Katholieke weg van vrede

Pragmatisch zonder het idealisme uit het oog te verliezen. Zo zou je de bijdrage van de katholieke theologie en filosofie kunnen noemen aan de vrede. Prof. dr. Fred van Iersel, voorzitter van de beraadgroep Samenlevingsvragen van de Raad, heeft er een prachtige bundel over uitgegeven: ‘Weg van geweld’. Hij laat daarin zien wat de katholieke denkers kunnen bijdragen aan de vreedzame rol van religies in internationale betrekkingen.

Fred van Iersel geeft daarmee een uitdieping van de klassieke rooms-katholieke benadering van de vrede. Hij zegt zelf in de bundel dat er grofweg vier stijlen in het kerkelijke spreken zijn over vrede. Hij ziet een eerste stijl bij de Wereldraad van Kerken. Veel mensen zullen er het protestantisme in herkennen. Van Iersel noemt het een getuigende en belijdende lijn en even verder op een profetische invalshoek. De profeten van deze lijn zijn gedreven en laten zich leiden door een plichtethiek. Er is weliswaar een interimethiek, een tussentijdse concessie, maar alles in het kader van de uiteindelijke waarheid. In alle voorlopigheid verbindt men zich met bondgenoten die eenzelfde hoge moraal aanhangen. ‘Zo lang de vrede die wij belijden niet ten volle is gerealiseerd, verbinden wij ons in ernst met ieder die naar vrede streeft’.


Een tweede stijl is die van de mystiek-spirituele richting. Van Iersel herkent die in de Oosterse en Oriëntaalse kerken. ‘Vrede wordt eerst en vooral als gave van God ervaren en ook in de liturgie bemiddeld en beleefd. Hiermee komt een belangrijk element van de christelijke traditie naar voren, namelijk dat op de uiteindelijke vrede kan worden geanticipeerd in de liturgie’.


Een derde stijl is die van het teken-stellende handelen, waarin de kernwaarden symbolisch worden uitgedrukt. ‘Het gaat hierbij om het appel op de attitude van de publieke opinie en politiek’. Dit is sterk ontwikkeld, aldus Van Iersel, bij een deel van de vredeskerken en bij christelijke NGO’s.


De vierde stijl, van waaruit Fred van Iersel zelf reflecteert, is die van de afwegingsethiek. Het heeft een meer praktische benadering, waarbij het kerkelijk leergezag een opmaat geeft. Van Iersel onderscheidt enkele stappen: Er is het verstaan van de ‘tekenen van de tijd’ samen met partners met wie de dialoog wordt gevoerd; er is een stap waarbij men morele beginselen en waarden verwoordt; en er is een derde stap, noem het praktische levenswijsheid: de op inschattingen gebaseerde tijdgebonden toepassingen die te zijner tijd verder ontwikkeld zullen worden, en nu gebaseerd zijn op het compromis van wat hier en nu wenselijk en maximaal haalbaar is.


Gelaagdheid


Van Iersel laat in een bijdrage zijn dat er allerlei lagen zijn te onderkennen zowel in het begrip ‘conflict’ als in het begrip ‘religie’. Daarbij komt onder meer de spannende vraag aan de orde of religie zelf bron van conflicten kan zijn. De vraag is uiterst actueel als men let op de internationale verhoudingen op dit moment en het geweld dat in naam van de islam wordt gehanteerd.


Fred van Iersel laat eerst zien dat er drie theorieën zijn over geweld. Er is een biologisch gefundeerde theorie. Die ziet agressie als aangeboren in mens en dier. Er is een tweede type, meer vanuit de sociaal-psychologie, die uitgaat van frustraties. Deze frustraties leiden tot agressie. En door nu frustratie te reguleren kan men ook de agressie aan banden leggen. Een derde theorie gaat jist uit van de agressie als gewenste actor. Agressie kan een mens in beweging brengen en wordt daarom juist opgeroepen. Deze theorie speelt in politieke en polemische reflectiekaders.


De drie theorieën keren terug in de analyse die Van Iersel geeft over de vraag of religie basis van conflicten is. Wie uitgaat van een biologisch model kan met Hoogerwerf (1996) vaststellen dat geweld in Nederland eigenlijk nooit religieus is gemotiveerd. Het zijn juist de voetbalvandalen en de criminelen die dit geweld veroorzaken. Als men uitgaat van de frustraties als bron van agressie komt religie enigszins in beeld, omdat religie verwachtingen kan wekken die niet kunnen worden gerealiseerd. Indien met uitgaat van agressie als therapie, het derde model, kunnen religies nog sterker in beeld komen.


Religies zullen daarin onderling ook verschillen. Het heeft te maken met een verschil in ‘ultimate concern’. Religies verschillen in hun doctrinaire kern en de mate waarin ze bron van conflict kunnen zijn hangt af van de mate waarin ze concurrerende waarheidsclaims en diversiteit aan grondwaarden aan de dag leggen. Van Iersel: ‘Dit kan tot een probleem voor de vrede worden als ze tegelijkertijd hun waarheid als exclusief en universeel opvatten en daarnaast bovendien het gebruik van dwang bij de verbreiding van hun overtuigingen zouden wettigen’.


Van Iersel stelt dat de noodzaak van interreligieuze ontmoeting en spirituele praktijk in Nederland meer dan ooit aanwezig is. ‘De interreligieuze dialoog komt uit de studeerkamer van de culturele en intellectuele elite en verplaatst zich naar het verjaardagsfeest, de kroeg, de ontmoeting op straat, en overigens ook naar gevangenissen en naar detentiecentra voor vreemdelingen, waar vreemdelingen met verschillende religieuze achtergronden elkaar ontmoeten’.


F- en G-cultuur

De Nederlandse samenleving is een post-verzuilde samenleving. Met Pinto signaleert de auteur daarin een grofmazige en fijnmazige cultuur. Grofmazige culturen gaan uit van vrij algemene, globale, fundamentele waarden en normen. Fijnmazige culturen gaan veel meer naar het detail van de ethiek toe. In de Nederlandse samenleving lopen de lijnen van de G-cultuur en de F-cultuur min of meer samen met die van autochtoon en allochtoon. Van Iersel: ‘Men kan stellen dat de herkomstcultuur van immigranten meestal fijnmazig is, terwijl de dominante autochtone Nederlandse ontvangende cultuur na de ontzuiling grofmazig is. De dominante cultuur kent relatief abstracte waarden die tegelijk mede door hun abstractie een gemeenschappelijk referentiekader vormen, mits ze als zodanig herkend worden en voorwerp van communicatie zijn’.


De bundel heeft op het omslag weliswaar de naam van Fred van Iersel, maar er komen ook andere auteurs aan het woord. Patrick de Pooter gaat in op de scheiding van kerk en staat. Hij stelt de vraag wat neutraliteit van de overheid wel betekent en waarin het concept kan doorschieten. Theo de Wit geeft een analyse in de bundel van de veiligheidsbehoefte van de staat. Hij laat zien dat juist de seculiere staat een offer vraagt, en zelfs concessies kan vragen naar de moraal van vrede, waarbij je verzeild raakt in paradoxe vragen. De staat noemt zich immers seculier, terwijl het offer dat gevraagd wordt voor de vrijheid nou net een religieus begrip is. Paul Lansu gaat in de bundel in op de katholieke moraal en de dialoog met de geweldloze initiatieven.


De bundel ‘Weg van geweld’ verschijnt in de reeks ‘Religie en veiligheid’. De uitgave telt 188 pagina’s en is verschenen bij Eburon. Prof. dr. Fred van Iersel is bijzonder hoogleraar vraagstukken geestelijke verzorging bij de krijgsmacht aan Tilburg University. De uitgave verschijnt onder verantwoordelijkheid van de hoofdkrijgsmachtaalmoezenier A.J.H. van Vilsteren.

Foto 1: Illustratie op het omslag van de bundel, gemaakt door broeder Eric, van het atelier in Taizé 
Foto 2: Fred van Iersel



Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design: SyncCP; techniek: SiteCan