Raad van Kerken in Nederland

Juli | Veel rijker dan Nederland

De Duitse kerken zijn in vergelijking met de Nederlandse kerken rijk, nee schatrijk. De protestanten in Nederland moeten het met ongeveer 4 procent van het budget doen van wat de Duitse protestanten hebben uit te geven per jaar. En de Nederlandse bisschoppen hebben nog niet 1 procent te besteden van het budget dat hun Duitse collega’s jaarlijks mogen uitgeven. Dat blijkt nu verschillende kerken hun statistische gegevens naar buiten hebben gebracht.


De PKN haalde vorig jaar zo’n 222 miljoen euro aan levend geld op. De rooms-katholieke achterban had een goed 49 miljoen euro over voor de kerk. De EKD en de RKK in Duitsland kregen respectievelijk zo’n 5,4 en 6,1 miljard euro binnen. De moeiten die de Nederlandse kerken zich moeten getroosten, kennen de Duitsers niet op die manier. Hun inkomsten stijgen doordat de lonen in Duitsland stijgen.

Mensen in Duitsland betalen - voor zover ze lid zijn van een kerk - allemaal een kerkelijke belasting als deel van een ingehouden deel van hun algemene belasting. Het niveau van de belasting bepaalt de kerkleiding, de deelstaat zorgt voor de uitvoering. De staat ontvangt ongeveer drie procent van de belastinginkomsten voor deze service. De kerken financieren overigens niet alleen typische kerkelijke zaken uit dit budget, maar betalen ook veel personeelsleden die werken in de zorg, op scholen en bij maatschappelijke instellingen.

De situatie verschilt verder van Nederland, legt moderamenlid ds. Johannes Welschen uit, doordat uit dit budget doorgaans niet de personeelsleden in de kerkelijke instellingen voor de zorg worden betaald, want die ontvangen een vergoeding van de ziekenfondsen voor hun werk. Misschien wordt af en toe iets extra’s betaald, maar doorgaans niet. Bij de scholen is het weer anders, omdat de overheid de scholen wel betaald, maar niet honderd procent, de rest komt uit bijdrages van de ouders en uit kerkelijke middelen.

Secularisatie 


Net als in Nederland blijkt verder uit de statistiek, dat de kerkelijke betrokkenheid afneemt. Maar met een daling van 1 procent is de secularisatie in Duitsland niet te vergelijken met die van Nederland. Het sterkst is de daling bij de volkskerken van protestanten (-1,5 procent) en rooms-katholieken (-0,7 procent). Bij de kleinere protestantse kerken en de orthodoxe kerken kon zelfs een kleine groei worden vastgesteld (+0,3 procent). Als we die cijfers weer vergelijken met die van Nederland valt op hoe sterk de ontkerkelijking hier doorzet. Het aantal protestanten daalde in dezelfde periode in Nederland met 3 procent, dat is het dubbele van Duitsland. In Duitsland is zo’n 58,9 procent van de bevolking kerkelijk; in Nederland is dat minder dan de helft.


Voetbalverenigingen

Het is boeiend om de manier te vergelijken waarop de protestanten in Duitsland en de protestanten in Nederland de cijfers naar buiten hebben gebracht. De EKD heeft als eerste regel van het nieuwsbericht: ‘Duitsland is nog steeds een door het christendom gestempeld land’. En men legt uit: ‘Het aandeel van de mensen die geen confessie aanhangt en de aanhangers van andere religies zijn in de afgelopen decennia gestegen in Duitsland. Tegelijkertijd ziet men dat in het hele land de structuur van de volkskerk behouden is. Kinderen van christelijke ouders groeien op met de kerk nadat ze gedoopt zijn. De kerken spelen een belangrijke rol in opvoeding en vorming, en ook in de cultuur en in de sociale dienst. De christelijke sociale ethiek levert een wezenlijke bijdrage aan de humane invulling van de samenleving. De Evangelische Kerk in Duitsland is en blijft – zelfs daar waar ze een minderheid is – een kerk voor het hele volk’.


De Protestantse Kerk begon de berichtgeving over het teruglopend ledental als volgt: ‘De Protestantse Kerk in Nederland heeft 1.850.000 leden, verdeeld over 1572 gemeenten. Dat betekent dat de Protestantse Kerk meer leden telt dan alle voetbalverenigingen van Nederland samen (de KNVB heeft 1,2 miljoen leden)’.


De specificaties in de statistiek laten een verdere vergelijking toe tussen Duitsland en Nederland. Als we kijken naar de Rooms-Katholieke Kerk, dan zien we dat in Duitsland jaarlijks 0,7 procent van het totaal aantal leden als zuigeling wordt gedoopt; in Nederland ligt dat getal op 0,4 procent. In Duitsland laat 0,2 procent van de leden jaarlijks een huwelijk kerkelijk afsluiten; in Nederland is dat 0,05 procent van de rooms-katholieke leden. En in Duitsland begraven de rooms-katholieken jaarlijks 1,3 procent van de leden; in Nederland laat 0,6 procent van de leden zich kerkelijk begraven na een overlijden.

Het ledental van de EKD in 2015 ligt op 22.271.927. Het aantal zuigelingen dat gedoopt werd bedroeg in één jaar 161.484. Het aantal mensen dat als volwassene werd gedoopt 43.794. Er waren 44.197 kerkelijke huwelijken en 283.309 begrafenissen. 195.535 mensen deden belijdenis en 211.264 mensen lieten zich uitschrijven. 

Oecumene

Als we letten op de verhouding van de inkomsten uit levend geld tot de financiële inspanningen ten dienste van de oecumene binnen de Raad van Kerken besteden de kerken in Nederland ongeveer 0,05 (vijf promille) aan de Raad. Voor de RKK is dat iets meer, voor de PKN iets minder. Bij onze oosterburen ligt dat percentage niet relevant hoger. Wel slagen de Duitsers er in, mede dankzij hun budgetten met regelmaat grote 'Kirchentage' te organiseren, soms confessioneel ingekleurd, vaker nog oecumenisch getoonzet.

Hieronder de statistische gegevens van verschillende kerken in Duitsland. 

Kerk

Ledental

Rooms-Katholieke Kerk

23.582.000

Evangelische Kirche

21.922.000

Evangelische Freikirchen

     292.000

Orthodoxe Kerken

 1.537.000

Andere christelijke kerken

      67.000

Andere christelijke gemeenschappen

    492.000

Totaal christenen

47.893.000

Totaal niet-christenen

34.283.000

Totale bevolking per 31-12-2015

82.176.000

Kerkelijke gegevens per 31-12-2016

 


Foto's: Beelden van Duitse kerken