Voor wie nemen wij de hoed af?

We beginnen met een significante anekdote: ze betreft een gebeuren in een directe ontmoeting tussen mensen, maar laat een hele wereld zien (de microkosmos waarin we de macrokosmos weerspiegeld vinden).

Een grote witte man gehuld in toog loopt met gezwinde pas naar zijn bestemming. Op de veranda van een klein huis ziet hij een vrouw staan met haar kind. Hij neemt zijn hoed af en groet deze vrouw. Deze gebeurtenis uit zijn kinderjaren heeft op Desmond Tutu een onuitwisbare indruk gemaakt. In de ogen van de wereld was deze vrouw, zwart en ongeletterd, zijn moeder, een niet bestaande entiteit. Hij stond perplex: een blanke man die zijn hoed afneemt voor een zwarte vrouw! Zulke dingen gebeurden niet in het echte leven. Zoals Tutu zegt: ‘Het hielp mij tot in het diepst van mijn wezen om te beseffen dat we kostbaar waren voor God en voor deze blanke man. Misschien heeft het mij geholpen om niet anti-blank te worden, ondanks de hardvochtige behandeling die we van de meesten van hen ondervonden.’

Deze witte man was Father Trevor Huddleston (1913-1998), die als anglicaans priester in Zuid-Afrika werkzaam was van 1943-1956, actief werd in het verzet tegen de apartheid, na zijn terugkeer in Engeland één van de grondleggers was van de Britse anti-apartheidsbeweging en die tot het einde van de apartheid zeer actief was in de strijd daartegen. We vinden in dit verhaal verschillende lagen.

Laag 1: de plaats van de onaanzienlijke
De Bijbel roept ons op om een centrale plaats te geven aan mensen die onaanzienlijk zijn, die in het overheersende denken over het hoofd worden gezien. We worden herinnerd aan wat Paulus schrijft in 1 Korinthiërs 28: ‘Wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wel iets is teniet te doen.’ De goddelijke wijsheid staat in deze tegenover de wereldse wijsheid. Tekenend is ook wa we bij Lucas vinden in de gelijkenissen over de maaltijd. Zo in Lucas 14: 13 (een feestmaal op de sabbat):  ‘Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit.’

Laag 2: waarnemen
Waarnemen is meer dan zintuiglijke waarnemen. De Bijbel drukt dat uit met de woorden ‘ziende blind zijn en horende doof’. Zien in de Bijbel is de ander zintuiglijk waarnemen en je daarin in je houding en gedrag laten beïnvloeden. Om twee voorbeelden te geven.

De gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus (Lukas 16: 19-31). De rijke man moet Lazarus gezien hebben, want deze lag aan de poort. Dat hij Lazarus kent, blijkt ook uit het feit dat hij, gelegen in het dodenrijk diens naam noemt als hij Abraham roept om medelijden met hem te hebben. De rijke man zag Lazarus, maar leefde rustig voort zonder zich het lot van Lazarus aan te trekken.

De barmhartige Samaritaan (Lukas 10: 25-37). De priester en leviet zien de halfdode man aan de kant van de weg liggen, maar lopen verder. De Samaritaan is echter wel met ontferming bewogen, dat wil zeggen tot in zijn diepste innerlijk geraakt, en gaat tot handelen over. In deze gelijkenis vinden we de ‘zonde van de nalatigheid’. Zonde is niet alleen het doen van het kwade, maar ook het nalaten van het doen van het goede, terwijl je dat wel had kunnen doen. Veel kwaad gebeurt niet door actief handelen, maar door het kwade zijn gang te laten gaan.

Laag 3: mensen bevestigen in hun waardigheid
We spreken van ‘bevestigen, niet van ‘herstellen’, omdat elk mens als zodanig, als beelddrager van God (Genesis 1: 26), een waardigheid heeft, al kan dat nog zo tegen de feiten ingaan (ook de mensen die in de goot liggen). Elk mens dient daarom met respect bejegend en behandeld te worden. Mensen bevestigen in hun waardigheid betekent: tonen dat zij de moeite waard zijn. In een rapport van de Lutherse Wereld Federatie wordt ‘dignification’als taak van het diaconaat gezien.  
Laag 4: doorwerken in het handelen
Diaconaat is meer dan hulpverlening. Het omvat ook empowerment, het werken aan bewustwording, signalering en pleitbezorging. Kortom, diaconaat heeft ook politiek-maatschappelijke aspecten. Zo verbond Father Huddleston zijn respectvolle omgang met zwarte mensen met politieke en maatschappelijke inzet tegen de apartheid.

Precairisering van de samenleving
Als we ons afvragen, wie nu tot de onaanzienlijken behoren, dan is het begrip ‘precariaat’ behulpzaam. De Britse hoogleraar in de sociale economie, in het bijzonder de arbeidsverhoudingen, Guy Standing, muntte het begrip ‘precariaat’, om de ontwikkelingen in de afgelopen jaren, wereldwijd inclusief de rijke Westerse landen, te typeren (The Precariat. The New Dangerous Class, 2011). Het woord ‘precair’ duidt op kwetsbaarheid, op een zorgelijk, onzeker en hachelijk bestaan. Het betreft mensen die leven in bestaansonzekerheid, gaande van baan tot baan (flexibilisering in de vorm van tijdelijke contracten), of blijvend werkloos, die weinig zin ervaren in hun leven. Het is geen hechte groep, maar een uiteenlopend geheel: vluchtelingen en migranten, laag- en ongeschoolden, mensen van de oude industriële klasse zijn er in oververtegenwoordigd. De oorzaken zijn te vinden in de reacties op globalisering (competitieve economieën), technologische ontwikkelingen (automatisering en robotisering), ideologische factoren (nadruk op eigen kracht, eigen verdienste, zelfredzaamheid), de afname van de beschermingsfunctie van de verzorgingsstaat (lagere uitkeringsniveaus, kaler minimum, strengere voorwaarden) en het wegvallen van maatschappelijke verbanden. Deze ontwikkelingen doen zich wereldwijd voor, zij het in gradaties.

Precair zijn ook de algehele levenscondities voor de gehele mensheid, zij het dat de armen het meest getroffen worden (klimaatverandering!). Terecht kent Kerk in Actie dan ook het project ‘Groene kerk’en de Wereldraad van Kerken het programma Climate change. Kerk Actie knoopt in haar activiteiten aan bij de huidige actuele kwesties als armoede, sociale uitsluiting en bestaansonzekerheid; vluchtelingen; zorg en welzijn; Groene Kerk.

Voor wie neem ik nu de hoed af?
Ik neem de hoed af voor de mensen die tot het precariaat behoren.
Ik neem de hoed af voor al diegenen die over de breedte van het diaconale werk zich verbinden met mensen in nood om met hen te werken aan de verbering van hun leefomstandigheden en als dat niet lukt met mensen volharden in het uithouden van hun nood. God lof dat er mensen zijn die soep uitdelen, dat er mensen zijn die met noodlijdenden optrekken en dat er mensen zijn in kerk, politiek en samenleving die zich sterk maken om armoede en sociale uitsluiting te bestrijden. Voor hen neem ik de hoed af!

Herman Noordegraaf bij gelegenheid van het 25jarig jubileum van Evert Jan Hazeleger – 30 mei 2017


Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design: SyncCP; techniek: SiteCan