien jaar voordat het zogeheten Groningse protocol van dezelfde strekking van kracht werd, en toont des te meer dat de latere fusiepartners van de PKN bepaald niet op de rem, maar eerder op het gaspedaal hebben gestaan.

Piketpaaltjes

Inhoudelijk dan een paar piketpaaltjes waarvan ik denk dat elke christelijke gemeenschap die de Bijbel als inspiratiebron voor het denken over de waarde van ongeboren leven erkent, zich toe dient te verhouden:

o Zeker is dat de Bijbel de mens ziet als een geestelijk wezen dat in een bijzondere relatie staat tot God. 

o Belangrijk is dat volgens de Bijbel die relatie al ver voor de geboorte begint. Denk aan de moeder van Simson, die al vanaf dat zij zwanger van hem is geen wijn en sterke drank meer mag drinken. Kennelijk begon de biografie van deze Nazireeër al bij de conceptie; denk aan Psalm 139: ‘Uw ogen zagen mijn vormeloze begin’, waarbij ‘zien’ (‘de Heer heeft mij gezien en onverwacht…’) een sterke mate van betrokkenheid van God impliceert, en waarbij het vormeloze begin duidt op een heel vroeg moment; denk ook aan de ‘prenatale ontmoeting’ van Jezus en Johannes toen hun moeders elkaar ontmoetten.

Stel dat we uitgaan van een lijn van toenemende beschermwaardigheid, waarbij voor de conceptie sprake is van 0.0 mens en bij de geboorte 1.0. Hoe laten we dan die lijn van 0 naar 1 oplopen? Sommigen houden de lijn lange tijd heel laag en laten hem pas later sterk oplopen naar (dicht bij) 1, bijvoorbeeld bij de levensvatbaarheid, bij de geboorte, of soms (Peter Singer!) later. Anderen (Rooms Katholieken en conservatieve Protestanten) laten hem eigenlijk al bij de voltooiing van de bevruchting richting 1 oplopen. Plus alles ertussenin.

Ethiek van voorzichtigheid

Mijn pleidooi is een ‘ethiek van voorzichtigheid’. Neem het voorbeeld van een ondergelopen mijn: zolang we niet weten of er overlevenden zijn, wordt er doorgaans gehandeld alsof er overlevenden zijn. Ik zou zeggen: als we niet weten of iets een ziel heeft, dan moeten we maar doen alsof het een ziel heeft 5. Bovendien: stel dat we zeker zouden weten dat een embryo geen ‘ziel heeft’, dan kan het nog beschermwaardig of zelfs onaantastbaar zijn. Vanwege zijn potentialiteit, vanwege zijn afkomst, vanwege zijn deelhebben aan de menselijke familie. Vgl. dat wij met het lichaam van een dode of met een kunstwerk ook niet zomaar iets mogen doen.

Over zeker weten gesproken: zullen we het eigenlijk ooit weten? De rotsvaste zekerheid van sommigen dat het embryo wél een mens is, of juist helemaal niet, lijkt me zowel ongegrond als contraproductief. Laten we elkaar liever ontmoeten bij het ‘niet weten’.

Ik pleit ervoor om de visie op het embryo en wat we daarmee al dan niet mogen en willen doen, te zien in een breder verband van de maakbaarheid. Doen we dat niet, dan blijven we steken in een ‘mag dit, mag dat’. Het gaat om de vraag welke cultuur we wensen. En mijns inziens is daarbij een grondprincipe dat van de zelfbeperking. Een besnijdenis en een beschaving duiden beide op ‘auw!’ 

De dominante cultuur in het Avondland is er één van maakbaarheid. We leggen de mens op een Procrustesbed van ‘gelukkig’, ‘nuttig’ en ‘autonoom’; als één van die drie ontbreekt, gaan we daar wat aan doen, maar blijkt dat niet te lukken, dan is het gedaan met de onaantastbaarheid. Denk ook aan discussies over de (on)waarde van mensen met gevorderde dementie. 

Tenslotte: ik zie in de huidige cultuur een omdraaiing van waarden: enerzijds worden dementerenden en embryo’s ‘ontpersoonlijkt’. Anderzijds zijn we doende om de resultaten van bepaalde technologie – Chatbots, robots – te verpersoonlijken: ‘Hij zegt’, ‘Hij is boos’, ‘Zij is mijn persoonlijke coach’, etc.

Theo Boer

  1. https://www.nd.nl/opinie/opinie/1313462/wijziging-embryowet-roept-bij-mirjambikker-de-vraag-op-wat-v ↩︎
  2. Theo Boer en Berend Borger, ‘Uit de vergetelheid: het Hervormde rapport over abortus
    provocatus in 1971’, Nederlands Theologisch Tijdschrift, 70, 1 (2016), 15-30. ↩︎
  3. Mensen in wording. Theologische, ethische en pastorale overwegingen bij nieuwe
    voortplantingstechnieken en prenataal onderzoek. Rapport van de commissie ‘Biomedische Ethiek’ van het Deputaatschap en de Raad voor de Zaken van Kerk en Theologie van
    de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland, Utrecht,
    1991. ↩︎
  4. Keuzen op leven en dood. Den Haag: Samen-op-Wegkerken, 1994. ↩︎
  5. Theo Boer en Dick Mul, ‘Het levensbegin: naar een ethiek van voorzichtigheid’, in:
    Theo Boer, Elise van Hoek en Dick Mul (red.), Geboren, niet gemaakt. Reflecties op het
    levensbegin. Lindeboom Reeks deel 21. Amsterdam: Buijten & Schipperheijn 2020, 11-
    27. ↩︎