Straatkerk

Op het kerkenpad ontmoet Rik Bronkhorst een wel heel bijzondere pastor; Bernadette van Dijk, straatpastor. Haar uitdaging: Het gezicht van Christus herkennen op straat.


Bernadette vertelt over haar leven en werk: ‘Ik kom uit een rooms-katholiek, betrokken en dorps nest en heb mijn voortgezet onderwijs en studie 'in de grote stad' gevolgd. Via school kwam ik in Taizé terecht, de broedergemeenschap in Frankrijk. Daar ben ik veel en lang geweest en dat heeft mij ook gevormd: de oecumene, de openheid voor het onbekende, de gastvrijheid en nog veel meer maar heel belangrijk: het gebedsritme en de stilte’.


‘Daar ontdekte ik: Het is niet ik die met een boodschap kom. Ik luister, ik hoop dat ik goed en scherp luister en het verlangen, het verdriet, de wanhoop, de bronnen van vreugde en zin hoor en die tastbaarder kan maken. Zo luister ik naar mensen en ook naar de Schrift’.

‘Ooit begon ik de studie theologie, aan de toenmalige Katholieke Theologische Universiteit, met een voorliefde voor systematische theologie. Omdat er de grote vragen werden gesteld: wie is de heilige Geest? Waarom een Vader? Hoe weten we dat, of is weten niet het goede woord? Ik studeerde af met een moraaltheologische scriptie, op een gewelddadige film van Lars von Trier. Mijn eigen onderliggende vraag: wat is het goede om te doen? Nu sta ik vooral ‘met de poten in de modder’, het systematische denken komt dan op grotere afstand te staan. Ik leef wel met de bekende icoon 'van de vriendschap' of ‘Christus en zijn vriend’ genoemd. In Taizé heeft de afbeelding een prominente plek. Christus lijkt samen met de ander op te lopen’.

Over haar werk en ontmoetingen met de mensen die over de rand zijn gevallen en ‘buiten’ onze samenleving staan, zegt zij: ‘Divers en in beweging is het! Toen ik in 2008 begon op straat, was er in Amersfoort sprake van een soort 'gemeente' inderdaad. Niet in religieuze zin, maar een scene die elkaar kende, met elkaar leefde, soms voor elkaar zorgde. We zijn inmiddels heel veel ontwikkelingen verder. Mensen zijn op verschillende plekken onderdak gebracht, er is aparte opvang voor drinkers en voor gebruikers. De dagbesteding is diverser en versnipperd. Er is geen sprake meer van een gemeenschap maar van kleinere groepjes. Bij de Straatadvokaten, in het Hostel, in de zorgcentrum van Jellinek, in de dag- en nachtopvang van Kwintes, onder langdurig psychisch kwetsbare mensen die veel in de stad zijn’.


‘Bij het Straatpastoraat Amersfoort is er ook nooit een eigen ‘straatkerk’ geweest, eerder verbinden wij mensen - en ons initiatief - met wat er al bestaat aan inloop, buurthuis en kerk. Hoewel we jarenlang onze eigen doden hebben herdacht en op bescheiden schaal bij elkaar komen met een groepje voor activiteiten. We proberen te verbinden. Mensen die los zijn geraakt, die te maken hebben met gebrokenheid. We proberen te verbinden met zichzelf (hun eigen levensverhaal onder ogen komen, eigen toekomst durven dromen), met concrete anderen: familie en iedereen die er toe doet, een gemeenschap als het kan, verbinden met de samenleving: vertrouwen hebben, contact met instanties en hulpverleners helpen onderhouden, en verbinden met God: niet evangelisatie, maar wel verzoening zoeken, Allah ter sprake brengen, het gezicht van Christus soms herkennen op straat. En: van de straat de verhalen terugvertellen naar anderen. Meestal gaat dat via kerken in vieringen, diensten, lezingen, werk met groepen, maar ook bescheiden via Facebook bijvoorbeeld. Mijn toekomstdroom?: een inclusieve samenleving waarin vrede en vertrouwen de boventoon voeren. Maar dat is wel groot he?’

‘Straatmensen zijn niet meer of minder gelovig dan andere burgers, maar in straatlevens staat wel meer op het spel. Of liever gezegd: er staan basale dingen op het spel: veiligheid, onderdak, eten, middelen van bestaan. Op dit moment leven mensen in de opvang dicht op elkaar, veel hebben last van elkaar en van de onrust die een ander soms heeft in zijn slaap of het ontbreken van slaap. De mogelijkheden om je terug te trekken zijn beperkt. De lontjes zijn kort, maar ik sta vaak ook weer versteld en verwonderd over de vaardigheid van mensen om elkaar in te schatten, om te gaan met lastig gedrag, een kwetsbare ander te beschermen, ook begrip te hebben voor de beperkingen en gebruiksaanwijzing van een ander. Er wordt van elkaar gestolen, er wordt gevochten, er wordt voor elkaar gezorgd, mensen gaan voor een ander door het vuur. Slapen buiten om de ander warm te houden. Delen hun laatste eten of shag. En als we dan in gesprek, individueel of in een groepje, niet de problemen aan de orde hebben maar hele mensen, vinden we houvast, dankbaarheid, zin. God is niet altijd letterlijk ter sprake, maar wel daar aanwezig’.

‘De beweging (waar het ook ooit mee begonnen was geloof ik) vinden we steeds meer terug in allerlei initiatieven. Ze bestaat denk ik wel veelal vanuit de bestaande gemeenschappen en organisaties of instituten, zo je wilt. De basis, de draagkracht ligt wel degelijk in gemeenschappen. Ik doe mijn straatwerk ook vanuit mijn eigen kerk en de kerken van Amersfoort en omgeving. Hoewel ik niet meer met formele zending werk, word ik daar bij de les gehouden, gevoed en gezegend en zoals gezegd: we proberen straatmensen ook te verbinden met groepjes, clubjes, kerken, geestelijk onderdak’.


‘Over de stenen, de krimp, de afscheidspijn van kerken en gebouwen: Natuurlijk gaat het om een koninkrijk, om geloof, om het Woord en het handelen daarnaar. We zouden ons moeten concentreren op hoe we met elkaar leven. Ik hoop dat ik in dit stukje mijn bewondering voor wat op straat aan goeds gebeurt heb kunnen overbrengen! ‘Wat je voor de minste der mijnen.....’

Maar niet iedereen kan een bescheiden geloof levend houden zonder een vertrouwd thuis waar je jezelf en stil kunt zijn, je met elkaar zingt, een onderdak waar je dat verder in onze samenleving misschien niet zo hebt. Het zwakker worden van de grotere kerktradities, dat doet al heel lang zeer en we blijven maar ploeteren en zoeken naar welke toekomst er is voor oude gemeenschappen en nieuwe vormen. Mijn bijdrage nu kan dan vooral zijn in verbinding: straatpastoraat, monniken en monialen, kerken, inloophuizen, diaconale plekken, pelgrimages, evenementen met jongeren: een meerstemmig koor’.


Het werk heeft een theologische bedding. ‘Andries Baart, grondlegger van de presentietheorie, leerde me ooit: lijden is erg, maar alleen lijden is erger. Nieuw leven, opstanding, krijgen we soms. Klein. Het kan helpen als ik het op het spoor kom en benoem. Dan kun je het ook vieren!’

Als straatpastor zie je vrijwel dagelijks de consequenties van politieke keuzes. ‘Ik zie dat de bezuinigingen in de GGZ leiden tot meer kwetsbare mensen op straat, meer mensen in de opvang die in de war zijn, met als gevolg veel grotere druk op de draagkracht van daklozen! Er lijken mensen 'naar beneden te vallen' in de zorg: van intensieve psychische zorg naar eenvoudige woonbegeleiding enzovoort. Er is minder tijd, met kort door de bocht als gevolg: meer chaos, mensen die uit wiebelige balans raken, eventueel in aanraking met justitie komen, naar beneden glijden. Het is druk in de diverse opvangplekken! Letterlijk het aantal mensen, ook wat er allemaal speelt en op het spel staat bij hen’.




Rik Bronkhorst,
Journalistiek ambassadeur



(Zie ook: www.straatpastor.nl)

Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design: SyncCP; techniek: SiteCan