Missie en zending

In hoeverre ontmoeten oude kerken in Nederland nieuwe kerken? En in hoeverre staan autochtone Nederlanders open voor allochtone? Hieronder formuleren we een aantal vragen, die geschikt zijn om over door te denken; alleen of met anderen.


Thema 1: Vreemdeling, ‘bijwoner’, pelgrim zijn in deze wereld.


a. Je hoort soms iemand zeggen: ‘Ik voel me hier niet meer zo thuis’. Meestal is dat een reactie op een gebeurtenis die iemand meemaakt en waarvan hij of zij het gevoel heeft dat zoiets niet zou moeten kunnen gebeuren. Een ervaring van geweld, zelf meegemaakt of gezien, een uitspraak die ingaat tegen je diepste overtuiging.


Kan je omschrijven waarop je je misschien wel eens ‘niet thuis gevoeld’ hebt in de wereld waarin je leeft, in je omgeving, in de samenleving? Wat draagt er volgens jou aan bij dat we ons een vreemdeling voelen? En wat maakt dat we ons thuis voelen?


b. Het woord ‘parochie’ is afgeleid van het Griekse woord voor vreemdeling, par-oikos. Letterlijk betekent dit woord ‘erbij komen wonen’, en in de Bijbel wordt het meestal gebruikt voor iemand die uit zijn land of stad of dorp vertrokken is en ergens anders is gaan wonen. Vaak heeft diegene op de plek waar hij of zij nu woont minder rechten dan degenen die er vanaf hun geboorte wonen.

Lees Efeziërs 2: 19, en vraag jezelf af: Voel ik me als christen in mijn woonplaats vreemdeling of gast, of voel ik me vooral gastheer of gastvrouw? En hoe is dat in de kerkelijke gemeente?


c. Jezus was zelf nooit gastheer. Vaak schoof Hij als gast, als de Ander, bij mensen aan tafel. En dan niet altijd bij degenen die in zijn samenleving geaccepteerde en gerespecteerde burgers waren.


Welke mogelijkheden heb jezelf om bij een ander aan te schuiven? Schuif in de komende tijd eens aan bij een ‘ander’ – ook als je je daar ongemakkelijk bij voelt, en maak daar met iemand anders een afspraak over om te voorkmen dat het bij een voornemen blijft. Met zijn tweeën gaan is trouwens vaak makkelijker.


Thema 2: De ‘ander’ op afstand zetten – ‘wij’ en ‘zij’


a. ‘Ja maar, zij zijn zo anders….’ ‘Zij zijn heel anders dan wij….’ Dit soort opmerkingen hoor je nogal eens. Soms zeggen we het zelf ook.


Welke ervaring leverde de ontmoeting met ‘anderen’ je op? Hoe anders was hij of zij eigenlijk? Hoe dichtbij bleek de ander te staan? Welke ervaringen hadden jullie gemeenschappelijk?


b. Soms maken de woorden die wij gebruiken al dat we mensen in hokjes van ‘wij’ en ‘zij’ plaatsen: ‘buitenlanders’, ‘Nederlanders’, ‘allochtonen’, ‘autochtonen’. We doen het allemaal! Een goed voorbeeld van hoe dat werkt, gaf Kathleen Ferrier (oud-Tweede Kamerlid) ooit: ‘Ook al ben je in Nederland geboren en al zijn je grootouders en ouders Nederlanders, als je een wat donkerder huid hebt, blijf je altijd ‘buitenlander’ en krijg je regelmatig de vraag: Wanneer ga je weer terug?’

Gebeurt dat in de kerk ook? Waar en hoe? Alleen voor ‘migranten’ of ‘witte Nederlanders’ of ook voor andere (groepen) mensen? Let de komende zondagen eens op of in de kerkdienst mensen door de manier van zeggen het gevoel zouden kunnen krijgen dat ze er niet bij horen…. Hoe kunnen we eraan bijdragen dat mensen zich welkom weten?


Thema 3: De kerk als pelgrimsgemeenschap


Hieronder staan een aantal stellingen. Kies er één uit die u het meest aanspreekt. Bespreek met elkaar wat je herkenningspunten zijn.


a. Pelgrimsgemeenschap worden is de roeping van de kerk.


De vroege kerk, die leefde in een multireligieus en multiculturele context, definieerde zich duidelijk als een ‘pelgrimskerk’. Pelgrims zijn onderweg, zijn vreemdelingen. Degenen die proberen om Christus te volgen zijn in beweging, zoals Christus zelf geen plaats had om zijn hoofd neer te leggen (Mat. 8: 20). Ze hebben hun burgerschap in de hemel (Filipp. 3: 20), en weten dat hun ware schat niet te vinden is op aarde (Luc. 18: 22).

b. Een kerk die op pelgrimstocht is, kan niet stilstaan, maar is voortdurend in beweging en in verandering.


Het naast elkaar bestaan van de door de migratie gevormde gemeenten en de plaatselijke kerken daagt de kerk uit. De kerk is één, en toch verschillend, zij is lokaal en toch op bedevaart, ze biedt geborgenheid aan wie bescherming zoeken, maar zet mensen ertoe aan om profetisch te handelen.


c. Een kerk op bedvaart is zich bewust van medereizigers.


De medereizigers hebben gelijk recht op het vinden van onderdak, gerechtigheid, werkgelegenheid op meedoen in de samenleving, op een plek om de eredienst te vieren, op onderwijs, wonen en op hun eigen identiteit. De kerk heeft daarin de (profetische) roeping om de waarheid te zegen tegen de machten, een onrecht, onmenselijkheid en discriminatie aan de kaak te stellen, zodat de wereld kan worden wat God altijd al wilde dat ze is, Gods Koninkrijk.


De vragen zijn ontleend aan een uitgave van de NZR uit 2015. Het gaat om het cahier ‘De ‘ander’ woont naast mij’.

Raad van Kerken in Nederland
Koningin Wilhelminalaan 5
3818 HN AMERSFOORT

Facebook Twitter LinkedIn
phone033-4633844
emailrvk@raadvankerken.nl