Protestanten willen vaart

De synode van de Protestantse Kerk in Nederland wil de contacten met vier kleinere protestantse kerken verder aanhalen. Een voorstel van die strekking is donderdag 13 november unaniem aanvaard. Nog belangrijker misschien dan het feitelijke besluit zijn de reacties die vanuit de synode op de voorstellen kwamen. Bijna iedereen sprak woorden als ‘enthousiast’, ‘dankbaar’, ‘blij’, ‘hoe meer, hoe beter’. En menigeen liep naar de microfoon om aan te dringen op een strakker tijdschema. ‘Je voelt aan, er zit iets in de lucht’, vatte iemand samen.

‘Kerk heeft de oecumene hard nodig’, verwoordde ds. Bert-Jan van Haarlem uit Eindhoven. ‘We zijn in de achterliggende tijd al een paar keer ingehaald door de praktijk en ik vertrouw er op dat dat ook in de toekomst zal gebeuren’. ‘Ik kom uit een dorp’, vertelde ds. Tammo Oldenhuis, ‘met een kleine gereformeerde kerk (synodaal) en een grote kerk gereformeerd vrijgemaakt. We waren gescheiden. En op 30 augustus j.l. mocht ik voor het eerst meewerken aan een gezamenlijke dienst van beide kerken. Dat is voor mij en voor velen onvoorstelbaar; het is een onvergetelijke dienst, waarbij de tranen vloeiden’.

Het feitelijke besluit impliceert dat het moderamen op landelijk niveau verder werkt aan kanselruil, mogelijkheden om in de kerk van een ander woord en sacramenten te bedienen, beroepbaar te zijn en wat dies meer zij. Het voorstel raakt de bijzondere betrekkingen met de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, de Nederlandse Gereformeerde Kerken en de voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland. De Hersteld Hervormde Kerk valt hierbuiten en verschillende synodeleden vroegen daarnaar. De scriba ds. Arjan Plaisier legde uit, dat het moderamen van de Hersteld Hervormden had aangegeven geen verder overleg te willen. ‘Een schuldbelijdenis moet nu eenmaal van twee kanten komen. En als dat niet aan de orde is, is het niet anders’.

Er waren ook synodeleden die juist meer verdieping wilden in de relaties naar katholieke kerken, onder meer de Oud-Katholieke Kerk en naar de oude partners als Remonstranten en Doopsgezinden. Wat de laatsten betreft, vertelde Arjan Plaisier, was er twee jaar geleden nog een gesprek gevoerd en daarbij hadden Remonstranten en Doopsgezinden aangegeven dat de onderlinge oecumene wat hen betreft op dit moment ‘niet topprioriteit’ is. ‘Maar’, zo verduidelijkte Plaisier, ‘we komen elkaar natuurlijk wel tegen in het verband van de Raad van Kerken. En dat zullen we blijven doen’.
Enkele vrouwelijke synodeafgevaardigden vroegen naar de aard van de contacten. Ds. Hester Smits gaf aan dat wat haar betreft de Protestantse Kerk een kerk is met ruimte voor vrouw in het ambt en zegening van homoseksuele relaties. Plaisier beaamde dit en zei: ‘Je bent wie je bent. In een relatie breng je dat in en beperk je je niet tot het laten zien van je beste kant. We moffelen niets weg en daar zit de gesprekspartner ook niet op te wachten’.

Hoe ver het besluit in de praktijk zal worden uitgewerkt, zal wellicht ook van plaats tot plaats verschillen. Op verschillende plaatsen is men nu al verder dan wat de synode heeft besproken. Ds. Gert van der Pol vertelde dat hij met kleine kerken ter plaatse al afspraken had gemaakt om voorafgaand aan de week van gebed over te gaan tot kanselruil. Ds. Karin van den Broek, de preses, schertste: ‘U begrijpt dat u risico loopt van opzicht en tucht’. En even later sloot ds. Arjan Plaisier aan bij de humor en zei: ‘Absolvo te’. Hij legde ook uit dat in de Amersfoortse wijk Vathorst de PKN samenwerkt op structurele basis met kleine protestantse kerken. Die niet-kerkordelijke praktische verkenningen noemde hij nuttig en nodig.

In een toelichtende  brief beschreef het moderamen in iets formelere zin de gewenste stappen. Het voorstel werd als volgt onder woorden gebracht: ‘Hierbij doet het moderamen u een voorstel om het aangaan van bijzondere betrekkingen, als bedoeld in ord. 14-4, met de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK), de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt (GKV), de Nederlands Gereformeerde Kerk (NGK) en de Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland (vGKiN) nader te onderzoeken. Uw besluit dienaangaande zal de strekking hebben, dat het moderamen het gesprek hierover met genoemde kerkgenootschappen voortzet en u, als hierover overeenstemming is bereikt, een definitief besluit zal vragen’.
Aangehaakt wordt dus bij ordinantie 14.4 van de protestantse kerkorde. Ordinantie 14 handelt over ‘Het leven en werken van de kerk in oecumenisch perspectief’.

We citeren tenslotte enkele onderdelen van ordinatie 14.4:
Artikel 4. Bijzondere betrekkingen
1. De generale synode kan nauwere betrekkingen aangaan en onderhouden met kerken waarmee
de Protestantse Kerk in Nederland door bijzondere banden van belijdenis of geschiedenis is
verbonden. Besluiten daaromtrent worden door de generale synode genomen in overleg met de synode van
de kerk waarmee de bijzondere betrekking wordt aangegaan.
2…..
3. Behalve in de ontmoeting en samenwerking in oecumenische organisaties, kan de bijzondere
betrekking met een andere kerk vormgegeven worden
– in een regeling betreffende het over en weer verlenen van het gastlidmaatschap aan de leden
van de kerken,
– in het over en weer aanvaarden van attestaties,
– in het wederzijds verlenen van de bevoegdheid tot de bediening van Woord en sacramenten
aan predikanten,
– in het zenden van afgevaardigden naar elkaars synoden en
– door andere overeenkomstige middelen.
4. De generale synode kan, de classicale vergaderingen gehoord, tevens besluiten dat een
predikant van een kerk als bedoeld in lid 3 – indien daarmee is overeengekomen dat aan
predikanten wederzijds de bevoegdheid wordt verleend tot de bediening van Woord en
sacramenten -, met inachtneming van door de generale synode ter zake vastgestelde bepalingen,
– bevoegd is tot het verrichten van andere werkzaamheden in de Protestantse Kerk in
Nederland,
– bevoegd is zich beroepbaar te stellen in de Protestantse Kerk in Nederland.
5. De kerkenraad van een gemeente van de kerk kan besluiten met een gemeente ter plaatse van
de in lid 4 bedoelde kerken een nauwe samenwerking aan te gaan op verschillende terreinen van
het kerkelijk leven.
Een besluit tot zulk een samenwerking, waarin vastgelegd dient te worden welke arbeid geheel of
gedeeltelijk onder gemeenschappelijke verantwoordelijkheid zal worden verricht, wordt door de
kerkenraad eerst genomen nadat de leden van de gemeente daarin gekend en daarover gehoord
zijn en de classicale vergadering goedkeuring heeft verleend.

Foto: Voorgaan in elkaars diensten (foto internet)