Na excuses over slavernijverleden werken kerken nu aan herstel

In 2013 waren het de kerken, die bij monde van de Raad van Kerken, als eerste grote groep Nederlandse instituten stilstonden bij hun rol bij het Nederlands slavernijverleden. Erkenning en spijt klonken door in een verklaring over het schuldig verleden. In 2023 herhaalden de kerken in liturgische taal deze erkenning en spijtbetuiging tijdens de landelijke herdenkingsdienst van het slavernijverleden in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Nu is het tijd voor een volgende stap: een proces van herstel. Tijdens de 482ste plenaire vergadering van de Raad van Kerken op 9 september werd een voorstel daartoe besproken.

Een half jaar voor de herdenkingsdienst, op 19 december 2022, bood ook toenmalig minister-president Mark Rutte, namens de Nederlandse staat, excuses aan voor het slavernijverleden. In zijn toespraak deed hij de uitspraak dat excuses geen punt mogen zijn, maar een komma. Over die komma zei hij toen: “Het belangrijkste is nu dat we alle stappen die we gaan zetten ook echt gezamenlijk zetten. In overleg, luisterend en met als enige intentie: recht doen aan het verleden, heling in het heden.”

Na het aanbieden van excuses is het nu dus tijd voor een nieuwe stap: het proces van herstel. De netwerkgroep Slavernijverleden, waarin de Stichting Heilzame verwerking Slavernijverleden, PThU en Raad van Kerken samenwerken, stelt voor om een gesprek te entameren tussen (delegaties van) de Nederlandse Raad van Kerken en haar zusterorganisaties in de voormalige koloniën over de vragen:

– wat naar hun mening nu de eerste stap zou moeten zijn,

– of zij het wenselijk en tijdig vinden om samen na te denken over herstel; en zo ja,

– aan welke vormen van herstel de Nederlandse kerken vanuit hun perspectief zouden kunnen bijdragen.

De plenaire vergadering van de Raad van Kerken op 9 september werd om een oordeel gevraagd over deze verdere stappen. Onderzoeker Martijn Stoutjesdijk van de PThU meldde dat de Raad van Kerken in dit dossier altijd een pionier is geweest. Nu volgt de nieuwe fase van excuses naar bedenken ‘en hoe nu verder’. Dat zou moeten door gesprekken met kerken en christelijke organisaties in de landen die vroeger door Nederland gekoloniseerd zijn, te denken valt aan Suriname, eilanden in de Caraïben en Indonesië.

De vertegenwoordiger van de Evangelische Broedergemeente (EBG) in de Raad, mr L. Stuger-Kembel vertelde dat het nemen van mogelijke vervolgstappen na de excuses een beladen thema is binnen de EBG. Er leven vragen als of het toch niet te veel een project is van de kerken uit het land van de overheersers; worden wij, ook als nazaten van de tot slaaf-gemaakten hier wel voldoende bij betrokken. De slavernij duurde lang, aldus mevrouw Stuger, dan mag voor dit proces ook tijd uitgetrokken worden. De EBG wil nauw betrokken worden en blijven bij alle stappen die kerken in de Raad van Kerken in dit dossier maken.

Ook van de zijde van de Protestantse Kerk werd gememoreerd dat deze kerk nog de nodige stappen te zetten heeft als het gaat om erkenning en herstel van de betrokkenheid van kerken bij de slavernij.

In de vergadering ontstond ook discussie over de vraag wat we ons moeten voorstellen bij het invullen van het begrip ‘herstel’. Laten we eerst maar eens van de kerken en christelijke organisaties in de landen die vroeger door Nederland gekoloniseerd zijn, horen wat zij verstaan onder herstel, misschien is dat ook wel ‘waarheidsvinding’.

Voorzitter Geert van Dartel moest aan het einde van het gesprek concluderen dat er veel waardering is voor het initiatief, maar dat er nog met veel partijen afgestemd moet worden hoe dit breekbare proces naar herstel precies moet worden aangepakt.

Teun-Jan Tabak