Historisch idee pelgrimage

ZOEKEN NAAR ZIEL
een oecumenische pelgrimage
naar het hart van Nederland

- een idee en een (iets bijgestelde) tekst van Egbert van der Stouw -


Inleiding

Onze samenleving en cultuur is voortdurend in beweging. Dat is natuurlijk altijd al zo geweest. “Panta rei” (alles stroomt), zei een Griekse filosoof lang geleden. “Alles vliegt voorbij”, zou hij nu misschien gezegd hebben. De snelheid waarmee de wereld om ons heen verandert lijkt steeds meer toe te nemen. Dit beeld wordt nog versterkt door de invloed van de massacommunicatie in onze tijd, waardoor we dagelijks met al die veranderingen worden geconfronteerd. De mens heeft het vermogen om zich aan veranderende omstandigheden aan te passen, maar stuit daarbij ook op grenzen. De schaduwkant van voortdurende versnelling en verandering is dat het kan leiden tot vervreemding; dat we het contact met onze ‘wortels’ kunnen verliezen, dat we op drift kunnen raken. Dat geldt voor de individuele mens, maar ook voor gemeenschappen en de samenleving als geheel. Een aantal fenomenen in onze samenleving laat zien waartoe dit op drift raken kan leiden: stress en burnout; honger naar zin; redeloos geweld.

Wat betekent deze werkelijkheid voor de kerken? Deze vraag heeft twee dimensies: een beweging naar binnen en één naar buiten. Naar binnen: In hoeverre wordt de identiteit van de kerken door deze realiteit beïnvloed? Naar buiten: In welke mate speelt de missie van de kerken in op wat er in de samenleving en cultuur gebeurt?

Om bij de eerste beweging te beginnen, in steeds meer kerken – gemeenten en parochies – ontstaat er verwarring over de eigen identiteit. Wat voorheen vast lag is beweeglijk geworden. Zo kun je in het plaatselijke aanbod van vorming & toerusting een ‘alpha-cursus’ (evangelicaal) naast een ‘cursus in wonderen’ (nieuwe tijds-denken) naast een serie bijeenkomsten ‘horen met joodse oren’ aantreffen. Behalve deze ‘pluralisering van identiteit’ zie je ook een toenemende kloof tussen ‘de Boodschap’ en ‘de hoorders’.  De hoorders zoeken hun weg in die op drift geraakte wereld, aan het anker van hun geloof wordt stevig getrokken; het biedt voor velen steeds minder houvast. De Boodschap, met name vanwege de vertaling en  vertolking ervan, functioneert vaak niet meer als baken op zee, maar lijkt in plaats daarvan op een u.f.o., komend uit een andere, onbekende wereld.

De tweede beweging is de mate waarin de missie van de kerken inspeelt op die ontwikkelingen in samenleving en cultuur. Generaliserend kun je zeggen dat de kerken in veel gevallen niet of nauwelijks in staat zijn om betekenisvol aanwezig te zijn in deze veranderende werkelijkheid. Dit lijkt een rechtstreeks gevolg van de verwarring over de eigen identiteit. Natuurlijk is het onzin om te verwachten dat de kerken op alle vragen een antwoord hebben. Natuurlijk zijn er ook veel kerken, gemeenten, parochies en individuele gelovigen die wel betrokken zijn op wat er in de samenleving gebeurt en vanuit geloofsmotivatie proberen om daarin betekenisvol aanwezig te zijn. Maar het gros lijkt zich toch te hebben verschanst achter de eigen (afbrokkelende) kerkmuren, bezig met eigen zaakjes of verwikkeld in een strijd om het eigen voortbestaan.

Het hier geschetste beeld is een subjectieve peiling van de werkelijkheid die ongetwijfeld correctie behoeft. Het beeld wil duidelijk maken dat er sprake is van een crisis in samenleving en kerk. Maar crisis betekent niet alleen ‘gevaar’. Crisis is tegelijkertijd ‘kans’. Kans voor vernieuwing, voor heroriëntatie, voor groei.  Dit project-voorstel – ‘Zoeken naar ziel’ – is een poging om de kans in de crisis te ontwaren en te ontwarren.

Terug naar de wortels

Enkele jaren geleden deed de Ghanese theoloog Bediako in een interview in Trouw de uitspraak: “Wat jullie in Nederland nodig hebben is een nieuwe Willibrord die mensen leert God in een nieuw licht te zien, dat aansluit bij de problemen die onze tijd stelt.” Het is opmerkelijk dat een Afrikaanse christen ons bepaalt bij de wortels van het kerk zijn in Nederland en zegt dat een oriëntatie op die wortels ons kan helpen bij het vinden van relevante antwoorden op eigentijdse vragen. Zoals hij dat zelf doet in de context van Ghana, zouden wij dat in onze context kunnen doen.

Kerken uit de Anglo-Saksische wereld zijn daar al langere tijd mee bezig. Vanuit de zoektocht naar de wortels van het Anglo-Saksisch christendom is een beweging ontstaan die wat men heeft gevonden – Keltisch christendom – probeert te actualiseren. Van grote invloed in dit proces van ‘herbronning’ en actualisering is de rol van de Iona Community, een oecumenische gemeenschap die wereldwijd zo'n 300 leden heeft, zo'n 1500 'associates' en duizenden sympathisanten. Deze gemeenschap, die haar spirituele basis heeft op het Schotse eilandje Iona, leeft en werkt vanuit een duidelijke identiteit: een op het Keltisch christendom gebaseerde spiritualiteit. Deze heeft als belangrijkste kenmerken:

- een holistische benadering van de werkelijkheid
- geaardheid (heelheid van de schepping) en engagement (vrede en gerechtigheid)
- aandacht voor heling en verzoening
- ruimte voor beeldende kunst, poëzie, muziek etc.
- liturgische vernieuwing, gebaseerd op herbronning
- de heiligende werking van gewijde plaatsen/pelgrimage
- leven in een missionaire context vanuit een missionaire grondhouding

Het woord ‘Keltisch’ roept wellicht associaties op met ‘druïden’, ‘natuurlijke religie’,  ‘voorchristelijk heidendom’, ‘muziek uit Ierland’, ‘New Age’ en wat al niet meer. Een korte plaatsbepaling van wat ‘Keltisch christendom’ is, is daarom op zijn plaats. De Kelten, een volk dat oorspronkelijk uit centraal Europa stamt, waren in de loop der tijd steeds verder naar het Westen van Europa getrokken/gedreven en uiteindelijk in Ierland beland. Daar kwam de Keltische cultuur tot grote bloei. In de vijfde eeuw was het de huidige patroonheilige van Ierland – St. Patrick – die het christendom onder de Kelten bracht. Dat gebeurde op een manier die rekening hield met de cultuur van de Kelten. Een voorbeeld daarvan is het Keltisch kruis, waarin de ring om het centrum een verwijzing is naar de zon, die ook in de Keltische religie een grote rol speelde. Tegelijkertijd symboliseert deze ring in het Keltisch kruis de ‘Zonne der gerechtigheid’, Christus. Ook de vorm die het Keltisch christendom aannam sloot aan bij de sociale structuur van de samenleving. ‘Beweeglijk’, ‘flexibel’ en ‘netwerkend’ zijn begrippen die deze vorm typeren. Met name kloosters vormden de centra van waaruit het christendom gevoed en verspreid werd. Rondreizende monniken speelden daarin een cruciale rol. Eén van hen was Columba, die zich in 563 met een twaalftal volgelingen op het Schotse eilandje Iona vestigde, daar een klooster-gemeenschap stichtte en van daaruit kersteningreizen naar het Schotse vasteland ondernam, alwaar hij tal van nieuwe kloosters stichtte. Columba, evenals zijn collega’s en opvolgers, hield zich niet alleen bezig met geestelijke zaken, maar mengde zich ook volop in de politiek van zijn dagen, bijvoorbeeld als bemiddelaar bij conflicten tussen de veelal in een bloedige machtsstrijd verwikkelde Schotse clans.

Een zoektocht naar de wortels van het christendom in de Lage Landen leert dat er een ‘Keltische connectie’ is. Willibrord, ‘de apostel van de Nederlanden’, was een van oorsprong Engelse monnik die vanuit een Iers klooster naar onze contreien werd uitgezonden en in 690 voet aan wal zette bij de monding van de Rijn. Overigens was in die tijd het Keltisch christendom met zijn typische kenmerken al weer onder invloed van Rome, bischoppen en een daarbij horende kerkstructuur gebracht. Toch blijkt uit de manier waarop Willibrord zijn kersteningarbeid verrichte – met respect voor de cultuur van volken waaronder hij werkte – nog wel degelijk de invloed van het Keltisch christendom.

Naast een Keltische is er ook een ‘Anglo-Saksische connectie’ in de wortels van ons christendom. Behalve Willibrord hadden ook Adelbert – zijn metgezel – , Bonifatius en Lebuïnus een Anglo-Saksische achtergrond. Deze namen zijn verbonden met evenzoveel plekken in Nederland: Willibrord met Utrecht, Adelbert met Egmond, Bonifatius met Dokkum en Lebuïnus met Deventer. Wat kunnen we met dit gegeven?

Pelgrimage herontdekt

In de geschiedenis van het christendom hebben plekken, verbonden met bepaalde heiligen, een belangrijke rol gespeeld, vooral als pelgrimage-oorden. Pelgrimage is in onze dagen een fenomeen dat weer toenemend in de belangstelling staat. De stapel boeken over wandel- en fietspelgrimages naar bijvoorbeeld Santiago de Compostella groeit gestaag. Overigens gebeurt het moderne pelgrimeren lang niet altijd meer uit religieuze motivatie, maar dient het bijvoorbeeld als therapie tegen stress en burnout en als middel om jezelf te hervinden. Dit maakt overigens wel duidelijk dat de christelijke traditie iets in huis heeft dat relevant kan zijn in de eerder beschreven context van een samenleving op drift.

In de Middeleeuwen waren er drie redenen om te pelgrimeren: pietas (‘de vreze des Heren’), penitentia (boetedoening) en ad sanctos (naar de heiligen). In de seculiere werkelijkheid van onze dagen krijgt dit alles een nieuwe invulling. Zo kan pietas worden: het zoeken naar de juiste maat voor jezelf, je omgeving, de ander/Ander. En penitentia: het onderweg communiceren met elkaar (zoals de Emmaüsgangers).

Binnen de oecumene is pelgrimage ontdekt als instrument om te komen tot heroriëntatie en kerkvernieuwing. Zo is enige jaren geleden in Europa onder de naam ‘Pilgrimage 2000’ een programma gepresenteerd dat pelgrimage hanteert als middel om de wortels en ontwikkeling van het christendom in Europa in relatie te brengen met de uitdagingen waar de kerken in Europa in een nieuw millennium voor staan. De European Co-ordinating Group for Mission and Renewal, een werkgroep van de WCC en de CEC, heeft dit programma toen uitgewerkt via de vaststelling van vijf pelgrimageplekken in Europa. Deze plekken liggen geografisch in een kruisvorm over Europa verspreid, met vier punten en een centrum. Daardoor ontstaat het volgende plaatje : Thessaloniki/Griekenland; Zuid, Trondheim/Noorwegen; Noord, Edinburgh/Schotland; West, Iasi/Roemenië Oost, Praag/Tsjechië; Centrum.

Nederland speelde toen geen rol in dit programma. Dat wil echter niet zeggen dat de doelstelling en opzet ervan niet relevant zouden kunnen zijn voor de Nederlandse context. Er werd daarom (door mensen als Egbert van der Stouw) een project uitgeschreven met de titel ‘Zoeken naar ziel’, dat gezien kan worden als een Nederlandse variant van ‘Pilgrimage 2000’. Ook in Nederland werd daarbij de geografische kruisvorm als uitgangspunt gekozen. De opzet was vanuit de volgende plaatsen: Servatius/Maastricht; Zuid (Limburg, Brabant, Zeeland); Bonifatius/Dokkum; Noord (Friesland, Groningen, Drenthe); Adelbert/Egmond; West (Noord- en Zuid-Holland); Lebuïnus/Deventer; Oost (Overijssel, Flevoland, Gelderland); Willibrord/Utrecht; Centrum (Utrecht).

De start van het project was in het Zuiden gedacht, met als richtpunt Maastricht, de stad van de heilige St. Servatius/Servaas, en dat was niet zonder betekenis. Servatius († 384) was de eerste bisschop in de Nederlanden wiens bestaan met zekerheid bekend is. Zijn oorsprong ligt in het Oosten (vermoedelijk Armenië) en symboliseert daarmee de oorsprong van het christendom: het Midden-Oosten. De overige vier heiligen die de wortels van het christendom in de Lage Landen symboliseren hebben hun oorsprong in het Westen; de richting van waaruit de belangrijkste kersteningactiviteit in de Nederlanden heeft plaatsgevonden. En tenslotte is ‘de apostel van de Nederlanden’, Willibrord, verbonden met ‘het hart van Nederland’, daar waar de vier punten van de kruisvorm hun midden vinden.

Een plaatselijke pelgrimage naar verleden, heden en toekomst

‘Zoeken naar ziel’ beoogde de aanzet te geven tot een proces van herbronning, identiteitsvorming en vernieuwing in locale geloofsgemeenschappen. Dit alles met het oog op de ontwikkeling van een missionaire identiteit en spiritualiteit die relevant is in de eerder geschetste context van de hedendaagse samenleving en cultuur. Dit proces kan een vorm vinden in een plaatselijke pelgrimage naar verleden, heden en toekomst.

In de praktische uitwerking zou het project zich in vijf etappes kunnen afspelen. In ieder etappe is één van de vijf eerder genoemde plaatsen, verbonden met een bepaalde heilige, het richtpunt. Zo zou in het najaar van een bepaald jaar voor de regio Oost-Nederland (Overijssel, Flevoland, Gelderland) de stad Deventer het richtpunt kunnen zijn. Plaatselijke Raden van Kerken in deze regio zouden in deze periode activiteiten kunnen gaan opzetten die in het licht staan van een pelgrimage naar verleden (een zoektocht naar de oorsprong en ontwikkeling van de kerk in deze regio/ter plaatse), het heden (een kritische zelfanalyse van het huidige kerkzijn in het licht van de context) en de toekomst (het ontwikkelen van een voor de context relevante vorm van kerkzijn en spiritualiteit). In het voorbeeld van Deventer zouden behalve de figuur van Lebuïnus ook invloedrijke personen als Geert Grote (Moderne Devotie/Zusters en Broeders van het Gemene Leven) en Thomas à Kempis (‘Over de navolging van Christus’) als oriëntatiepunten in de pelgrimage naar het verleden kunnen dienen. Daarnaast zouden ingrijpende kerkhistorische ontwikkelingen, zoals de Reformatie, in deze pelgrimage naar het verleden betrokken kunnen worden. Dat Deventer voor Oost-Nederland als richtpunt dient, wil niet zeggen dat alle activiteiten zich daarop zouden moeten richten. Juist omdat het om een pelgrimage van locale geloofsgemeenschappen gaat, zal de locale geschiedenis en context van kerkzijn in het pelgrimeren moeten worden meegenomen. Tot de mogelijke activiteiten in dit kader behoren bijvoorbeeld fysieke pelgrimage (samen wandelen naar een betekenisvolle plek in de omgeving, bijvoorbeeld (via een kerkenpad) naar een oude kerk, naar een boom ‘die alles heeft gezien’ of naar een oorlogsmonument) en het bijdragen aan een virtuele pelgrimage (door het opzetten van een website over het verleden, heden en de toekomst van de locale geloofsgemeenschap als onderdeel van een groter netwerk van ‘pleisterplaatsen onderweg’).

Het totale project zou uiteindelijk kunnen uitmonden in een pelgrimage naar ‘het hart van Nederland’, Utrecht. Het zou natuurlijk heel mooi zijn als dat ook de plek zou kunnen worden van de volgende kerkendag, waarmee het project dan zou kunnen worden afgesloten. Vandaar dat in de opzet van dit project een belangrijke coördinerende rol voor de Raad van Kerken in Nederland is weggelegd.

Zoeken naar ziel: een spiritualiteit van geweldloze weerbaarheid

De vorige paragraaf begon met te zeggen dat ‘Zoeken naar ziel’ de ontwikkeling van een missionaire identiteit en spiritualiteit in locale geloofsgemeenschappen beoogt. Een identiteit en spiritualiteit die relevant en van betekenis zijn in de eerder geschetste context van de hedendaagse samenleving en cultuur. Om het project ook een inhoudelijke focus te geven wordt in het navolgende een thema geïdentificeerd dat hierin voorziet.
 
Eén van de grootste maatschappelijke problemen – een probleem van alle tijden – is het geweld in de samenleving. Dat geldt niet alleen de wereldsamenleving maar ook Nederland zelf. Het geweld in de samenleving stelt ons voor vragen waarvoor we een uitweg zoeken. Nieuwe, seculiere rituelen met religieuze dimensies komen op, waarin woede en verdriet zich kanaliseren en tot uitdrukking worden gebracht. Te denken valt hierbij aan de talloze (stille) tochten tegen ‘zinloos geweld’ die de afgelopen jaren op diverse plekken in Nederland gehouden zijn. Hoe waardevol dit op zichzelf ook is, toch kun je je afvragen of de diepte van het geweld in onze samenleving wel voldoende gepeild word. Want het beeld kantelt en raakt onszelf als we geweld meer holistisch beginnen te verstaan. Iedere maand worden zo’n 100 mensen geofferd op het altaar van het verkeer. Toch nemen we iedere dag weer deel aan deze moordende loterij. Ook op het altaar van de economie worden velen in onze samenleving geslachtofferd. De boodschap die op allerlei manieren wordt uitgezonden is: Als je het niet maakt in het leven, heb je het aan jezelf te danken. Er is dan ook steeds minder mededogen met de uitvallers uit de ‘rat-race’. Maar er zijn nog meer vormen van geweld die ons meer raken dan ons lief is. Zo worden duizenden weerloze kinderen in onze samenleving dagelijks misbruikt, mishandeld en verwaarloosd, zowel fysiek als emotioneel. Veel van dit geweld tegen kinderen vindt plaats in de setting van het (gebroken) gezin, ‘de veilige hoeksteen van de samenleving’. Dan is er het geweld van mannen tegen vrouwen, dat zich op allerlei manieren – van subtiel tot grof – manifesteert. Overal om ons heen wordt onze natuurlijke leefwereld aangetast door het geweld van menselijk handelen. Het water, de bodem, planten, bomen en dieren, ze hebben nog steeds te lijden onder de menselijke activiteit.  Verder valt te denken aan het niet fysieke geweld in de omgang van mensen met elkaar: verbaal geweld, elkaar negeren, roddelen en ga zo maar door. Zo maar wat voorbeelden van hoe onze samenleving en leefwereld op allerlei manieren van geweld is doordrenkt.

Wat stellen wij hier als kerken tegenover? Opvallend vaak halen de kerken de media als er weer ergens een binnenkerkelijke ruzie woedt. Dit beeld van onderlinge onverdraagzaamheid wordt nog versterkt door wat er ons aan berichtgeving van over de landsgrenzen bereikt: protestanten die katholieken vermoorden in Noord-Ierland en omgekeerd. Om maar niet te spreken over berichten die de haat tussen de godsdiensten illustreren, zoals de strijd tussen christenen en moslims op de Molukken. Veel minder vaak lees je over de verzoenende rol die kerken en christenen spelen in situaties van conflict en geweld. Toch is ook dat laatste deel van de (gebroken) werkelijkheid.

Omzien naar de wortels en geschiedenis van het christendom in de Lage Landen leert ons dat het geweld daarmee onlosmakelijk verbonden is. En toch is er ook een tegengeschiedenis, vaak in de marge, die laat zien dat het ook anders kon en kan. Deze tegengeschiedenis zou ons iets kunnen leren over de ‘spiritualiteit van  geweldloze weerbaarheid’, in de voorbije eeuw zo overtuigend gepraktiseerd door mensen als Ghandi en King. ‘Zoeken naar ziel; een oecumenische pelgrimage naar het hart van Nederland’, beoogt deze ‘spiritualiteit van geweldloze weerbaarheid’ op het spoor te komen; in een gesprek met verleden, heden en toekomst. Daarmee sluit het project inhoudelijk aan bij het ‘decennium tegen geweld’ dat de Wereldraad van Kerken zal gaan ‘lanceren’.

Pelgrimeren naar ‘het hart van Nederland’ verwijst daarbij niet alleen naar een plek in het land (te weten Utrecht); ‘het hart van Nederland’ heeft ook te maken met ‘de ziel van onze beschaving’. Die ziel is deels verbonden met de christelijke wortels van onze cultuur. Wortels die de sapstroom van onze beschaving vaak al lang niet meer voeden, waardoor de boom die ‘samenleving’ heet op veel plaatsen ziek is geworden. Natuurlijk ontspruiten er ook nieuwe loten aan de stam (migranten) die deels gevoed worden door een eigen wortelstelsel (een eigen cultuur en religies als islam en hindoeïsme). Voor ‘Zoeken naar ziel’ impliceert dit dat het project zich met het oog op de toekomst van onze samenleving eigenlijk zou moeten ontwikkelen van een oecumenische naar een interreligieuze pelgrimage.


Deze tekst is gebaseerd op een projectomschrijving van Egbert van der Stouw uit 2000. De gedeelten met concrete jaartallen en perioden zijn er uit gehaald, omdat het verwarring zou oproepen. Het stuk is nu opgenomen als mogelijkheid om mensen te inspireren.

 

Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design: SyncCP; techniek: SiteCan