Nederlanderschap

Welke rol speelt religie nog in de Nederlandse identiteit? Over die prikkelende vraag hield het Centre for the Humanities en het Utrechts Religie Forum vrijdag 23 februari een bezinningsavond in de Lutherse Kerk in Utrecht. Als humanisten zich over deze vraag buigen krijg je een andere benadering dan wanneer de kerken zich uitspreken. Dat merk je al aan de convocatie vooraf: ‘Vrijheid vormt een belangrijke pijler voor de Nederlandse identiteit. Tegelijkertijd wordt religie regelmatig voorgesteld in de media als iets dat tegen onze liberale waarden indruist, emancipatie tegengaat en mensen oplegt hoe te denken en te handelen. Vrijheid en religie lijken een moeizaam paar te vormen. Kunnen we religie nog als onderdeel van de Nederlandse identiteit beschouwen en kunnen we conservatieve gelovigen als échte Nederlanders zien?’

Drie wetenschappers gaven een soort mini-college waarmee ze de toon van de bezinning zetten. Dr. Ernst van den Hemel (Universiteit van Utrecht) liet zien hoe politici in Nederland graag gebruik maken van de term ‘joods-christelijke identiteit’ als het gaat over het Nederlanderschap. Ze bewegen zich in de lijn van Fortuin die al op zoek was in onze seculiere samenleving naar zoiets als ‘een nieuw bezielend verband’. Religie kan uitstekend dienst doen, aldus Van den Hemel, als een cultureel bindend belang. Eigenlijk maken alle rechtse partijen, zo meent hij, daarvan gebruik. De PVV heeft zich wel eens getypeerd als ‘de grootste christelijke partij van Nederland’. Rutte is op verkiezingsadvertenties te zien met het bijschrift ‘Nederlands Hervormd’. Halbe Zijlstra heeft de Hema gecritiseerd omdat ‘paaseitjes’ ‘voorjaarseitjes’ moesten gaan heten.


Het bracht Van den Hemel tot de stelling, dat er sprake is van ‘een succesvolle alliantie tussen religie en rechts-conservatieve groepen’. Hij rekende voor dat partijen die zich in deze lijn bewegen via PVV, CDA en VVD uiteindelijk het beleid maken in Nederland en dat zijn precies de partijen die ook uitgaan van een religieus-culturele identiteit. Ernst van den Heuvel analyseert voor zijn werk onder meer de tweets van de politieke partijen. Een opvallende conclusie van hem daarbij is: ‘De PVV twittert meer over religie dan het CDA’. In antwoord op vragen maakte hij duidelijk dat er wat hem betreft een duidelijk verschil is tussen religie en geloof. Religie wordt met cultuur verbonden; over geloof lees je zelden bij de politici. Dat merk je als christenen zich inzetten voor vluchtelingen vanuit hun geloof. De rechtse politici spreken daar niet over. En je hoort ook niemand zeggen: ‘Ik ben een kind van Jezus’, aldus Ernst van den Hemel.


Dr. Pooyan Tamimi Arab (Universiteit van Utrecht) ging verder in op de relatie tussen religie en politieke identiteit. Hij liet zien dat identiteit te sterk kan drukken op wat de Nederlandse cultuur en identiteit heet te zijn. Hij noemde de liberale politica Edith Schippers als voorbeeld, die in een evaluatie van de vluchtelingen die naar Nederland komen het argument gebruikt dat men in deze cultuur meer ruimte krijgt voor LHTB en homoseksualiteit. Ze sprak daarbij wel tien keer over ‘cultuur’, terwijl het naar het idee van de wetenschapper eerder over ‘burgerschap’ zou moeten gaan. Ook Buma heeft er een handje van over cultuur te spreken en daarbij vooral zich te laten leiden door een nostalgisch beeld van wat die cultuur is. Pooyan Tamimi Arab stelde dat in beginsel alle Nederlandse burgers bijdragen aan wat Nederlandse identiteit is. Daarin past een benadering van gelijkheid. Gelijkheid en vrijheid zijn daarbij doel in zichzelf en niet een middel om cohesie of integratie af te dwingen. Het gaf in de vragenronde nog een hele discussie over de vraag of het burgerschap in zich wel voldoende is om samenhang aan te reiken, of dat het begrip ‘burgerschap’ zich uiteindelijk toch moet verbinden met waarden zoals die in een cultuur te vinden zijn.


Dr. Nella van den Brandt (Universiteit van Utrecht) liet in haar bijdrage zien dat bij iedere presentatie de vraag kan worden gesteld naar het perspectief van waaruit men kijkt. Mensen creëren een onzichtbaar centrum van waaruit ze de analyse maken en het is nuttig dat centrum te benoemen. Ze gaf voorbeelden van hoe Margot Vanderstraeten schrijft in ‘Mazzel tov’ over de orthodoxe joden in Antwerpen; hoe André van der Braak spreekt over het boeddhisme en hoe Franca Treur in de Groene Amsterdammer een analyse maakt van christenen en niet-christenen en pleit voor wederzijds begrip. De analisten hebben bij elke vorm van beschouwing vooraf zelf een keus gemaakt van waaruit ze de lijnen trekken. ‘Steeds weer is het de vraag vanuit welke richting ze kijken. Wat is het centrum van hun manier van benaderen?’

Foto's:
1. Ernst van den Hemel (rechts) in gesprek met Bas de Gaaij Fortman
2. Pooyan van den Brandt
3. Bezoekers van de lutherse kerk; wie scherp kijkt kan de voorzitter van de Utrechtse Raad van Kerken spotten

Raad van Kerken in Nederland
Koningin Wilhelminalaan 5
3818 HN AMERSFOORT

Facebook Twitter LinkedIn
phone033-4633844
emailrvk@raadvankerken.nl