Deel 2 : Kerkelijkheid en geloof in Nederland

6. Kerkgangers in een gewoon weekend: ca. 1 miljoen

Terug naar de vraag aan het begin van par. 1. Hoeveel mensen gaan in Nederland in een gewoon weekend naar de kerk? Er zijn maar weinig harde gegevens. Tellen is de meest betrouwbare bron, maar dat gebeurt alleen nog in de RKK. De Ned. Herv. Kerk heeft al in de jaren ’90 de opdracht aan Kaski om op jaarlijkse (later twee-jaarlijkse) telzondagen te tellen wegbezuinigd, een kortzichtig besluit dat door de PKN niet is hersteld. Sinds 2010 bestaat wel een Statistische Jaarbrief van de PKN, maar deze bevat geen gegevens over kerkbezoek, zoals gezegd de belangrijkste indicator voor kerkelijke betrokkenheid. Kaski is voor de jaarlijkse actie Kerkbalans nog lang doorgegaan met de gegevens van vroeger te extrapoleren, en in 2009 is nog een steekproef gedaan onder 400 gemeenten, maar vanaf 2014 staat bij het aantal weekend kerkgangers van de PKN ‘onbekend’. Pijnlijk voor de op één na grootste kerk.

 

Toch is begrijpelijk dat veel rapporten bij gebrek aan beter nog steeds de deels verouderde Kaski cijfers gebruiken (m.n. de PKN), ook bv. de in par. 2 genoemde SCP publicatie van dec. 2016. Daar staat dat alleen al de RKK en de PKN in een doorsnee weekend samen ongeveer 600.000 kerkgangers tellen (p. 41, 42, en zie ook mijn voetnoot 18). En Kerkbalans zelf noemde tijdens de actie voor 2017 in een spotje het aantal van 575.000 kerkgangers per weekend in 2016. Dit betrof uiteraard alleen de kerken die aan Kerkbalans meededen.

 

Als het niet om exacte getallen gaat maar om de orde van grootte, zullen deze aantallen er niet veel naast zitten. In de PKN was in de laatste paar jaar de jaarlijkse daling volgens de Kaski schattingen een kleine 10.000. Op basis van de steekproef in 2009 (uitkomst: 396.000 in een gewoon weekend) lijkt dan een schatting van 330.000 à 350.000 kerkgangers in 2015 reëel. In de RKK werd zoals gezegd in 2015 wél geteld: in een gewoon weekend 186.700 kerkgangers. Kortom, de RKK en de PKN samen zitten al ruim boven een half miljoen.  

 

En de kerken die niet met Kerkbalans meedoen? Dat zijn de behoudend-gereformeerden, de evangelicale en pinksterkerken, de internationale (migranten)kerken, etc, waar het kerkbezoek veel en veel hoger ligt (zie voetnoot 32). Samen kennen zij meer actief betrokken kerkleden dan zowel de PKN als de RKK. Zij tellen samen dus ook in een gewoon weekend in elk geval meer kerkgangers dan de PKN (in de steekproef van 2009 bijna 400.000) en het kerkbezoek is niet of nauwelijks gedaald. In sommige kerken is het juist gegroeid, soms zo dat een tweede dienst op zondag nodig is (plus de doordeweekse samenkomsten). Joris Kregting schat voor 2015 het aantal in deze kerken op 600.000.[i] Het totaal komt dan op 1.1 miljoen.

 

Gezien de onzekerheden is een voorzichtige schatting voor het totaal ca. 1 miljoen kerkgangers in een gewoon weekend. Het zal in elk geval in die orde van grootte zijn, eerder te laag dan te hoog. Alleen nieuwe tellingen kunnen meer duidelijkheid bieden.

 

7. Kerkbezoek met kerstmis: ca. 3 miljoen

Geen cijfers in GiN en het CBS paper. Maar op hoogtijdagen dagen is het kerkbezoek veel hoger dan ‘regelmatig’. Het gaat bovendien meestal om twee diensten: de kerstnachtdienst en de kerstmorgendienst. Bij de laatste zijn ook bij de PKN en de RKK veel meer kinderen aanwezig dan in een gewone dienst. Volgens GiN gaat 23 % van de bevolking‘een hoogst enkele keer’ naar de kerk, dat zijn ruim 3 miljoen mensen van 17 en ouder (naast de 2.5 miljoen ‘regelmatig’ en ‘soms’). Daar zitten natuurlijk ook huwelijken en begrafenissen bij, maar kerstmis is ook cultureel een hoogtijdag voor veel rand- en niet-kerkelijken. Plaatselijke niet-representatieve tellingen laten met kerstmis een veel hoger kerkbezoek zien dan in een gewoon weekend. In 2014 was dit in Amsterdam in 20 kerken die meededen aan de kerst-website gemiddeld 5x zo hoog (in vijf zgn. ‘city kerken’ zelfs 10x zo hoog).[ii]

 

Gezien vroegere tellingen van Kaski en surveys in ander onderzoek, ook internationaal (o.a. European Social Survey, European Values Study), lijkt ca. 3 miljoen kerkgangers met kerstmis een redelijke schatting.[iii] Veel trouwe kerkgangers gaan naar beide diensten, maar aan de andere kant zijn in de surveys de internationale kerken (zeker de niet-westerse migranten) vermoedelijk weer ondervertegenwoordigd.

 

8. Gelovigen volgens GiN: meer dan 6 miljoen

‘Gelovigen’ zijn uiteraard een bredere categorie dan kerkleden, maar zij zijn niet duidelijk gedefinieerd. GiN 2016 stelt daarom in deel 2 ook open vragen, waarbij mensen in hun eigen woorden hun geloofsopvattingen omschrijven. GiN onderscheidt a) ‘kerkleden’, b) ‘ongebonden gelovigen’, c) ‘ongebonden spirituelen’, d) ‘seculieren’, en e) ‘niet-christelijke religies’ (zie o.a. p. 39, 40, 102 en 119). ‘Ongebonden gelovigen’ (17%) zijn mensen die zich wel gelovig noemen maar geen lid zijn van een kerk. Samen met de categorie ‘kerkleden’ (25%) vormen zij 42% van de volwassen bevolking. Dat zijn 5.8 miljoen mensen. Met jongeren erbij betekent dit aanzienlijk meer dan 6 miljoen gelovigen (grotendeels in de christelijke traditie, ook al nemen de ‘ongebonden gelovigen’ volgens GiN veelal afstand van kerkelijke vormen en traditionele geloofsvoorstellingen).Nogmaals, dit is inhoudelijk een onduidelijke categorie.Maar het aantal maakt wel duidelijk dat het in Nederland dominante beeld van ‘gelovig zijn’ als iets van het verleden niet klopt. De 10 % ‘ongebonden spirituelen’ - nog eens 1.3 miljoen, jongeren niet meegeteld - laat ik buiten beschouwing. Zij staan volgens GiN (deel 2) verder af van het christelijke geloof dan de ‘ongebonden gelovigen’.

 

Het CBS biedt geen gegevens over ‘gelovigen’ als afzonderlijke categorie. Maar als het om gelovigen in bredere zin dan de 6 miljoen christenen gaat, en dat is voor de beeldvorming over geloof nogal logisch, moeten volgens de CBS cijfers nog zeker 6% aanhangers van andere godsdiensten worden toegevoegd. Met jongeren erbij zijn dat ca. 1 miljoen andere gelovigen. Totaal dus minstens 7 miljoen gelovigen in Nederland.

 

9. Conclusies

Behalve het aantal kerkgangers met kerstmis zijn alle uitkomsten hoger dan ik had verwacht. Toch zijn ze vooral gebaseerd op cijfers die in 2016 en daarna zijn geïnterpreteerd als bevestiging van het beeld van een verdwijnend christendom. In feite heb ik niets anders gedaan dan die percentages vertalen naar aantallen en schattingen toevoegen van de niet-meegerekende jongeren. (Plus – heel terughoudend – schattingen van volwassenen die door een andere opvatting van ‘kerklidmaatschap’ wellicht buiten beeld blijven, bv. orthodoxen.) De conclusie is niet dat het wel meevalt met de teruggang van de gevestigde kerken, vooral de RKK en de PKN. Het valt niet mee. Maar wat er wel nog is, is méér dan veel mensen denken.

 

Een tweede conclusie komt voort uit de vraag is of veranderingen zoals de globalisering voldoende in beeld zijn. Klopt het bv. dat in Rotterdam en Amsterdam 10 tot 15 % van de bevolking uit christelijke migranten bestaat, westers en niet-westers? Dit gegeven is niet gebaseerd op internetpanels, maar op de jarenlange ervaring van mensen in het veld (zie voetnoot 2). Conclusie, overigens breed gedeeld: landelijk onderzoek is nodig.

 

Een derde conclusie betreft de vraag hoe je anno 2016/17 ‘kerkelijkheid’ meet. In de afgelopen decennia zijn de opvattingen over ‘kerklidmaatschap’ nogal verruimd, vooral in niet-traditionele geloofsgemeenschappen (allochtoon en autochtoon). En ook over geloofswaarheden klinken andere opvattingen. Kan wetenschappelijke consistentie – namelijk 50 jaar deels vasthouden aan dezelfde vragen – dan juist tot vertekeningen in de beeldvorming leiden? Wordt verandering te snel gezien als secularisering? (Zie ook de Bijlage, punt 10.)

 

Een vierde conclusie klonk al helemaal aan het begin: heel verwarrend voor de beeldvorming is het enorme verschil in kerkleden tussen het CBS en GiN (plus de meeste andere onderzoeken), vanwege een andere methodiek. Zie ook weer punt 2 in de Bijlage.

 

Tenslotte is natuurlijk de meest evidente conclusie dat kerk en geloof in Nederland nog altijd een belangrijk onderdeel zijn van de samenleving. Een onderdeel dat in de media, de politiek en het alledaagse gesprek om normale aandacht vraagt, ongeacht of men gelovig is of niet. De beeldvorming klopt niet met de werkelijkheid.

Beseft bv. de PvdA dat bij de verkiezingen in 2012 maar liefst 42% van zijn stemmers zichzelf gelovig noemden? En als kranten met kerstmis voornamelijk schrijven over kerstfilms, kersthits, kerstdiners en kerstmarkten, beseffen zij dan dat onder de 3 miljoen mensen die naar de kerk gaan ook een deel van hun eigen lezerspubliek zit?

 



[i] Dit cijfer is ontleend aan een niet gepubliceerde nieuwe berekening van Joris Kregting van Kaski op basis van de uitkomsten van het in voetnoot 11 genoemde LISS panel onderzoek. Voor een overzicht van de kerncijfers voor Kerkbalans, zie http://www.ru.nl/Kaski/onderzoek/cijfers-overige/ (met doorklikmogelijkheid naar de RKK cijfers). Voor de hierboven geciteerde 600.000 in een gewoon weekend van RKK en PKN verwijst SCP naar het eerdere SCP rapport ‘Verenigd in verandering’ (2014), waar op p. 153 de Kaski cijfers voor weekendkerkgangers worden gebruikt. (Met de 600.000 ‘Nederlanders’ op p. 176 van dit rapport moeten alleen de PKN en RKK kerkgangers bedoeld zijn.)

[ii] Niet gepubliceerd eigen onderzoek, met gegevens van de Raad van Kerken in Amsterdam.

[iii] Het European Social Survey rekende in 2010 met kerstmis zo’n 3.2 miljoen kerkelijke kerkgangers, dus zonder buitenkerkelijke. Kaski rekende 2.6 miljoen, ook zonder buitenkerkelijke. Volgens een onderzoek in opdracht van ‘Eén Vandaag’ was in 2013 22% van de Nederlanders van plan met kerstmis naar de kerk te gaan. Een onderzoek in opdracht van de PKN telde in 2013 ook één op de vijf. LISS telde voor 2014 25% ofwel 4.2 miljoen. Volgens Nu.nl was in 2016 26% het van plan. – Kortom, wel verschillen, maar ook hier gaat het niet om exacte getallen maar om de orde van grootte.  

Voor deel 3: klik hier

Raad van Kerken in Nederland
Koningin Wilhelminalaan 5
3818 HN AMERSFOORT

Facebook Twitter LinkedIn
phone033-4633844
emailrvk@raadvankerken.nl