Nederigheid als basis

We zijn steeds weer geroepen uit onszelf te treden; om vanuit de ander te denken en te leven. Alleen zo kan je mensen voor een derde wereldoorlog bewaren, in solidariteit.

Dr. Hubertus Blaumeiser was zaterdag 18 maart uitgenodigd door de Focolarebeweging en door de Katholieke Vereniging voor Oecumene om impulsen te verwoorden voor oecumenische voortgang. De dag kreeg het affiche ‘Gaandeweg één’ en was opgezet om 500 jaar Reformatie te gedenken. De organisatie wilde niet terugkijken, maar vooral vooruitzien. Daarbij was naast Maarten Luther het werk van Chiara Lubich op de agenda gezet, zij is stichtster van de Focolarebeweging.


Blaumeiser is lid van het internationaal studiecentrum van de Focolarebeweging ‘Scuola Abba’ voor ecclesiologie en pastoraaltheologie. Hij was ook aanwezig onlangs in het Zweedse Lund, toen de paus en de voorzitter van de Lutherse Wereldfederatie samen het begin van het Reformatiejaar gedachten. Daar werden vijf verplichtingen ondertekend, die zowel voor Rome als voor de Lutherse Kerk kunnen helpen om de oecumene prominent op de agenda te zetten.


Uitgangspunt is, dat men altijd begint vanuit het perspectief van de eenheid. Men spreekt de bereidheid uit zich voortdurend te laten omvormen door de ontmoeting met de ander. Men zoekt naar zichtbare eenheid. Tracht het evangelie uit te dragen en samen getuigen te zijn.


De paus had de bijeenkomst in Lund getypeerd als ‘Christus is onder ons’ en Blaumeiser onderstreepte die waarneming. Hij zei niet te weten wanneer die ontdekking kan leiden tot een samen aangaan aan de tafel van de Heer; ‘de partituur daarvan is in de hemel geschreven’. Wel stelde hij, dat Jezus duidelijk oproept tot een paradigmawisseling. Het gaat om eenheid in verscheidenheid. Blaumeiser dacht dan niet direct aan een federatie of een eenheidskerk, maar eerder aan de erkenning dat men samen Christus representeert.


De eenheid is alleen in Christus mogelijk en niet in een project van mensen. De Geest kan ons daartoe genegen maken. Hij citeerde Chiara Lubich: ‘De gemeente vindt haar identiteit in een werkelijkheid die aan haar voorafgaat: de tegenwoordigheid van de opgestane Heer’. Dat roept de wederzijdse verplichting op altijd uit te gaan vanuit het perspectief van de eenheid.


‘Ons geloof roept tot exodus’, aldus Blaumeiser, ‘een exodus vanuit de ander te denken en te leven’. Maarten Luther zei daarvan: ‘Een christen leeft niet in zichzelf, maar in Christus en in zijn naaste’. Het gaat er om ‘onze naaste belangeloos te hulp te komen en voor elk een Christus te worden’. Een dergelijke houding is kerkverbindend, aldus Baumeiser, en het roept tot ommekeer. ‘Wij lijden aan verkramping in onszelf, aan zelfgerichtheid, die volgens de paus, een dodelijke ziekte is’.



Blaumeiser vertelde een anekdote van hoe de één de ander uitnemender kon achten dan zichzelf. Tijdens een ontmoeting van rooms-katholieke en orthodoxe theologen had een orthodox theoloog nogal stevig ingezet tegenover de Romana. Toen reageerde een Hongaarse priester: ‘Ik wil u danken voor wat u voorafgaand aan het Tweede Vaticaans Concilie onze kerk hebt gegeven. Zonder die inbreng had het concilie niet zo’n succes kunnen zijn’. Het was de toon van nederigheid die tegelijk het belang van het eigen concilie verwoordde. Het gaf een basis om ook van orthodoxe zijde respect te verwoorden voor de rooms-katholieke geloofspraktijk.


Blaumeiser riep de kerken op om te leven vanuit de wonden van Christus en de wonden van de scheiding. Hij reikte daarbij het beeld aan van de voetwassing van Christus als basis voor onderlinge eenheid. ‘De eenheid in waarheid laat zich voorbereiden als we ons voor de ander buigen’. En: ‘Het gaat om een houding van het eigen gezicht verliezen om het daarna terug te zien in het water waarmee we de ander de voeten wassen’. De eenheid van de kerken ontstaat in de wonden van Christus.


Protestantse reactie 

Dr. René de Reuver was gevraagd om namens de Protestantse Kerk in Nederland te reageren. Hij wist zich vooral aangesproken door het vierde en vijfde punt van Lund, waar het gaat over het gezamenlijk getuigenis. Hij benadrukte dat de kerk eigendom is van Christus en dat ze daar ontstaat waar de prediking plaatsvindt. De Reuver noemde het citaat van Luther verrassend, namelijk dat het de taak is om voor een ander Christus te worden. Hij vroeg zich af of dit ook zou kunnen betekenen dat we als kerken aan elkaar veranderen. En hij stelde: ‘Als ieder lid de totaliteit draagt, mag de eucharisatie en het avondmaal dan nog een punt zijn waarop onze wegen uiteengaan?’ ‘Zou de presentia realis in het avondmaal dan niet een mogelijke stap zijn om tot eenheid te komen?’


Rooms-katholieke reactie 

Dr. Hans van den Hende reageerde namens de Rooms-Katholieke Kerk. Hij liet zien hoe er sinds het Tweede Vaticaans Concilie een voortgaande lijn van oecumenische dialoog is aan te wijzen. ‘Het gaat daarbij niet meteen om optimisme, maar het gaat om de lange adem op te brengen in de Heilige Geest’. De oecumene is een project van de Heilige Geest, aldus de Rotterdamse bisschop, en juist daarom is hij wat de oecumene betreft ‘niet zonder hoop’. Voor Van den Hende is het belangijk dat die eenheid niet alleen een gevoelen is, maar ook met de structuur te maken heeft. ‘De binnen- en de buitenkant horen bij elkaar. Het gaat ook om een zichtbare kerkgemeenschap te worden. Het gaat ook om institutioneel commitment’. Het idee dat Blaumeister verwoordde als ‘wegtrekken uit onszelf’ kan volgens Van den Hende niet betekenen dat men zijn eigen identiteit niet zou inbrengen in de dialoog. ‘We moeten geen tegenstelling creëren tussen ons eigen leven en dat van de ander. We nemen onszelf mee in de dialoog’. Daarbij past overigens wel het ‘mea culpa’ dat ook de paus eerder in de dialoog naar voren heeft gebracht.


Evangelische reactie

Ds. Peter Sleebos, tot voor kort voorzitter van de Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten, was de derde coreferent. Hij liet zien dat de vraag om vergeving in 2007 expliciet door Bas Plaisier was verwoord richting de Pinksterchristenen en later door Peter Sleebos evenzeer onder woorden was gebracht. Van beide kanten zijn die uitspraken ‘als historische omwenteling beleefd’, aldus Sleebos. Sleebos onderstreepte het referaat van Blaumeiser door bij de uitspraken bijbelteksten te noemen. Dat we zelf de eenheid niet organiseren deed Sleebos denken aan Efeziërs 4: 3 ‘Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft’. De oproep van een exodus uit zichzelf verbond Sleebos met Opwekkingslied 378: ‘Ik wil jou van harte dienen / en als Christus voor je zijn. / Bid dat ik genade vind, dat / jij het ook voor mij kunt zijn’. En: ‘Wij zijn onderweg als pelgrims, / vinden bij elkaar houvast. / Naast elkaar als broers en zusters, / dragen wij elkanders last’. De gedachte van de eenheid in de waarheid is terug te vinden in Johannes 16, waar sprake is van een Geest die mensen de weg zal wijzen naar de volle waarheid. Sleebos riep verder op om ervaringen te delen, ruimte te bieden voor het getuigenis, samen praise-avonden te organiseren, evangelisatie-initiatieven te lanceren en conferenties te beleggen.


Een voor velen opmerkelijk nieuwtje formuleerde Sleebos nog door de microfoon. Zoals bekend zijn er diverse oecumenische initiatieven die de eenheid van christenen betreft. Sleebos berichtte dat het idee van de Nationale Synode (die werkt aan protestantse eenheid) zal instromen in het initiatief van het Nederlands Christelijk Forum (waar onder anderen Sleebos een belangrijke bijdrage aan heeft geleverd).


Drs. Geert van Dartel, directeur van de Katholieke Vereniging voor Oecumene en lid van de Raad van Kerken namens de Rooms-Katholieke Kerk, was één van de mensen die de bijeenkomst opende. Hij typeerde de bedoeling van de samenkomst onder meer als een inspanning om de ‘geschiedenis anders te vertellen’.

Foto's:
1. Dr. Hubertus Blaumeiser, de inleider
2. Ds. Peter Sleebos en links dr. René de Reuver
3. Mgr. Gerard de Korte en ds. Karin van den Broeke, zij leidden samen de viering aan het einde van de dag
4. Mgr. Hans van den Hende en de emeritus kardinaal mgr. Ad Simonis, die Nieuwkuijk zo goed kent
5. Het was druk in Nieuwkuijk, zo druk dat parkeermeesters de gasten de weg wezen; in de verte komt de pastor loci David Lebrun van Vijzel, Haarsteeg, Vliedberg en Nieuwkuijk aanlopen (een grote combinatie ontstaan na de laatste fusie van parochies, enkele jaren geleden). 



Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design: SyncCP; techniek: SiteCan