Op schoolreisje ...

Het is alweer enige decennia geleden, dat ik op schoolreis ging; rond 1950. Een bus, geen touringcar, kwam ons voor de Haagse schooldeuren halen. Lang zaten we er niet in; misschien een kwartier. Aan de rand van Den Haag, lag de wijk: ‘Laakkwartier’. Daar was de opstapplaats voor een heuse rondvaartboot; met veel ruitjes; die ons, kinderschare, naar ‘Drievliet’, een grote speeltuin, met nog jonge bomen, aan het Zuid-Hollandse riviertje ‘De Vliet’ zou gaan brengen. Daar mocht je de hele dag: schommelen, wippen en van een lange steile glijbaan, die schitterde in de zon.

Mijn moeder had me een stapel boterhammen gesmeerd. Ranja, aangelengde vloeistof, die wel naar sinaasappel smaakte, maar het niet was, werd door de lagere school verstrekt. Op lange banken peuzelden we die boterhammen, samen op. We kregen een paar gulden in een bruine enveloppe, een week eerder mee naar school, om de kosten van deze ‘wereldreis’ te dekken. Want in onze kinderogen was het: een wereldreis. Van vakantie hadden we nog geen notie; ja: ‘Grote vakantie’; dat klonk ons wel bekend in de oren. Halverwege juli werden de schooldeuren achter ons gesloten; schoolrapporten-in-enveloppe, in onze hand. In mijn geheugen, was het die laatste schooldag altijd: warm weer.

Nu, sta ik, grootvader van twee van mijn zes kleinkinderen, op het plein, vol met het geroezemoes van schoolkinderen, te wachten op de touringcar; het wordt een verre reis; spannend; een uur reizen naar een Limburgse speeltuin; met een achtbaan, een wildwaterbaan, een klimbaan en sprookjesfiguren voor het klein grut. Alle kinderen dragen een groen school-T-shirt; herkenbaarheid maakt een zodanige schoolreis veiliger. In kleine groepjes lopen ze rond, stoten elkaar speels aan en roepen stoer naar elkaar.

Daartussen een tiental kinderen van het AZC. Ze horen erbij. In de ochtenden les in een apart lokaal, in de middagen ‘draaien’ ze mee met ‘de Nederlandstaligen’. Het verbaast me niet, dat ze zo makkelijk omgaan met elkaar. Tenslotte hebben ze al heel wat reizen en verblijfplaatsen achter de rug; en zelfs in Nederland, worden ze van hot naar her gestuurd. Het COA heeft van kinderpsychologie niet altijd kaas gegeten. Volwassenen zijn richtlijn en richtsnoer. Dat maakt een ‘kinderpardon’ zo’n vreemdsoortig fenomeen; waartegen de politiek aanhikt.

Echter binnen de schoolmuren, kunnen kinderen ‘kind’ zijn; voelen zij zich veilig en opgenomen in de groep(en). De AZC-ouders zijn al lang uit het zicht verdwenen; het begrip ‘uitzwaaien’ kennen ze niet. ‘Afscheid nemen’; dat staat gekerfd in hun gezicht; afscheid van hun familie, van hun vrienden, vader - en moederland, van het tentenkamp, van hun tijdelijk verblijf in (verre) landen. Gastvrijheid, geen vanzelfsprekendheid.

De touringcar kan het schoolgebouw in het bos niet bereiken. In een rij gaat het naar de zoom van het bos. Daar staat-ie te blinken in het schoolreiszonnetje. Het groengekleurde grut schoolt samen voor de deur van de bus en wringt zich naar binnen voor de achterste stoelen en bank. Straks, bij terugkomst, zal er, schijnbaar, een lege bus komen aanrijden. De ouders quasi verbaasd. Het gejuich niet van de lucht.

Tekst & foto: Harry C.A. Daudt

Raad van Kerken in Nederland
Koningin Wilhelminalaan 5
3818 HN AMERSFOORT

Facebook Twitter LinkedIn
phone033-4633844
emailrvk@raadvankerken.nl