St. Michielsgestel

De vakantie is begonnen. Dat geeft ruimte op deze pagina om wat zomerse mijmeringen op te nemen. Nu een bijdrage opkomend aan de boorden van de Dommel, in St. Michielsgestel.


Louis ter Steeg heeft er al eerder over geschreven. De kerk verdwijnt weliswaar uit het straatbeeld en komt niet op de televisie. Maar daarmee zijn de religieuze basisgevoelens nog niet weg. Louis wijst vervolgens in allerlei soapseries op vertrouwde religieuze begrippen als ‘zonde’, ‘vertwijfeling’ en ‘verzoening’. ‘Terwijl de kijker zich vermaakt’ – zoals de titel van een boek hierover luidt – ondergaat hij of zij allerlei religieuze ervaringen die niet als zodanig zijn gelabeld, maar die directe parallellen vertonen met hoe men er in de religie mee omgaat.


Hetzelfde overkwam mij toen ik in St. Michielsgestel een nachtje doorbracht in hotel Ruwenberg. Ik kende de plaats vooral uit het geschiedenisboek. Daar waren 490 prominenten uit Nederland bij elkaar gebracht als gijzelaars in de oorlog. Maar het hotel verwees daar in de folders op de kamer niet naar. Dat snap ik ook wel, want je wilt je hotel niet verbinden met een vluchtelingenopvang of opvang voor geïnterneerden. Pas toen ik de receptioniste er naar vroeg, zei ze dat er op de website bij ‘historie’ of ‘geschiedenis’ wel iets staat over Indische vluchtelingen die er in de tweede wereldoorlog een onderdak hebben gevonden. En de prominenten, ja, daar moet je voor naar de Seminariestraat. ‘Maar de kostschool is verbouwd tot een appartementencomplex’, waarschuwde ze, ‘en je vindt er weinig van de geschiedenis terug’.


Enfin, eerst dat hotel dus en de Louis ter Steeg-ervaring. Het hotel mikt eigenlijk op groepen. Een soort concullega dus van Hydepark van de PKN. Ze hebben het hotel in vier blokken verdeeld. Elk van de blokken kan worden bezet door een groep. Toen ik er was, was het complete voetbalteam van het Belgische Beerschot er, zo’n achttien, twintig hele jonge ventjes, die volgens het rooster in de eetzaal drie keer op een dag trainden, alvorens ze aan de maaltijd verschenen. En daarbij mannen die gezien hun kleding en senioriteit wel tot de technische begeleiding gerekend zullen moeten worden. Ik heb ze er gadegeslagen. Ik zag al gauw dat het voetbalteam in drie, vier subgroepen uiteenviel. En je hoefde het in de eetzaal niet te wagen bij de verkeerde groep te gaan zitten: je was gecategoriseerd. Of je hoorde bij de stille eters, die aanvallen zonder dat de groep compleet is, of je hoorde bij de socialisers, die elkaar schalks de loef proberen af te steken in het vertellen van anekdotes; of je was van de internationale tafel, waar allerlei talen door elkaar heen werden gebruikt om – zo leek het – informatie uit te wisselen; of je hoorde bij niemand en kon aan de zijkant van de tafel van de technische staf gaan zitten. Wie ooit bedacht heeft dat zo’n trainingskamp verbroederend werkt, moet op de sofa bij de psychiater, dacht ik bij mezelf. Ik had eerder de indruk dat de tegenstellingen in het team werden benadrukt. Maar ongetwijfeld heb ik last van oppervlakkigheid en werken enkele dagen ‘voetbalveld in het buitenland’ verbindend. Anders zou men er niet zo veel tijd en energie aan besteden.


Wat mij trof was verder de magazines die men in elk van de vergaderblokken naast de koffieautomaten in de ontspanningsruimtes had gelegd. De bladen die er liggen mogen niet te ideologisch gekleurd zijn, en ze moeten toch uitstraling hebben. Je vindt er de edities van Quote met de 100 jonge mensen die al miljonair zijn. Mensen als Jan Smit en diverse internetyups staan er in. Ik werd in het bijzonder aangesproken door het blad ‘Guide to Change’ van Targetpoint. Ik kende het niet en begon te bladeren. De structuur fascineerde me. Het was in drieën gedeeld. Het ging over ‘verwarring’, ‘verbinding’ en ‘vernieuwing’. Al bij eerste lezing schoten me de trefwoorden te binnen, die Fernando Enns aan de pelgrimage verbindt op gezag van Dorothee Sölle: via negativa, via positiva en de via transformativa. En ik realiseerde me dat de drieslag het ook buiten kerkelijke kring goed doet en dat ze ook daar uitloopt op een uitnodiging tot vernieuwing, verandering, verbetering, optimalisering. Als je theoloog bent benoem je de dimensies tot op God zelf: via positiva (Vader), via negativa (Zoon), via transformativa (Geest). Als je de voetballers van Beerschot ontvangt moet je niet zo ver gaan, maar dezelfde accenten komen voorbij in interviews en portretjes, die licht verteerbaar zijn.


Van de gijzelaars als Frits Philips, Willem Ruys, Willem Banning en Koeno Henricus Gravemeijer, de toenmalige synodepreses van de hervormde kerk, was weinig te vinden in het hotel. Ook bij het appartementencomplex merkte je er weinig meer van, of het zou op het hofje in de buurt moeten zijn wat de naam had gekregen van de Heren van Zeventien, naar de rotary die is ontstaan vanuit de internering. Het appartementencomplex heeft naast zich een verzorgingstehuis gekregen en misschien is nog wel het meest opmerkelijk dat er een gebedsruimte aan vast is gebouwd. Niet van een rooms-katholieke kerk, zelfs niet christelijk maar van de moslimgemeenschap.


De bordjes zijn verhangen. Maar de hang naar religie en naar spiritualiteit is daarmee nog niet verdwenen. Ze heeft een andere invulling gekregen.


Klaas van der Kamp

Foto's:
1. Hoofdingang van het voormalig seminarium, waar ooit de gijzelaars werden ondergebracht en waar nu een appartementencomplex is gevestigd.
2. Ietwat surrealistische opstelling van een vergadertafel in de tuin van de Ruwenberg om te laten zien waar het complex voor staat. 
3. Uitzicht vanuit het hotel over de Dommel (achter de gracht, die de Ruwenberg omgeeft).

Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design: SyncCP; techniek: SiteCan