Vaderschap ...

Hij is de oudste. De oudste van het zevental Syriërs, waarmee wij sinds ‘Heumensoord’, kennis hebben gemaakt en die we nu, negen maanden ‘volgen’. Jozef ontpopt zich als: vader; pater familias. In het echt is hij ‘slechts’ vader van een tienjarig dochtertje, ook in dit zevenkoppig gezelschap aanwezig. Het is een schuchter meisje, dat de achtergrond beter kent dan de voorgrond. Zijn andere vier kinderen zijn in het onveilige Syrië achtergebleven onder de hoede van zijn echtgenote. De oorlog is er nog aldoor gaande; President Assad kun je geen vader noemen. Hij heeft ‘zijn kinderen’ de oorlogszuchtige rug toegekeerd.

Jozef zorgt voor de maaltijd, een eenvoudige maar voedzame maaltijd van tomaten, uien en sauzen, waarin deeltjes van pannenkoeken worden gescheurd en gedoopt in de vier sauzen, die in het midden van de tafel zijn gezet. Er komt geen vork, mes of lepel bij kijken. Ze eten samen uit, en van de schalen, waarin de sauzen geuren en de kleuren van het voedsel de smaakpapillen prikkelen. Het is hun volksvoedsel; onze zuurkool, boerenkool, groene en witte kool worden niet echt in dank aanvaard. Ze staan er rond 5 uur in de middag voor in lange rijen, laten hun kaarten ervoor aftekenen en nemen hun rantsoenen, in plastic verpakt, in ontvangst. Ze nemen er vaak niet meer dan een muizenhapje van.

Koken, bakken en braden mogen ze niet op hun kamers. Bang voor brand is het COA; bang voor brand zijn de asielzoekers. Brandmelders hangen aan de plastic plafonds. Maar de maaltijden, rond de tafel gezeten, zijn de hoogtepunten van de dag; hun levensritme. We zitten aan; delen het brood, hun brood, dat zoveel lijkt op onze pannenkoeken, maar er niet naar smaakt. Het meel, blijft als poeder op ieders lippen.

Vader, genoemd naar de vader van Jezus, heeft grote zorgen; hij wil zijn familie over laten komen; zo snel mogelijk. Maar COA noch IND hebben snelheid in hun woordenboek staan. En vaders-zonder-vrouw-en-kinderen hebben geen of weinig geduld; ze kunnen dat nauwelijks opbrengen. Jozef vertrouwt me toe, dat hij heimwee heeft naar zijn vrouw, naar zijn in Syrië levende kinderen. Ik kan hem alleen aanhoren; voel me machteloos. Ik mag zijn post lezen; veel brieven in mijn taal; niet in de zijne. Zo goed en zo kwaad als het gaat, vertaal ik de teksten; gortdroog en doorspekt met ambtelijke taal. Het Engels is hij nauwelijks meester. Hij was ondernemer in Syrië; wasbaas met ook een strijkerij. Hij kon er goed van rondkomen. Het leven staat er stil; de wasserij is gesloten; de inkomsten opgedroogd.

‘Het thuisfront’ wordt dagelijks op de hoogte gebracht van ‘de toestand in Nederland’. Met zijn mobieltje filmt hij zijn omgeving; zorgt voor spontane tekst onder de filmbeelden. Met zijn vrouw en kinderen in Syrië hebben we regelmatig contact; we stellen hen gerust, zoals wij ook hem gerust stellen. Hij kan nauwelijks wachten tot ze kunnen overkomen; dat wachten is bijna ‘dodelijk’. Wachten valt namelijk samen met vervelen; verveling slaat hier toe. Het oude N.A.M.-gebouw is een grote ‘hangplek’. De kinderen gaan hier (nog)niet naar school. Eind mei kan hier pas de school worden opgestart. Soms nemen we hen allemaal mee naar het centrum met de winkeltjes, naar het zwembad om plezier te maken, naar bos of park om te wandelen; de bomen te benoemen of de dieren op de kinderboerderij. Jozef gaat mee; houdt een oogje in het zeil; hij is tenslotte vader, een rol hem als op het lijf geschreven.

Foto + tekst: Harry C.A. Daudt.

Raad van Kerken in Nederland
Koningin Wilhelminalaan 5
3818 HN AMERSFOORT

Facebook Twitter LinkedIn
phone033-4633844
emailrvk@raadvankerken.nl