Terug ... in zijn moederland

We belden Isi. Zelf had hij dit al menigmaal gedaan. Maar de verbinding kwam bij voortduring niet of slecht tot stand. Op weg naar ons vakantieadres in Frankrijk, kregen we van hem opnieuw een telefoontje, dat ten onder ging in geruis. We beloofden hem, via de Messenger, zelf, eenmaal teruggekeerd in Nederland, nog een poging te wagen.

We kregen verbinding. Enthousiast vertelde hij over zijn hereniging met zijn familie in een stad in Benin. Zijn moeder was aan de beterende hand; een jaar geleden had hij haar, bij zijn terugkeer naar Benin, doodziek aangetroffen. Met haar genezing waren, naar zijn zeggen, veel kosten gemoeid. We vermoeden dat het geldbedrag waarmee hij uit Nederland vertrok, grotendeels aan ziektekosten van moeder zijn besteed. Zijn vader, die hij sinds zijn vlucht naar Nederland uit het oog was verloren, heeft hij kunnen ‘spotten’ en nu woont hij met deze man en zijn broers en broertjes weer onder een dak; dit tot zijn vreugde.

Hij was en is op zoek naar werk en naar een bruid. Een zeventienjarige schone had zijn pad gekruist; nu spaarde hij voor de bruidsschat. Haar ouders vroegen voor haar de somma van 500 euro. Hij dacht dat hij deze geldsom wel zou kunnen vergaren in twee maanden. Vijf jaar verblijf in Nederland heeft van deze jongeling een volwassene gemaakt. Toen we hem leerden kennen, had hij nauwelijks baardgroei; zijn kennis van zijn land omvatte niet meer dan zijn dorp, waar hij alleen met zijn moeder leefde. Hij kan zich nu, naast zijn streektaal, in twee talen uitdrukken: het Frans en de Nederlandse taal heeft hij zich eigen kunnen maken. Over andere ‘bagage’ zou ik wel kunnen uitweiden, maar dat laat ik nu, gezien de tijdspanne, achterwege.

Besluiten wil ik met de uitkomst van deze ‘migratie’; mijns inziens ligt de nadruk, ook in Nederland, teveel op een verblijf en het verwerven van een (voorlopige) verblijfsvergunning hier in ons land. Niet altijd is dit een ‘gelukkig’ toekomstbeeld/-verwachting voor de vluchteling/asielzoeker; de wachttijd voor hen is meestal (te) langdurig en daardoor frustrerend. Psychische en fysieke klachten liggen daardoor op de loer. De brieven van de (vele) instanties waarmee asielzoekers te maken krijgen, zijn merendeels in de Nederlandse taal; en dan ook nog eens in juridisch (vak)jargon en daardoor niet of nauwelijks leesbaar voor onder meer analfabeten. De opvang en met name het COA, zouden daarin eens verandering en daardoor verbetering moeten brengen.  Vorming en onderwijstrajecten worden (te) laat ingezet; dat maakt vluchtelingen hier lamlendig, argwanend en afwachtend.

Het zijn gelukkig vrijwilligers, die in grote mate ‘eerste hulp’ bieden aan asielzoekers en hen wegwijs maken in de ingewikkelde samenleving, die Nederland heet; zij verdienen een welgemeend compliment. Alhoewel terugkeer naar het moederland makkelijk lijkt, is ook deze weg er een met hobbels. Het land van terugkeer staat niet met open armen aan de grenzen. Vaak zijn binnenlandse twisten en onenigheden er aan de orde van de dag; is er veel politie op de been en bepalen soldaten het bestuur in stad en dorp. Met ‘politieke’ vluchtelingen wordt (vaak) korte metten gemaakt; ze worden vaak al aan de grens aangehouden en gevangen genomen. 

In het geval van Isi blijkt een persoonlijk document als een geboortebewijs/paspoort, of juist het ontbreken ervan, de angel te zijn. De overheden in deze landen houden er niet of nauwelijks een persoonsregistratie op na. Deze vluchtelingen zijn eigenlijk ‘statenloos’; zijn gedoemd ‘op straat te leven’. Het is Isi niet bespaard gebleven; met hem ben ik blij, dat in juni 2015 zijn moeder hem herkende en erkende, de ambassade van Benin in Brussel Isi daarmee erkende als zijnde een inwoner van Benin.

Foto + tekst: Harry C.A. Daudt

Raad van Kerken in Nederland
Koningin Wilhelminalaan 5
3818 HN AMERSFOORT

Facebook Twitter LinkedIn
phone033-4633844
emailrvk@raadvankerken.nl