Vertrouwen op de heilige Geest

Tijdens het 50-jarig jubileum van de Raad van Kerken heeft mgr. Herman Woorts een tekst gepresenteerd, opgesteld door mgr. Hans van den Hende, referent voor de oecumene en voorzitter van de bisschoppenconferentie. Hieronder deze tekst. 

Korte voordracht bij jubileum Raad van kerken in Nederland
Pinksteren, 21 mei 2018


Vertrouwen op de heilige Geest


Jubileum markeren

Vandaag mogen wij in Amersfoort het vijftigjarig bestaan markeren van de raad van kerken in Nederland: 1968-2018. Vanaf het begin in 1968 is de RKK in Nederland als lid betrokken bij de raad van kerken op nationaal niveau.
Vijftig jaar is in het licht van de kerkgeschiedenis geen lange tijdspanne. Echter, wanneer je deze periode van een halve eeuw beziet in de context van een mensenleven of wanneer je ernaar kijkt met de invalshoek van verschillende generaties die elkaar opvolgen, dan is vijftig jaar op weg zijn in de oecumene toch wel een aanzienlijke tijd en de viering ervan een mijnpaal.

Op het feest van de heilige Geest

De markering van het vijftigjarig bestaan van de raad van kerken in Nederland vindt plaats op Pinksteren. Dat heeft te maken met de overtuiging dat we de waarachtige voortgang van de oecumene verbinden met het werk van de heilige Geest.

Het Tweede Vaticaans Concilie spreekt in 1964, in het decreet Unitatis Redintegratio, over de oecumenische beweging als een geestelijk proces, onder ingeving van de genade van de heilige Geest (1). In deze geest stelt het Oecumenisch Directorium van de pauselijke raad voor de bevordering van de eenheid van de christenen in 1993: “De oecumenische beweging is een genade van God, geschonken door de Vader in antwoord op het gebed van Jezus en de smeekbeden van de kerk die haar door de heilige Geest worden ingegeven”(2)

De oecumenische beweging is verbonden met de werking van de heilige Geest. Unitatis Redintegratio uit 1964 en de Charta Oecumenica uit 2001 (over de samenwerking van kerken in Europa) onderstrepen beide de opdracht van Efeziers 4, 3-4: “Beijvert u de eenheid des Geestes te behouden door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals ook gij geroepen zijt tot een en dezelfde hoop waarvoor Gods roeping borg staat. Één Heer, één geloof en één doop” (3)
Dat de viering van het gouden jubileum van de raad van kerken in Nederland aansluiting zoekt bij het feest van Pinksteren en dat de oecumenische beweging open wil staan voor de gaven van de heilige Geest, is geen vondst van een organiserend comité maar op basis van de overtuiging dat de oecumenische beweging alleen vrucht kan dragen en voortgang kan maken in kracht van de heilige Geest.

De tekst van de preambule van de raad van kerken in Nederland spreekt de intentie uit dat in gezamenlijkheid gestreefd wordt om de roeping tot eenheid te vervullen tot eer van de ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest.

Om als raad van kerken in gezamenlijkheid eer te kunnen brengen aan de drie-ene God, is de bijstand van de heilige Geest noodzakelijk. Immers, het is de heilige Geest die ons alles leert en alles in herinnering brengt wat de Zoon ons gezegd heeft (Johannes 16, 26) en het is de heilige Geest die ons doet uitroepen: ‘Abba Vader’ (Romeinen 8, 15).

Dialoog in kracht van de heilige Geest

Waar het gaat om de oecumenische samenwerking in de raad van kerken dan is daarin dialoog een centraal begrip. Dialoog in het kader van de oecumene betreft dit echter niet alleen het gesprek tussen kerken en tussen kerkmensen. Het gaat eerst en vooral ook om de dialoog van de mens met God.


De eerste dialoog die nodig is om tot vruchtbare samenwerking te komen is het gesprek tussen God en mens, d.w.z. het persoonlijk naderen van de mens tot God (met heel je hart, je verstand en al je krachten). Het gesprek met God in het gebed is nodig om tot vruchtbare oecumenische dialoog te komen tussen de lidkerken in de raad van kerken. In 1995 noemde paus Johannes Paulus II in zijn encycliek Ut Unum Sint het gebed de ziel van de oecumenische vernieuwing (4).


Vervolgens is belangrijk dat een dialoog in het kader van de oecumene tussen lidkerken bewust in kracht van de heilige Geest wordt ondernomen. Paus Franciscus schrijft in de Apostolische Exhortatie Evangelii Gaudium (2013) over de werking van de heilige Geest waar het gaat om de oecumenische dialoog: ‘Als wij werkelijk geloven in de vrije en overvloedige werking van de Geest, hoeveel kunnen wij dan nog van elkaar leren! Het gaat er niet alleen om inlichtingen te krijgen over de ander om hem beter te leren kennen, maar te oogsten wat de Geest in hen ook als een geschenk voor ons heeft gezaaid’ (5).


Een oecumenische dialoog in kracht van de heilige Geest is niet een uitwisseling die buiten de Kerk en de kerken omgaat. Immers, de elementen van heiliging en waarheid (elementen die aanwezig zijn in de afzonderlijke kerken en gemeenschappen van christenen) moeten in de dialoog aan de orde komen (6).


Paus Franciscus schrijft aangaande de gezindheid van de deelnemers aan een oecumenische dialoog: “Wij moeten er altijd aan denken dat wij pelgrims zijn en dat wij samen op pelgrimstocht zijn. Daartoe moet men zijn hart toevertrouwen aan zijn reisgenoot zonder argwaan, zonder wantrouwen, en vóór alles kijken naar wat wij zoeken” (7).


Het was paus Paulus VI die reeds in 1964 in zijn encycliek Ecclesiam Suam een pleidooi hield voor een gezindheid en praktijk gekenmerkt door dialoog. Paus Johannes Paulus II spreekt -in navolging van zijn voorganger paus Paulus VI- over de oecumenische dialoog niet alleen als een uitwisseling van ideeen, maar vooral als een uitwisseling van gaven (8).


De oecumenische dialoog heeft ook de werking van een gewetensonderzoek. Dit betekent dat wij in de gezamenlijke dialoog de zonde van verdeeldheid op het spoor komen en overtuigd moeten zijn van de noodzaak tot bekering (9). Onder verwijzing naar paus Paulus VI, spreekt Johannes Paulus II over een dialoog van bekering, een heilsdialoog (10).


Paus Johannes Paulus voegt toe dat “de volledige communio tot stand moeten komen door de aanvaarding van de volle waarheid waarheen de heilige Geest de volgelingen van Christus leidt. Iedere vorm van reductionisme of gemakkelijk ‘concordisme’ moet worden vermeden. Men dient ernstige vraagstukken op te lossen, want anders zouden ze in dezelfde vorm of in een andere gedaante op een ander ogenblik weer opduiken” (11).


Vertrouwen op de heilige Geest


De samenwerking in de raad van kerken in Nederland laat echt een gedeeld vertrouwen zien in de werking van de heilige Geest. We mogen zonder meer samen constateren dat het vertrouwen in de Geest aanwezig is in de raad, in de loop van de afgelopen vijftig jaar.


Waar het gaat om de werking van heilige Geest in de raad van kerken, is het wel belangrijk dat we in het kader van de oecumenische beweging inzetten op méér dan een eenzijdige interpretatie van de geestes-gave van verstand. Onze oecumenische dialoog is niet een intellectuele samenwerking die door spitsvondigheid en relativering automatisch tot conclusies leidt.

Vertrouwen op de heilige Geest vraagt dat wij in de oecumene oog hebben voor álle gaven van de heilige Geest en dat we ook daadwerkelijk alle gaven gebruiken in de oecumenische samenwerking, en meer nog, dat we in de raad van kerken de vruchten van de heilige Geest onderkennen, juist ook wanneer dialoog taai is of lange adem vraagt.


Naast de gaven van de Geest wil ik uitdrukkelijk ook de vruchten van de Geest noemen, ontleend aan de brief aan de Galaten. Van harte noem ik vandaag die vruchten van Gods Geest als gave en basis om als raad van kerken in Nederland vertrouwvol verder te gaan op de weg van oecumenische dialoog en samenwerking: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid (12).


Ik bid dat de raad van kerken haar toekomst in het streven naar eenheid blijft zoeken en vinden in een volledig vertrouwen op de Trooster en de Helper, de Geest van de waarheid, die ons de lange adem schenkt die we nodig hebben als christenen, op onze gezamenlijke weg van bekering, verzoening en eenheid, tot eer van de drie-ene God.


+ J. van den Hende






Foto's: 
1. Mgr. Herman Woorts, die de tekst heeft gepresenteerd tijdens de viering van het jubileum van de Raad in de Joriskerk in Amersfoort. 
2. Mgr. Hans van den Hende, die de tekst heeft geschreven.

Noten: 

1. Tweede Vaticaans Concilie, Unitatis Redintegratio, decreet over de katholieke deelname aan de oecumenische beweging (1964) n. 4
2. Pauselijke Raad voor de Bevordering van de Eenheid der Christenen, Oecumenisch Directorium, Richtlijnen voor de toepassing van de beginselen en normen inzake de oecumenische beweging (1993). Nederlandse vertaling: SRKK, kerkelijke documentatie (1993) 290-353, n. 22
3. Unitatis Redintegratio n. 2; Conferentie Europese kerken (CEC) en Raad Europese Bisschoppenconferenties (CCEE), Charta Oecumenica, handvest voor de groeiende samenwerking van de kerken in Europa (22 april 2001) hoofdstuk I
4. Paus Johannes Paulus II, Encycliek Ut Unum Sint (1995) art. 28. Nederlandse vertaling in: SRKK, kerkelijke documentatie (1995) 292-360
5. Paus Franciscus, Apostolische exhortatie Evangelii Gaudium (2013) art 246. Nederlandse vertaling in: SRKK, kerkelijke documentatie 2014/1
6. Lutherse Wereldfederatie en Pauselijke Raad voor de Eenheid van de Christenen, From Conflict to Communion (2013) art 27. Nederlandse vertaling: Katholieke Vereniging voor Oecumene, Van Conflict naar Gemeenschap (2016)
7. Paus Franciscus, Evangelii Gaudium art 244
8. Johannes Paulus II, Ut Unum Sint art. 28, citerend uit encycliek van Paulus VI Ecclesiam Suam
9. Johannes Paulus II, Ut Unum Sint art. 34
10. Johannes Paulus II, Ut Unum Sint art. 35, tevens verwijzing naar Ecclesiam Suam, III
11. Johannes Paulus II, Ut Unum Sint art. 36
12. Galaten 5, 19-23



Raad van Kerken in Nederland
Koningin Wilhelminalaan 3
3818 HN AMERSFOORT

Facebook Twitter LinkedIn
phone033-4633844
emailrvk@raadvankerken.nl