FAQS jaarlijkse collecte

Bij het bureau komen regelmatig vragen binnen over het verzoek plaatselijk een collecte te houden. Hieronder vindt u enkele veelgestelde vragen en de antwoorden daarop.

Vraag: Is het moeilijk plaatselijk een collecte te organiseren?

Antwoord: Nee. Na instemming door parochiebestuur of kerkenraad kan de collecte aangekondigd worden in het kerkblad, in de viering of op andere, gebruikelijke wijze. Leg uit dat de collecte dient om de kerken in Nederland in gezamenlijkheid te laten optrekken binnen het kader van de Raad van Kerken in Nederland. De opbrengst kan overgemaakt worden aan Stichting Vrienden van de Raad van Kerken, IBAN NL09 INGB 0000 5598 39, o.v.v. collecte.

Vraag: Is er een vast moment in het jaar waarop de collecte gehouden wordt?

Antwoord: De collecte voor het werk van de Raad vindt ieder jaar plaats op de zondag na Pinksteren, zondag Trinitatis.

Vraag: Is het noodzakelijk deze collecte op de zondag na Pinksteren te houden?

Antwoord: Nee, dat hoeft niet. Maar het landelijke bureau adviseert die datum te kiezen. Dat biedt het bureau de gelegenheid om iets extra reclame te maken, ook via de landelijke media. Het voorkomt dat je met allerlei andere collecten in de knoop komt die voor verwante doelen zouden zijn. En het past bij het karakter van de zondag, zondag trinitatis, dus de zondag waarop de drie-eenheid van God zelf centraal staat. We vinden dat een mooi spiegelbeeld voor hoe het in de kerken zou moeten toegaan.

Vraag: Is er materiaal beschikbaar dat de collecte toelicht?

Antwoord: Ja. Het bureau van de Raad van Kerken heeft speciale folders waarin tekst en uitleg bij de collecte en de besteding wordt gegeven. De folders zijn gratis op te vragen bij het bureau.

Vraag: Moet de collecte per se aangemeld worden vanuit een plaatselijke Raad van Kerken?

Antwoord: Nee. Een parochiebestuur of kerkenraad mag ook zelf het initiatief nemen voor een collecte ten dienste van de landelijke Raad van Kerken. Het landelijke bureau werkt in de promotie wel voornamelijk via de plaatselijke raden. Zo is dit afgesproken met de lidkerken.

Vraag: Betalen de lidkerken geen bijdrage waaruit het werk van de landelijke Raad van Kerken gefinancierd kan worden?

Antwoord: Jawel, de lidkerken dragen naar rato van hun ledental in totaal ongeveer 75 procent van de kosten. Maar de overige 25% lukt hen niet meer. Dat heeft vooral met de teruglopende inkomsten te maken bij de twee grote kerken. Zij bezuinigen op alle soorten van werk buiten (en ook binnen) de eigen organisatie en zijn daardoor niet meer in de gelegenheid aan de gevraagde bijdrage te voldoen.

Vraag: Waarom organiseren de lidkerken zelf niet de collecte onder hun achterban?

Antwoord: De lidkerken hebben al diverse collecten die ze houden onder hun achterban. Ze willen daar niet een extra collecte voor de landelijke Raad van Kerken aan toevoegen. Ze geven de Raad van Kerken wel de ruimte om zelf bij plaatselijke raden van kerken en via hen ook bij de lidkerken ter plaatse aan te kloppen met het verzoek om een extra collecte op het rooster te zetten. In vele gevallen zal dat een deurcollecte zijn, maar het kan ook een derde collecte in de dienst zijn of een collecte die gedeeld worden met een andere bestemming.

Vraag: Hoeveel geld is er nodig?

Antwoord: Er is ieder jaar € 50.000 nodig uit collecten.

Vraag: Wat gebeurt er als de gevraagde €50.000 er niet komen?

Antwoord: Als het gevraagde bedrag er niet komt, ontstaat er een tekort in de dekking per 2020. Dan moet de landelijke Raad opnieuw kijken hoe het bestaande beleidsplan moet worden bijgesteld. In ieder geval zal er geen ruimte meer zijn om het oecumenische werk met de ondersteuning van het bureau op de huidige manier te continueren.

Vraag: Wat gebeurt er als er meer dan de gevraagde €50.000 binnenkomt?

Antwoord: Dan kunnen er aanvullende doelen worden gesteld om het gezamenlijke werk van de kerken uit te bouwen.

Vraag: Is het in deze tijd wel verantwoord om als kerken terug te vallen op werk binnen het eigen kerkverband waar het gaat om de grote maatschappelijke thema’s en de missionaire inspanningen?

Antwoord: Nee, dat is niet verantwoord. Maar er is nog geen traditie in de kerken ontstaan om collectegeld in te zamelen voor de gezamenlijkheid. De bestaande collectes voor het bovenplaatselijke werk gaan vaak naar het eigen kerkgenootschap. Die verdeelt de inkomsten over doelen die men wenselijk acht. Waar het om niet-diaconaal kerkenwerk gaat komt dat in de praktijk toch vooral bij de eigen infrastructuur terecht. Diaconaal geld is in de regel eveneens voor niet-oecumenische doelen bestemd of voor doelen in het buitenland.

Vraag: Waar wordt het geld precies aan besteed?

Antwoord: Het geld komt ten goede aan de voortgang van het oecumenische werk binnen de Raad van Kerken. Grofweg kan je zeggen, dat 35%bestemd is voor ‘kerk in de samenleving’. U kunt hierbij denken aan werk ten dienste van vluchtelingen, armoedebestrijding en duurzaamheid. Ongeveer 25% is bestemd voor samenwerking tussen kerken. Het gaat dan om theologische verdieping en missionaire activiteiten. Ongeveer 15% gaat naar de interreligieuze ontmoeting. Nog eens 15% is bestemd voor communicatie en 10% is bestemd voor algemene kosten.

Vraag: Speelt het probleem van de bekostiging ook in andere landen?

Antwoord: De meeste landen kennen dat probleem niet, omdat de kerken de kosten volledig dragen. Maar er zijn ook landen, waar het nooit tot de vorming van een raad van kerken is gekomen, omdat men geen budget bij elkaar wist te brengen.

Vraag: Wordt de collecte door alle kerken gesteund?

Antwoord: Ja, alle leden van de plenaire Raad van Kerken hebben uitgesproken dat hun naam op de wervingsfolder mag staan ter ondersteuning. Het ontbreekt de Raad niet aan sympathie, maar wel aan voldoende financiële middelen.