President predikantenkoepel

Is er een eigen theologische inbreng van Nederland in de agenda van de Wereldraad van Kerken? Ds. Rinze Marten Witteveen, ambassadeur van de Raad van Kerken in Nederland, reageert op die vraag voor de radio van KIK. Hij moet er even over nadenken: ‘Zo heb ik er eigenlijk nog nooit naar gekeken’, zegt hij. En dan toch gedecideerd: ‘Ja, er schiet me één tekenend moment te binnen waarop een duidelijk Nederlandse inbreng naar voren kwam. Dat was in Vancouver, toen Lideke in ’t Veld, ze was geloof ik voorzitter van de Remonstranten, in de plenaire vergadering iets te berde bracht over onze verbondenheid met het joodse volk. Dat stuitte op veel onbegrip. De rol van het joodse volk is toch iets eigens van Nederland, in Nederland eigenlijk een klassiek thema, al onderkend sinds de Reformatie. Ik bedoel, dominees hebben Hebreeuws geleerd van de rabbijnen. De kerken hebben altijd een bijzondere band gehad met het jodendom. Vanuit die traditie hebben Nederlanders dat ingebracht in een stellingname in de plenaire vergadering’.

De bijeenkomst in Vancouver was toch al indrukwekkend herinnert Witteveen zich. Hij weet nog dat het maar de vraag was of bisschop Tutu een visum zou krijgen om Zuid-Afrika te verlaten en de assemblee in Canada zou kunnen bijwonen. Halverwege de bijeenkomst gonsde het bericht rond, dat Tutu toch zou komen. Witteveen: ‘Er was op het terrein van de Wereldraad een enorme grote tent. En als vanzelf stroomden de mensen daarheen. Er was een podium. En toen, ineens, als een duiveltje uit doosje was daar die kleine grote man. Hij zei zoiets als: ‘Well, de regering wilde me eigenlijk nooit laten gaan, but here I am’. Dat was met dat hoge piepstemmetje van hem, prachtig, indrukwekkend’.

Rinze Marten Witteveen heeft er achteraf gemak van gehad dat hij dergelijke ervaringen al vroeg in zijn carriere als predikant meemaakte. Het stempelde zijn positie in de kerk vanaf het begin. ‘Je kunt na afloop wel iets van de oecumenische spirit overbrengen met de verhalen die je vertelt. Het was destijds de Nederlandse Raad van Kerken die bepaalde thema’s aanreikte. Dat deed wijlen Wim van der Zee destijds met het thema van het conciliair proces en de kerkendagen en dat gebeurt nu met de pelgrimage’. Zelf voelt Witteveen zich een oecumenicus in hart en nieren: ‘Ik heb het gevoel dat de kerk waarin je zelf groot geworden bent een deel is van de kerk als geheel. Je kunt niet wachten tot de ene kerk is. Je moet in die ene kerk staan en openstaan voor het geheel’.

Rinze Marten Witteveen vindt dat de oecumenische samenwerking tussen kerken op centraal niveau nog wel wat soepeler kan verlopen. ‘De samenwerking verloopt wat moeizaam naar mijn mening. Je hebt te maken met kerken die veelal in de krimp zitten. Ook financieel. Dan is de natuurlijke beweging: Vrouw en kinderen eerst. Laten we eerst onszelf redden’. En: ‘Ik denk dat kerkleiders meer zouden moeten kijken hoe relevant de theologische fijnproeverij voor de basis is. Ik heb meegemaakt dat we een rapport behandelden van protestantse en rooms-katholieke exegeten over het avondmaal in de Bijbel. We waren het er als exegeten over eens hoe je de teksten kon interpreteren, onafhankelijk van de huize waaruit we voortkwamen. Zo ademde dit rapport een consensus. Maar de kerkleiding blijft dan toch gescheiden. Je moet naar mening dan toch over je eigen schaduw heenstappen’.

Rechtspositie

Rinze Marten Witteveen is president van de KEP (Konferenz Europäischer Pfarvereine und Pfarrervertretungen). Hij was eerder voorzitter van de Bond van Nederlandse Predikanten. Hij heeft in die hoedanigheden affiniteit met de werkomgeving en de rechtspositie van predikanten. De salariëring is onder meer gebaseerd op opleiding, verantwoordelijkheid en andere omstandigheden. Witteveen was destijds voorzitter van de Bond van Nederlandse Predikanten toen er onderhandeld werd over de rechtspositie van predikanten. Er moest één structuur komen voor verschillende predikanten. ‘In goed overleg zijn we toen onder de algemene norm blijven zitten. Ik vind het een goede gedachte, dat niemand mij er op aan kan spreken dat ik dominee ben geworden om het geld. We kunnen de gemeenteleden recht in de ogen kijken omdat de betaling – zacht gezegd – niet overdreven is’.

De situatie in Nederland verandert snel. Het aantal parttime-invullingen van predikanten groeit. Er komen steeds meer pastoraal werkers, die goedkoper zijn dan predikanten. En een recent rapport als ‘Waar een Woord is, is een weg’ zegt allerlei zaken over de predikantsaanstellingen. Het rapport maakt duidelijk dat een predikant niet te lang in een zelfde gemeente moet blijven, en dat er mogelijk zoiets als pastor pastorums moeten komen. Witteveen kijkt in kritische zin naar deze ontwikkelingen. ‘Je kunt de kerk niet de schuld geven van de ontwikkelingen. De krimp is niet de schuld van de kerk. Maar hoe men er mee omgaat, is wel de verantwoordelijkheid van de kerk’.

‘Ik kan me opwinden over de beperking van de werkjaren in één gemeente, ik vind de permanente educatie ook niet zo goed geregeld’. Als het gaat over de groei van het aantal pastoraal werkers ten koste van het aantal predikanten kraakt de stoel waarop Witteveen zit. ‘Ik vind dat geen logische ontwikkeling. De kerk vindt het kennelijk wel logisch, want het rapport ‘Waar een Woord is, is een weg’ begint met de zin ‘Naast pastoraal werkers kent de kerk ook predikanten’. Ik maak me daar zorgen over. Sinds de Reformatie is de predikant een academisch geschoolde. Wil je gesprekspartner in de samenleving zijn die in een volstrekt geseculariseerde omgeving iets te zeggen hebben, dan heb je een academisch denkniveau nodig’.

Witteveen heeft in zijn contacten met Oost-Europa gemerkt dat de kerken in het oostelijk deel van het continent autoritairder achtergrond hebben dan de meer democratisch getoonzette protestantse kerken in het westen. ‘Wij kennen op dit moment nog geen bisschop in de protestantse kerk in Nederland. Dat schijnt te gaan veranderen helaas. De Hongaarse kerk heeft allang bisschoppen. Voor mijn collegae in Oost-Europa is het voortdurend soebatten met de bisschop. Ze stellen zich de vraag of de bisschop bepaald gedrag goed vindt of niet. En ze moeten veel konkelfoezen met de bisschoppen. Wat me dwarszit, is dat mij nog niet helder wat de bisschop moet doen. Het is een wereld van verschil of je er bent als pastor pastorum of dat je er bent als personeelsfunctionaris’.

Film en geluid

Wie ds. Rinze Marten Witteveen wil zien, kan een klein filmpje op YouTube bekijken. Er worden altijd meer opnames gemaakt, en de minst slechte wordt geplaatst; maar in dit geval is daarvan afgeweken. Vooral omdat we de humor wel konden zien van een figurante die achter ds. Witteveen bezig is haar brommer te starten en met gevoel voor timing passeert op het moment dat dominee Witteveen zijn verhaal heeft verteld. Wilt u het ook zien? Klik naar YouTube: 

https://www.youtube.com/watch?v=YPMApjaKbL0&feature=youtu.be

Wie het hele gesprek wil terugluisteren kan hieronder op het geluidsfragment klikken: