Visienota

Dr. Arjan Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, heeft op verzoek van de Raad van Kerken een visienota over oecumene geschreven. Het moderamen heeft de tekst vastgesteld en als bijlage toegevoegd aan het beleidsplan van de Raad.

 

De Raad van Kerken en de oecumene in Nederland

Visienota 2012-2016

 

I. Hoe staan we er voor?

 

Het is niet gemakkelijk om de oecumenische thermometer te lezen. Voor de een staat deze laag: de warme tijd van de oecumene, zoals deze met name na de 2e Wereldoorlog is ontwikkeld, lijkt voorbij. De kerkvereniging die tot de Protestantse Kerk heeft geleid, lijkt de laatste vrucht van deze tijd. Nogal wat klokken zijn teruggedraaid en kerken lijken meer gefixeerd op eigen overleven, dan geïnteresseerd in verdere (ook institutionele) eenheid. Anderen lezen een hoge stand van de thermometer: zij nemen waar dat kerkmuren voor veel gelovigen nauwelijks een rol spelen, dat er veel meer ontmoetingen zijn tussen christenen van verschillende kerken dan voorheen en dat er ook nieuwe oecumenische initiatieven zijn ontwikkeld.

 

Inderdaad heeft de zogenaamde ‘institutionele oecumene’ het niet gemakkelijk. Dat heeft onder andere te maken met een lage interesse voor de kerk als instituut. Internationale oecumenische instituten lijken bovendien elan verloren te hebben. Mede daardoor zijn ze vaak bezig met de vraag naar eigen organisatie (en financiën). Volgens velen is deze oecumene ook teveel geïdentificeerd met eenzijdige of te ver ingevulde politieke standpunten en is spiritueel leeggelopen. Dit berust nogal eens op vooroordelen, maar het beeld bestaat. De Raad van Kerken als gestalte van deze ‘institutionele oecumene’wordt hiermee vaak over één kam geschoren, of dat nu al of niet terecht is.. Dat is in ieder geval aanleiding om opnieuw over de raison d’être van de Raad na te denken.

 

Dan moet voluit en met een goed geweten gezegd worden dat de Raad van Kerken inderdaad met institutionele oecumene te maken heeft. De Raad is een plek waar kerken samen spreken en samen handelen met het oog op de vervulling van hun gemeenschappelijke roeping. Wat betekent oecumene wanneer dit niets te maken heeft met de kerk als instituut? Wanneer de eenheid ook in institutionele zin niet wordt gezocht? Jezus heeft om zichtbare eenheid gebeden 'opdat de wereld gelove'. Dat zal dan ook op de agenda van de oecumene moeten blijven staan, wil oecumene haar verbindend en verplichtend karakter behouden. We geloven dat  deze vorm van oecumene toekomst heeft. En hoewel de tijd voorbij is dat de kerken vanaf grote hoogte land en volk toespraken, blijven kerken wel geroepen gezamenlijk te spreken in de richting van overheid en samenleving. Tegelijk is het ook een kans voor de institutionele oecumene om zich open te stellen voor een andere wind die over het landschap waait. Een oecumene die soms die van het hart wordt genoemd, en waar nieuwe deelnemers ook een ander soort interactie tussen kerken en gelovigen geven. In deze visienota wordt een drietal themavelden benoemd waarin aan bovenstaande aspecten recht wordt gedaan.

 

 

II. Drie themavelden van de oecumene

 

1. De oecumene van de zichtbare eenheid

Omdat Christus niet verdeeld is, en omdat wij elkaar in Christus gegeven zijn als broeders en zusters die leven van dezelfde Heer, zijn kerken geroepen verdere eenheid en gemeenschap na te streven. De gemeenschap van kerken wordt in Called to be One Church (Porte Alegre, 2006) omschreven als een gemeenschap (koinonia): ‘die gegeven is en tot uitdrukking komt

* in de gemeenschappelijke belijdenis van het apostolisch geloof

* een gemeenschappelijk sacramenteel leven waarin we binnengaan door één doop en dat we samen vieren in één eucharistische gemeenschap

* een gemeenschappelijk leven waarin leden en ambtsdragers onderling erkend worden en met elkaar verzoend zijn,

* een gemeenschappelijke zending waarin we getuigen van het Evangelie van Gods genade voor alle mensen en waarin we de schepping dienen’.

 

De Raad van Kerken is  allereerst de uitdrukking van dit streven. Zij wil deze agenda, ook in haar plenaire vergadering, serieus blijven nemen. Het gesprek over het geloof, over de aard van de christelijke gemeenschap, ook in haar institutionele gestalte, over de betekenis van doop en heilig avondmaal/eucharistie, over de ambten en over de roeping van de kerk getuige te zijn, zullen dan ook expliciet geagendeerd moeten blijven. Deze gesprekken kunnen niet vrijblijvend zijn, maar staan in het kader van de roeping van Christus één te zijn. Bovendien worden ze gevoerd in de context van een samenleving waarin kerken een marginale plaats innemen. De kerkelijke verdeeldheid verzwakt het getuigenis van het evangelie naar de samenleving. Uitziende naar de komst van de Heer reizen kerken en gemeenschappen met elkaar om onderweg elkaar te inspireren, te bemoedigen en te bevragen en zo verder te groeien in eenheid. Ook waar kerkelijke eenheid nog niet bereikt is, zijn deze gesprekken noodzakelijk in het verstaan van elkaar, onszelf en de wezenlijke dimensie van wat kerkzijn is.

 

Deze agenda zal echter wel gerelateerd dienen te worden aan die van de ‘oecumene van het hart’ (zie onder 2). Los hiervan zullen de gesprekken over Faith and Order een steriel karakter kunnen krijgen. De vraag naar de institutionele eenheid kan alleen nieuw leven krijgen in de context van het geloofsgesprek en het gedeelde liturgische en geestelijke leven. Omgekeerd: wanneer dit laatste los raakt van de uitdaging van de roep tot eenheid, zoals verwoord in Called to be One Church, zal ook dit snel een te vrijblijvend karakter krijgen.

 

2. De oecumene van het hart

Christenen uit verschillende kerken ontmoeten elkaar over kerkmuren heen en herkennen elkaar als broeders en zusters. Zij stellen zich open voor elkaars geloofsverhalen, bidden samen, lezen samen de bijbel en vinden elkaar in een gezamenlijk commitment om getuige te zijn van het evangelie in woord en daad. Dat gebeurt op verschillende niveaus, plaatselijk, regionaal en landelijk. Met nieuwe bewegingen als Nationale Synode en Wij kiezen voor eenheid zien we dit element ook op landelijk niveau versterkt naar voren komen. Deze beweging van ‘oecumene van het hart’ is niet nieuw. In de Raad van Kerken en in plaatselijke raden van kerken gebeurt dit al langer. Wel is nieuw dat er bij deze ontmoetingen nieuwe partners meedoen, vooral uit de hoek van de Pinkster- en evangeliebeweging maar ook uit de orthodoxere gereformeerde kerken. Nieuw is ook dat het accent meer ligt op ‘spiritualiteit’, in het bijzonder een doorleefde relatie met God, Jezus Christus en de Heilige Geest. En opvallend is dat deze ontmoetingen - met als achtergrond een geseculariseerd Nederland - opnieuw een missionaire spits hebben, waarbij mensen uitgenodigd worden leerling van Jezus te worden. In het kader van de oecumene van het hart kan ook gedacht worden aan bewegingen van liturgisch en spiritueel leven die een oecumenisch karakter hebben. De gemeenschap van Taizé en de San Egidio beweging zijn hier voorbeelden van.

Een recent fenomeen is het Global Christian Forum, dat zich definieert als een ruimte van ontmoeting waarin alle tradities van de christenheid welkom zijn. Het is een model dat echt ruimte geeft aan partners die niet bij de ‘oudere’ oecumene zijn aangesloten. Er zijn plannen om te komen tot een Nederlands Christelijk Forum, waar eventueel de eerdere genoemde bewegingen zullen instromen. De Raad van Kerken begunstigt dit streven en verbindt er, samen met de Evangelische Alliantie, zijn naam aan.

 

3. De oecumene van de dienst aan de samenleving

Geloof in het rijk van God motiveert om bij te dragen aan een leefbare samenleving, de stem te verheffen tegen onrecht en het op te nemen voor recht en gerechtigheid, en te hoeden en te bewaren wat God aan ons heeft toevertrouwd aan natuur en cultuur.

De verwachting van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde maakt dat geloof geen ideologie wordt van menselijke maakbaarheid maar een leven uit de hoop op God die ons tegemoet komt in onze zwakheid en die meezucht met de schepping in barensnood.

 

De diaconale en sociale agenda van de kerk is urgent, zeker met het oog op de economische crisis waarin we, aangedreven door hebzucht en geweld, terecht zijn gekomen. Naast deze economische crisis is er een sociale: traditionele verbanden zijn losser geworden en  verdraagzaamheid tussen mensen en groepen zwakker. De verzorgingsstaat krimpt in en doet een beroep op het zogenaamde maatschappelijke middenveld, dat echter door de ontwikkelingen van de afgelopen decennia is verzwakt. Deze urgentie kan alleen serieus genomen worden, wanneer kerken beseffen gezamenlijk aan deze roeping van de ‘oecumene van de dienst aan de samenleving’ gehoor te geven. We delen een allesomvattend visioen van vrede, we dragen dat met elkaar uit en roepen elkaar op in het licht daarvan te handelen.

 

In deze dienst aan de samenleving zijn er bondgenoten van mensen van andere geloven of wereldbeschouwing. Met name met aanhangers van andere religies zoeken kerken de dialoog en de samenwerking. Religie kan een splijtzwam zijn, maar met gelovigen van andere religies willen we tonen dat het vooral motiveert om het goede te zoeken voor de samenleving.

 

Het is van belang dat de bemoeienis van de kerken met sociale en maatschappelijke thema’s voortkomt uit de bronnen van het geloof en het gedeelde leven van leerlingen van Jezus. Deze agenda mag daarom niet los worden gekoppeld van die van de spirituele oecumene en de interconfessionele. De kerk verandert anders ongewild in een maatschappelijke organisatie of avant garde. Geconstateerd moet worden dat dit in het verleden is gebeurd. Omgekeerd mag de spirituele en interconfessionele oecumene niet los groeien van de oecumene van de bewoonde wereld. Het zout van de aarde pot anders op en blijft zonder uitwerking.

 

III. Uitzicht

 

De Raad van Kerken is vanouds vooral verbonden met de theologische en sociale agenda van oecumene zoals hierboven beschreven staat. Zij heeft met name in het gezamenlijk optrekken van de kerken naar buiten  haar naamsbekendheid gekregen. Dat is de kracht van de Raad, maar ook haar zwakte. In de toekomst zal de Raad, nog sterker dan voorheen, ook de spirituele agenda een plek geven in het gezamenlijk beleid. Juist in de contacten met de jongvolwassenen bleek dat hier het hart van vele jongeren klopt. Het is goed dat de Raad zich dit ter harte neemt. Door weer in te zetten bij de ontmoeting en te luisteren naar de hartklop van elkaars geloof, kan bestaande oecumene vernieuwen en in beweging zetten.

De Raad zal vooral een trefpunt moeten zijn, waarin leiders van kerken elkaar ontmoeten. De Raad is immers een Raad van kerken. Met het oog daarop - maar ook vanwege de noodzaak de mogelijkheden aan de middelen aan te passen - is het goed dat er steeds kritisch naar de structuur van de Raad gekeken wordt. Niet alles hoeft mee, de toekomst in. Ook loslaten kan een kunst zijn. Als dat gebeurt in het geloof dat de Geest nieuwe wegen schrijft in de tijd, en wij uitgenodigd worden mee te schrijven, is dat winst.

Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design: SyncCP; techniek: SiteCan