Nu ik oud word - Gespreksmateriaal

Vierde levensfase

Gespreksmateriaal en liturgisch materiaal bij Oecumenische bezinning ‘Nu ik oud word'
Brochure downloaden: klik hier
THEMA: Vierde levensfase
DOEL: Het thema vierde levensfase bespreekbaar maken in de eigen kerkgemeente




Een delegatie van acht personen van de Raad van Kerken, met onder meer drs. Dirk Gudde (voorzitter van de Raad) en monseigneur Joris Vercammen (voorzitter van de kerngroep ‘Laatste levensfase’), is op 29 november op werkbezoek geweest in Hilversum. De kerkelijke delegatie wilde zich laten informeren over de vragen van zorg en afscheid van leven door mensen die dagelijks met verzorging en verpleging van veelal

oudere mensen te maken hebben. Hoe gaan zij om met zingeving in wat wel heet ‘de vierde levensfase’? Wat doen zij als ze mensen in de ogen zien voor wie de kwaliteit van leven onder druk is komen te staan? Verschillende disciplines vanuit HilverZorg namen aan het gesprek deel.

In het gesprek kwam naar voren dat er nogal wat ouderen zijn die klachten over de kerk hebben als ze in een tehuis worden opgenomen. Ze hebben het gevoel, dat de kerk hen in de steek laat. Ze missen de vertrouwde geur van de kerk uit hun jongere jaren, de aandacht, de woorden. Ze hebben behoefte om te praten met een dominee of een pastoor. Maar die is er niet. Of als hij of zij er is, neemt hij de sfeer van thuis niet met zich mee. Volgens de pastores zou de kerk kunnen bijdragen aan het bespreekbaar maken van de levensthema’s. ‘Ga gespreksgroepen opzetten, spreek over het ouder worden. Je kan daarvoor bijvoorbeeld gedichten gebruiken die dat heel goed verwoorden. Laat je niet meenemen in de dromen van autonomie, maar durf ook onderwerpen als kwetsbaarheid en afhankelijkheid in alle eerlijkheid te bespreken’.
De uitgave over de ‘Vierde levensfase’ die bij de Raad van Kerken is verschenen (maart 2018) kan worden gebruikt voor toerustingswerk in de plaatselijke parochie of gemeente. Hieronder geven we daarvoor een handreiking. U vindt gespreksvragen die kunnen worden gebruikt om met elkaar in discussie te gaan naar aanleiding van teksten in het Bulletin en de bijbel. Ook zijn er suggestie voor materiaal waarmee u zich op diverse manieren met het thema bezig kunt houden, zoals filmpjes en liederen die bij een viering kunnen worden gezongen. Wij hopen zo een bijdrage te kunnen leveren aan het bespreekbaar maken van het thema in de eigen kerkgemeente.

GESPREKSVRAGEN

Gespreksvragen bij het achtergrondartikel over Tips voor de laatste tijd - Marinus van den Berg:
•    Wat zijn uw ervaringen met stervensgevallen in uw naaste omgeving?
•    Welke tip uit het artikel van Marinus van den Berg is u het meeste bij gebleven?

Gespreksvragen bij het achtergrondartikel over Conflict van plichten – Nienke:
•    ‘Wanneer men met ouderdom veel lichamelijke gebreken ervaart, kan men niet meer ‘het goede en waardige leven’ lijden’. Bent u het hier mee eens?
•    Wat verstaat u onder een voltooid leven? Wat vindt u van de term?

Gespreksvragen bij het achtergrondartikel over Ethische kanttekeningen bij voltooid leven -  Theo Boer:
•    Theo Boer besluit zijn betoog met de opmerking dat religieuze levensbeschouwing mensen kan helpen om zin te ontdekken in moeilijke levensfasen, het kan tevens ook een stimulans zijn om het leven los te laten. Waar herkent u zich het meeste in?
•    Welk standpunt inzake hulp bij levensbeëindiging bij voltooid leven neemt u in?

Gespreksvragen bij het achtergrondartikel over ‘Alles is geschapen om te bestaan. Omgaan met de vierde levensfase vanuit Bijbels perspectief’ – Erik Borgman
•    Lees onderstaande stellingen uit het stuk van Borgman. Welke uitspraak spreekt u aan en welke niet?
‘De Catechismus heeft er oog voor dat dit de plicht impliceert tot bijzondere zorg voor het kwetsbaar en beschadigd menselijk leven.’
‘Christenen zouden volgens deze visie moeten getuigen van een taai geloof in de waardigheid van het leven, in welk stadium het ook verkeert.’
‘niemand is ooit klaar met leven en geen leven is ooit zin- of betekenisloos.’

Ouderdom in de Bijbel

Lucas 23:44-48 (Jezus)

Aangekomen bij de plek die de Schedelplaats heet, werd hij gekruisigd, samen met de twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links. 33 Jezus zei: ‘Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’ De soldaten verdeelden zijn kleren onder elkaar door erom te dobbelen. 34 Het volk stond toe te kijken. De leiders hoonden hem en zeiden: ‘Anderen heeft hij gered; laat hij nu zichzelf redden als hij de messias van God is, zijn uitverkorene!’ 35 Ook de soldaten dreven de spot met hem, ze gingen voor hem staan en boden hem zure wijn aan, 36 terwijl ze zeiden: ‘Als je de koning van de Joden bent, red jezelf dan!’ 37 Boven hem was een opschrift aangebracht: ‘Dit is de koning van de Joden’. 38 Een van de gekruisigde misdadigers zei spottend tegen hem: ‘Jij bent toch de messias? Red jezelf dan en ons erbij!’ 39 Maar de ander wees hem terecht met de woorden: ‘Heb jij dan zelfs geen ontzag voor God nu je dezelfde straf ondergaat? 40 Wij hebben onze straf verdiend en worden beloond naar onze daden. Maar die man heeft niets onwettigs gedaan.’ 41 En hij zei: ‘Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt.’ 42 Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.’ 43 Rond het middaguur werd het donker in het hele land doordat de zon verduisterde. De duisternis hield drie uur aan. Toen scheurde het voorhangsel van de tempel doormidden. 44-45 En Jezus riep met luide stem: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest.’ Toen hij dat gezegd had, blies hij de laatste adem uit. 46 De centurio zag wat er gebeurd was en loofde God met de woorden: ‘Werkelijk, deze mens was een rechtvaardige!’ uur aan. Toen scheurde het voorhangsel van de tempel doormidden. 44-45 En Jezus riep met luide stem: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest.’ Toen hij dat gezegd had, blies hij de laatste adem uit. 46 De centurio zag wat er gebeurd was en loofde God met de woorden: ‘Werkelijk, deze mens was een rechtvaardige!’

•    Hoe gaat Jezus met de dood om?
•    Welk van deze fragmenten raakt u in het bijzonder?

Jobs antwoord op Sofas eerste betoog (Job 14 en 15:1-16)

14 Een mens, geboren uit een vrouw – 1 kort zijn zijn dagen, doordrenkt van onrust. Als een bloem ontluikt hij en verwelkt, 2 hij vlucht als een schaduw en houdt geen stand. En op zo’n mens richt u uw blik; 3 mij daagt u voor het gerecht? Kan een mens tot reinheid brengen wat onrein is? 4 Nee, dat kan hij niet! Als de dagen van de mens al vaststaan, 5 als u het aantal maanden dat hij leeft bepaalt en de grens stelt die hij niet kan overschrijden, wend uw blik dan af en gun hem rust, 6 zodat hij als een dagloner van zijn dag geniet. Voor een boom is er altijd hoop: 7 als hij wordt omgehakt, loopt hij weer uit, er blijven nieuwe loten komen. Al wordt zijn wortel in de aarde oud, 8 al gaat zijn stronk dood in de grond, zodra hij water ruikt, bot hij weer uit 9 en vormt twijgen, als een jonge scheut. Maar een mens sterft en hij ligt terneer. 10 Hij blaast zijn laatste adem uit – waar is hij dan? Water van de zee verdampt, 11 beddingen van rivieren worden dor en droog. Een mens gaat liggen en staat niet meer op. 12 Zolang de hemel zal bestaan, ontwaakt hij niet, hij wordt niet uit zijn slaap gewekt. O, geef mij een schuilplaats in het dodenrijk 13 en verberg me daar totdat uw woede is geluwd, stel een tijd vast en kijk dan weer naar mij om. Als een mens sterft – kan hij dan herleven? 14 Dan zou ik heel mijn tijd uitdienen, totdat ik werd afgelost. U zou me roepen en ik zou antwoorden, 15 u zou terugverlangen naar het werk van uw handen. U zou al mijn stappen tellen, 16 maar geen acht slaan op mijn zonden. U zou mijn wandaad in een buidel weggesloten hebben, 17 mijn fouten hebben toegedekt. Maar een berg stort in en wordt vernietigd, 18 een rots wordt van zijn plaats gesleurd, water slijpt stenen tot stof, 19 aarde wordt door regens weggespoeld. Zo doet u de hoop van de mens teniet. U overweldigt hem, hij gaat teloor; 20 u vervormt zijn gezicht, u zendt hem weg. Zijn zonen krijgen aanzien – hij weet het niet, 21 zijn zonen gaat het slecht – hij merkt het niet. Zijn lichaam kent slechts pijn 22 en zijn ziel treurt over hem.’

•    Waar voelt u herkenning in dit stuk en waar vervreemding?
•    Met welke metafoor uit de natuur zou u de vierde levensfase omschrijven?

23 Een psalm van David.
1 De HEER is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij rusten in groene weiden
2 en voert mij naar vredig water,
hij geeft mij nieuwe kracht 3 en leidt mij langs veilige paden tot eer van zijn naam. Al gaat mijn weg 4 door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed.
U nodigt mij aan tafel 5 voor het oog van de vijand, u zalf mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over. Geluk en genade volgen mij 6 alle dagen van mijn leven, ik keer terug in het huis van de HEER tot in lengte van dagen.

•    Het is de psalm die veel gelezen wordt door mensen die levensmoe zijn. Kunt u zich dat voorstellen?
•    Welke emoties klinker er in deze psalm door?

Genesis 49: 28-33 (Jakob)

28 Toen gaf Jakob zijn zonen de volgende opdracht: ‘Als ik straks met mijn voorouders verenigd word, begraaf me dan bij hen in de grot op het land van de Hethiet Efron, 29 in de grot op de akker in Machpela, dicht bij Mamre, in Kanaän, de akker die Abraham van Efron hee gekocht omdat hij daar een eigen graf wilde hebben. 30 Daar zijn Abraham en zijn vrouw Sara begraven, daar zijn Isaak en Rebekka begraven, en daar heb ik Lea begraven. 31 Het stuk land waarop die grot ligt, is van de Hethieten gekocht.’ 32 Na zijn zonen deze opdracht te hebben gegeven trok Jakob zijn voeten weer op het bed. Toen blies hij de laatste adem uit en werd hij verenigd met zijn voorouders.

•    Spreekt u wel eens met uw naasten over hoe uw uitvaartwensen? Waarom doet u dit wel of niet?

Deuteronomium 34: 1-8 (Mozes)

34 Toen verliet Mozes de vlakte van Moab en hij beklom de Nebo, een van de toppen van de Pisga, tegenover Jericho. Daar liet de HEER hem het hele land zien: het hele gebied van Gilead tot aan Dan, 1 Naftali, het gebied van Efraïm en Manasse, heel Juda tot aan de zee in het westen, 2 de Negev, de Jordaanvallei en de vlakte bij de palmstad Jericho, tot aan Soar. 3 De HEER zei tegen hem: ‘Dit is het land waarvan ik aan Abraham, Isaak en Jakob onder ede heb beloofd dat ik het aan hun nakomelingen zou geven. Ik laat het je nu zien, maar erheen oversteken zul je niet.’ 4 Zo stierf Mozes, de dienaar van de HEER, daar in Moab, zoals de HEER gezegd had. 5 En de HEER begroef hem in een vallei in Moab, tegenover Bet-Peor. Tot op de dag van vandaag weet niemand waar zijn graf is. 6 Honderdtwintig jaar oud was Mozes toen hij stierf. Tot het laatst toe waren zijn krachten niet afgenomen en zijn ogen niet verzwakt.

•    Bezoekt u regelmatig het graf van uw voorouders? Hoe belangrijk vindt u dat?
•    Hou zou u het vinden als niemand wist waar uw graf lag?

Isaak zegent Jacob, Govert Flinck, 1635-1637 (?)

Genesis 27

27 Toen Isaak oud geworden was en zijn ogen zo zwak waren geworden dat hij niet meer kon zien, riep hij Esau bij zich, zijn oudste zoon. ‘Mijn zoon,’ zei hij. ‘Wat wilt u mij zeggen?’ vroeg Esau. 1 Toen zei Isaak: ‘Luister, ik ben oud, iedere dag kan voor mij de laatste zijn. 2 Neem daarom je jachtgerei, je pijlkoker en je boog, ga het veld in en schiet een stuk wild voor me. 3 Maak dat voor me klaar zoals ik het lekker vind en breng me dat te eten; het zal mij de kracht geven om je te zegenen voordat ik sterf.’ 4 Rebekka had gehoord wat Isaak tegen zijn zoon Esau zei, en nadat Esau eropuit was getrokken om een stuk wild voor zijn vader te schieten, 5 zei ze tegen haar zoon Jakob: ‘Luister, ik hoorde je vader tegen je broer zeggen: 6 “Maak een lekker maal van wildbraad voor me klaar en breng me dat te eten, want ik wil je voor mijn dood zegenen met de HEER als getuige.” 7 Doe jij nu precies wat ik je zeg, mijn zoon. 8 Ga naar de kudde en zoek twee malse bokjes voor me uit. Die maak ik dan voor je vader klaar zoals hij het lekker vindt. 9 Daarna breng jij ze je vader te eten, en dan zal hij jou voor zijn dood zegenen.’ 10 Jakob wierp tegen: ‘Maar Esau is toch helemaal behaard, terwijl ik juist een gladde huid heb! 11 Misschien raakt vader me aan, dan zal hij me een bedrieger vinden en breng ik een vloek over me in plaats van zegen.’ 12 Maar zijn moeder zei: ‘Die vloek moet mij dan maar treffen, mijn zoon. Doe nu wat ik zeg en ga die bokjes voor me halen.’ 13 Dus ging hij ze halen en bracht ze naar zijn moeder, en zij maakte ze klaar zoals zijn vader het lekker vond. 14 Toen pakte Rebekka kleren van haar oudste zoon Esau, de kostbaarste die ze kon vinden, en die liet ze haar jongste zoon Jakob aantrekken. 15 En over zijn handen en over zijn gladde hals trok ze het vel van de bokjes. 16 Hierna overhandigde ze Jakob het smakelijke gerecht dat ze had klaargemaakt, met brood erbij. 17 Zo ging hij naar zijn vader. ‘Vader,’ zei hij. ‘Ja, mijn zoon,’ zei Isaak, ‘wie ben je?’ 18 Jakob antwoordde zijn vader: ‘Ik ben Esau, uw eerstgeboren zoon. Ik heb gedaan wat u me hebt gevraagd. Kom, ga overeind zitten en eet van wat ik heb geschoten; dat zal u de kracht geven om mij te zegenen.’ 19 ‘Hoe heb je zo snel iets kunnen vinden, mijn zoon!’ zei Isaak. En hij antwoordde: ‘Doordat de HEER, uw God, alles zo gunstig voor me liet verlopen.’ 20 Toen zei Isaak tegen Jakob: ‘Kom eens wat dichterbij, mijn zoon, zodat ik kan voelen of je inderdaad mijn zoon Esau bent of niet.’ 21 Jakob kwam dichter bij zijn vader staan en deze betastte hem. Het is Jakobs stem, dacht hij, maar het zijn Esaus handen. 22 Omdat Jakobs handen even behaard waren als die van zijn broer Esau, herkende Isaak hem niet en dus zegende hij hem. 23 ‘Ben je echt mijn zoon Esau?’ vroeg hij nog. ‘Ja,’ antwoordde Jakob. 24 Toen zei hij: ‘Zet het wildbraad dan dichter bij me, zodat ik ervan kan eten, mijn zoon, en de kracht vind om je te zegenen.’ Jakob zette het dichter bij hem en Isaak at ervan. Ook bracht hij hem wijn, en hij dronk ervan. 25 Toen zei Isaak tegen Jakob: ‘Kom eens dichterbij, mijn zoon, en kus me.’ 26 Hij kwam dicht bij hem staan en kuste hem. Toen Isaak zijn kleren rook, sprak hij deze zegen over hem uit: 27 ‘De geur van mijn zoon is de geur van het veld, het veld dat de HEER heeft gezegend. God geve je dauw uit de hemel 28 en vette, vruchtbare aarde, een overvloed van koren en wijn. Volken zullen je dienen, 29 naties zich voor je buigen. Je zult heer zijn over je broers, macht hebben over je moeders zonen. Vervloekt wie jou vervloekt, gezegend wie jou zegent.’

Jacob zegent de zonen van Jozef, Rembrandt van Rijn 1665

Jakobs levenseinde (Genesis 48)

Ze antwoordden: ‘U hebt ons leven gered. Als u het zo wilt, heer, zullen wij de farao voortaan als slaaf dienen.’ 25 Jozef legde in een wet vast (en die wet is nog altijd van kracht) dat een vijfde van de opbrengst van de Egyptische akkers voor de farao was. Alleen de grond van de priesters werd geen eigendom van de farao. 26 Zo gingen de Israëlieten in Egypte wonen, in Gosen. Ze verwierven er bezittingen, ze kregen kinderen en breidden zich sterk uit. 27 Jakob woonde zeventien jaar in Egypte; hij werd honderdzevenenveertig jaar. 28 Toen hij voelde dat hij niet lang meer zou leven, liet hij zijn zoon Jozef bij zich komen. ‘Als je het goed met me voorhebt,’ zei Israël, ‘leg dan je hand in mijn lies en geef mij blijk van je liefde en trouw: zweer dat je me niet in Egypte begraaft. 29 Als ik straks gestorven ben, breng mij dan weg uit Egypte en begraaf me in het graf van mijn voorouders.’ Jozef beloofde het. 30 ‘Zweer het mij,’ zei Israël. Jozef zwoer het hem, en daarna knielde Israël neer op het hoofdeinde van zijn bed. 31 48 Niet lang daarna ontving Jozef het bericht dat zijn vader ziek was. Samen met zijn twee zonen, Manasse en Efraïm, ging hij naar hem toe. 1 Toen men Jakob vertelde dat zijn zoon Jozef er was, verzamelde hij al zijn krachten en ging op de rand van het bed zitten. 2 Hij zei tegen Jozef: ‘God, de Ontzagwekkende, is in Luz, in Kanaän, aan mij verschenen en hee mij daar gezegend. 3 Hij hee me gezegd: “Ik zal je vruchtbaar maken en je veel nakomelingen geven; er zal een groot aantal volken uit je voortkomen. En dit land zal ik jouw nakomelingen voor altijd in bezit geven.” 4 Welnu, de twee zonen die jij in Egypte hebt gekregen voordat ik hierheen kwam, zullen als mijn eigen zonen gelden: Efraïm en Manasse stel ik op één lijn met Ruben en Simeon. 5 Maar als je na hen nog meer kinderen verwekt, dan zullen die als de jouwe worden beschouwd. Zij krijgen grondbezit in het stamgebied van hun broers. 6 Ik wil dit zo omdat toen ik terugkwam uit Paddan, Rachel tot mijn verdriet is gestorven op onze tocht door Kanaän; het was toen nog maar een uur of twee naar Efrat, en ik heb haar daar, langs de weg naar Efrat begraven.’ (Efrat is het huidige Betlehem.) 7 Toen viel Israëls oog op Jozefs zonen, en hij vroeg: ‘Wie zijn dat?’ 8 Jozef antwoordde zijn vader: ‘Dat zijn mijn zonen, die God mij hier gegeven hee.’ ‘Laat ze toch dichterbij komen,’ zei Israël, ‘dan zal ik hen zegenen.’ 9 Doordat Israël al oud was, waren zijn ogen dof geworden, hij kon niet goed meer zien. Toen Jozef zijn zonen dichter naar hem toe had gebracht, kuste en omhelsde Israël hen. 10 ‘Ik had niet gedacht dat ik jou ooit nog zou terugzien,’ zei hij tegen Jozef, ‘maar God hee mij zelfs je nakomelingen laten zien.’ 11 Jozef liet zijn zonen, die tegen Israëls knieën stonden, wat opzij gaan en boog zich diep voor hem neer. 12 Daarna bracht hij hen beiden weer dicht bij zijn vader. Aan zijn rechterhand had hij Efraïm, die hij links van Israël plaatste, en aan zijn linkerhand had hij Manasse, die hij rechts van hem plaatste. 13 Maar Israël kruiste zijn handen: zijn rechterhand legde hij op het hoofd van Efraïm, hoewel die de jongste was, en zijn linkerhand legde hij op het hoofd van Manasse, hoewel die de oudste was. 14 Hij zegende Jozef met deze woorden: ‘De God naar wiens wil mijn voorouders Abraham en Isaak zich richtten, de God die mijn leven lang mijn herder is geweest, 15 de engel die mij heeft bevrijd van alle onheil, hij geve deze jongens zijn zegen. Moge mijn naam door hen voortleven, en ook die van mijn voorouders Abraham en Isaak, en mogen zij zich over de hele aarde uitbreiden.’ 16 Toen Jozef zag dat zijn vader zijn rechterhand op het hoofd van Efraïm had gelegd, leek hem dat verkeerd, en daarom pakte hij zijn vaders hand, om die te verplaatsen van Efraïms hoofd naar dat van Manasse. 17 ‘Niet zo, vader!’ zei Jozef. ‘Dit is de oudste, u moet uw rechterhand op zijn hoofd leggen.’ 18 Maar zijn vader wilde dat niet. ‘Ik weet het, mijn zoon,’ zei hij, ‘ik weet het. Ook uit hem zal een volk voortkomen, ook hij zal machtig worden. Maar zijn jongere broer zal machtiger worden dan hij, en uit hem zullen tal van volken voortkomen.’ 19 Zo zegende hij hen die dag met de woorden: ‘Jullie naam zal worden genoemd in de zegenwensen van de Israëlieten. Ze zullen zeggen: “Moge God u maken als Efraïm en Manasse.”’ Zo plaatste hij Efraïm vóór Manasse. 20 Daarna zei Israël tegen Jozef: ‘Ik zal nu spoedig sterven. Maar God zal jullie terzijde staan en jullie laten terugkeren naar het land van je voorouders. 21 En jou geef ik meer dan je broers: een bergrug die ik de Amorieten met mijn zwaard en mijn boog afhandig heb gemaakt.

•    In beide verhalen komt ouderdom met gebreken. Bekijk ook beide schilderijen. Wat denkt u dat u nodig zult hebben om u ondanks gebreken goed te blijven voelen?



LIEDEREN uit het nieuwe liedboek

Iedereen zoekt U, jong of oud

Iedereen zoekt U, jong of oud,
speurend langs allerlei wegen,
kronkelig, vreemd, of recht, vertrouwd,
Meester, waar kom ik U tegen?
Eens vindt U ons, bij dag of nacht,
moe van onszelf en zonder kracht,
dorstend naar liefde en zegen.

Heer, als ons denken U ontkent,
kan ons de leegte benauwen,
als onze hand Uw schepping schendt,
wilt U ons dan nog vertrouwen.
Twijfel of hoogmoed, onverstand,
neem ons, Uw mensen, bij de hand,
laat ons Uw schoonheid aanschouwen.

Koning, Uw rijk is zo nabij,
open mijn ogen en oren,
onrustig is mijn hart in mij,
totdat het nieuw wordt geboren.
Daarom zoekt U elk mensenkind,
zoek, herder, mij, opdat ik vind
en steeds meer bij U zal horen.

https://nederlandzingt.eo.nl/lied/iedereen-zoekt-u-jong-of-oud/POMS_EO_1406797/

Zomaar een dak

Zomaar een dak boven wat hoofden,
deur die naar stilte openstaat,
muren van huid, ramen als ogen,
speuren naar hoop en dageraad,
huis dat een levend lichaam wordt,
als wij er binnen gaan,
om recht voor God te staan.

Woorden van ver vallende sterren,
vonken verleden hier gezaaid,
namen voor Hem, dromen, signalen,
diep uit de wereld aangewaaid,
monden van aarde horen en zien,
onthouden, spreken voort,
Gods vrij en lichtend woord.

Tafel van Een brood om te weten,
dat wij elkaar gegeven zijn,
wonder van God, mensen in vrede,
oud en vergeten nieuw geheim,
breken en delen, zijn wat niet kan,
doen wat ondenkbaar is,
dood even verrijzenis

https://nederlandzingt.eo.nl/lied/zomaar-een-dak/POMS_EO_4316325/

Heel Uw Koninkrijk

Heel Uw Koninkrijk, is Gods werkelijkheid,
ligt dichtbij, is niet vergezocht.
Heel Uw Koninkrijk, ligt in een ieders bereik,
waar we leven in vreugde en vrede met God!

Deel je brood met de armen en troost in elk verdriet.
Help de hulpeloze ander die de wereld niet ziet.
Laat de vluchteling maar komen,
van huis en haard beroofd.
Geef je hoop aan deze wereld,
als een daad van geloof!

Heel Uw Koninkrijk, is Gods werkelijkheid,
ligt dichtbij, is niet vergezocht.
Heel Uw Koninkrijk, ligt in een ieders bereik,
waar we leven in vreugde en vrede met God!

Wie al oud is zal dromen,
wie jong is gaat het zien,
hoe het koninkrijk zal komen,
ook als velen niet zien.
Laat het Woord een helder baken,
voor heel je leven zijn.
Doe de wil van God de Vader,
totdat Jezus verschijnt.

Heel Uw Koninkrijk, is Gods werkelijkheid,
ligt dichtbij, is niet vergezocht.
Heel Uw Koninkrijk, ligt in een ieders bereik,
waar we leven in vreugde en vrede met God!

Droog onze tranen en deel hier onze pijn.
Kom bij ons wonen, voor altijd.
Het einde is gekomen, uw rijk komt dichterbij.
Kom bij ons wonen, voor altijd.

Heel Uw Koninkrijk, is de koning te rijk,
viert het feest ter ere van God.
Heel Uw Koninkrijk is vol glorie en eer,
waar wij stralen als sterren en dansen voor God,
waar wij stralen als sterren en

https://nederlandzingt.eo.nl/lied/heel-uw-koninkrijk/POMS_EO_1554033/

FILMPJES OVER OUDERDOM

Bekijk beide fragmenten over het in beeld brengen van ouderdom.

Eenzaamheid der ouderdom 3:47 min.
https://www.youtube.com/watch?v=d4kJAkmr3RY

De kunst van het ouder worden 2:24 min.
https://www.youtube.com/watch?v=YmOr9O_JB4g

•    Stel dat u een fotoreportage zou organiseren in uw kerkgebouw, welk aspect van ouderdom zou u onder de aandacht willen brengen?

Bekijk het volgende fragment (kort of lang) en beantwoord de vraag

Flink oud 1:52 min. (korte versie)
https://www.youtube.com/watch?v=P_qLF78nWL0

Welke stereotypen bestaan er in de maatschappij ten opzichte van ouderen?

Vervolg Flink oud 24:20 min (lange versie).
https://www.youtube.com/watch?v=hAk4rPlCtAo



Bekijk onderstaande afbeeldingen

Wat weet u over ouderdom in niet-westerse culturen? (bron: pixabay)







Raad van Kerken in Nederland
Koningin Wilhelminalaan 5
3818 HN AMERSFOORT

Facebook Twitter LinkedIn
phone033-4633844
emailrvk@raadvankerken.nl