SyriŽ? Ver van mijn bed ......

Vorige week zaterdag reden we gedrieën naar Budel, in bijna België. Niet naar het dorp, waar het knusse dorpsplein de eerste zonaanbidders welkome terrasjes kon aanbieden. Nee, naar een voormalige kazerne, waar vluchtelingen uit het Midden Oosten, onderdak is geboden. Geen militair-groen, geen helm, geen baret en geen militair saluut. Wel een slagboom en een bewaker, die ons maant een kantoortje binnen te stappen; ons te melden met een identiteitsbewijs. We krijgen een badge-met-naam, die tijdelijk ons visitekaartje is.

We gaan ‘op visite’ bij een Syrische familie; hen hebben we, rond eind september, leren kennen op ‘kamp Heumensoord’, dat al tientallen jaren eerder in een adem wordt genoemd met: ‘de Nijmeegse Vierdaagse’. Hier slapen honderdtallen soldaten uit en Europa en de Verenigde Staten, die deelnemen aan deze ‘Internationale Marsen’. Wrang is het, dat de drieduizend huidige bewoners van dit Nijmeegse Vluchtelingenkamp, naar mijn weten, meer en verder hebben gelopen, eind-2015, dan de Vierdaagse-lopers in vier dagen. De TV-beelden van de stroom vluchtelingen, die o.m. via Turkije, Griekenland, Macedonië en Italië, West Europa zijn binnen gekomen, spreken en voor zichzelf en boekdelen.

Deze Syrische familie woonde in de schaduw van Damascus; daar huizen nog enkele ouderparen, die, gezien hun leeftijd en omstandigheden, zo’n tocht niet gemakkelijk zouden overleven. Met zeven man/vrouw/kind hebben ze hun vlucht ondernomen; een hele spannende onderneming, want er zijn ook, behalve twee volwassen mannen en twee jongemannen, drie kinderen mee: twee meisjes en een jongen, die een grote levenslust aan de dag leggen. Tenslotte zijn ze hier ‘veilig’ en zijn er veel helpende handen onder de Nijmeegse bevolking. Wij, mijn vrouw, een geboren Nijmeegse, voorop, steken die helpende handen graag toe. Zij heeft heel wat (kinder)kleding uitgezocht en doen passen in het voorlopig onderkomen, door de Staat der Nederlanden ‘in het groen van Nijmegen’ aangeboden. Al tweemaal hebben we hen onze tafel aangeboden; toverden zij een Syrische maaltijd op die tafel en genoten we, samen met hen, van de toebereidselen en de gerechten-zelf. Voor hen een verademing, want op ‘het Kamp’ staan ze, dagelijks, in de rij voor de kant-en-klare maaltijden, die de Hollandse kok en pot verraden.

Nu, zien we ze, uit het niets opduiken uit deze voormalige kazerne, waar het met zevenhonderd bewoners, rustig kan worden genoemd. We wandelen, al informerend, met hen mee, naar een van de vele gebouwen, waar de openstaande ramen erop wijzen, dat zon en frisse lucht, onbelemmerd naar binnen mag komen. Ze zijn blij....zien er ontspannen uit. We zeggen dat en ze glunderen.

Ze vertrokken wel halsoverkop uit Nijmegen, maar hier huizen ze in stenen gebouwen, met deuren en ramen en meer privacy. Dat laatste kan men niet waarborgen in ‘Heumensoord’; niet gezien het aantal van drieduizend mensen; ook niet gezien de kunststof wanden van de grote tenten-met-zeildoek-daken. Maar.....het is een oponthoud van (slechts)een viertal weken; hier vinden de interviews plaats met het I.N.D. Wat hen nadien te wachten staat..............?

Met de kinderen spelen we ‘een paar potjes UNO’. De twee volwassen mannen wagen zich aan de bereiding van een Syrische lunch. Er wordt gretig van gegeten; luidruchtig ook, omdat er aardig wat grappen over de tafel rollen. We maken een wandeling over het bosachtige terrein. Mijn vrouw stelt nog voor het dorp Budel te bezoeken; instemmend stappen ze in de klaarstaande auto. Zo’n Nederlands dorp roept veel (kinderlijke) vragen op. Al heel wat Nederlandse woorden klinken door de auto en door de dorpsstraat, waar we zijn uitgestapt. De basisschool voor vluchtelingen, aan de rand van Nijmegen, heeft al heel wat vruchten afgeworpen. Voornaamste: het strijdmiddel tegen verveling.

Tekst + foto: Harry C.A. Daudt

Raad van Kerken in Nederland
Koningin Wilhelminalaan 5
3818 HN AMERSFOORT

Facebook Twitter LinkedIn
phone033-4633844
emailrvk@raadvankerken.nl