Hieronymus Bosch

In Nederland lijkt de hype rond Hieronymus Bosch al weer wat aan het luwen, in Duitsland besteedt men juist nu extra aandacht aan de Nederlandse schilder. Dat geldt in ieder geval voor de hoofdkerk van Hamburg St. Petri, waar men vanaf vandaag drie zogenaamde zomernachten aan de Brabantse kunstenaar heeft gewijd. De pastores gebruiken de meesterwerken om een gesprek te hebben over leven en spiritualiteit.

De schilderijen met een apocalyptische voorstelling van de eindtijd bieden talloze aanknopingspunten voor gesprek. ‘De Nederlandse schilder die op 9 augustus vijfhonderd jaar geleden stierf was destijds een megaster’, zegt een woordvoerder van de EKD in een perspublicatie. ‘Vorsten kochten zijn schilderijen en generaties van schilders probeerden het werk van Bosch te kopiëren’.


De Evangelische Kerk in Duitsland heeft een specialist voor culturele vragen, Johann Hinrich Claussen. Het werk van de Bosschenaar is voor hem een bron van inspiratie. ‘De schilderijen nodigen uit tot meditatie en zijn ook bedoeld om je religieus besef te voeden’, aldus Claussen. Men kan zich dat tegenwoordig misschien niet meer zo goed voorstellen, schrijven de Duitsers, juist omdat de schilderijen alles behalve clichématig zijn, en afwijken van de heiligen die men destijds bij voorkeur schilderde. De schilderijen van Bosch doen bijvoorbeeld meer denken aan stripfiguren dan aan gewijde notabelen.

Als voorbeeld noemt men de hooiwagen van Bosch. Er is sprake van een processie van mensen, vorsten en geestelijken. Ze lopen om een zwaar beladen hooiwagen heen. Enkele boeren proberen iets van het hooi te stelen. De processie wordt vooraan door monsters geleid. De parade leidt rechtstreeks naar de hel. Vermoedelijk, zo zegt de Duitse interpretator, stond het hooi in die tijd al symbool voor geld, gierigheid en macht. Claussen voegt er aan toe, dat de hooiwagen ook als ‘een beeld van een verveeld leven’ kan worden gezien, dat puur aards gericht is. Het hooi is daarbij symbool van leven dat verwelkt, dat gemaaid wordt en opgegeten. Het is weliswaar bezit, maar het is hol, leeg en droog. Volgens de Duitsers is de vergelijking naar de tegenwoordige tijd niet moeilijk te maken. Al zal men niet zo snel over hooi meer spreken, maar direct over geld.


Mensen zien weliswaar de problemen. Ze erkennen de afgrond. Ze zien de mislukkingen. En toch laat men zich naar die afgrond leiden. ‘Zo zullen vermoedelijk andere generaties ook over ons oordelen’. De tekenen zijn op de wand geschilderd: de ecologische catastrofe, de volksverhuizingen, de oorlogen en de onzekerheid. ‘En toch zetten we geen veranderingen door. Het gaat rechtdoor richting afgrond’.

Bosch laat ook steeds weer geschonden lichamen zien. Hij toont pijn en leiden, en ook seksuele fantasieën; lust of het lijden aan de lust. Hij toont vervormde mensen en angst. Johann Hinrich Claussen wil dergelijke expressies niet onmiddellijk pedagogisch duiden, hij ziet het eerder als vrije expressie van ‘wat wij in ons bewustzijn en ook in ons onderbewustzijn meedragen’.


De Duitsers zien Hieronymusch Bosch als iemand die leefde tussen twee perioden in, een overgangstijd. Er was enerzijds armoede naast waanzinnige rijkdom. Er was angst voor een nieuwe tijd, voor geweld en oorlog. De pastores in Hamburg willen echter niet bij de negatieve expressie blijven hangen, maar juist aansluiten bij de creativiteit waarmee Bosch op de uitdagingen van zijn tijd reageerde.


Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design: SyncCP; techniek: SiteCan