Column beleving eucharistie

Iedere Nederlandse bisschop treedt op als referent voor bepaalde thema’s namens de bisschoppenconferentie. Mgr. Gerard de Korte is secundus referent voor de oecumene en werkt  daarin samen met de primus mgr. Hans van den Hende, als lid van de Raad van Kerken. De Korte schrijft voor het Nederlands Dagblad iedere maand een column. Dit keer gaat het over de beleving van eucharistie en avondmaal. Oorspronkelijk had de tekst als titel ‘Dialoog over de eucharistie’, het Nederlands Dagblad heeft het onder iets aangepaste kop geplaatst op pag. 15. Hieronder de oorspronkelijke tekst.  

DIALOOG OVER DE EUCHARISTIE

De Raad van Kerken in ons land probeert door een breed uitgezet onderzoek zicht te krijgen op de spiritualiteit rond de Eucharistie en het Heilig Avondmaal. Hoe beleven rooms- katholieken en protestanten anno 2014 de Maaltijd van de Heer? In de Reformatietijd werd de visie op de Eucharistie of het Heilig Avondmaal een twistappel tussen protestanten en rooms- katholieken maar ook tussen protestanten onderling. Luther stond met zijn Avondmaalsleer fel tegenover Zwingli. Johannes Calvijn legde weer eigen accenten. Recent kreeg ik  “ Een klein traktaat over het Heilig Avondmaal”( 1541)  van de jonge Calvijn in handen. Dr. Herman Speelman tekent voor de vertaling. Calvijn poogde met dit traktaat ordening in het denken te brengen en de impasse rond het denken over de Eucharistie te doorbreken. Achteraf gezien bleek dat een ijdele hoop want tot de dag van vandaag houdt de theologie van de Eucharistie christenen onderling verdeeld. De waarheidsvraag wordt nog steeds niet eenduidig beantwoord.

Aanwezigheid van Christus


Gelukkig wordt vandaag de dag, anders dan in de 16de eeuw, de oecumenische dialoog rond Eucharistie en Avondmaal zonder persoonlijke aanvallen gevoerd. Theologen hebben geleerd meer op de bal dan op de mens te spelen. Een vruchtbare dialoog zal eerst beginnen bij de overeenkomsten om pas daarna de verschillen te benoemen. Heel belangrijk is de constatering dat het verschil tussen Rome en de verschillende protestantse visies niet gaat over de vraag of Christus in de Eucharistie aanwezig is maar hoe.  In verschillende recente oecumenische teksten, onder andere het Limarapport over Doop, Eucharistie en Ambt ( 1982), lijken christenen elkaar te vinden op de uitdrukking “presentia realis”. Christus is bij de viering van de Eucharistie “werkelijk tegenwoordig”.  Voor de rooms- katholieke Eucharistische spiritualiteit is het heel belangrijk om te spreken van een blijvende werkelijke tegenwoordigheid. Het geconsacreerde brood wordt als lichaam van Christus ook na de viering in een tabernakel bewaard voor de ziekencommunie en in onze dagen ook voor het vieren van een Woord- en Communieviering als een priester niet aanwezig kan zijn. Dat vormt ook de diepste reden voor de Romana om te spreken over “ transsubstantiatie”. De grote theologen van de late Middeleeuwen hebben zo getracht de blijvende werkelijke tegenwoordigheid van Christus in het sacrament te verhelderen met termen uit de natuurfilosofie van Aristoteles. De “ substantie” van brood en wijn wordt lichaam en bloed van Christus terwijl de “ accidenten”, zoals kleur, smaak ,alcoholpercentage, onveranderd blijven.


Werking van Gods Geest


Kunnen wij theologisch rond de visie op Eucharistie en Avondmaal vandaag een paar stappen verder komen? Dr. Speelman schrijft in zijn inleiding op de vertaling van het traktaat van Calvijn dat  bij de hervormer Christus zichzelf aan de zijnen aanbiedt. Voor de reformator uit Genève vormt dat een geschenk van Gods Geest. Het gaat dus om een geestelijke tegenwoordigheid. In de rooms-katholieke theologie is na het Tweede Vaticaanse Concilie ( 1962 -1965) , mede ook door intensieve studie van theologen uit de vroege Kerk, opnieuw aandacht gekomen voor de  epiclese, de aanroeping van de Heilige Geest, tijdens de Eucharistie. Het is Gods Geest die de gaven omvormt tot het lichaam en bloed van de Heer.


De toespitsing op  het werk van de Heilige Geest vormt zo een overtuiging die rooms- katholieken en protestanten delen. Zowel in de Romana als de Reformatie beseffen wij dat  de wijze waarop Christus aanwezig is uiteindelijk een geheim vormt. Prof. dr. Paul van Geest maakt in zijn Woord vooraf op het traktaat van Calvijn een verwijzing naar de “ negatieve theologie”. Theologen moeten terughoudend zijn omdat God altijd groter is. Het “ eigenlijke” van God is ondoordringbaar voor de mens. Analoog geldt dat ook voor de aanwezigheid van Christus in de Eucharistie. Op weg naar 2017, 500 jaar Hervorming, worden christelijke theologen van verschillende tradities uitgenodigd om de waarheid omtrent de Eucharistie  opnieuw te doordenken. Maar ook te bedenken dat hun verwoordingen maar stukwerk zijn, juist als het gaat  om het sacrament waarin Christus ons rakelings nabij wil zijn.

Mgr. dr. Gerard de Korte is rooms-katholiek bisschop van Groningen-Leeuwarden