PDF PDF Print

Achtergrondinformatie

 DE OECUMENISCHE SITUATIE IN ZUID-AFRIKA

Het materiaal voor de Week van gebed voor de eenheid 2007 komt uit Zuid-Afrika. Een oecumenische groep uit Umlazi bij de stad Durban heeft de teksten samengesteld. Daarom wordt hier enige achtergrondinformatie gegeven over de oecumenische situatie in Zuid-Afrika. De eerste paragraaf gaat over de oecumenische relaties in Zuid-Afrika. De tweede richt de focus op de township van Umlazi en beschrijft de immense uitdagingen waar mensen daar mee geconfronteerd worden. De tekst besluit met een meer persoonlijk relaas van kerkleiders in Umlazi over de vitaliteit van de oecumenische samenwerking. Deze beschrijving van de Zuid-Afrikaanse oecumenische situatie is, zoals eerder gemeld, voorbereid door een oecumenische werkgroep uit Umlazi en wordt onder haar verantwoordelijkheid gepubliceerd.

1. De kerken in Zuid-Afrika

 
In hedendaagse discussies, of het nu gaat over economie, onderwijs of theologie, wordt in Zuid-Afrika steevast onderscheid gemaakt tussen de periode 'vóór 1994' en 'na 1994'. Het is een diepe realiteit die het hele leven doortrekt. De kerk is daarvan niet uitgezonderd. Vóór 1994 was de missie van de kerken helder. De strijd tegen een onrechtvaardig regime, de discriminerende wetgeving en de praktijk van apartheid lieten weinig tijd over voor andere zaken. Met de toelating van bevrijdingsbewegingen, de vrijlating uit de gevangenis van politieke leiders, de afschaffing van de apartheid en de verkiezing van een democratische regering, hadden de kerken plotseling geen duidelijk doel meer. Sindsdien hebben ze daarmee geworsteld.

Globaal gezien vallen de kerken in Zuid-Afrika uiteen in twee groepen: 1. de kerken van Europese origine (meestal Protestantse kerken, maar ook de Rooms-Katholieke Kerk en de numeriek veel kleinere Orthodoxe en Koptische Kerken) en 2. de kerken die in Afrika zelf zijn ontstaan. Behalve deze twee grotere groepen is er een klein maar belangrijk cluster van kerken, meer pentecostal van aard, ontstaan in de Verenigde Staten van Amerika. Met uitzondering van de Kerk van Engeland in Zuid-Afrika, de Duitse Evangelisch-Lutherse Kerk en de Baptische Unie zijn alle in Europa ontstane kerken lid van de Zuid-Afrikaanse Raad van Kerken (SACC). Sinds de komst van de democratie in 1994 is ook een aantal van de in Afrika ontstane kerken lid geworden van de SACC (met uitzondering van de Zionistische Christelijke Kerk en de Shembre Kerk die beide een groot aantal leden hebben).

Een aantal lidkerken van de SACC (Methodisten, Gereformeerden, Anglicanen en Verenigde Congregationalistische kerken) is ook lid van de Commissie voor Kerkelijke Eenheid. Deze Commissie heeft enkele belangrijke overeenkomsten tot stand gebracht met betrekking tot de volledige erkenning van elkaars doop en de eucharistische praktijk en de volledige erkenning van elkaars ambten. Over het bisschopsambt of de taak van toezicht wordt nog gesproken.

Het is ironisch dat hoewel meer kerken formeel lid geworden zijn van de oecumenische beweging in Zuid-Afrika, de doelstelling op nationaal niveau vager geworden is. Dat wil niet zeggen dat er geen onderwerpen zijn die om aandacht schreeuwen. HIV/AIDS is een zaak die het leven van iedereen in Zuid-Afrika raakt. Maar er is geen gezamenlijke doelstelling in de wijze waarop deze pandemie moet worden aangepakt. De werkeloosheid is heel erg hoog, maar in de kerken (en evenmin binnen de regerende partij) is er geen overeenstemming over de aanpak van deze crisis. Het geweld op alle niveaus van leven, vooral tegen vrouwen en meisjes, is een voortdurend probleem waar kerken gezamenlijk tegen moeten optreden. Maar dat gebeurt te weinig.

Als dit het hele beeld zou zijn, zou het er inderdaad slecht uitzien. Gelukkig is er ook een andere kant van het verhaal. In tegenstelling tot veel plaatsen in de (over-)ontwikkelde wereld, zijn de kerken van Zuid-Afrika groot en vitaal. Op lokaal gebied wordt er veel ondernomen tegen armoede en ziekten (in het bijzonder ziekten die met AIDS te maken hebben) en op het gebied van onderwijs. Er zijn veel inspirerende en hartverwarmende verhalen, zoals bijvoorbeeld van een lokale gemeenschap die zorg draagt voor aan huis gebonden aids-patiënten, een kleine vrouwengroep die zorgt voor naschoolse opvang van wezen, vrouwen die een groentetuinproject of een werkplaats voor het maken van sieraden hebben opgezet. Misschien is dit wel de weg die kerken nu moeten gaan - geen nationale projecten, maar kleinschalige, lokale initiatieven, vaak oecumenisch -, die het Rijk van God tot realiteit maken en de stilte van armoede, ziekte, geweld en hopeloosheid doorbreken.

2. De situatie in Umlazi, Bhekithemba en de omgeving

 
In 1950 nam de apartheidsregering van Zuid-Afrika de Group Areas Act aan. Met deze wet werd een fysieke scheiding tussen volkeren afgedwongen door verschillende woongebieden voor verschillende rassen te creëren. Meer dan 3 miljoen mensen moesten onder dwang verhuizen. Zo werden townships opgericht, waar de zwarte meerderheid van de bevolking in overbevolkte gebieden leefde in arme behuizing met slechte medische voorzieningen en slechte scholen en met een beperkte werkgelegenheid. Umlazi was oorspronkelijk zo'n township.

In de nasleep van de apartheid vormen de erfenis van het racisme, werkeloosheid en armoede enorme uitdagingen voor de mensen van Umlazi. Met meer dan 40% van de bevolking die werkeloos is en vele anderen die net genoeg kunnen verdienen om hun familie te onderhouden, zijn er weinig mogelijkheden om de township te verlaten. Umlazi en de omringende regio heeft een bevolking van 750.000 mensen, toch is er maar weinig infrastructuur; er zijn geen mogelijkheden voor recreatie - zelfs geen voetbalveld, geen bioscoop; er is nog steeds een gebrek aan scholen, medische klinieken en goede huizen. Toch zijn de vroegere 'townships' niet de armste gebieden van Zuid-Afrika; dat zijn de rurale gebieden waar weinig ontwikkeling is en mensen zich ongeorganiseerd gevestigd hebben in wat vroeger 'squatter camps' heetten - veelal aan de randen van grote steden in het land.

De situatie van armoede en werkeloosheid leidt tot een toename van criminaliteit en problemen van misbruik in families en gemeenschappen. Maar het grootste probleem waar de mensen van Umlazi mee te kampen hebben, is momenteel de HIV/AIDS pandemie. Naar schatting is meer dan 50% van de bewoners geïnfecteerd met het virus. Omdat veel mensen niet daarop zijn onderzocht, is het onmogelijk om precies aan te geven hoe ver deze pandemie zich heeft verspreid; maar het is een overstelpende realiteit. Iedereen in deze gebieden wordt getroffen door AIDS. Meer dan 10% van de baby's in de regio wordt met het virus geboren; velen sterven in het eerste levensjaar. De bevolking tussen de 14 en 40 jaar is gedecimeerd. Veel kinderen zijn wezen en leven op straat, terwijl andere bij hun grootouders leven.

Individuele personen, families en kerken kunnen de problemen van werkeloosheid, armoede, criminaliteit, misbruik van vrouwen en kinderen en AIDS niet alleen aan. Deze problemen zijn te groot voor een verdeelde kerk. Deze situatie bepaalt de agenda voor de oecumene. Zoals de Zulu's zeggen: 'je loopt niet voorbij als iemand een huis aan het bouwen is zonder te helpen!' De apartheid doorbrak de barrières tussen de kerken, op lokaal gebied doet AIDS nu hetzelfde.

Kerken in Umlazi en in andere townships hebben zich ingezet voor de oprichting van klinieken en hebben programma's voor thuiszorg opgezet, waardoor vrijwilligers getraind worden om zorg te verlenen aan zieken en stervenden. Zij doen werk dat fysiek, emotioneel en geestelijk zwaar is, om een verschil te maken in het leven van mensen die lijden. Andere projecten zijn gericht op hulp aan wezen en andere kwetsbare kinderen of op onderwijs aan jongeren, zoals een initiatief van jongeren in Umlazi om het zwijgen over AIDS te doorbreken. De samenwerking tussen de kerken strekt zich verder uit dan hulpprogramma's en betreft ook gezamenlijk gebed, getuigenis en andere voorbeelden van een oecumene van het leven, zoals blijkt uit het verhaal van lokale kerkleiders hieronder.

3. Getuigenis van oecumenische samenwerking van kerkleiders in Umlazi


"Als verschillende kerken en ambtsdragers dienen wij het ene Volk van God. De mensen zijn: 1) bloedverwanten, 2) vrienden en collega's, 3) vormen een gemeenschap en 4) ontvangen diensten van hetzelfde stadhuis en ziekenhuis en delen dezelfde begraafplaats. Daarom zijn alle feesten en vieringen, van huwelijk, doop en belijdenis, maar ook alle begrafenisdiensten onvermijdelijk oecumenisch. Voor vele gelovigen geldt dat zij zich slechts twee uur per week op zondag ervan bewust zijn, dat zij tot verschillende kerken behoren.
Bij begrafenisdiensten, waarvan er veel gehouden worden tegenwoordig, zie je in de verschillend gekleurde kerkelijke kleding, de schoonheid van het regenboogvolk van God. De meeste mensen kennen niet of nauwelijks het verschil in opvatting tussen de verschillende kerken over de Eucharistie en het delen in de eucharistische gaven. Zij begrijpen dat er veel is wat hen bindt. Soms lijken leken in Afrika de theologie van de doop als een familieband beter te begrijpen dan de clerus en de kerken.

Leken zijn met elkaar verbonden en ontmoeten elkaar bij veel gelegenheden. Luisterend naar de media, pikken ze vanuit verschillende denominaties de gaven op van de verkondiging. Als zij voor zichzelf retraites organiseren, vragen ze niet om hun eigen leider. Ze voelen zich vrij om voor hun retraite een voorganger te vragen van iedere denominatie. Een anglicaanse parochie nodigde bijvoorbeeld onlangs een rooms-katholieke priester uit om de retraite te leiden; kort daarna werd een anglicaanse priester uitgenodigd om de retraite te leiden in de rooms-katholieke parochie. In dit voorbeeld ging het initiatief uit van leken. De pastores volgden. Mensen werken samen, ze feesten samen, ze huilen samen en ze lachen samen. Het is daarom goed dat de gaven van een gemeente of parochie met een andere gedeeld worden.

Onder de kerken in Umlazi is er veel oecumenische uitwisseling in de verkondiging, met name tussen kerken die lid zijn van de Commissie voor Kerkelijke Eenheid. Op veel plaatsen ondersteunt de ene kerk de andere in de bediening. In de toerusting van vrijwilligers bijvoorbeeld ontwikkelde een anglicaanse diaken zich tot een oecumenisch leraar. Hij bezocht verschillende christelijke gemeenschappen in de regio en deelde met anderen wat hij had geleerd. Ook zijn er bijeenkomsten van mensen die dezelfde dienst vervullen. Misdienaars van verschillende kerken bijvoorbeeld, ontmoeten elkaar een keer per jaar in een van de lokale gemeenschappen.

Het is een traditie geworden dat de dienst op Goede Vrijdag een oecumenische component heeft. Vaak is dat een processie van een kerk naar een andere. Op andere plaatsen is er een oecumenische dienst; daarna gaan mensen terug naar hun eigen kerk.

We ervaren dat de tijd dat onze broeders en zusters dr. Verwoerd's apartheid aanvaardden en die verenigden met het christendom, voorbij is. Er is geen wij en zij meer. Jaren geleden beschuldigden rooms-katholieken anglicanen van ketterij; anglicanen bekritiseerden methodisten; methodisten bekritiseerden pentecostals; en pentecostals beschuldigden rooms-katholieken en anglicanen van afgoderij. Tot vreugde van satan en tot ergernis van God. Er bestond een cirkel van beschuldigingen. Die dagen zijn voorbij!

In een recente preek tijdens een oecumenische viering zei een van onze leden: 'Ik ben een anglicaans priester, ik heb Jezus aanvaard als mijn Heer en Verlosser. Ik ken Koning Henry VIII, de stichter van de Anglicaanse Kerk, niet. Ik heb alleen tijdens een theologisch college over hem gehoord. We kunnen niet verdeeld worden door de Europese geschiedenis die we geërfd hebben. Vergeef me - ik ken Jezus - …. Hij stierf voor mij.'

God zij dank hebben we de barrières van apartheid overwonnen en is de Berlijnse muur gevallen. We groeien nu geleidelijk naar elkaar toe als kerken, in de navolging van Jezus, die bad: 'Mogen zij allen één zijn'."

 

Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design & techniek: SyncCMS