Staatlozen in BelgiŽ

'Jullie weten immers hoe het voelt om vreemdeling te zijn, omdat jullie zelf vreemdelingen zijn geweest in Egypte'. (Exodus 23:9)


Onder de mensen waar onze kerkgemeenschappen contact mee hebben, ontmoeten we nu regelmatig mensen die wat hun verblijfsstatus betreft eigenlijk niet voor of achteruit kunnen. Dat zijn met name mensen die als vluchteling het land binnengekomen zijn, geen toegang gekregen hebben, maar nu ook niet meer terug kunnen. Bijvoorbeeld omdat het land waar iemand vandaan komt hen niet erkent als burger. Dat kan een politieke achtergrond hebben. Deze mensen krijgen geen reisdocumenten of een laissez-passer en kunnen daarom niet terug naar het land van herkomst; ook al willen ze graag en doen er hun uiterste best voor om door hun eigen land wel als burger erkend te worden. Voor de Belgische overheid is er dan een situatie ontstaan waarin er een administratieve onmogelijkheid is om iemand te repatriëren. Er kan ook een situatie zijn waardoor er bijvoorbeeld door oorlogshandelingen geen vliegverkeer mogelijk is met een land. Er is in de ogen van de Belgische overheid dan een situatie ontstaan waarin er een feitelijke onmogelijkheid is om te repatriëren. In beide gevallen krijgt iemand de titel ‘niet-repatrieerbaar’. Soms heeft men zelfs geen nationaliteit (meer). Dan is iemand staatloos. Vaak is er dan ook geen opvang mogelijk en leven mensen op straat.

In december en januari jl. heeft KMS/AMOS een campagne gehouden rond de positie van niet-repatrieerbaren en staatlozen in onze samenleving. Zo is er op verschillende plekken, zoals in Aalst, Brugge, Leuven, Hasselt, Kortrijk, Gent een informatie- en discussiebijeenkomst geweest; in Turnhout was er op 16 januari een avond met als thema Amos spreekt profetische taal: ‘maak recht wat krom is!’ Op 21 januari was er in Brussel voor beroepskrachten en vrijwilligers in het welszijnswerk een bijeenkomst met het thema ‘hulpverlening aan staatlozen of niet-repatrieerbare migranten: quid?’ Tijdens deze bijeenkomsten werd aan de hand van reële verhalen of door uitleg van deskundigen, duidelijk gemaakt dat de weg om erkenning te krijgen als niet-repatrieerbare dan wel staatloze een uiterst belangrijke eerste stap is om weer enigszins zicht op een toekomst te hebben. Maar die erkenning krijgen is een lange en vaak moeizame weg. Zo kan het voorkomen dat iemand niet alleen bij de ambassade van het land van herkomst een aanvraag moet doen om reisdocumenten, maar ook bij die van de omringende landen, de landen van herkomst van beide ouders, etc., etc.. De bewijzen van afwijzing zijn van groot belang, wil men kunnen aantonen dat men staatloos is. Het kan soms meerdere jaren duren om die te verzamelen, zeker als ambassades niet willen meewerken.

G.A. is geboren in Ethiopië, maar zijn ouders zijn afkomstig uit het deel dat nu Eritrea is. Met zijn ouderlijk gezin was hij door Ethiopië naar Eritrea gedeporteerd. Daar werden ze niet geaccepteerd: 'te Ethiopisch'. Ze werden achtergelaten op de grens in 'niemandsland'. Zijn ouders 'verdwenen' bij een zoveelste conflict. G.A. had een adres van een tante die ergens in Eritrea  woonde, maar hij was daar ook niet welkom. Hij vluchtte het land uit om in Europa terecht te komen. Eigenlijk weet hij zelf nog altijd niet welk land hij ontvlucht is. Maar het is wel duidelijk dat er geen enkel land is, dat hem zegt waar hij thuis hoort. België weigert hem echter ook omdat hij zijn verhaal niet kan bewijzen. Samen met een vrijwilliger bezocht hij de ambassades. Zonder resultaat. Ondertussen leeft hij op straat.

Het pleidooi van KMS/AMOS (samen met andere organisaties die zich het lot van vluchtelingen aantrekken) is om voor mensen die in dat traject van staatloosheid-aantonen zitten, de reguliere opvang voor vluchtelingen weer toegankelijk te maken. Op dit moment is het zo dat zelfs voor mensen die al hebben kunnen aantonen dat zij niet-repatrieerbaar of staatloos zijn, de opvang niet gegarandeerd is. In de Europese Terugkeerrechtlijn (Overweging 12, 2008/115/EG) staat dat mensen die illegaal in een Europees land verblijven, maar niet kunnen terugkeren, wel een voorziening moeten hebben voor hun elementaire levensbehoeften. Dat de Belgische overheid deze overweging niet heeft omgezet in wetgeving is voor de kerken een grote zorg. Zij krijgen immers in het diaconaat via concrete hulpvragen van wanhopige mensen te maken met de gevolgen van dit beleid. Voor zover ik weet zijn de VPKB-gemeenten van Gent, Hasselt en Brussel met concrete situaties in de weer waar mensen aanvankelijk vrijwel letterlijk op de stoep van de kerk stonden, om ze vervolgens op een of andere manier te helpen. Zie ook www.pointofnoreturn.eu en www.kms.be

Ds. Anne Kooi,
Predikant van de PKBrussel
Mede namens de VPKB werkgroep MiSaG (migratie, samenleven en geloven).

Raad van Kerken in Nederland
Koningin Wilhelminalaan 5
3818 HN AMERSFOORT

Facebook Twitter LinkedIn
phone033-4633844
emailrvk@raadvankerken.nl