Inhoud achter 4 en 5 mei

Een delegatie van het Caïro-overleg heeft op 29 januari jl. gesproken met een vertegenwoordi-ging van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Er was om dit gesprek gevraagd door het Caïro-overleg. Het Caïro-overleg vindt het belangrijk dat ook voor jongeren helder is waarom we op 4 mei in Nederland herdenken en wie er tijdens de Nationale Herdenking herdacht worden. Het overleg pleit er voor om expliciet aandacht te besteden aan het unieke karakter van de Tweede Wereldoorlog: de vervolging en moord op Joden, Sinti en Roma en het industriële karakter daarvan.

Het Nationaal Comité was vertegenwoordigd door bestuurslid Jacques Wallage en directeur Nine Nooter. Vanuit het Caïro-overleg namen deel aan het gesprek: Kursat Bal (Contactorgaan Moslims en Overheid), Marius van Leeuwen (Raad van Kerken), Klaas van der Kamp (Raad van Kerken), Harry Polak (Progressief Joods), Hanneke Gelderblom-Lankhout (Progressief Joods) en Raphaël Evers (Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap).

Het Caïro-overleg had eerder een brief gestuurd over de thematiek, omdat de indruk is ontstaan dat verbreden de tendens is bij de invulling van het herdenken op 4 mei. Voor het Cairo-overleg is het belangrijk dat het accent blijft liggen op de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, en de Sjoa in het bijzonder en dat de herdenking niet veralgemeniseerd wordt naar de slachtoffers van alle oorlogen, inclusief de soldaten die toen instrument waren van het nazibewind.

Het Caïro-overleg had eerder een brief gestuurd over de thematiek, omdat de indruk is ontstaan dat verbreden de tendens is bij de invulling van het herdenken op 4 mei. Voor het Cairo-overleg is het belangrijk dat het accent blijft liggen op de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en de Sjoa in het bijzonder en dat de herdenking niet veralgemeniseerd wordt naar de slachtoffers van alle oorlogen, inclusief de soldaten die toen instrument waren van het nazibewind.

Tijdens het gesprek heeft het Nationaal Comité een uitvoerige toelichting gegeven op zijn taak, opdracht en werkwijze. Op 4 mei herdenken we alle Nederlandse oorlogsslachtoffers die zijn omgekomen of vermoord tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op 4 mei realiseren wij ons dat er een einde is gekomen aan de Tweede Wereldoorlog, mede dankzij de inzet (en het verlies) van grote aantallen geallieerde militairen. In de Tweede Wereldoorlog ligt een belangrijke motivatie om ons als Nederland actief in te zetten voor internationale vredesoperaties. Het is om die reden dat ook Nederlandse militairen die omkomen bij de inzet voor vrede en vrijheid elders in de wereld op 4 mei worden herdacht. Het herdenken van hen sluit daarbij aan. Zoals dat ook in andere landen gebruikelijk is bij Nationale Herdenkingen. Hoewel het memorandum in 1961 is verbreed blijft de Tweede Wereldoorlog het hart van de Nationale Herdenking.

Op 4 mei staat het herdenken van de doden centraal. In de vele educatieve activiteiten van het Nationaal Comité en van andere organisaties is er aandacht voor de context van 4 en 5 mei. Kortom herdenken, vieren en herinneren door middel van educatieve projecten zijn aanvullend en complementair en ieder op zich noodzakelijk. Het Caïro-overleg heeft de suggestie gedaan om de omgekomen slachtoffers onder de strijdkrachten tijdens oorlogsoperaties meer centraal te herdenken op veteranendag. Het Nationaal Comité lichtte toe dat in 2002 de Nationale Veteranendag is ingesteld. En dat deze dag geen herdenking is, maar een eerbetoon van de samenleving aan de levende veteranen.

Het Caïro-overleg heeft uitgelegd dat zij vreest dat de verbreding van de herdenking leidt tot veralgemenisering en vervlakking. De vertegenwoordigers van de drie religies binnen het Caïro-overleg hebben uitgelegd, dat er achter de Tweede Wereldoorlog een andere oorlog schuilgaat; dat groepen van mensen apart werden gezet en vermoord omdat ze Jood, Sinti, Roma of homoseksueel waren. Daarin onderscheidt zich de Tweede Wereldoorlog van vele andere oorlogen. Het ging toen niet alleen om macht, om geld, om invloed; het ging om de ontkenning van menswaardigheid van bepaalde burgers van een land.

Op het moment dat de menswaardigheid wordt geschonden, mogen we niet de andere kant opkijken, betoogde één van de delegatieleden. Als we racisme en uitsluiting normaal gaan vinden of niet langer in kritische zin benoemen dreigen we historische fouten te herhalen. En daarvan zijn voorbeelden, onder meer in Srebrenica, waar duizenden moslims zijn vermoord, om het feit dat ze moslim zijn.

Willen we als christenen overtuigend aandringen op mensenrechten in bijvoorbeeld enkele landen waar een moslimmeerderheid is, dan kan dat alleen als we in onze eigen regio onrecht, discriminatie, uitsluiting en racisme in kritische zin blijven benoemen, aldus één van de christelijke vertegenwoordigers.

‘Vergeten is ballingschap, gedenken is verlossing’, zo werd een joodse uitspraak geciteerd. En ook de opmerking ooit gemaakt aan christelijke zijde door Otto J. de Jong: ‘Wie het verleden met een mantel van liefde bedekt, hangt een ijzeren gordijn voor de toekomst’.

Het gesprek met het comité was intensief, informatief en constructief. Alle zorgpunten van het Cairo-overleg zijn aan de orde geweest. Jacques Wallage heeft toegezegd verslag uit te zullen brengen aan het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Daarnaast heeft hij het Caïro-overleg uitgenodigd om ook in de toekomst mee te blijven praten en denken. Het Nationaal Comité werkt in beleidsperioden van 5 jaar. In 2013 worden de voorbereidingen opgestart voor de periode 2016 en verder. Het Caïro-overleg zal hierbij betrokken worden.

Foto: Voorbespreking van het overleg in een Amsterdams café, met v.l.n.r. Kursat Bal, Marius van Leeuwen, Hanneke Gelderblom-Lankhout en Harry Polak.

Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design: SyncCP; techniek: SiteCan