Moderne Devotie als basis

‘Oecumene blijft de grote opdracht’, dat stelde mgr. Wim Eijk tijdens een conferentie over de Moderne Devotie in Zwolle op 2 juni. Hij kreeg vragen op dit punt na zijn bijdrage in de O.L.V.-kerk.

Eijk zei ook dat het geen eenvoudige opdracht is. ‘We  hebben net een indringend oecumenisch proces achter de rug met de protestantse kerk en daarin is veel energie weggezogen. We hebben nu nieuwe, realistische wegen te zoeken. Die zijn er op spiritueel gebied. Het gebed is daarbij wezenlijk’. Eijk meent dat de Moderne Devotie een positieve rol kan spelen om de spiritualiteit verder te onderbouwen.

Charles Kaspers van de Titus Brandsma Stichting ging ook in op die spiritualiteit. Hij zei dat die spiritualiteit per definitie maatschappelijke spiritualiteit is. ‘In feite is dat een pleonasme’. Spiritualiteit kan niet betekenen dat je opgaat in een esoterische werkelijkheid. En ten aanzien van de oecumene zei hij: ‘Wie zijn hart zuivert, maakt ruimte voor de ontmoeting’.

Er waren circa tien inleidingen in diverse kerken in Zwolle. Klaas van der Kamp van de Raad van Kerken sloot de bijeenkomst af. Hij riep op de waarden van de navolging en de gemeenschap blijvend te verkennen, waarbij navolging niet te traditioneel ingevuld moet worden vanuit het verleden, maar ook de lef moet hebben in te gaan op de vragen van deze tijd, aldus Van der Kamp.

Hieronder een parafrase van de tekst die Klaas van der Kamp heeft uitgesproken.

Dit is een toepasselijke plek om de eerste landelijke conferentie over de Moderne Devotie af te sluiten. Deze Onze Lieve Vrouwe Basiliek is gebouwd in de periode 1394-1464. In die tijd is ook De Imitiatione Christi geschreven. De bloeitijd van de Moderne Devotie.  

 

Het thema voor vandaag; eerst heette het nog ‘Come together, I will follow Him’. later was het ‘Gemeenschap en Navolging’. In de klank van de Middeleeuwen gaat het over: ‘Communio et imitatio Christi’. In de volkstaal ‘Sibbe en gesellen van de Heliand’. Het is een mirakel om te zien hoeveel toepassingen er tijdens deze conferentie zijn gemaakt. Het ging natuurlijk over het christelijk geloof en de getijden. Maar het ging ook over onderwijs, politiek, zorg, het sociaal stelsel, Europa, TV-programma’s, ondernemers, vorming en toerusting, Tora Yeshua. Hoe kan het dat al die thema’s zich scharen onder de Moderne Devotie?

 

Zou het zijn dat mensen enige distantie nemen van een moraal van geld verdienen en het volgen van modetrends? Zou het zijn dat wij verdieping van het geloof zoeken sterker dan de kerk leert? Zou het zijn dat wij  ondanks de gedateerdheid van teksten een relevantie ontdekken tussen denken en voelen die menig verkiezingsprogramma mist? Ik denk dat de Moderne Devotie de snaar raakt van zingeving en innerlijke spiritualiteit. We beseffen eensklaps dat de inborst waarmee we zelf leven belangrijker is dan de kritiek die we hebben op de ander. Ik ontvang liefde op het moment dat ik zelf liefde geef. Of zoals Thomas van Kempen het verwoordt: ‘God let meer op de goede stemming waarmee men iets doet, dan op de hoeveelheid van het werk zelf’ (1,15). Geert Grote maakt zo’n omslag mee, als hij zijn rijkdom opgeeft en zich overgeeft aan soberheid en oorspronkelijke waarden van het christendom.

 

De Devotio Moderna verlangt naar puurheid. Je merkt het bijvoorbeeld in de gezongen liturgie. Hier in de IJsselstreek bestond er een voorkeur voor eenvoudige, eenstemmig gezongen liederen. Liefst geen muzikale begeleiding. En liefst ook geen meerstemmigheid, hoogstens met kerst. Want het is de puurheid die het hart van God kan naderen. Vele monniken en zusters verlangen hun leven aan God te wijden. Ze dragen daarom kleine rapiaria met zich mee, waarin ze aantekeningen maken die ze op hun tocht bijvoorbeeld van het klooster in Diepenveen naar het klooster in Windesheim overdenken. Er is geestelijke honger. Rector Johan Cele heeft hier in Zwolle wel 800 leerlingen op zijn Latijnse school zitten. Dat is heel veel als je bedenkt dat Zwolle in die tijd 5000 inwoners telt. 

 

De geestelijken sluiten geen compromissen in hun navolging van Christus. Ik denk aan de houding van Geert Grote ten aanzien van het gemeentebestuur in Zwolle. Het gemeentebestuur mikt er lange tijd op de hoogste toren van de regio te hebben bij de kerk. De ijdeltuiterij viert bot, doordat de groeiende toren bij een storm tegen de vlakte gaat; het is niet anders – zo meent Geert Grote – dan God zelf die straft door de wind. De onafhankelijke spiritualiteit van Geert Grote levert hem ook bij kerkelijke autoriteiten weinig goodwill op. Hij krijgt in 1383 zelfs een preekverbod, als zijn aanvallen de geestelijkheid al te zeer raken.

 

Wat nemen we mee van zo’n dag? Ten diepste schrijft een ieder van ons zijn eigen rapiarium. Maar misschien mag ik toch twee spanningsbogen aanreiken, waaronder we begrippen nog eens zouden kunnen overdenken.

 

Een eerste begrip treft de communio, en daaruit voortvloeiend de spanningsboog tussen enerzijds organisatie en anderzijds individuele spiritualiteit. Wim Eijk wees in een interview terecht op het belang en op het risico dat we in onze wereld te veel overhellen naar de individuele kant. Moderne Devotie gaat niet over spiritualiteit in het algemeen, het gaat om devotie, toewijding. Het is een gemeenschap van gemeen leven. Spiritualiteit krijgt een gestalte. De puurheid verankert zich in een concreet lichaam van Christus. Mensen van de Moderne Devotie leven in een tijd waarin de waarde van een organisatie, een ruggewerf voor de Geest, volop wordt erkend. Vandaar dat er ook kloosters worden gebouwd, scholen worden gesticht, pesthuizen bemenst en juridische regelingen worden herzien. Er is gemeen leven. Die discipline gaat  ver.

 

Ik, moet u daar een schrijnend verhaal vertellen over een zuster Truyde van Beveren (met dank aan dr. Ulrike Hascher – Burger, die het mij vertelde). Trudy van Beveren was lid van het oudste vrouwenklooster van het kapittel van Windesheim, dat van Diepenveen. Ze botst met de zakelijke kant van het gemene leven. Zuster Truyde mag namelijk graag zingen. Het probleem is evenwel dat ze nogal vals zingt. En haar abdes besluit daarom dat zuster Truyde het verbod krijgt om mee te zingen met de kanonieke uren van lauden tot completen. De enige concessie die men doet, is dat zij de nachtofficie hardop mag meezingen als er toch minder mensen in de buurt zijn. Ze krijgt aanvankelijk ook geen papier om aantekeningen te maken voor het zingen, – papier is schaars – maar een lei. En zuster Truyde, wat doet ze? Treedt ze uit? Nee, ze voegt zich naar de ordening en als het haar beurt is bij de nachtofficie zingt ze dubbel zo hard. Zuster Truyde laat zien wat communio is. 

 

Er is inschikkelijkheid naar de eigen persoon. Die inschikkelijkheid slaat om in gepassioneerde actie op het moment dat de gemeenschap als zodanig de dupe dreigt te worden. Het getuigenis daarvan zien we in Zwolle op de muur bij het gemeentehuis. Daar zijn de teksten te zien van de devoten die de nutteloze afspraken hebben doorgestreept. Regels moeten wel de communio dienen, anders leiden ze af.

 

Een tweede begrip om over door te denken is dat van de imitatio, en daaruit voortvloeiend de spanningsboog die de Moderne Devotie laat bestaan tussen het traditionele beeld van Christus en een modern beeld van Christus. Hier ligt een risico voor de kerken hedentendage. Dat ze doorslaan in het traditionele beeld. Er is evenwicht nodig tussen verzoening en incarnatie. De kerk dient ook in te gaan op de vragen van de tijd en in dit geval de secularisatie willen peilen en recht doen. De Moderne Devotie laat de spanningboog in stand bijvoorbeeld – ik neem weer het voorbeeld van de liturgie – tussen heilige liturgie en laagdrempelige volkstaal. Wie de Navolging van Thomas leest, ontkomt niet aan het besef dat hij veel hoogkerkelijker denkt dan vele niet-rooms-katholieken heden ten dage. Tegelijk is er ruimte – een revolutie in die tijd – om in de volkstaal te spreken. De Moderne Devotie doet aan inculturatie. ‘Non scholae sed vitae discimus’ staat er op de Latijnse school in Deventer. ‘Wij leiden niet op voor de school, maar voor het leven’ (Seneca).

 

Deze streek had eerder met de noodzaak van inculturatie te maken. Je ziet het ook bij de introductie van de Heliand (830 n. Chr.), als de schrijver Christus’ wens dat we onze vijanden liefhebben weergeeft met: ‘Heb ook mensen lief die niet van je sibbe zijn’. En als zijn discipelen gesellen heten, omdat dan een ieder begrijpt dat je de discipel met iemand kan vergelijken die in een gilde zich ontwikkelt. De verzoening staat niet ter discussie, maar incarneert zich in de samenleving.

 

We kunnen daarom de Moderne Devotie uiteindelijk niet kopiëren, omdat we ook onze eigen samenleving serieus hebben te nemen. Uiteindelijk zijn er ook tijdsgebonden onderdelen. Als je bijvoorbeeld leest hoe de Moderne Devoten over joden spreken, dan is dat met onze huidige bril zorgelijk. Erasmus, die toch in Deventer een goede opleiding kreeg, sprak ongezouten taal, die we nu als antisemitisch zouden karakteriseren. Zo moeten we – zeg ik dan als lid van de Raad van Kerken – oppassen dat we de gemeenschap die we als kerken vormen niet opsluiten in een gesloten geschiedenis. We moeten en mogen blijven openstaan naar de eigen tijd en naar mensen die op een andere manier geloven; bijvoorbeeld als het gaat om onze relatie naar joden en ik noem in onze context ook moslims.

 

Dr. Francien van Overbeeke – Rippen promoveerde in 1997 op de dissertatie ‘Overgave aan God – Navolging van Christus’, ‘een onderzoek naar afstand en nabijheid tussen Islam en Christendom’.  De titel zet de ‘imitatio Christi’ op één lijn met ‘overgave, islam aan Allah’. Als beschaafde mensen zijn we geroepen om met elkaar te onderzoeken hoe lang de parallelschakeling kan bestaan.

 

De dag neigt ten einde. Het corpus Thomae bevindt zich hier in deze kerk in Zwolle; van het corpus – zo wil een traditie – ontbreekt de rechterarm. De traditie wil dat een bisschop het als souvenir heeft meegenomen. De rechterarm is de arm waarmee je schrijft. Het mag ons uitdagen De Imitiatione Christi zelf verder te schrijven. Zelf die rechterarm te zijn. Als dat gelukt, volgen er steeds nieuwe hoofdstukken. Op die manier krijgt u deel aan de belofte, ik citeer Thomas: ‘Onmiddellijk nadat u zich geheel aan God zult hebben overgegeven zult u de eenheid en de vrede vinden (3, 15, 8).

 

 Foto:
De Basiliek Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming (kortweg Onze Lieve Vrouwekerk) terwijl – voor de scherpkijkers – Wim Eijk zijn toespraak houdt
De stoffelijke resten van Thomas van Kempen onder de Peperbus
Als de bezoekers naar buiten gaan zijn ze onderdeel van het kunstenfestival in Zwolle