Koptisch klooster in Lievelde

De Koptische gemeenschap in Nederland heeft een kloosterruimte gekocht in Lievelde (Achterhoek). Dat vertelde de leiding van de Orthodox-Koptische Kerk tijdens een kennismakingsbezoek van de voorzitter van de Raad van Kerken Dirk Gudde, die naar de hoofdstad was gekomen samen met de vice-voorzitter en de secretaris. Naast de rooms-katholieke kloosters (bijvoorbeeld Oosterbeek), de oecumenische (bijvoorbeeld Oosterhout), de Syrisch-Orthodoxe (Glane) en de protestantse (Jorwerd) is er daarmee een nieuw initiatief qua vorming van een kloostergemeenschap. 

De aanschaf van het klooster, waar op den duur een monnikengemeenschap intrek in zou kunnen nemen, is een nieuwe mijlpaal in de nog jonge geschiedenis van de Orthodox-Koptische Kerk in Nederland. Sinds de jaren zestig wonen er Kopten in Nederland. Ze werden aanvankelijk geestelijk bediend door rondtrekkende priesters die zo één keer in de drie maanden langs kwamen. De liturgie werd gevierd met reizende altaren, die in de huizen van de parochianen werden opgetrokken. Oude parochianen herinneren zich dat nog wel.

In 1985 werd de eerste kerk aangeschaft. Dat was de Koptische kerk in Amsterdam-Noord, eerder eigendom van de doopsgezinde gemeente. Het is nu de kathedraal van de gemeenschap in Nederland die sinds 2013 een zelfstandig bisdom is onder leiding van bisschop Arseny. Bisschop Arseny was ook degene die door paus Shenouda destijds was gevraagd om zijn bediening in Nederland te vervolgen. ‘Ik wist toen niet eens waar Nederland lag’, vertelt de vriendelijke bisschop nu met een glimlach. Hij verzorgde de eerste mis in de kerk waar toen nog geen ikonostase was en waar nog maar weinig parochianen samenkwamen.

Dat is nu wel anders. De Koptische gemeenschap bloeit. Nog onlangs is er opnieuw een kerk geopend, in Capelle in Zeeland. De zoveelse. De gemeenschap telt zo’n 8000 leden en er zijn een tiental priesters; alleen al in Amsterdam vier, twee in Utrecht, twee in Den Haag, twee in Eindhoven (binnenkort). Het zijn allen nog priesters afkomstig uit het buitenland, maar dat zal veranderen, zo is de verwachting. De kerk is geheel zelfvoorzienend. Er is geen overheidssubsidie. In Amsterdam heeft men in 2010 naast de kerk een groot scholencentrum aangetrokken, het gebouw is helemaal nieuw ingericht voor meer dan 500 kinderen die er op zondag de zondagsschool volgen en voor de meer dan 40 activiteiten die er door de week plaatsvinden. Op de tweede verdieping is een extra kerkzaal ingericht, omdat de kerk zelf al te klein is. Er wordt een dienst in het Nederlands verzorgd (met fragmenten in het Koptisch) voor jongeren parallel aan de dienst in de kerk waar ook andere talen aan bod komen en die qua liturgie wel vergelijkbaar is, maar soms iets uitgebreider.

Het jongerenwerk heeft een hoge vlucht genomen. Twee jonge vrouwen hebben een inleiding verzorgd voor de delegatie van de Raad van Kerken over de activiteiten; Miriam Jacob en Irini Sorial vertelden hoe 85 dienaren de lessen verzorgen; er zijn drie leeftijdsgroepen gevormd: de groep van de engelen (3 tot 6 jaar), de groep van de martelaren (7 tot 10 jaar) en de groep van de helden (11 tot 15 jaar). De jongeren komen voor allerlei zaken bij elkaar. Van discussieavonden op de vrijdag tot sportevenementen in het weekend. De Koptische jeugd treft elkaar één keer per jaar in een Europese context. Afgelopen jaar was de bijeenkomst in Stadskanaal (Groningen). Naast vorming en toerusting helpt het de jongeren voeling te houden met elkaar en natuurlijk kan dat ook resulteren in vaste relaties. Paus Tawadros zwaait sinds 2012 de scepter over de wereldwijde Koptische gemeenschap.

De vrouwen vertellen hoe zo’n verkiezing in het werk gaat. Eerst mogen allerlei mensen en groepen, ook journalisten bijvoorbeeld van niet-Koptische huize, helpen een grote groslijst te maken. Er zijn verkiezingen tot het moment dat er nog drie namen over zijn. Die worden in een kruik gedaan en een geblinddoekte jongeman haalt er één naam uit die als paus zijn verantwoordelijkheid neemt. Het was ten tijde van de machtswisselingen een voorbeeld van hoe je de invloed van mensen een plek kunt geven en tegelijk rekening houdt met Gods keus, legt een van de Kopten uit.

De situatie in Egypte, de bakermat van de Orthodox-Koptische Kerk, was in de achterliggende jaren moeilijk. De situatie is nog niet overal even eenvoudig. Het verschilt nog steeds van streek tot streek.Maar het leidt onder de Kopten in Nederland niet tot rancune. De Orthodox-Koptische Kerk in Nederland doet van harte mee met de oecumene en met interreligieuze ontmoetingen. Eén van de vrouwen vertelt hoe men in Amsterdam bijvoorbeeld deelneemt aan de kerk- en moskeeloop en de dialoogtafel. Dat is opmerkelijk als je weet hoe de gemeenschap heeft geleden in Egypte. ‘Wij leven hier en vinden de dialoog belangrijk voor de situatie hier’. De Kopten worden wel gezien als bruggenbouwers tussen de cultuur van het Midden-Oosten en de Europese cultuur. Ze kennen beide van binnenuit.

De delegatie merkte dat op het moment dat er cadeautjes werden uitgereikt. Er was een kaart bij van een icoon gemaakt naar aanleiding van de Koptische martelaren in Libië. Op 15 februari 2015 zijn 21 Koptische christenen omwille van hun geloof in Christus vermoord op het strand van Libië door zogenaamde IS-strijders. ‘Hun lippen roerden zich enkel met de woorden: ‘Mijn Here Jezus ontferm u over mij’ en ‘Mijn Here Jezus sta mij bij’ en ‘Denk aan mij Here, wanneer U komt in Uw koninkrijk’, aldus de kaart met de icoon.

Het is in Nederland aftasten waar de oecumenische raakvlakken liggen met andere kerken. ‘We zijn een orthodoxe kerk’, legt iemand uit, ‘dus we veranderen de waarheid niet omwille van de eenheid’. ‘Dat hoeft ook niet’, zegt een vertegenwoordiger van de Raad van Kerken, ‘oecumene wil niet zeggen dat je je identiteit loslaat, maar dat je je identiteit verduidelijkt en dat je samen optrekt’.

Voorafgaand aan het gesprek heeft de delegatie van de Raad van Kerken een deel van de liturgie bijgewoond van de Heilige Basilius de Grote. De tekst is voor een groot deel in het Nederlands en lijkt op onderdelen zo uit een gereformeerd avondmaalsformulier gehaald. De kerktaal verbindt beiden. ‘Hij brak het brood en gaf het aan de Zijnen, de heilige leerlingen en reine apostelen (naschrift: die woorden ‘heilige’ en ‘reine’ zal je in een gereformeerde liturgie vermoedelijk niet zo geformuleerd vinden), zeggende: ‘Neemt en eet hiervan gij allen, want dit is Mijn Lichaam dat voor U en voor velen gebroken en gegeven zal worden tot vergiffenis van de zonden. Doet dit tot Mijn gedachtenis’. Voordat de feitelijke communie plaatsvindt, leidt men de gasten die niet van orthodoxe huize zijn, discreet naar een andere ruimte om een complete maaltijd te gebruiken. Een open eucharistie kent men – net als andere orthodoxe en rooms-katholieke kerken – niet, maar gastvrijheid des te meer.

Bij het vertrek krijgt de delegatie van de Raad allerlei boeken mee, waaronder een agreia, een boek van gebed. In het advies van hoe het boekje kan worden gebruikt, staat: ‘Zorg dat het altijd het eerste boek is dat u opent. Dit maakt dat de hele dag in het teken staat van God en moedigt ons aan om het boek gedurende de dag meerdere malen open te slaan’.

Bij de boekjes zit ook een uitgave getiteld ‘Waarin geloven wij…’, geschreven door de vorige paus Shenouda III. Voor niet-orthodoxen is het spannend als je dan de hoofdstukken leest die over de kerk gaan en dat thema komt natuurlijk aan de orde als je het credo behandelt. Je merkt dan dat ook iemand als Shenouda een verlangen kent naar meer eenheid, ook al is die eenheid in zijn situatie gekleurd door een orthodoxe eenheid. Hij schrijft onder meer over de oecumenische concilies van de vroege kerk en vervolgt dan: ‘In deze tijd is het niet gemakkelijk om een oecumenisch concilie bijeen te roepen als gevolg van de verschillen in geloof tussen de kerken. Met Gods hulp is het misschien mogelijk om een concilie van alleen de orthodoxe kerken te houden’.

De delegatie van de Raad sprak de hoop uit dat de Koptisch-Orthodoxe Kerk naast de deelname in de plenaire Raad via vader Yosab Thabet ook nog in andere onderdelen (werkgroepen en beraadgroepen) van de Raad kan participeren. Het thema van de pelgrimage kwam aan de orde als mogelijke insteek voor het komende beleidsplan. De Kopten kennen een letterlijke bedevaart, natuurlijk naar Egypte en Jeruzalem. Maar ook landen als Griekenland en Turkije voelen voor hen verwant. De pelgrimage als metafoor voor inzet op het gebied van gerechtigheid en vrede kwam ook ter sprake. Het vraagt om solidariteit in de samenleving; tegelijk merk je dat de Kopten al veel solidariteit onderling weten te ontwikkelen. ‘Als iemand moeite heeft met wiskunde, helpen anderen hem of haar’, zei één van de jongere gastvrouwen. 

Foto’s:
1. Meevierende kinderen vooraan in de mis
2. Indringend meevierende kinderen vooraan in de mis
3. Groepsfoto van de delegatie van de Raad met de gastheren en gastvrouwen van de Koptisch-Orthodoxe Kerk
4. Rondleiding boven in de kerkzaal, waar ’s zondags 350 jongeren een Nederlandstalige mis kunnen bijwonen
5. Icoon van de 21 martelaren die door IS zijn gedood op het strand
6. De heilige Mercurius, patroon van de schoolruimte 
7. Reliquieën
8. Marcus, die als apostel de Koptisch-Orthodoxe Kerk stichtte