Kerkverkoop is maatwerk

Het vraagt om maatwerk en het vooraf aangaan van een relatie om een kerkgebouw te laten overgaan van de ene kerkelijke gemeenschap naar de andere. Dat betoogde ds. Klaas van der Kamp, algemeen secretaris van de Raad van Kerken, tijdens de conferentie ‘Kerken voor kerken’ in Den Haag op zaterdag 14 april.

De bijeenkomst was uitgeschreven door een Haagse initiatiefgroep die het hergebruik van kerken wil bevorderen door migrantengemeenschappen. Cynthia Ortega van de ChristenUnie opende de meeting en betoogde dat de christelijke partijen (CU, CDA en SGP) aanspreekbaar zijn op het bijstellen van regels als dat de instandhouding van kerken ten dienste voor de eredienst zou kunnen bevorderen. Ds. Rens Schalkwijk verzorgde een meditatie, waarin hij enerzijds verwees naar het verhaal van de tempelreiniging om te benadrukken dat de kerkgebouwen een religieuze betekenis dienen te hebben. Anderzijds sprak hij een relativerend woord door te verwijzen naar het Schriftgedeelte waar Jezus wordt geattendeerd op de tempel en Hij zegt dat er geen steen op de andere zal blijven van het heiligdom.

Arjan Plaisier (PKN) en Klaas van der Kamp (RvK) waren uitgenodigd om een inhoudelijke bijdrage te leveren over de thematiek. Hieronder volgt het verhaal van de algemeen secretaris van de Raad van Kerken, zoals het ongeveer is uitgesproken.  

Ik sta hier in bescheidenheid. Want als het gaat over ‘handel in kerkgebouwen’ zijn we als Raad van Kerken geen partij. We hebben zelf geen gebouw. Ik ben hier om Anmar een plezier te doen. En ik ben hier omdat ik ambassadeur ben van SKIN. De laatste keer dat ik over het thema sprak was afgelopen zomer. Er was een groep Oostenrijkers naar Nederland gekomen. Zij verbaasden zich over de vele kerken die een herbestemming krijgen. Of ik er iets over wilde zeggen? Ik vroeg hen: ‘Hoeveel kerken denk je dat er in tien jaar in Nederland worden gesloten?’ ‘Honderd’, zei iemand. ‘Meer of minder’, vroeg ik. Laat ik het u ook vragen: ‘Om hoeveel kerken gaat het over tien jaar gerekend? Meer of minder dan 100. …Het goede antwoord is tussen de 1000 en 1200; en laat nu het aantal migrantenkerken ook 1200 bedragen....

 

Er is afgelopen najaar  een boek verschenen om al die mensen te begeleiden die de sluitingen organiseren. Het heet: ‘Meer dan hout en steen’[1]. Diverse auteurs werkten er aan mee. De één schrijft over het rouwproces. De ander over wat er met de kunstschatten moet gebeuren. Een derde over de juridische kant. Het is dus een actueel thema. Ik wil nu doorgaan op de vraag in hoeverre die kerken geschikt zijn om over te doen van een witte gemeenschap naar een migrantengemeenschap. Ik beperk me tot drie punten:

  1. 1. Marktplaats.
  2. 2. Emotie.
  3. 3. Maatwerk.

MARKTPLAATS

De eerste vraag die ik aan de orde stel is: Hoe kunnen we weten dat er een kerk beschikbaar komt? Is er een marktplaats? De meeste kerken die beschikbaar komen zijn van protestantse of rooms-katholieke origine. Daarnaast zijn er doopsgezinde kerken, remonstrantse kerken, en kerken van een paar andere, kleine denominaties. Hoe komen we de beschikbaarheid van de kerken op het spoor?

 

Ik citeer een artikel van de kerkorde PKN. Ordinantie 11.22.1/2. ‘Een regionaal college voor de behandeling van beheerszaken heeft tot taak het toezien op de zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden;…. Dit toezien heeft betrekking op: de begroting, … het  beheer van en beschikken over onroerende zaken….’[2].

 

Met andere woorden: als je een lijntje hebt naar het regionale college voor beheerszaken weet je precies wat er aan te komen staat.

 

Ik citeer het wetboek van canoniek recht (RKK). Canon 1222. Paragraaf 1: ‘Als een kerk op geen enkele wijze nog voor de goddelijke eredienst gebruikt kan worden en de mogelijkheid niet bestaat om ze te herstellen, kan zij door de diocesane Bisschop teruggebracht worden tot een profaan en niet onwaardig gebruik’[3].

 

De RKK is hiërarchisch van opzet. Ook daar geldt: als je de econoom als informant hebt, weet je alles.

 

Een derde voorbeeld. De doopsgezinden. Zij hebben 120 kerkgebouwen in Nederland. De gemeenten zijn autonoom. Ze vragen geen belet van bovenaf. Wel is er bij de Algemene Doopsgezinde Sociëteit een commissie voor Kerk- en Kunstbezit. Deze adviseert gemeenten bij afstoten van kerkgebouwen. Men probeert de gemeenten bij financiële problemen nog tien jaar eigenaar van een kerkgebouw te laten zijn om te zien hoe de gemeente zich ontwikkelt. In die tien jaar probeert men huurders te vinden om de kosten te helpen dekken. Dat lukt bijvoorbeeld in de Haarlemmermeer, waar op zondagochtend de doopsgezinden bij elkaar komen en op zondagmiddag de pinkstergemeente. Het is lastig mede huurders te vinden. In Groningen en Friesland zijn er beheersstichtingen in het leven geroepen, die proberen kerken als die in Sappemeer en in Poppingawier te verhuren. Men kijkt niet zo nauw naar de huurder. Zo is er een kerk waar vroeger in de kelder aardappelen werden opgeslagen die door buurtschippers werden meegenomen. Nu wordt diezelfde kelder gebruikt door de nieuwe medehuurder, een bloemenzaak. Natuurlijk heeft men voorkeur voor een ander kerkgenootschap of een muziekvereniging, maar deze zijn zelden te vinden in het rustieke landelijke gebied.

 

Samenvattend: Als de migrantenkerken hun wensen weten te bundelen via SKIN, of rechtstreeks kruispunten van landelijke kerken benaderen, kan hun lijst van zoekers gematcht worden met de lijst van aanbiedende kerken. Iemand die daarnaast ‘kerk te koop’  kan intypen op Google, zal al snel ontdekken dat de doopsgezinden op Ameland hun kerk in de verkoop hebben (gehad) en de remonstranten in Rotterdam.

 

We kunnen een match zoeken. Dat is het eerste punt. Op het moment dat we de lijsten matchen, doen we ook enkele andere ontdekkingen.

 

DE EMOTIE

 

Ik kom bij het tweede punt; de emotie. Het kerkgebouw heeft emotionele waarde en dat maakt handel lastig. Voor rooms-katholieken is de emotie theologisch verankerd. De kerk is gewijd.  De bisschop heeft met de wijwaterkwast en het gebed de ruimte onttrokken aan het gewone gebruik. Je knielt voordat je richting het altaar je beweegt. Je reinigt je met water als je binnenkomt. Een collega van me krijgt af en toe relaties uit het buitenland op bezoek. Hij nodigt ze soms uit voor een etentje; een enkele keer vindt dat plaats in het Ponkje, een oude doopsgezinde kerk in Woudsend in Friesland. Maar hij heeft geleerd dat een maaltijd in het Ponkje niet op prijs wordt gesteld door orthodoxe of rooms-katholieke zakenrelaties. Het past niet bij hun beeld van de wijding van de ruimte. Een niet meer te gebruiken kerk wordt in RK-kring al gauw afgebroken, situaties als in Roosendaal waar een rooms-katholieke kerk een protestantse herbestemming kreeg zijn nog geen usance.

 

Ik ga nog even door op die RKK. De organisatie van dit evenement is er niet in geslaagd om een rooms-katholieke spreker te krijgen. Ik vermoed dat het ook te maken heeft met een visie op de migranten. De Rooms-Katholieke Kerk hanteert als regel dat migranten zich moeten aansluiten bij de aanwezige rooms-katholieke parochie. De liturgie is het belangrijkste en die is wereldwijd min of meer vergelijkbaar. Beslissend is ook de apostolische wijding van de priester en die is niet aan nationaliteit gebonden. Je ziet zelfs dat migrantenpriesters uit het buitenland worden gehaald om de bestaande infrastructuur te verstevigen. Er is dan ook geen enkele behoefte aan vorming van aparte migrantenparochies;  Portoricanen die een meerderheid in een Rotterdamse wijk uitmaken, moeten zich aansluiten bij de al aanwezige rooms-katholieke parochie. Die hoeven geen eigen kerkgebouw. Maar dat impliceert dat er van de 1200 vrijkomende kerkgebouwen bijna een helft afvalt, omdat de RKK geen theologische noodzaak ziet nieuwe migrantengemeenten te stichten.

 

Voor protestanten is het ogenschijnlijk anders. Het evangelie kan overal verkondigd worden. Het is de Geest die in het hart van de gelovigen spreekt. Het hart is de woonplaats van God. Hoewel… Het is nog maar twintig jaar geleden dat een gereformeerde kerkenraad in oost-Nederland wel gebruik mocht maken van een hervormd kerkgebouw bij een huwelijk, maar de predikant mocht niet de preekstoel op, als zou dat een gewijde ruimte zijn. Er is me een ander voorbeeld bekend dat de gereformeerde kerk synodaal een gebouw in de verkoop deed, men kreeg een bod van de vrijgemaakt gereformeerden, maar men heeft niet verkocht, want het zou de indruk wekken dat de vrijgemaakte leer sterker is, meer wervingskracht heeft dan de synodale insteek. Het blijft ondertussen wennen dat een kerk in Oosterzee een veeschuur is geworden, de kerk in Wirdum een garage, de kerk in Warga een HUBO-zaak, de kerk in Valkenburg een Grieks restaurantje, de kerk in Dordrecht een winkel van Zeeman. De gereformeerde kerk in Rinsumageest zoekt (zocht) nog een nieuwe eigenaar en is in prijs verlaagd.

 

Als scriba van de PKV moest ik destijds meehelpen met allerlei reorganisaties in de Noordoostpolder. De Noordoostpolder bestaat uit kleine dorpen, waar kort na de oorlog in rap tempo per dorp tenminste drie kerken uit de grond werden gestampt: een hervormde, een gereformeerde en een rooms-katholieke. Omdat de dorpen niet mogen groeien, slinkt bij secularisatie als vanzelf de draagkracht onder de kerk en moeten er kerken worden afgestoten. Maar hoe zal je beslissen – protestants gedacht in het kader van Samen-op-Weg – welk kerkgebouw? Ik herinner me de inbreng van een gemeenschap die benadrukte dat de eigen kerk moest openblijven, omdat er kastanjebomen voor de kerk staan en dat zo aardig is voor de jeugd voordat ze naar catechese gaan. De protestanten in Luttelgeest deden zowel de hervormde kerk als de gereformeerde kerk in de verkoop met de afspraak dat de kerk die het eerst verkocht zou kunnen worden zou worden afgestoten om van de inkomsten de andere kerk ingrijpend te verbouwen. In Bant loste men het weer anders op. Zowel de hervormde kerk als de gereformeerde kerk werden verkocht en samen kochten ze de rooms-katholieke kerk aan, die werd verbouwd tot Bantsiliek en periodiek nog beschikbaar wordt gesteld voor de kleine groep van rooms-katholieke gelovigen.

 

De christenen in de Noordoostpolder snappen dat ze moeten samenwerken als ze in het dorp een geloofsgemeenschap op de been willen houden. De Raad van Kerken heeft voor dat soort gemeenschappen een uitstekend instrument gemaakt: de mogelijkheid om convenanten te sluiten om de samenwerking per dorp beter gestalte te geven[4]. Ik heb exemplaren meegenomen voor de liefhebber, waar u mogelijk ook in een samenwerking tussen migrantenkerk en witte kerk uw voordeel mee kunt doen.  

 

MAATWERK

 

Ik kom bij mijn derde punt: maatwerk. Je hoeft maar even te googelen en je krijgt een keur aan kerken aangeboden. Zo omstreeks de anderhalf ton kan je een doopsgezinde kerk op Ameland bemachtigen. Wie tot 196.000 euro wil gaan krijgt de kerk van Oost-Grafdijk. En voor 225.000 euro ben je eigenaar van de Martinuskerk in Oosterzee of de kerk in Arum. De Hoeksteen in Zwolle maakt plaats voor 21 eensgezinswoningen. De Remonstrantse Kerk in Vlaardingen moet een zelfde bestemming krijgen; voor 350.000 euro komt het bij een projectontwikkelaar. De Gouwekerk in Gouda moet van de hand van Maasbach. En bij het Kantoor Kerkelijke Goederen zijn verschillende kerken te koop, ik noem er een paar: Almere, Dinxperloo, Eindhoven, Leimuiden, Steenwijk en Zwolle. De kerk in Etten-Leur moet een zorgappartement worden. De bisschop heeft toestemming gegeven.

 

Keus genoeg. En toch deze conferentie. Een paar nuchtere kanttekeningen:

 

* De meeste kerken staan op de verkeerde plaats. Er zijn bijvoorbeeld nogal wat kerken in het noorden en oosten beschikbaar. Maar daar zijn weinig migrantenkerk. Een enkele kerk komt in handen van migranten. Een goed voorbeeld is één van de kerken van Hylaard, op fietsafstand van Leeuwarden, overgenomen door de Koptisch Orthodoxe Kerk. Je ziet dat de centra van de grote steden onevenredig veel kerkgebouwen hebben, terwijl de bevolking naar de rand is geschoven naar de vinexlocaties. Zo kan het voorkomen dat witte geloofsgemeenschappen aan de ene kant kerken afstoten en zelf aan de andere kant kerken blijven bouwen. Nog geen tien procent van de kerken staat op de goede plaats, dus kent u het rekensommetje nog: van de 1200 kerken, gaat de helft weg als rooms-katholiek; van de 600 valt circa 540 af, omdat het op de verkeerde plaats staat; blijven er nog 60 over.

 

* De gebouwen die beschikbaar komen zijn zelden op maat. Ze zijn te klein en te veel met banken ingericht. Of ze zijn te monumentaal en dus niet geschikt voor grote verbouwing. Ik ga even door met het rekensommetje: van de 60 die op de goede plek liggen is nog niet de helft geschikt te maken, blijven er 30 over.

 

* Een punt is de prijs. Migrantenkerken menen vaak dat men voor weinig geld het gebouw moet kunnen krijgen, omdat ze broeders en zusters in Christus zijn. De kerkrentmeesters en beheerders realiseren zich echter wat de opbrengst is als er een projectontwikkelaar met het gebouw en de ruimte bezig gaat. En als je dat bedrag kunt inzetten voor het pastoraat in de gemeente.  

 

Ik heb iemand van KKG (Kantoor Kerkelijke Goederen) gesproken en die gaf aan dat het misgaan van een overname eigenlijk altijd vast zit  op geld. De makkelijkste zijn die naar de  hersteld hervormden en hersteld gereformeerden. Pinksterkerken gaat vaak goed, omdat men daar relatief  makkelijk geld bij elkaar  ronselt. De Chinese protestanten hebben een kerk in Arnhem overgenomen. Maar als er geen geld is gaat het mis. Er is nu eenmaal een economische waarde. Indien een gemeente een nieuwe kerk moet laten bouwen, kost zoiets 2 of 3 miljoen en dan is een bestaand gebouw al gauw 8 ton waard. Soms lukt het wel. De Pniëlkerk in Den Haag zou ook naar een projectontwikkelaar gaan, terwijl er in Haag voor20.000 vierkante meter nodig is voor religieuze gebouwen voor bijvoorbeeld migrantengemeenschappen. Zo is de Dominical Centre eigenaar geworden van de Pniëlkerk voor 400.000 euro. Ik ga door met het rekensommetje: Van de 30 die er zijn, is tweederde niet geschikt, blijven er nog 10 over. Oftewel: 1 per jaar.

 

Dat is weinig. Een alternatief zou kunnen zijn de optie om gezamenlijk de kerk te gebruiken. Dat vraagt om gebruikersafspraken. Je stuit dan op het verschil in eisen. Veel migranten zien de kerk niet alleen als een plek om stijlvol de eredienst te vieren; ze hebben een vrije invulling van de liturgie en gebruiken de kerken ook als een ontmoetingscentrum. Gebruikersafspraken dus.   

 

Het blijft ondertussen wennen, ook voor de witte Nederlanders. Vrij recent kreeg ik telefoon van een protestantse collega die te maken had met een demonstratie van de Volksunie vlakbij een klooster met veel Polen. Wie het Nederlands Dagbladleest, weet sinds vandaag dat Anmar Hayali die mijns inziens terecht ook bij de migranten rekent, in tegenstelling tot onderzoeker Gert de Jong. De collega wilde de Polen helpen, maar moest vaststellen dat de Polen eigenlijk niet op de uitnodigingen ingingen om bij hem in de kerk te komen. ‘Maar zijn ze dan niet rooms-katholiek’, vroeg ik. En waarom zouden ze zich willen aansluiten bij de Nederlanders? Zijn Nederlandse migranten in de VS, Canada en Nieuw-Zeeland ook niet generatieslang nog Nederlander? Is dat niet de reden dat er hele dozen met Bijbels in het Nederlands, het Gronings en het Fries overzee worden verkocht? De migranten hebben geen neiging om zich aan te sluiten bij de witte Nederlanders. Ik maakte zelf ooit de fout om een zangbundel te willen samenstellen van allerlei migrantengemeenschappen. Maar één concrete migrantengemeenschap zei mij: ‘We willen wel een paar liederen leveren, maar we gaan de bundel zelf niet gebruiken. We willen gewoon onze eigen liederen zingen’.  De  verwachtingspatronen verschillen. Migranten zoeken een gebouw. Witte Nederlanders zijn geïnteresseerd in muziek, dans,  kleurrijke kleding en liefst een iets vollere kerk.

 

Ik heb een grappige buurman. Hij weet dat ik mijn geld haal uit de uitgeverij. Hij werkt zelf in de groenvoorziening. Hij zei tegen mij: ‘Wij zijn collegae’. Ik keek vragend. ‘Ja’, zei hij, ‘Jij bent uitgever en laat hout bedrukken. En ik werk in het groen en snoei het hout. Collega’s dus, want we doen beiden iets met hout’. Formeel is het correct. Maar de banen zijn zeer verschillend. Oftewel: Het bordje kerk bij de deur wil niet altijd zeggen dat het de meest logische overgang is van één geloofsgemeenschap naar een andere. Soms is het  makkelijker te zoeken in de sfeer van een sporthal of school, of fabriekshal. Het gaat steeds weer om maatwerk. En dat maatwerk kan ontstaan als we eerst elkaar onderling beter leren kennen en een relatie aangaan. In die zin is een bijeenkomst als vandaag bij voorbaat aan te bevelen.  

 

Dank u wel.

Foto: Syrisch-Orthodoxe Kerk in Amsterdam, voorbeeld van een migrantengemeenschap die een plekje heeft gevonden en trouwens ook binnen de Raad van Kerken een zeer constructieve rol speelt..


[1] Harry Bisseling, Henk de Roest en Peet Valstar, ‘Meer dan hout en steen’. Handboek voor sluiting en herbestemming van kerkgebouwen. Zoetermeer, 2011 (2e druk 2012).

[2] Kerkorde PKN, 2004, jongste versie volgens de website.

[3] Codex Iuris Canonici, Wetboek van Canoniek Recht. Gooi en Sticht Utrecht, 1986; oorspronkelijk: Libreria Editrice Vaticana City 1983.

[4] Jaap van der Linden e.a., ‘Gebundelde krachten in de oecumene’. Raad van Kerken 2012.