Mogelijke woorden

De Raad van Kerken biedt plaatselijke comité’s voor de herdenking rond vier en vijf mei opnieuw materiaal aan dat kan worden gebruikt om de doden te gedenken en de bevrijding te vieren. Er zijn teksten die als meditatie kunnen worden uitgesproken, een gebed, gedichten en liederen. Iedere plaats kan er een eigen compilatie van maken, elementen toevoegen of teksten enigszins aanpassen zodat ze aansluiten bij wat men plaatselijk geschikt acht. Bij de teksten een lied uit het Nieuwe Liedboek van Sytze de Vries en een preekfragment van Kaj Munk.


Mogelijke woorden

Onderstaande tekst is geïnspireerd door de inzet van joden, moslims en christenen in de achterliggende maanden, waarbij de vertegenwoordigers van de drie religies in gesprek zijn geraakt met het comité vier mei, en hebben aangedrongen om het menselijkheid onterende van de sjoah te blijven benoemen; het kan niet zo zijn is de gezamenlijke visie dat mensen worden vermoord om wie ze zijn; dergelijke mechanismen moeten in kritische zin benoemd worden; en deze inzet komt naast de inzet tegen geweld, moord en misdadig gedrag, waarbij mensen aan twee kanten wapens in handen hebben en slachtoffers maken.


We gedenken de doden die in de Tweede Wereldoorlog zijn gevallen.

Ieder slachtoffer heeft een moeder, die haar kind beweent,

Al is het postuum in het graf, omdat ze haar kind niet heeft gebaard om voortijdig te sterven.

Ieder wapen waarmee een mens het leven wordt ontnomen is een misdadig instrument.

En toch raakt het ons op een nog indringender manier,

Als iemand sterft, zonder zelf een wapen te dragen,

Maar alleen om de simpele reden dat iemand jood is, of zigeuner, of homoseksueel.

Dit sterven is niet alleen een moord op een mens,

Het is een moord op de mensheid.

We kunnen het nimmer vanzelfsprekend vinden dat mensen omwille van hun etniciteit, religie, geaardheid of andere menselijke eigenschappen achter worden gesteld en worden geëlimineerd.

Ieder mens, jood of moslim of christen, homoseksueel of heteroseksueel, zigeuner en burgerlijk ingezetene gedurende vele generaties,

we herhalen ‘ieder mens’ heeft recht op er zijn en recht op leven.

Daar maken we ons sterk voor.

We gedenken de mensen die als mens er niet mochten zijn en die het leven hebben gelaten.

We gedenken al die mensen die hun leven hebben gegeven om die grondrechten te verankeren.

En we gedenken de mensen de mensen die in een systeem zijn gemanipuleerd en zijn gebruikt en zich hebben laten gebruiken.

Dat de herinnering aan hen ons steeds weer moge motiveren voor het leven.


Fragment van een preek / toespraak

De laatste preek van Kaj Munk

Kaj Munk, een Deens predikant, hield op nieuwjaarsdag 1944 zijn laatste preek. Hij kwam niet in zijn kerkelijk gewaad maar in een ochtendjas de kerk binnen kwam. In plaats van op de preekstoel te gaan zitten pakte hij een stoel. Hij verklaarde zijn gedrag als volgt: 

"... toen ik gisteren voor Gods aangezicht deze dienst voorbereidde, heb ik gevoeld, dat het mij onmogelijk zou zijn, vandaag op de preekstoel of voor het altaar te gaan staan... Met deze daad protesteerde hij ertegen dat enkelen uit zijn gemeente vrijwillig voor de Duitsers werkten. Hij stelde: Het woord van God staat geen beperkingen toe. Het heeft betrekking op ons hele leven en op alle omstandigheden. (...) Denemarken is in oorlog met Duitsland. (Tot de volksrevolutie op 29 augustus 1943 was de situatie onduidelijk gebleven. Vanaf dat moment baseerden de Duitsers hun optreden op principes die alleen maar tussen oorlogvoerende staten gelden.) Daaraan voegt hij onomwonden toe: Wanneer thans een Deen vrijwillig hulp verleent aan de Duitsers, maakt hij zich schuldig aan verraad en Ik sta hier niet om haat te verkondigen. Ik kan dat doodeenvoudig niet. Ik haat zelfs Adolf Hitler niet. Ik weet in welk een staat van verschrikking en ellende de wereld is komen te verkeren. Ik weet welke smaad mijn eigen land heeft moeten ondergaan. Ik weet dat ik mij nu al maanden geen enkele keer te ruste heb begeven, zonder tegen mezelf te zeggen: 'Zullen ze je vannacht komen halen?' En dat is geen vrolijke gedachte voor iemand die het leven liefheeft, die nog veel werk heeft te verrichten en die gelukkig is met vrouw en kinderen. En toch kan ik niet haten. Want de mensen zijn zo verschillend, bezeten door verschillende geest en de Verlosser heeft ons leren bidden: 'Vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen'."


Drie dagen later, op 4 januari 1944, werd Munk door de Gestapo opgepakt en afgevoerd. Rustig beëindigde hij een telefoongesprek, nam hij afscheid van zijn vrouw en kinderen met de woorden Stol paa Gud (vertrouw op God) en ging hij mee met de vijf mannen die hem kwamen arresteren. Tegen middernacht, bij Hørbylunde, tien kilometer ten westen van Silkeborg stapten ze uit en werd hij van achteren neergeschoten.

Nog twee fragmenten uit zijn preek:

"Er zijn heel, heel veel goede Duitsers. God zij daarvoor geprezen, anders ware deze wereld zonder hoop. Heel veel brave jongens, even flink als onze eigen jongemannen, zijn daar in uniform gestoken. Maar zolang zij gedogen, dat dat regiem, dat zij zelf met Heilgeroep begroet hebben, zijn macht over hen blijft uitoefenen, zijn zij daarvoor mede-verantwoordelijk. Als ergens in een gezin een man aan de drank raakt, wordt heel dat gezin daarbij betrokken. Zo is dat nu eenmaal. Men kan zichzelf niet laten misbruiken, om als een wolf zijn klauwen in andermans lichaam te slaan en dan verlangen, dat men als een onschuldig lam behandeld wordt. Dat is nu eenmaal de harde feitelijkheid in een oorlog, dat het, zolang hij duurt, geen mensen zijn, waarmee wij te maken hebben, maar uniformen. Als wij in ons land een Duitse soldaat zien, moeten we zeggen: dat is een uniform – en ons dan voor ogen stellen, wáár die uniform de uitdrukking van is."


"Als het om recht of onrecht gaat, mag men nooit vragen, of het allemaal de moeite wel loont, want dan is het altijd de duivel, die aan de winnende kant is. (…) Het valt op ons zelf terug, wanneer wij niets zouden doen. (…) En als we de komedie maar verder bleven spelen en vriendelijke gezichten bleven zetten, terwijl de vijand zijn duivelse spel speelt, dan zouden we onszelf alleen maar als een aanhangwagentje achter de Duitse zegekar laten haken op haar razende vaart naar de afgrond. Wij zijn geen seniel volk (…), dat zich alles moet laten welgevallen en tot alles moet laten dwingen’."


Gebed

Eeuwige God,

die ons in mensen tegemoet komt,

voor Uw aangezicht gedenken wij:

allen die vóór ons hebben geleefd,

die ons deze aarde hebben gegeven,

van wie wij zoveel schatten en ruïnes,

zoveel lief en leed hebben geërfd:

ouders en voorouders,

allen die ons hebben gemaakt en opgebouwd,

die ons een naam hebben gegeven,

deze taal om te spreken,

deze wereld om te bewonen.

Wij bidden U

voor onze kinderen en nakomelingen,

voor allen die ná ons geboren zullen worden:

dat wij hen geen stenen geven voor broden,

dat wij hen geen oorlog nalaten,

maar vrede zoals nog nooit.

Voor hen die in ons midden

klein en weerloos zijn, bidden wij U:

dat er niets ergs met hen gebeuren zal,

dat zij niet scheef groeien, niet worden misvormd;

dat zij, groter wordend,

zich niet onttrekken aan een onzekere toekomst,

deze wereld niet gaan haten,

een oudere generatie niet afschrijven,

niet vluchten in verdoving;

dat hun protest bij machte zal zijn

in deze samenleving iets ten goede te keren,

dat zij nieuwe vormen mogen vinden

van geluk en solidariteit;

dat zij het visioen niet prijsgeven

van gelijke rechten en vrede voor allen.

(Fragment van Huub Oosterhuis uit: ‘Gebeden en Psalmen’)


Lied

Zolang wij ademhalen

schept Gij in ons de kracht

om zingend te vertalen

waartoe wij zijn gedacht:

elkaar zijn wij gegeven

tot kleur en samenklank.

De lofzang over het leven

geeft stem aan onze dank.

Al is mijn stem gebroken,

mijn adem zonder kracht,

het lied op andere lippen

draagt mij dan door de nacht.

Door ademnood bevangen

of in verdriet verstild:

het lied van uw verlangen

heeft mij aan ’t licht getild.

Het donker kan verbleken

door psalmen in de nacht.

De muren kunnen vallen:

zing dan uit alle macht!

God, laat het nooit ontbreken

aan hemelhoog gezang,

waarvan de wijs ons tekent

dit lieve leven lang.

Ons lied wordt steeds gedragen

door vleugels van de hoop.

Het stijgt de angst te boven

om leven dat verloopt.

Het zingt van vergezichten,

het ademt van uw Geest.

In ons gezang mag lichten

het komend bruiloftsfeest.

Proefbundel Nieuwe Liedboek, no. 1.

Tekst: Sytze de Vries


Gedicht / lied

Als de liefde niet bestond

Als de liefde niet bestond

Zou de zon niet langer stralen

De wind zou niet meer ademhalen

Als de liefde niet bestond

Geen appel zou meer rijpen

Zoals eens in het paradijs

Als wij elkaar niet meer begrijpen

Dan is de wereld koud als ijs

(Uit The Passion 2012, ‘Jezus wordt gekruisigd’)

Gedicht

Mijn zoon 

 

Als hij schrijft begint hij onder aan de letters,

als hij twee vechtende ridders tekent

begint hij met de zwaarden, daarna de armen,

dan het hoofd. En voorbij het tekenpapier,

voorbij de tafel, de hoop en de vrede.

 

(Fragment uit: 'Mijn zoon' van Yehuda Amichai, 1924)


Gedicht / lied

Afscheid nemen bestaat niet

Afscheid nemen bestaat niet

Ik ga wel weg maar verlaat je niet

Lief, je moet me geloven

Al doet het pijn...

Ik wil dat je me los laat

En dat je morgen weer verder gaat

Maar als je eenzaam of bang bent

Zal ik er zijn..

Kom als de wind die je voelt en de regen

Volg wat je doet als het licht van de maan

Zoek me in alles dan kom je me tegen

Fluister mijn naam,

en ik kom eraan

Zie, wat onzichtbaar is

Wat je gelooft is waar

Open je ogen maar

En, dan zal ik bij je zijn

Alles wat jij moet doen

Is mij op m'n woord geloven

Afscheid nemen bestaat niet...

Kom als de wind die je voelt en de regen

Volg wat je doet als het licht van de maan

Zoek me in alles dan kom je me tegen

Fluister mijn naam

En ik kom eraan

Kijk in de lucht

Kijk naar de zee

Waar je ook zult lopen ja, ik loop met je mee

Iedere stap en ieder moment

Waar je dan ook bent!

Wat je ook doet

Waar je ook gaat

Wanneer je me nodig hebt

Fluister gewoon mijn naam

En ik kom eraan

Afscheid nemen bestaat niet...

(Uit The Passion 2012, Jezus is niet dood, hij is dichtbij...)


Gedicht

Afscheid

Ieder scheiden is van ’t laatste scheiden

Voorbode, ieder bed van ’t laatste bed.

Alle sterfelijke wegen leiden

Naar het eind waarvan geen liefde redt.

In het stedelijk duister van de straten

Nemen we afscheid – en het drukt als lood,

Kijken om en wuiven, reeds verlaten,

Slaan de hoek om, en het is de dood.

J.C. Bloem


Gedicht

Tranen

Zomaar

een blad,

nat van de regen

in het prille

morgenlicht.

Alsof

de hemel

vannacht

ook tranen

heeft vergoten.

Troostvolle

gedachte dat ik niet

alleen sta in

mijn verdriet.

(uit: Zinboekje Oase Media)


Gedicht

Wanneer ik eens gestorven ben,

- maar ik zal nimmer sterven -

en iemand vindt mijn schedel dan,

die alle licht moet derven;

dan predike die schedel nog:

ik zie Hem zonder ogen,

ik mis verstand, toch grijp ik Hem,

zal eeuwig Hem verhogen.

Ik heb geen lippen en geen tong,

maar kus Hem, mag Hem loven

met de belijders van Zijn Naam

op aarde en hierboven.

Ik, hard en dood, ben wonderbaar

versmolten in Zijn liefde,

want Hij ging uit naar Golgotha,

waar ’t zwaarste leed Hem griefde.

Ik ben hier ver van ’t paradijs,

op sombere dodenakker,

toch leef ik ’t volle leven nu,

Zijn liefde riep mij wakker.

Ik ben een dorre schedel slechts,

maar alles trilt van ’t leven,

dat Zijne liefde, wonderbaar,

mij, arme, wilde geven.

En alle leed is nu voorbij,

omdat Hij, wreed geslagen,

de vloek van zonde en van dood

voor mij heeft weggedragen.

H.F. Kohlbrugge


Lied

Lied uit de bundel van het Leger des Heils teruggaand op B. van Clairvaux (nummer 480)

Is dat, is dat mijn Koning,

dat aller vaad’ren wens?

Is dat, is dat zijn kroning?

Zie, zie, aanschouw de mens!

Moet Hij dat spotkleed dragen,

dat riet, die doornenkroon;

lijdt Hij die smaad en slagen,

Hij, God, uw eigen Zoon?

O Jezus, Man van smarten,

U, aller vaad’ren wens,

Herinner aller harten

’t aandoenlijk: ‘Zie de mens!’

Laat mij toch nooit vergeten

die kroon, dat kleed, dat riet.

Dit trooste mijn geweten:

’t Is al voor mij geschied.


Lied

Lied uit de internationale bundel Thuma Mina (Nummer 276: Lift up the cross)

Lift up the cross, lift up our hearts,

Christ is the king who died for peace.

Cary the cross to Calvary,

Simon Cyrene we al must be,

Evil shall die and Christ shall live,

Peace ev’rywhere shall reign indeed.

Lift up the cross, lift up our hearts,

Christ is the King who died for peace.

Carry the cross to Calvary,

brothers and sisters let us be,

justice shall reign for Christ has died,

sing for the dawn shall burst with light.


Foto: Oorlogsmonument in Zelhem (Gelderland)

Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design: SyncCP; techniek: SiteCan