Oecumene in Terminal

Oecumenische waarneemsters brengen de wachttijd voor passanten terug van vijf uur naar drie uur. Vrijwilligers uit diverse landen lopen mee met Palestijnse arbeiders die dagelijks door een checkpoint moeten lopen van bijvoorbeeld Bethlehem naar Jeruzalem. Over drie kilometer inclusief de zogenaamde Terminal doen ze drie uur. En als de vrijwilligers ontbreken kan de wachttijd oplopen tot vijf uur.

Dat vertelde Marion Hartman, één van een groep vrouwen die in het kader van het project 'Dochters van Sarah en Hagar' een bezoek bracht aan Israël en Palestina. De verhalen die de groep hoorde werden dinsdag 20 mei als boek gepresenteerd onder de titel 'Vertel onze verhalen verder'. Riet Bons Storm heeft de redactie verzorgd. Zij overhandigde het eerste exemplaar in Zwolle aan Klaas van der Kamp, de algemeen secretaris van de Raad van Kerken. Zij sprak daarbij de hoop uit dat het boek gebruikt gaat worden in gesprekskringen van onder meer de kerken.

Verschillende vrouwen gaven verhalen door die ze in Israël en Palestina hebben opgedaan. Margreet Stroo vertelde over de invloed van de muur tussen Israël en Palestina. Hoe depressief mensen er van kunnen worden. Josephine Wiltschut gaf de ontmoeting door die de groep had met de Joodse Chasya Chomsky in Ya'ad. Zo'n 250 Joodse families zijn er komen wonen, dankzij de overheid die de huizen in Ya'ad (Galilea) gratis ter beschikking stelt om op die manier te zorgen dat er een Joodse meerderheid in het noorden woont. Naast de Joden wonen er in Galilea ook zo'n één miljoen Arabieren. De onderlinge contacten zijn spaarzaam. Chasya Chomsky is één van de vrouwen die probeert zich in te blijven leven in een ieders verhaal. Toen er discussie was in Ya'ad om woningbouw te plegen op een voormalig Arabisch kerkhof verzette zij zich daar tegen met verschillende andere Joden. "Alles wat heilig is voor de ander, wil ik ook heilig achten', zei Chomsky.

Nynke Schaap is in het kader van haar opleiding zeven weken in Palestina geweest. Ze merkte dat de concrete ervaringen op de Westbank meer indruk maken dan letters uit een boek kunnen doen. Ze schetste ook de verwarrende situatie, waarbij leeftijdgenoten ervaringen opdoen die ernstig frustreren en tot stenengooien kunnen leiden, ook al lost het niet echt iets op. Uiteindelijk is de frustratie herkenbaar voor jongeren in Nederland. 'In Leeuwarden zijn op een dag 600 fietsen uit de gracht gehaald, die daarin zijn gegooid door vaak jonge mensen. Pure frustratie. En dan te bedenken dat wij niet eens onderdrukt worden door de gracht.' 

------

Uitgewerkte reactie die Klaas van der Kamp heeft uitgesproken bij de ontvangst van het boek 'Vertel onze verhalen verder'.

Het is zo'n zeven jaar geleden. Ik kwam op het idee via internet. De gedachte was simpel. Een Joodse familie zou drie weken in ons huis wonen. En wij zouden drie weken naar Shave Zion gaan, in het noorden van Israël; naar een huis compleet met koelkast, airco en auto. Het thuisfront reageerde - tot mijn verrassing - instemmend. Zo stond ik enkele weken later op Schiphol met een bord 'Cohen' voor mijn buik om de familie welkom te heten. De familie uit Shave Zion kwam een dag eerder naar Nederland dan dat wij konden vertrekken. Geen probleem. Ik wachtte hen op met twee sleutels: één van het huis en één van de auto. Ik moedigde hen aan om mij in de loop van de dag te bellen. Ik was vrij. Dan kon ik hen rondleiden door de stad.

Ik zat die middag te wachten. Maar geen telefoon. Pas na negenen 's avonds schalde het KPN-deuntje door het huis. "Ja, sjaloom. Kunnen we afspreken. Voor de rondleiding?" "Maar alles is dicht", zei ik, "Waarom hebben jullie vanmiddag niet gebeld?" "Toen hebben we geslapen", zei de man. "Dan is het veel te warm om iets te doen." En ik realiseerde me dat twee verschillende levensverhalen bij elkaar kwamen. Ik was dan ook niet verbaasd, toen er - eenmaal in Israël gekomen - 's avonds om half elf nog op de deur werd getikt door kinderen met de vraag of de Hollandse kinderen buiten kwamen spelen.

Het gaat hier over de waarde van het verhaal. U bent zo vriendelijk mij als vertegenwoordiger van de Raad van Kerken in Nederland het eerste exemplaar aan te bieden van de bundel 'Vertel onze verhalen verder!', over ontmoetingen met Joodse en Palestijnse vrouwen. Ik denk dat juist verhalen sympathie kunnen oproepen en de menselijkheid bevorderen. Dat is nuttig. En wel zeker in het Midden-Oosten. Want Israël en Palestina brengen ons, Nederlanders, in verwarring. Mensen van de kerk zijn theologisch in verwarring, omdat Israël Gods volk is en we weten daar vaak niet goed raad mee. Seculiere mensen zitten soms met historische schuldgevoelens over het grote aantal Joden dat vanuit Nederland is omgebracht tijdens de Tweede Wereldoorlog. En wij hebben het niet tegen kunnen houden. Daardoor ontstaat er naar Israël toe al gauw iets van ingetogenheid en stilzwijgen.

De situatie doet mij denken aan wat we eerder in onze geschiedenis meemaakten met Zuid-Afrika. Daar was de herkenning van de blanke minderheid. En tegelijk het verdrongen gevoel dat recht en gerechtigheid juist een kritische houding eisten. Zo is het ook nu. We weten dat Palestijnen onrechtmatig worden afgesloten van de buitenwereld. Mede daardoor leeft 79 procent van de Palestijnen onder de armoedegrens. Ze moeten rondkomen van minder dan 2 dollar per dag. Zij weten dat wanneer er binnen 4 jaar duizend leslokalen moeten worden gebouwd, willen we voorkomen dat een deel van de jeugd onvoldoende kansen krijgt onderwijs te volgen. Tegelijk weten we dat achter de Palestijnen Arabische staten staan die niets anders willen dan de Joden erbarmelijk laten verdrinken in de Middellandse Zee.  

Ooit zat de profeet Nathan met een politieke kwestie in zijn maag. Hij ging naar de koning en hij vertelde hem een verhaal. Hij zei: "Er woonden eens twee mannen in dezelfde stad, een rijke en een arme. De rijke man had heel veel geiten, schapen en runderen. De arme man had niet meer dan één lammetje. Hij koesterde het en het groeide bij hem op, samen met zijn kinderen. Het at van zijn brood en dronk uit zijn beker en sliep in zijn schoot; hij had het lief als een dochter. Op zekere dag kreeg de rijke man een gast op bezoek. Hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om de reiziger een van zijn eigen geiten, schapen of runderen voor te zetten. Daarom nam hij het lammetje van de arme man en zette dat zijn gast voor." De koning David ontstak in woede over de rijke man en zei tegen Natan: 'Zo waar de Heer leeft, de man die zoiets doet verdient de dood' (2 Samuël 12). Daarmee veroordeelde hij zijn eigen gedrag ten aanzien van Uria en Batseba. Het pleit voor David dat hij zich in het verhaal liet spiegelen. Zo ontdekte hij wat recht en gerechtigheid betekende in zijn situatie.

Moge deze uitgave ons Nederlanders helpen bij het vinden van recht en gerechtigheid. Voor onszelf. Voor de motivatie om voldoende de stem te verheffen als we onrecht zien gebeuren op die smalle strook grond die ons zo vertrouwd is vanuit de bijbel en vanuit het NOS-Journaal. En wie weet zijn er ook Joden en Palestijnen die het boek met herkenning lezen.

(Tekst van  20 mei in Zwolle geparafraseerd bij de ontvangst van de bundel 'Vertel onze verhalen verder!', een bundel uitgebracht onder eindredactie van Riet Bons-Storm. Verkrijgbaar in de boekhandel; een uitgave van Narratio).

 

Raad van Kerken in Nederland
Koningin Wilhelminalaan 5
3818 HN AMERSFOORT

Facebook Twitter LinkedIn
phone033-4633844
emailrvk@raadvankerken.nl