Geoliede organisatie

In het jaar 2028 zal ongeveer een kwart van de Nederlandse bevolking zich hebben aangesloten bij een kerk. Daarmee vormen de kerken tezamen de grootste en best georganiseerde levensbeschouwelijke minderheid van Nederland. Dat zei prof. dr. Hijme Stoffels, godsdienstsocioloog van de Vrije Universiteit, donderdag 20 november op een mini-symposium van de Raad van Kerken in Gouda. 

Kerken hebben een voorsprong van eeuwen, aldus Stoffels, waar het gaat om kennis van God, religieuze cultuur, moraal, zinvolle rituelen rond hoogte- en dieptepunten van het leven, hulp aan mensen die vastgelopen zijn en omzien naar anderen. 

Kerken van de toekomst zullen qua omvang overzichtelijke actieve kernen zijn met een brede rand. Een helder centrum met vloeiende grenzen, gericht op vaste klanten en toevallige passanten. De kerk ontwikkelt zich naar een dienstverlenend instituut, dat als zodanig breed gewaardeerd wordt. Kerken fungeren als behoeders en bewaarders van het geloof, plaatsvervangend voor velen, die er niet meer aan toe komen. 

Cijfers

Stoffels presenteerde cijfers van hoe de kerken zich qua ledental hebben ontwikkeld in de periode 1970 - 2006. Daaruit blijkt dat de Remonstranten 75 procent van hun leden verloren, de Doopsgezinden 72 procent, de Nederlands-Gereformeerden wonnen 16 procent, de Christelijk-Gereformeerden wonnen 7 procent, de Gereformeerde Gemeente groeide met 35 procent, de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt stegen 46 procent en de Pinkstergemeenten namen toe met 746 procent. Stoffels schreef het succes van de orthodoxe en evangelicale kerken toe aan de claim van exclusieve waarheid, de kritische houding naar de cultuur en de sociale cohesie.

Ongeveer een vijfde van de Nederlanders voelt zich verwant met de godsdienst zonder zich tot een kerk te rekenen. Zij moeten gerekend worden tot het 'christendom light'. Stoffels refereerde aan de zeventiende eeuw, toen er ook al liefhebbers van de kerk waren, die zich nauwelijks in de kerk lieten zien, maar op kritische momenten bijvoorbeeld wel bereid waren mee te betalen aan een nieuw kerkgebouw.

Ook ds. Klaas van der Kamp, algemeen secretaris van de Raad van Kerken, was uitgenodigd om de kerk in 2028 te schilderen. Hij typeerde de kerk van over twintig jaar als een kerk die besef heeft van core business, een kerk die gastvrij is en een kerk die het cement van de samenleving uitmaakt. 

Kloosterschool

Ds. Taco Smit van de Lutherse gemeente stelde dat hij in 2028 een kerk voor zich zag, die de oude kloosterfunctie weer had opgenomen. Mensen spoeden zich op zaterdag naar de kloosterschool om zich verder te laten vormen. Ds. Kees van Duin van de St. Janskerk vatte de indrukken van de toekomstige kerk samen met 'soberheid, concentratie op de hoofdtaken, gericht op relevantie van het geloof'. Ds. J.C. Hardeman van de Christelijke Gereformeerde Kerk vertelde van een ervaring met een van zijn kinderen. De jongen zei: 'In Brazilië geloof ik wel. Maar in dit land ligt dat heel anders'. 'Het is net', aldus de voorganger, 'alsof hier in de lucht hangt dat God niet bestaat'. Hij zei ook, dat het tij gemakkelijk zou kunnen keren en hij refereerde daarbij naar de financiële crisis waardoor bepaalde waarden in een mum van tijd ter discussie zijn komen te staan. 

Marina Scheijgrond - Verhulst, voorzitster van de Raad van Kerken, memoreerde in haar opening aan recente ontwikkelingen in Gouda. Afgelopen dinsdag heeft de Gereformeerde Gemeente er een nieuwe kerk geopend. Het refodome kent 1350 zitplaatsen en biedt gelegenheid om nog te worden uitgebouwd met 350 extra zitplaatsen. 

Stoffels vertelde dat hij met een onderzoeksgroep de komende tijd Gouda als onderzoeksgebied heeft. Er worden enkele aio's ingezet om het religieuze leven in de kaasstad te beschrijven. De hoogleraar meldde tenslotte nog dat men aan de VU bezig is om een bijzondere leerstoel te creëren over het thema van kerkplanting en gemeentegroei.

Foto boven: voorzitter Marina Scheijgrond - Verhulst
Foto hiernaast: prof. dr. Hijme Stoffels


Klik hier en lees de bijdrage van prof. dr. Hijme Stoffels. Lees verder voor de bijdrage van ds. Klaas van der Kamp.

Bijlage: INLEIDING VAN DS. KLAAS VAN DER  KAMP IN GOUDA

De presentatie van de Nieuwe Bijbelvertaling in 2004 was revolutionair. Christelijk Nederland bracht een boodschap in de markt waar ook geseculariseerd Nederland interesse bij had. In drie maanden zijn er 390.000 bijbels verkocht. In 1951 met de presentatie van de NBG'51 waren het er in 3 maanden 105.000. En de Statenvertaling deed er 20 jaar over om 100.000 exemplaren weg te zetten. Maar nu in een geseculariseerde tijd 390.000! Eén van de geheimen was de bedrijfskundige aanpak.

Ik noem een paar bedrijfsmatige keuzes. Er was één doel: bijbels verkopen. Er was één timing. Er was één omgevingsanalyse. Er was één focus gericht op geseculariseerde Nederlanders. De bijbel werd gepositioneerd als cultureel boek; en niet als boek voor gelovigen. De bijbelproducent ging bij Van Dale op bezoek omdat Van Dale al jaren boeken maakt voor de algemene markt. Hij vroeg: 'Hoe maken jullie boeken voor een algemene markt?' En het antwoord was: 'Het boek moet op een roman lijken. Geen verscijfers in de tekst. Een dik kaft. En grote letters op de rug 'bijbel'. Als de kinderen van geseculariseerd Nederland dan later ontsporen, kunnen de ouders naar de boekenkast wijzen en zeggen: 'Het heeft aan ons niet gelegen, want de bronnen waren beschikbaar'. Zo ontstond de literaire bijbel.

CORE BUSINESS

Er zijn opvallende cultuurverschillen tussen de zakenwereld en de kerk. Het belangrijkste is wel het besef van core business. In de kerk noemt de één zich orthodox, de ander vrijzinnig, de derde evangelicaal. Zelfs mensen in de oecumene hebben vaak een dubbele loyaliteit, voor de eenheid in Christus en voor de eigen kerk; en dat kan naar hun beleving tegenover elkaar staan. Dat was bij de zakelijke introductie van de bijbel ondenkbaar. Er was maar één missie: bijbels verkopen. 

De kerk in 2028 zal genezen zijn van deze dubbelzinnigheid. De secularisatie dwingt de christenen tot het delen van een zelfde mission statement. Het mission statement van de kerk is: Jezus Christus, een levende legende, gekruisigd en opgestaan. Of je bent in 2028 gegrepen door dat unieke karakter van het geloof, of je hebt je overgegeven aan allerlei andere vormen van zingeving. 

De leden van de Raad van Kerken in Nederland beseffen in toenemende mate dat men USP's moet inbrengen; Unique Selling Points. De stellingen die de Raad heeft uitgebracht over de financiële crisis brengen expliciete verwijzingen naar de oecumenische traditie met Goudzwaard en zijn economie van het genoeg en naar het Onze Vader en de bede 'geef ons heden ons dagelijks brood'. De Raad probeert met die verwijzingen iets kerkeigens onder woorden te brengen.

De leden van de kerk in 2028 hebben als kernbelijdenis: 'Hoor, Israël, de Heer is onze God, de Heer is één' (Deut. 6: 4). Synovate Interviews NSS publiceerde afgelopen zaterdag een onderzoek waaruit blijkt dat het besef van God alles behalve vanzelfsprekend is. Met name jonge mensen die in de grachtengordel wonen en hun atheneumdiploma hebben, zoeken naar zelfontplooiing. Slechts zeven procent verbindt die behoefte aan spiritualiteit met God. Dat doen we als kerk wel.

En we hebben er goede papieren voor. Want je kunt redelijk transparant maken dat er een externe instantie nodig is om je opvattingen te toetsen. Het is de basis van het model van Popper. Als je die toetsing van buitenaf niet via een instituut wilt laten komen, niet cultiveert, ben je slaaf van de commercie en de marketing. Dan koop je Coca Cola omdat het moet van Loekie. Dan ga je naar McDonald, omdat het Mc-icoon de nacht verlicht en je door slimme spindoctors en pr-mensen wordt geleid. Je denkt dat je uniek en individueel bent, maar de marketeers hebben je allang bij een groep ingedeeld.

GASTVRIJHEID

De kerk anno 2028 - een tweede punt - zal besef hebben van gastvrijheid. We zien wereldwijd de evangelische beweging groeien. Wat is het geheim van de evangelische beweging? Ik denk dat men de beleving centraal houdt. De evangelische beweging heeft enkele vermoeiende discussies terzijde geschoven. De discussie over psalmen of het vrije lied. De vraag over vrouwen. Allerlei formaliteiten ook.  

Die trend zal zich voortzetten. De inhoud wordt centraler. De vorm krijgt nog meer ruimte. Het is als in de geschiedenis van Israël. Er is een tijd geweest dat men God bij terebinten vereerde. Een tijd dat men hem eerde met een tabernakel. Een tijd van een tempel. Een tijd van een synagoge. De vormen wisselen elkaar af.  Zo zullen institutionele discussies minder prominent zijn. We kunnen het ons als minderheid niet meer permitteren; discussies over vrouwen, over homofielen, over islamieten. We zullen als kerk ontdekken dat het kantje boord is of we worden zelf gediscrimineerd. Het zal een nieuwe solidariteit geven. En een besef dat we reizend door een verenigd Europa afhankelijk zijn van elkaar en van de openheid naar elkaar.

We herontdekken het Oude Testament, waarin de vreemdeling ongekend veel rechten had. Hij werd betrokken bij de sabbatsviering. En na een besnijdenis mocht ie zelfs het Pascha meevieren. Hij kreeg rechten op voedsel en gastvrijheid. Levinas stelt dat de waarde van een cultuur zich bewijst in het respect dat ze opbrengt voor iemand uit een andere cultuur. De gastvrijheid is nodig om niet in een isolement te belanden, een getto.

Je bent als Jethro, die een vreemde Egyptenaar onderdak verleent. Je bent  als de hoer Rachab die vreemdelingen voorthelpt. Je bent als Ruth, die zich innestelt in een andere cultuur. Je treedt in de voetsporen van Gamaliël, die van de voor hem onbekende christelijke sekte zegt: 'Laten we afwachten en zien wat het wordt. Als het uit God is, zal God zich er over ontfermen. En als het niks is, zal 't ook geen lang leven leiden'. Je bent als menig kloosterling, die onverwachte gasten toelaat. Je bent als Zuidamerikanen en Zuidafrikanen die bezoek niet onderbrengen in een hotel, maar opnemen in het eigen huis. 

Het verhaal gaat van een groep joden. Ze zijn op reis. Ze komen in een stad vlak voor de sjebat. Ze willen niet reizen op de rustdag. Wat te doen? Ze horen dat er in de stad een rabbi woont. En ze besluiten de man op te zoeken. Hij zal hen wel onderdak verlenen. Ze kloppen op de deur. Worden binnengelaten. En vragen of ze de sjebat mogen blijven. Dat mag. 'Maar', zegt de rabbi, 'het kost je wel 350 euro'. Dat is even schrikken. Een stevige prijs. Maar ze hebben weinig keus en ze besluiten te blijven. En eerlijk is eerlijk. De rabbi toont zich daarna een vorstelijk gastheer. Hij laat uitgelezen spijzen komen. En belegen wijnen met een vol aroma. En de gasten laten het zich goed smaken. Ze betalen er tenslotte voor. Als de sjebat is afgelopen en de gasten willen vertrekken, halen ze hun geldbuidels te voorschijn. Ze willen betalen. Maar de rabbi weigert. 'Waarom hebt u ons dan aanvankelijk 350 euro gevraagd?' willen de gasten weten.
'Dat was om te voorkomen dat jullie al te terughoudend zouden zijn bij de maaltijd. Als jullie het gevoel hadden dat je er voor zou betalen, wist ik zeker, dat jullie het er ook stevig van zouden nemen'.

Die houding van de rabbi toont de voorkomendheid van een gastvrije houding. De gast maakt de man tot heer, de vrouw tot dame, het leven tot cultuur, de welwillende tot zalige. De gast haalt meer uit je. En wie weet ontdekt u dan wel, wat Abraham destijds ontdekte, toen hij enkele gasten in zijn tent ontving. Hij liet het gemeste kalf slachten. Terwijl zijn gasten het voedsel nuttigden, ontdekte Abraham: God zelf is bij mij op bezoek.

CEMENT

De kerk in 2028 - ik kom bij de derde stelling -  zal het cement van de samenleving zijn. Onderzoek van het Kaski in Rotterdam wees uit dat kerken hofleverancier zijn van het vrijwilligerswerk; 25.000 mensen, tien procent van de kerkelijk betrokkenen, bereiken 600.000 mensen. Als de vrijwilligers van de kerk zich terugtrekken vallen vele groepen voor vluchtelingen uit elkaar, houden vele vormen van mantelzorg op. De kerk is een van de weinige instellingen in de samenleving van 2028 die niet tot de one issue organisaties gerekend moet worden, zoals Greenpeace of de ANWB. De kerk maakt het cement uit van de samenleving. In bijbelse taal heet het: zout.

Ik pleit bij het cementzijn ook voor een nuchtere bedrijfskundige benadering. Ieder marketingplan begint met een omgevingsanalyse. Het valt me tot nu toe op in de kerk dat vele van onze beraadgroepen en projectgroepen daar niet zo sterk in zijn. Dan wil men iets uitbrengen en dan vraag je: wat is er al over? En men heeft het niet in beeld. En een tweede: we kijken ook sterker dan in het verleden naar de vraag: wat maakt op dit moment het verschil uit tussen leven en overleven. Kunnen we maatschappelijke vragen prioriteren? We komen bij de Raad tot twee punten: klimaat en cohesie. Dus het cement zal zich de komende jaren met name op enkele concrete prioriteiten richten. Het gaat om kairos-analyse en het belijden van het moment. Ik kan niet overzien of dat tegen die tijd nog de thema's van klimaat en samenleven met armen en moslims zal zijn. Als dat zo is, kan het niet anders of de problematiek is verhevigd.

Bij de introductievragen die u me vanuit Gouda stuurde wordt nog één punt genoemd: in hoeverre de kerk aansluiting zal zoeken bij andere groepen die zich richten op spiritualiteit en engagement.

Ik herleid het weer tot de bijbels. De bijbelorganisaties hebben bij de bijbelintroductie vele bijbels gemaakt met partners. Ik noem er een paar:
Jongerenbijbel (met EO)
Rembrandbijbel (met Rijksmuseum)
Zorgbijbel (met Reliëf)
Mijn Wereld Bijbel (met NZR)
Groot Letter Bijbel (met CBB)
Bijbel in blik (met blikfabrikant)

Let op. Steeds gaat het om de output. De bijbelorganisaties zorgen voor het hart. Zo zie ik de kerk in 2028. De kerk werkt vanuit de core business met een unieke boodschap. En zodra de kerk daarmee naar buiten treedt zoekt ze op praktische punten samenwerking. Andere organisaties leveren stenen, de kerk levert het cement. Een bescheiden bijdrage, maar wel een noodzakelijke.

 

 

Raad van Kerken in Nederland
Koningin Wilhelminalaan 5
3818 HN AMERSFOORT

Facebook Twitter LinkedIn
phone033-4633844
emailrvk@raadvankerken.nl