De ziel gaat te voet

Het is een dominee geweest die in Nederland het wandelen als vrije tijdsbesteding populair heeft gemaakt. De doopsgezinde dominee Craandijk, die onder meer predikant was in Haarlem, publiceerde in de tweede helft van de 19e eeuw een aantal wandelgidsen en was daarmee letterlijk de voorloper van de inmiddels populaire wandelsport. Je zou kunnen zeggen dat hij het recreatieve wandelen heeft uitgevonden. Want voor die tijd wandelde men niet, men liep, om van A naar B te komen. Zomaar, wandelen om te wandelen, dat was weggelegd voor mensen met teveel vrije tijd. Zoals dominees…


Het verhaal van Craandijk wordt opnieuw verteld in een boek dat dit jaar is uitgebracht. Flip van Doorn heeft het geschreven. Hij is zelf wandelaar en reiziger, maar bovenal schrijver. In 2012 ontdekte hij dat Craandijk familie van hem is. In het boek ‘De eerste wandelaar’ doet hij zijn verhaal. De ondertitel geeft de verdere duiding: In de voetsporen van een wandelende dominee. Het boek sluit qua thematiek, in ieder geval qua aanzet tot beweging, aan bij het beleidsplan van de Raad van Kerken, de pelgrimage van gerechtigheid en vrede. 

In 'De eerste wandelaar' volgt Van Doorn het spoor van zijn verre verwant. Hij loopt de wandelingen na die Craandijk heeft beschreven. Onderweg noteert hij wat hem opvalt als hij het huidige landschap vergelijkt met dat wat Craandijk anderhalve eeuw geleden aantrof. Craandijk signaleerde overigens ook al op zijn beurt dat het landschap rap veranderde. Het was de tijd van de industrialisatie en van de snelle uitbreiding van het spoorwegsysteem. Dankzij het laatste werden grote delen van het land makkelijker bereikbaar, ook voor de enthousiaste wandelaar. Craandijk had een grote belangstelling voor de natuur en voor landgoederen, die niet altijd voor de voetganger geopend bleken te zijn. Met zijn wandelgidsen, de achtdelige serie Wandelingen door Nederland met pen en potlood, die tussen 1875 en 1888 verscheen, wilde hij stimuleren dat meer gebieden vrij toegankelijk zouden worden.


Wandelen was lange tijd iets voor de elite. Craandijk was een chroniqueur van zijn tijd. Met zijn ‘Wandelingen door Nederland met pen en potlood’ wist Jacobus Craandijk zijn landgenoten massaal op de been te krijgen.


We geven enkele citaten.


De ziel gaat te voet. Het zou een oud spreekwoord kunnen zijn. Misschien is het dat ook wel, ergens in de wereld. Want het klopt. Sterker nog: het lichaam kan lopen, maar het is de ziel die het lichaam doet wandelen. In dat licht is het niet verwonderlijk dat het juist dominees waren die de Nederlanders leerden wandelen. Craandijk is niet de enige wandelende dominee in de geschiedenis. Eerder in de negentiende eeuw ging Hebelius Potter hem voor door Friesland, Drenthe en Het Gooi. Stephanus Hanewincek door Brabant, Ootlio Gerhard Heldring over de Veluwe en A.L. Lesturgeon met zijn podagristen door Drenthe. Wat Craandijk onderscheidt van zijn confraters is in de eerste plaats het feit dat hij heel Nederland verkent. Zijn toegankelijke stijl en oprechte bezieling maken dat hij uiteindelijk degene is die het grote publiek weet te bereiken en te begeesteren.


Het feit dat Craandijk dominee is, wil niet zeggen dat hij expliciet verband legt tussen wandelen en zielenheil. (…) Dat hij bij voorkeur niet des Zondags wandelt heeft in de eerste plaats een pragmatische reden. Hij ontwijkt liever de zondagse drukte en kan zich de luxe veroorloven zijn wandelingen op weekdagen te maken. Onderweg van de ruïne van Brederode naar Bloemendaal merkt hij op dat het Bloemendaalsche Bosch op zondagen zo’n populaire wandelbestemming is geworden dat de eigenaresse zich genoodzaakt voelt op zondag de ‘ververschingsplaatsen’ te sluiten. Hoewel hij zich zijn leven lang actief bezighoudt met catechisatie en zendingswerk, zijn directe en uitdrukkelijke verwijzingen naar de Bijbel, de Schepper of zelfs religieus besef in zijn Wandelingen slechts mondjesmaat te vinden. De dominee Craandijk wil duidelijk de wandelaar Craandijk niet voor de voeten lopen.

(….)

Als wandelaar kan Craandijk zo vaak naar het Kennemerland komen als hij wil. Hij is er in zijn element. Op een tocht vanuit Alkmaar leert hij zijn lezers waarin het geheim van een genoeglijke wandeling schuilt. ‘Gij moet daar niet te gejaagd zijn. Tijd is geld, zegt de bezige zoon der 19de eeuw. Tijd is genot, zegt de wandelaar van alle eeuwen’.


Flip van Doorn, De eerste wandelaar. In de voetsporen van een wandelende dominee, Thomas Rap 2017.


Fotobijschriften:
tekening van Craandijk
tekening van kasteel Kessel

Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design: SyncCP; techniek: SiteCan