Indringende verhalen Schiphol

Zijn ouders waren beide verongelukt op Curaçao bij een auto-ongeluk. Een kind van zes was de enige overlevende. Hij werd gerepatrieerd en wij zouden voor opvang zorgen. Dat was pittig. Van Curaçao geldt een honderd procent controle. Daar kwam het kind aan met alleen een boekje in de knuistjes van toen de ouders opgebaard lagen. Hij kwam voor de marechaussee, maar ze deden bij de marechaussee niet anders dan een erehaag vormen en een traan wegpoetsen.

Een van de vele verhalen van een van de 25 vrijwilligers die aan het luchthavenpastoraat van Schiphol verbonden zijn. Een deel van hen leidden de mensen rond die op de werkdag van vrijdag 17 maart waren afgekomen van de kerken. Ze vertelden over hun ervaringen tijdens de kuiering over de nationale luchthaven. Ongeveer honderd mensen waren op de werkdag afgekomen die de kerken uit Noord-Holland en het luchthavenpastoraat in samenwerking met de landelijke Raad van Kerken hadden georganiseerd. Ze kregen een praktische indruk van wat er allemaal omgaat op Schiphol. Verhalen van de douane die mensen met walvisvlees tegenhoudt, verhalen over het mortuarium waar jaarlijks 2000 lichamen passeren, hetzij om in het buitenland begraven te worden, hetzij te repatriëren. Langs de bloemenzee van MH-17 ging het naar het schipholgebouw waar pastoor Nico Sarot, een van de drie luchthavenpastores, vertelde van de ontmoetingen die hij meemaakte.

Over een oververhitte Amerikaanse soldate ging het die voor een vlucht met Delta Airlines eerst een formulier ‘fit to fly’ moest overhandigen. En van een oma die de avond na de ramp met MH17 de indringende vraag stelde: ‘Waar zijn mijn kinderen, pastor?’ ‘Ik geloof in de hand van God’, zei de pastor bedrempeld. ‘Lijden mijn kinderen?’ ‘Nee, dat denk ik niet’, zei de pastor. En dan waren er de vele momenten, waarover Nico Sarot vertelde, dat je niets zegt, of alleen meeloopt met iemand om een taxi te regelen, of minutenlang je hand laat vasthouden. Het zijn allemaal indringende verhalen. Dat onderkenden niet alleen de bezoekers van de werkdag, het was muisstil, maar dat erkent ook de directie van Schiphol.

Bisschop Dick Schoon van de Oud-Katholieke Kerk refereerde daaraan toen hij uitlegde dat destijds de grote financiële bijdrage van de directie van Schiphol nog als cadeau werd gezien. Dat is veranderd. Iedereen nu ervaart dat het pastoraat een bouwsteen is in de voorzieningen van Schiphol die nog kan worden aangesproken als andere bedrijfsonderdelen allang zijn stilgevallen. Valkuilen zijn er ook wel, gaf Nico Sarot toe. Je moet niet te veel overnemen van mensen, want mensen moeten zelf verantwoordelijk blijven. En je moet heldere afspraken maken. Als je zeg: ‘Morgen om half tien bij de meditatieruimte dan begeleid ik u naar het vliegtuig, dan moet je er ook zijn’.

Ds Meindert en ds. Herma Kamphuis, pastores in Alphen, vulden het verhaal aan. Zij herinnerden zich het schietdrama in het winkelcentrum vlakbij hun kerk. Ze ervaarden aan den lijve de impact van een interview voor de NOS-televisie. Meer dan zestig interviewverzoeken volgden er. En er waren soms rare verzoeken. Of ze bijvoorbeeld nog even konden bidden, voor de televisiebeelden.

De kerk heeft destijds veel moeten improviseren. Veel ging ook goed. Zoals de keus om zeven kaarsen aan te steken, zes voor slachtoffers en een voor de dode dader. En namen werden er niet genoemd. ‘We wilden de slachtoffers niet claimen’. Op dit moment is er in Alphen steeds een nul-zes-nummer dat de overheid in bijzondere omstandigheden kan bellen. De telefoon rouleert onder de collegae. Direct na de ramp werd er ook oecumenisch gewerkt. ‘Naast de ideologie was het ook praktisch gewoon nodig. We wilden open zijn voor mensen die ons nodig hadden en dat red je als enkele kerk niet eens. We wisselden elkaar af’.

Pastoor Age Kramer uit Den Helder was gevraagd om vanuit een relatief kleine parochie een reactie te geven. Wat is nou herkenbaar en wat niet? Age werkt overigens ook al weer zes jaar voor het Zeister Zendingsgenootschap en hij maakte een vergelijking naar ervaringen daar in andere landen. Het was hem opgevallen dat juist mensen uit andere culturen veel makkelijker over God spreken. ‘Ik heb langzamerhand geleerd dat er meer is dan onze seculiere werkelijkheid’. Age noemde twee belangrijke eigenschappen die hem in het verhaal van Nico hadden getroffen: Het belang van professionaliteit en een zekere onbevangenheid van spreken vanuit de Geest. Mensen uit niet-westerse landen doen dat laatste vaak veel makkelijker. ‘Ik heb jarenlang gedacht: die mensen denken nog zo. Maar langzamerhand ben ik het anders over gaan zien. Ik deed toen nog mee aan een vorm van seculiere zelfcensuur. Dan zei ik in antwoord op de vraag wat er zo leuk is aan de kerk, dat het er rustig is. Dat was het antwoord voor de seculiere gesprekspartner. Maar zou je niet alleen over de rust mogen spreken, maar ook over de Heilige Geest die gaat over rechtvaardigheid en dat je samen het lichaam van Christus wordt? Ik denk dat het best mag en dat de samenleving minder seculier aan het worden is. En ik denk dan dat wat we meenemen van het luchthavenpastoraat allereerst de professionaliteit is, maar ook de open houding, die niet het eindpunt van ons denken is, maar het beginpunt’.

Foto’s:
1. Pastoor Nico Sarot
2. Een goed gevulde zaal
3. Nog even aantekeningen doornemen
4. Pastoor Joop Albers als rondleider voor zijn groep bij de Fokker-100
5. Ds. Stefan Bernard (links) vangt mensen op bij het meetingpoint
6. De tafel, met als tweede en derde ds. Kamphuis en ds. Burema uit Alphen 
7. Het leger is op de luchthaven aanwezig met twee kapiteins
8. Even het terrasje uitproberen