Jeugd onvoldoende begeleid

De Nederlandse samenleving verwaarloost de jeugd. Tot die conclusie komen onderzoekers Frits Spangenberg en Martijn Lampert van onderzoeksbureau Motivaction in het boek ‘De grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders’.

Het boek gaat over jongeren tussen de 15 en 23 jaar. Het is maandag 30 november overhandigd aan premier Jan Peter Balkenende. Het mentaliteitsonderzoek is gebaseerd op de waardenmeting van 22.000 Nederlanders in de achterliggende tien jaar. Frits Spangenberg is sociaal wetenschapper, Martijn Lampert studeerde vrijetijdswetenschappen.

De onderzoekers menen dat ouders met de handen in het haar zitten. Ze vinden opvoeden complex. Ondertussen zijn ze zelf bezig ‘jong en mooi’ te blijven.

‘Ze willen niet als volwassenen met hun wijsheid en levenservaring jongeren benaderen, maar het vooral tof hebben met hun kinderen’, stelt Lampert. In de praktijk werkt dat niet zo.

Onder controle

In een notendop concluderen de onderzoekers dat opvoeders en bureau Jeugdzorg de jeugd niet meer onder controle krijgen. Je kan dat aflezen aan de grote mate van schooluitval, de schulden die jongeren opbouwen, overgewicht bij jongeren, alcoholmisbruik en publieke agressie. Individualisme en hedonisme zijn de nieuwe koerswijzers.

Tweedeling

Onder de jeugd is sprake van een toenemende tweedeling, aldus Lampert en Spangenberg. Ongeveer 41 procent van de jeugd is niet zelfredzaam. Ze zijn afhankelijk van de analyse van anderen. Een bijna even grote groep van 42 procent is juist wel in staat zich te redden. De eerste groep heeft moeite met de gecompliceerdheid van de samenleving en vraagt eigenlijk om veel meer sturing. Het betreft voornamelijk de laagopgeleide groep jongeren die kwetsbaarder is. De onderzoekers vinden dat ouders de regie weer in handen moeten nemen. Scholen moeten stellen waar ze voor staan en wat ze verwachten van leerlingen en hun ouders.

Kerk en moskee

Min of meer tegelijk kwam een onderzoek naar buiten van het ministerie van Jeugd en Gezin in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) getiteld ‘Nationale Jeugdmonitor 2009’. Daaruit blijkt dat van de jongeren tussen de 18 en 25 jaar negen procent wekelijks een dienst in een kerk of moskee bezoekt. Hun kerkelijke betrokkenheid is daarmee minder dan die van tieners onder de achttien.

Van de jongeren tussen de 12 en de 18 jaar gaat 13 procent wekelijks naar een kerk of moskee en ook van de ouderen (25-plussers) neemt meer dan 10 procent wekelijks deel aan een godsdienstoefening. Niet-westerse allochtone jongeren gaan vaker naar een godsdienstige bijeenkomst dan autochtone jongeren. Van niet-westerse 12- tot 18-jarigen gaat ruim een derde minstens één keer per maand naar een godsdienstige bijeenkomst, van de 18- tot 24-jarigen een kwart. Bij autochtone jongeren gaat het om respectievelijk 16 en 12 procent.

Raad van Kerken

De Raad van Kerken in Nederland legt prioriteit bij de participatie van jongvolwassenen in de kerk en de oecumene. Onlangs aanvaardde de Raad daarover een notitie. Het bureau werkt nu aan een populaire versie voor plaatselijk vlak. De leeftijdsgroep waarop de Raad mikt is overigens breder dan in de twee genoemde onderzoekrapporten. De Raad gaat uit van de leeftijd 18 tot 35 jaar.