Seksueel misbruik in pastorale relaties : preeksuggestie

bij Lucas 4: 1-13

De Raad van Kerken vraagt de gemeenten en parochies van de lidkerken om op de eerste zondag van de veertigdagentijd, zondag 10 maart 2019, aandacht te besteden aan seksueel misbruik in pastorale relaties. In het bijzonder vraagt de Raad om te bidden voor hen die slachtoffer zijn geworden van deze vorm van misbruik.

De beraadgroep Geloven en kerkelijke gemeenschap van de Raad was bij dit besluit nauw betrokken, en biedt voorgangers hierbij enkele gedachten en gezichtspunten aan voor de preek. Het ligt misschien niet voor de hand dit thema centraal te stellen in de verkondiging, maar de Evangelielezing volgens het oecumenisch leesrooster biedt wel aanknopingspunten om er in de preek enige aandacht aan te besteden.

In Lucas 4 gaat het over de beproeving van Jezus in de woestijn: Jezus wordt op de proef gesteld. Dit is het begin van zijn optreden, en daarmee ook het begin van de weg naar Pasen, zijn Pascha. Die weg wordt bepaald door de Geest. Lucas legt daarop meer nadruk dan Mattheüs en zeker Marcus (tot tweemaal toe in vers 1; vgl. Luc. 3:21 en 4:14, 18). Door de Geest geleid worden sluit echter de beproeving niet uit maar in.

Protestanten spreken vanouds over de verzoeking, katholieken over de bekoring. Dat laatste woord (bekoring, bekoorlijk) suggereert in onze taal van nu dat je je tot iets, tot iemand aangetrokken kunt voelen, misschien verliefd wordt. Dat klinkt positief, maar het kan ten onrechte vergoelijkend uitwerken. De vraag blijft hoe je kiest: je moet erop ingaan, eraan toegeven – of niet! Dat vraagt om keuzes. In het Griekse woord peirasmos is van enige positieve associatie in elk geval geen sprake. Ook de rooms-katholieke Willibrordvertaling vertaalt met 'op de proef gesteld'.

Bij seksueel misbruik gaat het om een persoonlijke keuze van de dader, en daarmee om de persoonlijke spiritualiteit van de ambtsdrager, ‘wiens enige wapen het vervuld zijn van Gods Geest is’ (naar Thomas á Kempis). Het is die Geest die niet alleen Jezus uitdrijft naar de woestijn, maar die ook met ons mee gaat, ons de weg wijst (vgl. Joh. 16:13) en kracht geeft (Hand. 1:7). Jezus was en bleef door alles heen Gods Zoon. De liefde van en tot zijn Vader was sterker dan de macht van de verzoeking.
Geleid worden door de Geest van Jezus geeft hoop, dat het goed komt met zwakke mensen. De voortdurende verbinding van met de Heilige Geest die Jezus kenmerkt en waaraan hij vasthoudt, is ook vandaag van belang voor iedereen in posities van kerkelijke verantwoordelijkheid. Als ambtsdragers zich zo ernstig misgaan, kan men terecht de vraag stellen welke rol een dergelijke spiritualiteit nog speelt in hun beleving en vervulling van het ambt. Hier ligt een vraag die allen, ambtsdragers en andere gelovigen, te denken moet geven.

De beproeving kenmerkt het geheel van de veertig dagen (vs. 1-2), maar culmineert in een drievoudige beproeving, die van de honger, die van de macht en die van de schijn-vroomheid. Vanuit het perspectief van seksueel misbruik is vooral de tweede beproeving veelzeggend. Terwijl de eerste en de derde verzoeking nog beginnen met ‘als je Gods Zoon bent’, wordt bij de tweede verzoeking zelfs de schijn van vroomheid of toewijding onmogelijk. Zeker, seksueel misbruik heeft te maken met menselijke kwetsbaarheid en behoeften (eerste beproeving), en kan worden goedgepraat in vrome taal (derde beproeving). Maar bij seksueel misbruik in de kerk staat de ongelijkheid in macht centraal: mensen met een kerkelijke opdracht, veelal ambtsdragers, maken misbruik van de afhankelijke positie van anderen. Dit is bij uitstek een duivelse verleiding, de rechtstreekse en bewuste capitulatie voor de macht van het kwaad. Als de liefde plaatsmaakt voor de macht, raak je jezelf én God kwijt. Machtsmisbruik is de ultieme ontkenning van de liefde.

Primair een relatie leggen met de eerste beproeving (het té centraal stellen van een lichamelijke behoefte, in casu seks) kan leiden tot een onderschatting van de problematiek. Wel laat de eerste beproeving al zien wat de kern is van elke beproeving. De duivel probeert de goddelijke natuur van Jezus los te maken van zijn menselijke verlangens. ‘Als u Gods Zoon bent…’ is een aanval op zijn verbinding met God. C.S. Lewis stelde over de mens: ‘de mens is een ziel, en heeft een lichaam’. Ieder mens heeft een verbinding met God. Maak je jezelf los van God, dan gaat het mis. Seksueel misbruik is ook: mensen maken Gods bedoeling met seks los van Gods heilige wil. Wie het antwoord van Jezus hoort – ‘De mens leeft niet alleen van brood alleen’ – en de Schriften kent, weet hoe Deuteronomium 8:3 verder gaat: ‘een mens leeft van alles wat de mond van de HEER voortbrengt’. (vgl. Matth. 4: 4). De diepste betekenis van een mensenleven ligt niet in het lichamelijke, maar in zijn ziel en zijn verbinding met God (vgl. ook 1 Kor.6: 19,20), zoals die in de Thora handen en voeten krijgt (vgl. Deut. 5: 6-21, de oudtestamentische lezing volgens het oecumenisch leesrooster).

De derde beproeving is die van de passiviteit, de ontkenning van de eigen verantwoordelijkheid, misschien wel in een bijna heldhaftig aandoende vroomheid. Maar het is uiteindelijk niets anders dan God voor je karretje spannen, en daarmee de ultieme ontkenning van wat geloven is, leven bij het Woord dat in je hart is (vgl. Rom. 10: 8-13, de epistellezing). In de kerk is dit wel heel verleidelijk, en het speelt een rol in de problematiek van seksueel misbruik. Hoe verleidelijk is het gebleken voor kerkelijke gezagdragers om géén verantwoordelijkheid te nemen voor misbruik dat onder hun verantwoordelijkheid heeft plaatsgevonden. Liever toedekken, geen gedoe. En daarmee ook zelf niet ter discussie staan, maar de eigen gerespecteerde kerkelijke positie overeind houden. Slachtoffers staan daarmee eens te meer in de kou, beschadigd door het misbruik zelf en ook nog eens in de steek gelaten door wie voor hen had kunnen opkomen. En dat alles met goed klinkende, soms zelfs vrome argumenten.

Drie kwesties raken hier de kern van de menselijke natuur en de menselijke geschiedenis. De kwestie van het brood, dat gaat om het manipuleren van de onstilbare gewone, dagelijkse, natuurlijke verlangens van de mens. De kwestie van het wonder, dat inspeelt op de neiging tot bewondering, het prestige, en de zucht naar bedwelming en vlucht. En de kwestie van de macht, dat gaat om het als maar meer en groter.
Daar tegenover staat de weigering van Christus, die niet met brood de genegenheid van mensen wil kopen of met een wonder hun beoordelings¬vermogen en geweten wil verblinden of met macht bijeen wil brengen en een eenheid wil smeden. Hij respecteert de vrijheid en weet dat dat respect nodig is voor liefde. Voor Hem is maar één ding belangrijk: heb ontzag voor God en gehoorzaam Hem. Hij leeft in die vrijheid, wil niet geknecht worden door het kwaad en God niet verzoeken.

Februari/maart 2019
Beraadgroep Geloven en Kerkelijke Gemeenschap

Afbeelding: De verzoeking van Christus, 12de-eeuws mozaïek in de Basiliek van San Marco (Venetië).

Raad van Kerken in Nederland
Koningin Wilhelminalaan 3
3818 HN AMERSFOORT

Facebook Twitter LinkedIn
phone033-4633844
emailrvk@raadvankerken.nl