De Europese Unie: samen met de oecumene het belangrijkste verzoeningsproject van de 20ste eeuw.

Viering 50 jaar Verdrag van Rome
Een bijdrage van Laurens Hogebrink

Het is te danken aan twee visionaire Fransen dat we in West-Europa al zo lang vrede en welvaart kennen. Na drie Frans-Duitse oorlogen tussen 1870 en 1945, waarvan de laatste twee ook wereldoorlogen waren, kwamen Jean Monnet en Robert Schuman met een plan om de verhouding tussen Frankrijk en Duitsland op geheel nieuwe leest te schoeien. Na de Eerste Wereldoorlog waren de verliezers gestraft in vernederende vredesverdragen. Het Verdrag van Versailles werd de voedingsbodem voor de opkomst van Hitler. Na de Tweede Oorlog, waarbij de schuld van Duitsland veel duidelijker was, werd besloten tot een geheel andere aanpak: de verliezers niet straffen maar zo snel mogelijk weer opnemen in de gemeenschap van Europese volkeren.

Kolen en staal zijn nodig voor oorlog, en – zo redeneerden Monnet en Schuman (de laatste was de Franse minister van Buitenlandse Zaken) – dus zijn ze ook nodig voor vrede. In 1951 werd besloten de kolenmijnen en de staalindustrie van Frankrijk en Duitsland onder een bovennationale ‘Hoge Autoriteit’ te plaatsen. Monnet werd voorzitter. Ook Italië en de Benelux deden mee. Het was de eerste daad van echte soevereiniteitsoverdracht in de geschiedenis van Europa. “Een buitengewone ervaring, we waren bezig structuren op te bouwen die volstrekt nieuw waren”, zo blikte de Nederlander Max Kohnstamm, destijds naaste medewerker van Monnet, een paar jaar geleden terug in een interview met Geert Mak.

Op 25 maart 1957 werden door dezelfde zes landen de Verdragen van Rome ondertekend: Euratom (voor de samenwerking op het gebied van atoomenergie), en de Europese Economische Gemeenschap, de EEG. ‘Rome’ geldt als de geboorteakte van wat nu de Europese Unie (EU) is, met intussen 27 lidstaten. Oorlog tussen Frankrijk en Duitsland is niet meer denkbaar, en ook niet tussen andere lidstaten. De EU is, samen met de oecumenische beweging, die immers ook is gebouwd op de puinhopen van twee wereldoorlogen, het meest succesvolle verzoeningsproject van de 20ste eeuw.

Dat is de EU te meer, omdat de oostelijke helft van Europa na de val van de Muur in 1989 nu ook grotendeels in de EU is opgenomen. Het heeft weliswaar bijna 15 jaar geduurd, en Roemenië en Bulgarije zijn pas lid sinds 1 januari 2007, maar nu is de EU ook werkelijk Europees. Politici die zeggen dat het te snel is gegaan, tonen weinig besef van het leven onder het communisme en van de offers die in deze landen ook na 1989 zijn gebracht. De kerken hebben dankzij hun eigen contacten meteen na 1989 voor hun toetreding gepleit. Het was opnieuw een Fransman met een vooruitziende blik, Jacques Delors, die als voorzitter van de Europese Commissie in de eerste officiële ontmoeting met de kerken in 1990 dit pleidooi steunde. Maar de lidstaten waren nog niet zover.

Intussen wordt van kerkelijke zijde bepleit om ook de landen van voormalig Joegoslavië op te nemen (Slovenië is al lid). Het is de enige manier om aan de spanningen daar een eind te maken. Over Turkije is meer verdeeldheid. Enerzijds is er de uitdaging om een overwegend islamitisch land op te nemen in de bovennationale rechtsstaat die de EU nu is. Anderzijds is het land erg groot en de vraag is of het op afzienbare termijn aan de eisen kan voldoen.

Juist vanwege het succes van de EU zijn nu veranderingen nodig, in de bestuursstructuur, in de relatie met de burgers, en in de slagvaardigheid bij grensoverschrijdende problemen. De door Frankrijk en Nederland in referenda verworpen ‘Grondwet’ (een slecht gekozen term!) was daarvoor bedoeld. De Raad van Kerken heeft destijds de ‘voors’ en ‘tegens’ afgewogen in een uitvoerig commentaar, dat positief uitviel. Nederland kan als medeoprichter van de EU nauwelijks de komende verjaardag vieren zonder zelf oplossingen aan te dragen.

Omdat Duitsland de eerste helft van 2007 EU-voorzitter is, wordt ’50 jaar Rome’ op 25 maart groots gevierd in Berlijn. Er komt een Verklaring van Berlijn, o.a. over de EU als waardengemeenschap. Via hun Europese organisaties hebben de kerken in Europa bijdragen geleverd voor deze verklaring, zie www.comece.org (tekst van 24 november) en www.cec-kek.org (tekst van 12/13 december). Het gaat nog steeds om vrede en verzoening, maar natuurlijk ook om solidariteit en dus om het sociale gezicht van de EU, zowel vanwege de ongelijkheid binnen de eigen grenzen als daarbuiten.

De Raad van Kerken en het CIO (Interkerkelijk Contact in Overheidszaken) gedenken in samenwerking met Kerk en Vrede deze 50ste verjaardag met een viering in Den Haag in de middag van zondag 25 maart. 

Tenslotte, wat betekent het voor de gebruikelijke voorbede voor de overheid dat de overheid zo is veranderd? Veel nationale soevereiniteit is naar de EU overgedragen, en tegelijk is onze overheid medeverantwoordelijk voor het geheel. In de voorbede hoort Brussel eigenlijk allang thuis.