
Maarten Das schreef voor het mei-nummer van het Martinus Magazine over de beleving van eucharistie en avondmaal. Klik hier voor zijn tekst.
Jan van der Kolk is voorzitter van de projectgroep Vluchtelingen van de Raad van Kerken. In de projectgroep vertelde hij over een door hem geschreven column. Hieronder zijn bijdrage.
Onlangs las ik het indringende boek: “U wordt door niemand verwacht” van Michal Citroen. Het gaat over de ervaringen van Joodse Nederlanders, vooral na de Tweede Wereldoorlog. Hoe zij niet welkom waren na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Hoe zij zich opnieuw moesten verdedigen tegen antisemitisme, maar ook tegen onverschilligheid, bureaucratie, onrecht en ontoereikende rechtsgang. Het beschrijft dit aan de hand van zeer concrete ervaringen van Joden die na mei 1945 terugkeerden uit de onderduik of uit de verschrikkingen van een concentratiekamp.
Onthutsend om te lezen, in velerlei opzicht. Mocht iemand denken, dat de Nederlanders de mensen die de zware ontberingen overleefden met open armen ontvingen, of tenminste een fatsoenlijk welkom gaven, dan blijft daar na het lezen van dit boek weinig van over. Het lijkt volgens Citroen dat de antisemitische propaganda van de nazi’s in Nederland diep geworteld was. Waarschijnlijk op een al vóór die tijd aanwezige vruchtbare voedingsbodem.
Maar het boek gaat ook, kort, over wat daaraan voorafging, de opvang van Joodse vluchtelingen in de jaren 30 van de vorige eeuw, vooral uit Duitsland, maar ook andere Europese landen.
Michal Citroen zegt terecht, dat de ervaringen van de terugkerende Joden niet vergeleken kunnen worden met die van vluchtelingen die in deze tijd asiel zoeken. Maar wel trekt zij een parallel tussen vluchtelingenbeleid in de jaren 30 van de vorige eeuw en nu. De bejegening van de vreemdeling in benarde situaties.
Vaak horen we, dat we goed naar de ervaringen van die tijd moeten luisteren om te voorkomen dat we dezelfde fouten weer zouden maken. Helaas blijkt juist dat erg tegen te vallen: het vluchtelingenbeleid van nu toont in de argumentatie vele parallellen met het vluchtelingenbeleid van toen. En ook nu op een voedingsbodem die in toenemende mate de ‘vreemdeling in ons midden’ problematiseert.
Citroen schrijft: De Nederlandse regering had (1938) allerlei maatregelen genomen om aan de grenzen de vluchtelingenstroom te beperken. Alleen diegenen die konden bewijzen dat ‘terugkeer naar Duitsland onmiddellijk lijfsgevaar’ zou meebrengen, mochten worden toegelaten. De minister van Justitie uitte de vrees dat het grote aantal vluchtelingen nadelige gevolgen zou hebben voor de werkgelegenheid. Hij wilde ze eigenlijk allemaal terugsturen. De economische vluchtelingen moesten in elk geval teruggestuurd. ‘De positie der joden moge betreurenswaardig zijn, om voor asielrecht in aanmerking te komen is meer nodig’, zei hij na de Kristallnacht. Hele gezinnen werden als ‘ongewenste vreemdelingen’ naar Duitsland teruggestuurd. Velen beschouwden de stroom vluchtelingen als slecht voor de natie Ze zouden de christelijke cultuur in gevaar kunnen brengen. Het beleid was gericht op tijdelijke opvang en transmigratie: doorsturen naar elders.
Ik heb in mijn werk te maken gehad met een Wageningse hoogleraar. Hij deed in 1938 in Wenen eindexamen en vluchtte kort daarna (toen Oostenrijk zich bij Duitsland aansloot) naar Nederland. Zes maal is hij dat jaar over de grens naar Duitsland gezet, en zesmaal teruggekomen, en Kerstmis 1938 ‘vierde’ hij in kamp Westerbork. Nederland bood geen veiligheid voor mensen die vervolgd worden.
Schrijnend is de beschrijving die Citroen geeft van de bejegening van teruggekeerde joden en andere oorlogsslachtoffers in 1945 en daarna. Maar ook daarin ligt een andere parallel met het vluchtelingenbeleid van nu.
Zij beschrijft hoe het systeem tot ver in de jaren 70 van de vorige eeuw zich kenmerkte door een groot formalisme, zware bureaucratie, gebrek aan creativiteit, aan ervaring van de betreffende ambtenaren, strikte toepassing van regels, ook als deze duidelijk onbillijk waren, ontbreken van specifieke regels voor mensen die getraumatiseerd waren door wat zij hadden moeten ondergaan. Onbegrip ervoor, dat elke ondervraging opnieuw het doorleven van een zwaar trauma betekende. Vragen om bewijsstukken die redelijkerwijs niet meer konden worden overgelegd.
Veel daarvan is herkenbaar uit de toepassing van het asielrecht vandaag de dag. Tegen een achtergrond van maatschappelijk ongenoegen over de vele buitenlanders, worden dezelfde argumenten gehoord als in de jaren 30 van de vorige eeuw: slecht voor de werkgelegenheid en de economie, bedreiging voor de christelijke cultuur. Ook nu worden te vaak rapporten gemaakt dat het met de situatie in bepaalde landen wel meevalt. Of dat mensen die teruggestuurd worden geen gevaar zouden lopen. Of moeten mensen met zware trauma’s steeds opnieuw aantonen dat ze werkelijk gevaar liepen. Of dreigen gezinnen met kinderen op straat gezet te worden, ook wanneer dat in strijd is met gezamenlijke Europese afspraken.
De vraag waar ik mee worstel, ook na het lezen van dit boek: wat zijn nu werkelijk de lessen die we zouden moeten leren uit deze geschiedenis en wat is de betekenis voor humanitair vluchtelingenbeleid in deze tijd?
Jan van der Kolk
Foto:
Omslag van het boek waar de auteur over spreekt
De auteur Jan van der Kolk

Maarten Das schreef voor het mei-nummer van het Martinus Magazine over de beleving van eucharistie en avondmaal. Klik hier voor zijn tekst.

Verschijnt in mei/juni: uitgave met doopverklaring en verklaring van onderlinge toenadering (nr. 42/2012)

Recente uitgave in de reeks Oecumenische Bezinning. Bestellen voor € 4,50 bij rvk@raadvankerken.nl
Lees meer Downloaden tekst: klik hier
Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl
Site design & techniek: SyncCMS