Meer dan bed, bad, brood

Isi staat op het punt te vertrekken. Vijf jaar geleden vluchtte hij uit Benin in Afrika; een stammentwist deed hem, onverwijld, de wijk nemen. Beoogd troonopvolger van zijn vader, was hij zijn leven er niet meer zeker. Te voet legde hij heel wat kilometers in zijn vaderland af; een vriend van zijn vader ontfermde zich tenslotte over hem; een angstige (wereld)vreemde en ongelet-terde jongeling. Op het vliegtuig naar Nederland werd hij gezet. Daar ontmoette hij en onze onverschillige en onze gastvrije volksaard; twee zijden van dezelfde medaille. De onverschilligheid wordt in de media meer belicht dan de gastvrijheid.

In serie woonde hij in: Ter Apel, Grave, Rotterdam, Ter Apel, Grave en tenslotte Nijmegen, waar de jubilerende stichting ‘Gast’ hem tenslotte meer dan anderhalf jaar onderdak heeft geboden. In de wijk ‘Hengstdal’ bewoonde hij eerst een zolderkamer, waarin hij meermaals zijn hoofd stootte tegen de balken van de zoldering en er zijn eigen potje moest koken. Ze boden hem sport en studiefaciliteiten, brachten hem in aanraking met zelfs een landgenoot.

In die vijf jaar leerde hij: Nederland kennen en de Nederlanders; hun gewoonten en gebruiken en het rechtssysteem, dat hem angst inboezemde en hem het vertrouwen-in-mensen ontnam. Zwijgen ging hem zoveel beter af dan spreken; zwijgend afwachten ‘wat van hogerhand’ zou worden beslist. Hij stond ermee op en ging ermee naar bed. Argwaan, boosheid, onbegrip, gebrek aan zelfvertrouwen en een-onbegrijpelijke- papierwinkel-van-de-overheid ontsierden zijn verblijf in ons land.

Toch hield hij zich staande, groeide zijn zelfvertrouwen en het vertrouwen in mensen; mensen die het goede met hem voor hadden; hem een luisterend oor boden. Van een bed een slaapstee maakten, van een bad....een warm en weldadig bad en van brood....een feestmaal. Zeven maanden was hij bij ons ‘kind aan huis’. We plukten hem van de straat; het stationsplein van Nijmegen. Niet alleen hebben we hem het perspectief van een verblijfsvergunning voorgehouden; ook terugkeer naar zijn moederland kwam meermaals ter sprake en heeft tenslotte bedding gevonden. Vanuit de door ons, tegen de zoldering opgeprikte, wereldkaart, leerde hij zijn plaats in die wereld kennen en aanvaarden; maar ook de plaats van zijn moederland. Verlangen naar dat land groeide. In de loop van deze week gaat hij naar huis, naar zijn moeder.

Ongewis was zij over ‘de wereldreis’ en de verblijfplaats haar zoon; haar blijdschap zo groot als een moederhart maar kan zijn. Een verloren en zelfs dood gewaande zoon keert terug; krijgt van Benin ‘een laisser passe’; wordt na twee weigeringen van de ambassade van Benin in Brussel dan eindelijk verleend.

Met vrienden brengen we hem dadelijk naar de vertrekhal van Schiphol; zijn aankomst 5 jaar geleden was vervuld van verwachting. Misschien is zijn vertrek met evenveel verwachting vervuld. In ieder geval met het weerzien met zijn moeder.

Harry C.A. Daudt

Raad van Kerken in Nederland
Koningin Wilhelminalaan 5
3818 HN AMERSFOORT

Facebook Twitter LinkedIn
phone033-4633844
emailrvk@raadvankerken.nl