Wereldraad 1948-2018

‘Kerken kunnen zich ervoor inzetten dat de generaties elkaar blijven ontmoeten, ook als dat in de samenleving steeds minder gebeurt’. Dat is één van de conclusies die dr. Jurjen Zeilstra trekt naar aanleiding van het zeventig jarig bestaan van de Wereldraad in 2018. Op verzoek van de Nederlandse Raad van Kerken heeft hij de thematiek rond de openingsvergadering destijds in Amsterdam wat in beeld gebracht.

De Wereldraad van Kerken bestaat in 2018 zeventig jaar. Dat zal volgend jaar op een gepaste manier aandacht krijgen met onder meer een viering in De Nieuwe Kerk in Amsterdam. Dr. Jurjen Zeilstra heeft aan de hand van de vier grote thema’s van 1948, gekeken naar de wereld waarin wij vandaag leven. Het is de bedoeling dat deze thema’s als inspiratie dienen om komend jaar niet alleen terug te kijken, maar ook energie te genereren om een agenda voor de toekomst.


Hieronder volgt de tekst van dr. Jurjen Zeilstra: 

De chaos van de mens en de orde van God (1948-2018)

Message

Op 23 augustus 2018 is het 70 jaar geleden dat te Amsterdam de Wereldraad van Kerken werd opgericht. Dat was in 1948, drie jaar na een verwoestende wereldoorlog, een gebeurtenis van grote betekenis. Afgevaardigden van 147 kerken, nog vooral uit Europa en de Verenigde Staten, maar ook uit de andere werelddelen vonden elkaar in een nieuwe internationale organisatie die nadrukkelijk de eenheid zocht. Velen waren afkomstig uit landen die tot kort daarvoor met elkaar in oorlog waren. Vrede, gerechtigheid, wederopbouw, afkeer van racisme en zorg voor vluchtelingen waren belangrijke aandachtspunten. Het was een chaotische tijd. Terwijl de totale oorlog dreigde en superstaten aan een atomaire bewapeningswedloop waren begonnen, hadden dekolonisatieprocessen ingezet.

De Wereldraad van Kerken heeft ingezet bij verzoening en mensenrechten en de beleden eenheid van de kerk willen betrekken op de verscheurdheid van de wereld. Tal van vraagstukken zijn er in de loop der jaren geweest waarbij de concrete vertaling heeft plaatsgevonden. Het programma ter bestrijding van het racisme is een van de vele voorbeelden. Telkens weer werd motivatie gevonden in Jezus Christus en zijn liefde voor mensen. Het evangelie van zijn incarnatie werd verstaan als het verlangen van God present te zijn in de cultuur en levensverbanden van mensen. In de jaren tachtig werd de heelheid van de schepping een groot thema waarvoor de Wereldraad zich heeft ingezet.

Met ‘de kerk’ als belangrijksten bouwsteen heeft de Wereldraad van Kerken het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. Immers toen de secularisatie in de tweede helft van de twintigste eeuw in Europa bleek door te zetten en zich vertaalde in de leegloop van kerken, had dit ook effect op de Wereldraad. Geleidelijk verschoof het zwaartepunt. Vandaag zijn ca. 345 kerken lid van de Wereldraad. Vele bestaan in niet Westerse landen. Daar is het ook dat de kerk groeit.
Veel is er in zeventig jaar veranderd. Maar dat geldt niet voor de kern van de zaak waar het de oprichters van 1948 om te doen was. Het is in 2018 net zo goed als in 1948 de eenheid van God te blijven betrekken op de verdeeldheid van mensen. De inhoud die daardoor aan activiteiten wordt gegeven kan niet worden gemist, in geen enkele kerk. In Gods liefde voor zijn schepping vinden wij inspiratie goed voor de aarde te zorgen. In de stem van Jezus mag een uitnodigend woord worden verstaan tot vertrouwen, ook in een wereld waarin tragiek een grote rol speelt. In zijn inclusieve houding vinden wij een aansporing tot samenwerking in dienst van vrede, ook met andersdenkenden. In gastvrijheid en naastenliefde wordt antwoord gegeven op de crisis van mensen in nood. Kerken kunnen zich ervoor inzetten dat de generaties elkaar blijven ontmoeten, ook als dat in de samenleving steeds minder gebeurt. Telkens opnieuw worden mensen geroepen tot de pelgrimage voor gerechtigheid en vrede in deze tijd.


Het thema van de oprichtingsvergadering van de Wereldraad van Kerken in 1948 was ‘Man’s Disorder and God’s Design’. In vier deelthema’s werd het hoofdthema uitgewerkt. Bij ieder van deze deelthema’s volgt hier een korte op de actualiteit van 2018 betrokken tekst.


I The Universal Church in God’s Design

De eenheid die God aan mensen geeft is geschenk en uitgangspunt. Het is geen idealistisch doel om na te streven. In een kerk die voluit kerk wil zijn wordt dit beseft en klinkt het door in de verkondiging. Kerken en christenen die zich voor deze eenheid willen inzetten en er werk van maken dat die eenheid zichtbaar is, doen dat dus principieel vanuit geloof. Als er dus allerlei kerkelijke verschillen zijn tussen de traditiestromen, in bijvoorbeeld doop, avondmaal/eucharistie en de ambten, dienen deze op waarde te worden geschat, maar ook gerelativeerd vanuit de eenheid die God geeft. Kerken doen er daarbij goed aan schaduwzijden in hun eigen traditie niet te verhullen, maar eerlijk aan te wijzen en te behartigen op eigentijdse wijze.

De hartelijke samenwerking tussen de verschillende kerken die er is, mag niet als vanzelfsprekend worden aangenomen, maar verdient onderhoud in de persoonlijke inzet van leden en voorgangers. Deze eenheid in verscheidenheid mag worden opgevat als oefenplaats om zonder aarzeling ook buiten de kerken samen te werken waar mogelijk en nodig ten dienste van vrede, recht en het behoud van de schepping. Raden van kerken, lokaal, nationaal, continentaal en wereldwijd zijn kostbare plaatsen van ontmoeting en duurzaam contact. Telkens weer mag de aandacht gevraagd worden voor het investeren in de oecumene dat daar gebeurt. De institutionele vormgeving van eenheid kan niet zonder inhoud. Telkens zullen de schatten van de kerken daarbij voor nieuwe uitdagingen verbonden met de tijdsomstandigheden komen te staan.
Het is goed in alle bescheidenheid telkens weer vast te stellen dat een kerk nooit een doel kan zijn, maar in het koninkrijk van God van vrede en recht altijd een middel blijft. Dat middel mag vrijmoedig worden ingezet waarbij de vraag niet is of iedereen wel precies op dezelfde lijn zit, maar of er geholpen kan worden nood te verlichten, problemen op te lossen, bijgedragen kan worden aan toenadering ten tijde van conflict en verzoening.


II The Church’s Witness to God’s Design

Met het aanwijzen van Gods hand in de geschiedenis of zijn plan voor de wereld zijn de meeste kerken in 2018 erg voorzichtig geworden. Tegelijkertijd wordt er vast vertrouwd op materiële welvaart en worden daarvoor grote offers gebracht, collectief en individueel. Maar de dankbaarheid voor welvaart mag niet leiden tot de verafgoding daarvan. Welzijn valt niet samen met rijkdom. Waar het evangelie verandert in een prosperity gospel waarbij Gods zegen af te lezen valt in bezit, wordt aan de boodschap van Jezus Christus onrecht gedaan.

Wij leven in een tijd van vele boodschappen die de aandacht opeisen. Een religieuze overtuiging is in de meeste landen niet een waarde die zomaar uitgedragen kan worden, zonder gevaar voor misverstanden, extremisme, of opdringerigheid. Sympathieker dan als evangelisatie, worden respect, behulpzaamheid en gastvrijheid ervaren. Er is behoefte aan eigentijdse vormen waarin kerken zonder zichzelf geweld aan te doen naar buiten kunnen treden. In de investering als het gaat om vertrouwen behorend bij de inhoudelijke dialoog met elkaar, binnen en buiten de kerk, kan een getuigenis van de liefde van Christus doorklinken. De eerlijkheid te erkennen dat mensen van de kerk het echt niet a priori beter weten is daarbij onmisbaar.

De verscheurdheid van de wereld zit ook in de kerk. Het zal er ook in de 21e eeuw op aankomen het beste uit de eigen traditie naar boven te halen, terwijl de donkere kanten worden onderkend en aangewezen. Het daadwerkelijk zoeken van de eenheid tussen de kerken, gefundeerd op de ene Christus die als jood bad tot de ene God die hij Onze Vader noemde, is wezenlijk voor het getuigenis. Kerken die met de ruggen naar elkaar toe leven verzwakken de boodschap van het koninkrijk van God.


III The Church and the Disorder of Society

In 1948 koos de Wereldraad van Kerken nadrukkelijk voor een onafhankelijke positie tussen communisme en laissez faire kapitalisme. De chaos in de samenleving werd direct in verband gebracht met de zondige begeerte van de menselijke natuur. Zo direct zijn we dat in 2018 niet gewend te zeggen. Wel hebben we de afgelopen zeventig jaar gezien hoe het totalitaire communistische systeem eerst mensen onderdrukte, maar daarna plotseling ineenstortte. Maar de macht van het ongebreidelde kapitalisme heeft nog altijd velen in de ban. Terwijl nooit in de wereldgeschiedenis zovelen zo rijk waren, kan de grilligheid van de markt bizarre en wrede gevolgen hebben. Stabiliserende instrumenten zijn er onvoldoende. Niemand weet hoe dat gaat eindigen.

De oprichters van de Wereldraad wilden dat kerken zouden waken dat het persoonlijk leven van mensen niet zou worden overwoekerd door techniek. Zij pleitten voor een verantwoordelijke samenleving, verantwoordelijk wat betreft gerechtigheid, orde en bestuur aan God en aan de mensen. Veel mensen in 2018 profiteren op tal van levensgebieden van de vruchten van een geweldige technische revolutie die men in 1948 niet kon vermoeden. Maar de vraag naar verantwoordelijk handelen is gebleven. Het belang van persoonlijke vorming wordt door de revolutie op communicatiegebied niet ongedaan gemaakt.

Kerken behoren tot de weinige plaatsen waar mensen van alle leeftijden, etnische achtergrond en lagen in de samenleving elkaar kunnen ontmoeten rondom sterke inhoudelijke thema’s. De verminderde belangstelling voor kerken in veel landen hangt samen met veranderingen in mentaliteit, welvaart en tijdsbesteding. Het is daarom nodig dat in vieringen en bijeenkomsten onderwerpen aan de orde worden gesteld die leven in de samenleving. De eigenheid van de religieuze traditie mag worden gekoesterd in liturgie, liederen en gebeden, maar er moet wel verstaanbare taal worden gesproken.


IV The Church and the International Disorder

Er bestaat een morel vacuüm ten gevolge van het feit dat veel wereldproblemen niet echt worden opgelost. Dat kan mensen cynisch maken. Maar gewelddadige oorlogen zijn er minder dan in lange tijd. In bepaalde delen van de wereld zijn veiligheid en welvaart groter dan ooit. Tegelijk blijven er grote groepen mensen zijn die leven met frustraties van armoede, gebrekkige gezondheidszorg, werkeloosheid en uitzichtloze toekomst. Het feit dat de veiligheid en de welvaart van de wereld heel ongelijk zijn verdeeld veroorzaakt grote stromen vluchtelingen en mensen op zoek naar betere levenskansen. Krachtiger dan nu gebeurt dienen problemen bij de bron te worden aangepakt.

Kerken willen er getuigenis van afleggen dat het lot van de wereld ten diepste niet afhankelijk is van succesvolle mensen, maar geborgen is in God en alles waar Gods koninkrijk symbool voor staat. Het leven van iedere mens is principieel even waardevol, succesvol en krachtig, of kwetsbaar en zwak. Het sluiten van de grenzen, oorlogsgeweld, verschansing van de welvaart en het kiezen voor eigen welzijn is niet het antwoord op de grote problemen. In gastvrijheid waar mogelijk, weerbaarheid waar nodig, gebed voor vijanden en delen, wordt vertaling van de houding van Jezus Christus vandaag gevonden.

Vrede ontstaat nooit vanzelf, maar vraagt om analyse en behartiging van de oorzaken van geweld, ook godsdienstige. Omwille van de slachtoffers moet terreur met geweld bestreden worden. Maar daar mag het niet bij blijven. Egoïsme en extremisme moeten worden aangewezen en bestreden, waar mogelijk met onderwijs en zachte hand. Internationaal recht moet waar mogelijk verder worden ontwikkeld, nageleefd en gehandhaafd. Mensenrechten dienen te worden onderwezen en kinderen behoren kansen tot ontwikkeling te krijgen zonder aanziens des persoons. Religieus gemotiveerde terreur dient niet alleen met geweld bestreden te worden, maar ook ontmaskerd en benoemd door godsdienstig leidinggevenden en organisaties met gezag. De Verenigde Naties zou er goed aan doen de religieuze motivatiebronnen van mensen veel serieuzer te nemen dan men nu doet en religie tot forum te maken van dialoog van vrede en recht. Als het kan, laat het zijn te Jeruzalem, voor de wereld een stad van conflict, voor de kerk Gods belofte van vrede.

Dr. Jurjen Zeilstra, lid van de beraadgroep Geloven en Kerkelijke Gemeenschap 

De foto's zijn vrij associatief gekozen uit het meest vrolijke genre van de kubist Fernand Léger, respectievelijk:
Les Grands Plongeurs noirs (1944), Les Trois Musiciens (1930), La Danse (1929), La Danse (1942) en Les Danseuses aux clés (1930). 

Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design: SyncCP; techniek: SiteCan