Historie Oecumenisch Leesrooster

 Oecumenisch Leesrooster 1977 - heden

Geordend bijbellezen in kerkelijk Nederland

Drs. Roel A. Bosch, sinds 1998 eindredacteur van De Eerste Dag, heeft een artikel geschreven over het Oecumenisch Leesrooster van de Raad van Kerken voor de bundel 'Er is een tijd', dat op maandag 5 oktober is aangeboden aan drs. Leo van de Boogaard bij zijn afscheid van de Katholieke Bijbelstichting. Hieronder volgt het artikel.

Welke gedeelten uit de Bijbel komen in de mis of in de kerkdienst aan de orde? Ooit bestonden er in de kerken in Nederland drie roosters, die bijna identiek waren: het lutherse, het rooms-katholieke en het oud-katholieke. Ze waren alle gebaseerd op de oude gegevens, waarin jaarlijks dezelfde lezingen op dezelfde zondagen terug kwamen. Het evangelie gaf de toon aan, psalm en epistel (een van de brieven in het Nieuwe Testament) kwamen daar naast te staan. Rond een aantal feesten liepen de lezingen wel uiteen, maar verder was het simpel.

De 'calvinisten' in Nederland, waarvan de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland de grootste waren, kenden geen roosters. De dominee bepaalde zelf waar het aanstaande zondag over moest gaan. Zo kon de hele schrift aan bod komen, en zouden de pastorale noden van de week op de preekstoel benoemd worden. Dat klonk natuurlijk heel mooi, maar in de praktijk viel het nogal eens tegen. Bepaalde bijbelgedeelten kwamen heel vaak, andere nooit aan bod. Wie dat vooral opviel? De omroeporganisatie die wekelijks een kerkdienst uitzond. Wat ging het vaak over de Verloren Zoon en de gelijkenis van de talenten! En wat kwam er veel níet aan bod!

Zo rond 1970, begonnen dominees en gemeenteleden over de muren te kijken. Ze ontdekten de waarde van het klassieke leesrooster. De liederenschat die daarbij hoorde maakte nieuwsgierig. Kunnen wij dat niet ook invoeren? Zo ontstond een sterke beweging, in verschillende kerken tegelijk, die streefde naar invoering van het klassieke rooster. Men ging lezen volgens 'De Adem van het Jaar'. De liturgische kleuren, de namen van de zondagen, alles werd uit de buurkerken overgenomen.

Alleen, laat de grootste van die buurkerken nu net overstappen op een ander rooster. De rooms-katholieke kerk koos voor een rooster, een lectionarium, met drie jaren, één voor Matteüs, één voor Marcus, één voor Lucas. Iedere zondag zou ook het Oude Testament gelezen worden. Oude bekende lezingen verschoven van plaats: de Goede Herder, eeuwenlang gelezen op de derde zondag van Pasen, schoof een week naar achter, en kreeg in de drie jaren steeds een andere lezing, een andere uitsnede uit Johannes 10.

Oecumenisch Leesrooster 1977-2010

1977-1989

De Raad van Kerken in Nederland, en daarvan de Sectie Eredienst, met prof. G.N. Lammens als voorzitter en voortrekker, nam het voortouw om te komen tot een oecumenische oplossing voor het rooster-probleem. Een vraag daartoe van de omroep, die elke zondagmorgen een kerkdienst uitzond en te vaak dezelfde teksten zag langskomen, was een van de concrete aanleidingen om aan de slag te gaan; maar door een toenemende interesse naar wat in de andere kerken plaatsvond was de tijd er ook rijp voor.

Vanaf Advent 1977 verscheen een publicatie waarin een rooster te vinden was dat op het rooms-katholieke lectionarium geënt was, en dat daarnaast aandacht vroeg voor de gehele Schrift. Een interessant experiment begon, dat eerst aansloot bij het A-jaar van de katholieken, en zo in drie jaar de evangelieën door liep. Na die drie jaar stapte het rooster over op drie jaar Tora. In Advent, Kerst 1980 en Epifaniën 1981 opende de Genesislezing bij Jozef, Genesis 37, na drie jaar kruipen door Exodus, Levitius, Numeri, Deuteronomium sloot het C-jaar 1983 met Genesis 1 vanaf Pasen, eindigend bij Genesis 41 op 'de laatste zondag van het kerkelijk jaar'.

Drie jaren epistels volgden, daarna drie jaar profeten, waarbij  de feestrollen Jona, Hooglied en Ruth een plaats kregen van Pasen tot en met Pinksteren in het A-jaar 1987.

1989-2001

In een tweede ronde werd de systematiek van de grote lijnen losgelaten. Gedeelten van het Oude Testament die in de eerste twaalf jaar niet aan bod kwamen zien we nu op het rooster. Opvallend is dat de brieven vrijwel achterwege bleven; vanaf zomer 1994 tot aan de Paastijd van 1999 zwegen Paulus, Petrus en de anderen; alleen het boek Handelingen ging in een Pinkstertijd even open. Ook daarna was het nog lang stil, totdat in 2001 Galaten en Kolossenzen achter elkaar open gingen.

Bij het oecumenisch leesrooster verscheen van het begin af aan ondersteunend materiaal, het kwartaalblad 'De Eerste Dag'. De studiesecretaris van dit blad, Dirk Monshouwer, was ook vrijwel van meet af aan de samensteller van het rooster. Een grote bijbelkennis paarde hij aan liefde voor liturgie, interesse in leesroosters en taal in het algemeen. Hij hoorde de Bijbel spreken, als hij aan de roosters werkte, en zag voor zich hoe in vele diverse kerken de mensen die woorden als openbaring zouden horen. Het hele 'ensemble van lezingen', zowel die van het rooms-katholieke lectionarium als de specifiek gekozen 'hoofdlezing' of 'rector' uit het Oecumenisch Leesrooster, zou 'quadrafonisch' bij de hoorders, bij de kerkgangers kunnen binnendringen. Het geeft niet dat de lezingen op het eerste horen niet met elkaar te maken hebben; in de liturgie van déze zondag zou het vanzelf goed komen. De schrijvers in 'De Eerste Dag' gaven hulplijnen aan, exegetische tips, verwijzingen naar de grondtekst, die als basis voor een preek konden dienen. 

2001-2010

Monshouwer overleed in 2000, pas 53 jaar oud, en het werd steeds duidelijker hoezeer hij het overzicht over deze stof beheerste. Het zou nu verder anders moeten gaan, door anderen opgepakt. De grondgedachte dat lezingen vanzelf wel met elkaar een verband zouden aangaan, een interessante premisse, stond al langer onder kritiek. 'Kind, wind je niet op, hij preekt het wel weer aan elkaar', zo verbeeldde een cartoon van Bert Kuipers in de uitgave van het Oecumenisch Leesrooster 2001-2004 de schrik van menig kerkganger die met geheel ongelijkaardige lezingen geconfronteerd werd. In dit rooster 2001-2004 waren de keuzes nog door Monshouwer gemaakt.

Het overlijden van Monshouwer stelde de Raad van Kerken voor de vraag: hoe nu verder. Voor het werk aan de roosters van 2004-2007, 2007-2010 en 2010-2013 benoemde de Raad steeds een werkgroep. Vertegenwoordigers van redacties van 'De Eerste Dag', 'Kind op Zondag' en 'Bonnefooi', de laatste twee betrokken bij het opstellen van kindermateriaal voor de zondagmorgen, en deskundigen uit het veld van leesroosters, rooms-katholiek, oud-katholiek en luthers, maakten de opzet en werkten deze uit, volgens een stramien dat door de Raad was voorgesteld. Gedurende het gehele jaar zou het Gemeenschappelijk Leesrooster gevolgd worden, in een aantal blokken aangevuld met de optie om een alternatief daarvoor in de plaats te stellen.

Vanaf dit moment zien we per jaar vijf of zes kortere blokken. Elke keer was daar een brief bij, een profeet, vaak ook een feestrol. Vier keer in zes jaar waren er blokken waar niet een bijbelboek de lijn bepaalde. Adventstijd 2004 plaatste de vier moeders van Jezus uit het geslachtsregister van Matteüs 1 (Rachab, Tamar, Ruth, Batseba) op de vier Adventszondagen. In de Veertigdagentijd 2005 klonken de zeven kruiswoorden, gecombineerd met de zeven boetpsalmen. In 2007 vielen orthodox en westerse paasdatum gelijk: toen werd vanaf Palmpasen tot aan Pinksteren de orthodoxe evangelielezing gevolgd. Het oude lutherse jaarrooster heerste van herfst tot en met Kerst 2007.

In de presentatie van het rooster veranderde het nodige: de mogelijkheid om met een lezing in een kerkdienst te volstaan werd nu veel duidelijker aangeboden. 

Uitgangspunten

Mengvorm van roosters

Uit bovenstaande is wel duidelijk dat in het Oecumenisch Leesrooster (OL) verschillende uitgangspunten naast elkaar voorkomen. Zo ontstaat een mengvorm van roosters.

Basis is van meet af aan het Lectionarium zoals dat in de rooms-katholieke kerk functioneert, (OLM) met een A-, B- en C-jaar. Echter, de aanpassingen die door de rooms-katholieke bisschoppen van de VS van Amerika zijn voorgesteld, op het punt van enkele perikoopafbakeningen en de keuze van alternatieve lezingen uit het Oude Testament, zijn overgenomen. Dit aangepaste rooster is via de Episcopal Church in de Verenigde Staten in de anglicaanse en de oud-katholieke kerk beland, en staat bekend als het Common Lectionary (CL). In dit rooster zijn de 'Heilige Familie' en 'Zondag Christus Koning' niet aan de orde. Door dat laatste verschuiven wel alle lezingen in november een zondag naar achteren.

Daarmee zijn we er nog niet: de Protestantse Kerk in Nederland heeft in haar Dienstboek dit rooster opgenomen, maar met enkele wijzigingen, onder de naam: het 'Gemeenschappelijk Leesrooster' (GL). In het B-jaar plaatsen OLM en CL gedurende vijf zondagen lezingen uit Johannes 6, over het brood des levens, op de plaats van het evangelie. Zo wordt een stuk uit Marcus overgeslagen. Deze lezingen, een vorm van 'eucharistische catechese', zijn in het Dienstboek vervangen door perikopen uit Marcus, zodat er meer sprake is van een doorgaande lezing.

De plaats van de deuterocanonieke boeken was ten tijde van het samenstellen van het Dienstboek nog een lastig probleem: waar in OLM en CL een lezing uit bijvoorbeeld Jezus Sirach stond werd deze vervangen door een oudtestamentische lezing.[1] Ook het OL volgde deze keuze, in 2010-2013 worden wel de deuterocanonieke lezingen opgenomen.

Het GL in het Dienstboek laat ook stelselmatig de lezing uit het epistel weg in de groene tijden. Immers, deze lezingen staan als baanlezing op het rooster, zonder zichtbare relatie met de andere twee lezingen, en worden in de praktijk toch vaak niet gelezen. In Advent, Veertigdagen en Paastijd, waar de lezingen 'passen' bij de aard van zondagen, zijn ze wel opgenomen. Analoog hieraan zijn ook in het OL van de laatste jaren deze lezingen nooit opgenomen geweest. In 2008 besloot de Raad van Kerken dat ze in het rooster voor 2010-2013 wel een plek zouden krijgen; de beslissing ze al dan niet te lezen kan dan ter plekke genomen worden.

In de eerste jaren trachtte het OL dan ook nog de jaaropbouw uit het klassieke eenjarige rooster te handhaven; de zondagen in sterke tijden heetten immers al eeuwen naar hun introïtus: Gaudete, Cantate, Jubilate, etc. Daarvan is de laatste jaren geen gebruik meer gemaakt. De verwarring werd toch te groot.

Mengvorm van tradities

Niet alleen de roosters stammen uit verschillende kerk- en geloofswerelden, ook de bijbelvisies kennen diverse herkomst. Direct zichtbaar is dat natuurlijk al in de eerste jaargangen, wanneer ook de bijbelboeken Jozua, Samuël en Koningen onder de profeten worden gerekend. De joodse canon prevaleert hier boven de klassiek-christelijke. In het algemeen kan gezegd worden dat de keuze voor bijbelboeken bij periodes van het kerkelijk jaar sterk gekleurd werd door de bijbelse theologie van de stroming die 'de Amsterdamse school' wordt genoemd: Exodus op Witte Donderdag, Genesis 1 met Pasen. Beide keuzes hebben parallellen met oude roosters, de wijze van uitwerking, zodanig dat ze de hele Veertigdagentijd en Paastijd vullen, is specifieker dan dat. Ook in andere gevallen, waar Jozef en David naar voren worden gehaald, vallen oudkerkelijke typologie en exegese van Jezus als de messias, de Zoon van David, over elkaar. Tom Naastepad, Ben Hemelsoet, Dirk Monshouwer, Karel Deurloo waren dan ook allen betrokken bij de eerste aanzetten van het oecumenisch leesrooster. De opmerking van de hervormde theoloog Van Ruler, dat de evangelieën beschouwd kunnen worden als verklarend zakwoordenboekje bij het Oude Testament, past in dit kader - al zullen we in het Oecumenisch Leesrooster en 'De Eerste Dag' gedurende vele jaargangen eerder 'Tenach' of 'Eerste Testament' lezen.

In de derde periode komen er tradities bij. De zeven kruiswoorden als preekteksten zijn bekend uit de devotiepraktijk in de Gereformeerde stromingen binnen de PKN; de opname van het lutherse en orthodoxe rooster wijzen weer naar een andere voedingsbron van de oecumene in Nederland. De commissies die vanaf dit moment het rooster samenstelden beoogden werkelijk wat breder te kijken, maar bouwden tegelijkertijd voort op het verworven goed van eerdere jaren.

Wensen en criteria

Zeer duidelijk stond bij het samenstellen van het Oecumenisch Leesrooster voorop, dat het de bedoeling was de gehele Bijbel aan de gemeente aan te bieden. Ieder schriftwoord is het waard gelezen te worden. Hoeveel tijd zouden we daarvoor nodig hebben? Laten we direct beginnen! Grote stukken tekst, vergelijkbaar met de parasja's uit de synagoge, drie, vier hoofdstukken van Tora per sabbat, zou dat gaan? Nou, dat zou te veel eisen van het geduld en de luistervaardigheid, maar de lappen tekst mochten er wel zijn. Niet, zoals in het OLM, zorgvuldig geknipte en besneden lezingen (2 Koningen 4,8-11.14-16a bijvoorbeeld), maar gewoon een heel hoofdstuk.

In de jaren 1990 kwam in de Sectie Eredienst van de Raad van Kerken wel de vraag op, of het rooster niet te hoge verwachtingen had van de kerkganger. Iemand die een paar keer per maand naar de kerk gaat, niet gewend is veel te lezen, laat staan te luisteren, weinig bijbelkennis heeft, is die met dit rooster gebaat? De vraag klonk luider en luider. In de derde periode is het uitgangspunt van 'heel de Bijbel' dan ook vervallen. Er bestaan prima roosters, om de Bijbel in bijvoorbeeld 12 jaar in de eredienst te lezen. Het rooster van prof. Wegman is zelfs opgenomen in het Dienstboek van de Protestantse Kerk Nederland, en zo bruikbaar voor iedere gemeente of parochie die zich daaraan wil wagen. Voor de grote groep andere kerken en voor de meer of minder kerkelijken voor wie dit rooster bestemd is bezonnen de commissies zich op een 'canon binnen de canon'. Moet niet minstens eens per zes of negen jaar de schepping, de uittocht, de aartsvaders en -moeders, David gelezen worden? Is het niet goed om enkele van de profeten goed het woord te geven? Kunnen we jaren lang lezen zonder Galaten of Romeinen, 1 Petrus of 1 Johannes te leren kennen?

Daarmee is het accent sterk verschoven: van een luisterende gemeente die zich moet aanpassen aan de Schrift, naar een rooster dat ten dienste staat van een zoekende gemeente. 

Twee voorbeelden

Om bovenstaande te concretiseren volgen hier twee voorbeelden. Uit het eerste blijkt de continuìteit tussen diverse roosters, uit het tweede worden juist ook de verschillen zichtbaar.

Bij Kerstdag in het B-jaar 2008 zien we de volgende reeks, in de uitgave 'In Orde'.

 

 

Oec. Leesrooster 2008-2009 (jaar B)

 

 

 

 

datum

GL + zondagslied

alternatief

OLM (r.-k.)

ELD (luthers)

 

 

Filippenzen

 

 

25 dec

Kerstdag

Jes. 52,7-10

Ps. 98

Heb. 1,1-12

Joh. 1,1-14

T 139, GvL 475, OKG 540, ZG 3-5

 

 

 

 

Fil. 2,5-11

Kerstdag

Jes. 9,5

Jes. 52,7-10

Ps. 98,1-6

Heb. 1,1-6

Joh. 1,1(-5.9-14)-18

Kerstdag

Jes. 9,5; LB Ps. 98:1,2

Jer. 23,5-8 (Jer. 31,31-34)

LB Ps. 98:3,4

Heb. 1,1-6(12)

Joh. 1,1-14

Gz 142


Zowel in het klassieke rooster (ELD) als in het OLM en het OL vinden we Psalm 98, Hebreeën 6, Johannes 1. De uitsnedes verschillen wel wat. Jesaja 52 is in OLM en OL identiek. Het OL kent geen introïtustekst of intochtpsalm; de genoemde Psalm is als antwoordpsalm tussen lezing uit het Oude Testament en Epistel bedoeld. Afwijkend is vooral de lezing uit Filippenzen 2. Deze sluit de doorgaande lezing uit Filippenzen af, die de vier Adsventszondagen kleurde. Wie deze lijn volgde zal vermoedelijk Hebreeën 6 ongelezen laten. Het OL biedt per zondag ook een zondagslied aan; voor deze zondag is dit een lied dat in vier verschillende bronnen te vinden is, 'In den beginne was het woord. God die van eeuwigheid bestond...', een lied van Schulte Nordholt. De melodie uit de rooms-katholieke uitgave GvL, 'Gezangen voor Liturgie', waarnaar verwezen wordt, is overigens wel een andere dan die in T, 'Tussentijds'; GvL gebruikt de calvinistische psalmmelodie van Psalm 134, in T staat een nieuwere melodie van Frits Mehrtens.

Veel meer verschillen zijn er in de volgende zondag in de Veertigdagentijd 2010.

 

 

Oec. Leesrooster 2009-2010 (jaar C)

 

 

 

 

datum

GL + zondagslied

alternatief

OLM (r.-k.)

ELD (luthers)

 

 

Exodus 1-24

 

 

7 maart

3e van de 40 dagen

Ex. 6,1-7

Ps. 103,1-7

Rom. 5,1-11

Luc. 13,1-9

T 150, ZG 1-19

 

Ex. 6,2-9.28-7,7

Ps. 103,1-7

Hallel: Ps. 115

3e van de 40 dagen

Ps. 25,15-16 (Ezech. 36,23.25-26)

Ex. 3,1-8a.13-15

Ps. 103,1-4.6-8.11

1 Kor. 10,1-6.10-12

Luc. 13,1-9

Oculi

Ps. 25,15-16; LB Ps. 25:7,8,9,10

Ex. 34,1-10

LB Ps. 9:1,2,9,10

Ef. 5,1-9

Luc. 11,14-28

Gz 17

 


Het klassieke rooster (ELD) kent een heel andere set lezingen, er zijn geen overeenkomsten. Het 'oculi-thema' uit Psalm 25 laat zich niet meer vinden. Psalm 103 als antwoordpsalm en Lucas 13,1-9 zijn identiek in OLM en OL. Het GL (volgens de PKN, de oud-katholieken lezen deze dag Exodus 3,1-15) plaatst Exodus 6 als oudtestamentische lezing; deze valt precies samen met het alternatief uit het OL. Hier wordt namelijk vanaf de derde zondag voor Aswoensdag tot en met Pinksteren Exodus 1-24 gelezen, zó, dat met Pasen Exodus 14 en 15 aan de beurt zijn. De epistellezing verschilt ook; het GL (PKN en OKK) kozen voor Romeinen 5. Typerend voor het OL is ook, dat de Hallelpsalmen, ter voorbereiding op het Paasfeest, al in de Veertigdagen worden meegenomen, elke week één. 

Sterke en zwakke punten

Botsende uitgangspunten

Het Oecumenisch Leesrooster combineert een aantal uitgangspunten. Het ene is dat van de bijbellezing in de kerkdienst als basis voor de preek, uit de kerken van calvinistische achtergrond. Alleen dát werd in de oude gang van gelezen waar de predikant in de preek ook 'iets mee doet'. Kerkgangers verwachten een preek die het gelezen schriftgedeelte uitlegt. Goede exegese, concretisering naar het dagelijks leven, een doorleefde spiritualiteit als het kan... Gezien met dit verwachtingspatroon zijn drie heel verschillende lezingen wel veel.

Het andere uitgangspunt gaat uit van de lezing als verkondiging. In de katholieke traditie, zoals die in de rooms-katholieke, oud-katholieke, en ook de evangelisch-lutherse traditie leeft mag de schrift op zich staan, en volgt een homilie die gedachten aanreikt, natuurlijk niet zonder exegese, maar met een andere vorm van doordenking.

Beide uitgangspunten raken elkaar in de onvrede met de praktijk van voor 1960. Graag willen ze in beide gevallen dat er méér van de Schrift tot klinken komt. In de katholieke lijn is die wens beantwoord door van een jaarrooster naar een driejaar-rooster over te stappen, waardoor (grofweg) 3x3x55 lezingen klinken, in plaats van 3 of 2x55. In de opzet van het Oecumenisch Leesrooster gingen er nog veel meer schriftgedeelten open. Interessant om te zien dat in de lutherse kerk van Duitsland, waar het klassieke jaarrooster gehandhaafd wordt, de voorganger aan het begin van de preek een vierde tekst leest, de 'Predigttext', volgens een ander, zesjarig rooster. Juist in een tijd van ontkerkelijking, zo lijkt het, zoeken kerken naar wegen om de Bijbel beter te leren kennen tijdens de zondagse viering. Daarmee wordt aan die viering wel een hoge eis gesteld!

Botsende roosters

Een compromis sluiten, over wat te lezen in de kerkdienst van de zondag, is onmogelijk. Je leest óf het een, óf het ander. Je volgt óf het klassieke jaar, met de klassieke zondagsnamen, óf je zet het jaar opnieuw op, bijvoorbeeld in een cyclus van drie jaar, of door regelmatig series lezingen uit minder bekende boeken voorop te stellen. Roosters botsen dan. Die pijn ervaren pastors ter plaatse, die in een oecumenische setting een knoop moeten doorhakken. Het voordeel van dit nadeel is wél dat er een gesprek op gang komt over het waarom en hoe van lezen in de kerk, juist deze zondag; een goede zaak, mits er kennis voorhanden is.

Om dezelfde reden bleef het OL in zijn verspreiding beperkt tot het Nederlandse taalgebied. Wel zijn er contacten geweest met kerken elders, zoals in Indonesië, Duitsland, die ontevreden waren over hun eigen situatie en zich graag door het OL lieten inspireren. Of het daarna ook tot overname kwam is een andere vraag, daar is de Raad van Kerken in elk geval niets van bekend.

Volgen van de tijd

Het leesrooster in de orthodoxe traditie is heel oud, ouder nog dan het Lectionarium dat tot het Tweede Vaticaans Concilie heerste. Je ziet aan de keuze van de lezingen in die verzameling de ontstaanstijd af. Ook het OLM, uit de jaren 1960 en 1970, laat zich dateren. Alle wat mythische lezingen uit de evangelieën (de vis met de munt in de bek, bijvoorbeeld, Matteüs 17,27, de kinderen met hun engel, Matteüs 18,10) bleven achterwege, het Johannesevangelie moet het doen met losse lezingen verspreid over drie jaar. Het was de tijd van de nieuwe moraal, van handelen, niet van de meer innerlijk gerichte aandacht die rond de Millenniumwisseling aandacht zou vragen.

Bij het werken aan het Oecumenisch Leesrooster merken we voortdurend hoe met het verstrijken van de tijd ook de vragen aan de schrift zich anders gaan stellen. Aandacht voor Hooglied sloot aan bij de vraag naar een meer geestelijke, mystieke manier van bijbbellezing; lezen uit Prediker correspondeerde met de vraag naar wijsheid; meer 'Paulus' hing samen met de ontdekking dat die man, in de jaren 1970 als autoritaire vader aan de kant gezet, veel te delen heeft.

Er zijn in Nederland enkele kerken waar men de vraag naar actualisering van het rooster zo serieus neemt, dat men zelf ieder jaar een eigen rooster maakt. De grote meerderheid van kerken laat dit soort beslissingen toch graag aan een 'hogere instantie' over, al was het maar om daarmee wat van de katholiciteit van de kerk te ervaren. Het heeft zijn voordelen als die hogere instantie, zoals in het geval van het Oecumenisch Leesrooster, zelf ook geen rooster in beton gegoten voor tientallen jaren vastlegt, maar steeds een aantal jaren op de zaken vooruitloopt. Zo zou de tijd zowel gevat als gevormd kunnen worden.

In de praktijk

Wie gebruikt dit rooster nu eigenlijk? Is het wel oecumenisch, of toch vooral protestants?

Die vraag kent twee antwoorden. Het kost de redactie van 'De Eerste Dag' nooit moeite om schrijvers te vinden uit de brede oecumene. Exegeten, liturgen en anderen uit rooms- en oud-katholieke kring, luthers of vrij-evangelisch, werken graag mee. Ze voelen zich uitgedaagd om voor iedere zondag opnieuw weer bruikbaar materiaal te maken.

Het gebruik in de praktijk van de vieringen kent echter wel degelijk een zwaartepunt bij de gemeenten van de Protestantse Kerk Nederland, en van de vele plaatsen waar eredienst gevierd wordt in oecumenisch verband. In ziekenhuizen en andere instellingen van gezondheidszorg, justitie, defensie, geeft het vaak een leidraad. De richtlijnen binnen de rooms-katholieke kerk verplichten het volgen van het OLM bij het vieren van de mis; voor woord- en gebedsdiensten ligt dat anders, en zo komt het rooster juist vaak in niet-eucharistische vieringen aan bod.

Een grote groep gebruikers van het rooster heeft een abonnement op 'De Eerste Dag'; het aantal abonnees blijft al meer dan tien jaar constant. Ook een internetdiscussieforum, 'leesrooster', bij Yahoo, trekt al jaren een grote groep bezoekers, en kent elke maand tussen de 125 en 300 inzendingen, varierend van vragen naar toepasselijke liederen tot specifieke opmerkingen over de vertaling van en Hebreeuws of Grieks woord. Te oordelen naar de gestelde vragen en gemaakte opmerkingen is een breed kerkelijk spectrum betrokken, naar 'geestelijke ligging' zowel als naar opleiding en geografische spreiding. De schatting op grond van een en ander is, dat het rooster in ongeveer 2000 'vierplaatsen', kerken en kapellen, in Nederland gevolgd wordt. Alleen al door de ontstaansgrond en de wijze van samenstelling stelt het zo duidelijk 'oecumene' present, op zeer uiteenlopende plaatsen. En zo gaat ook de Bijbel open, op vele manieren, gesteund door zeer divers en rijk materiaal.[2]

Roel A. Bosch is sinds 1998 eindredacteur van De Eerste Dag, handreiking bij de jaarorde van de Raad van Kerken in Nederland. Als lid van de Sectie Eredienst van de Raad van Kerken was hij vanaf 1992 betrokken bij de vaststelling van het oecumenisch leesrooster, dat toen door Dirk Monshouwer werd samengesteld. Vanaf 2002 was hij drie maal voorzitter van de commissie die het rooster samenstelde. 


[1]             Zo op de 24e door het jaar/ 13e van de zomer van het A-jaar, waar Jezus Sirach 27:30-28,7, een tekst over wrok, vervangen werd door Exodus 32:7-14, dit naast de lezing uit Matteüs 18:21-35.
[2]             Het 'Oecumenisch Leesrooster' wordt gepubliceerd door Boekencentrum Zoetermeer en Uitgeverij Kwintessens/NZV in Amersfoort. Op de website van de Raad van Kerken in Nederland zijn de lezingen ook te vinden, www.raadvankerken.nl , onder vieren, leesrooster. De uitgave 'De Eerste Dag' verschijnt onder auspiciën van de Raad van Kerken in Nederland; het bevat flankerend materiaal, geschreven door een zestigtal auteurs jaarlijks.

Raad van Kerken in Nederland
Koningin Wilhelminalaan 3
3818 HN AMERSFOORT

Facebook Twitter LinkedIn
phone033-4633844
emailrvk@raadvankerken.nl