Het Vermoeden over Pasen

Hoe breng je de contekst van een viering over via de radio? Voor die uitdaging staan mensen als Ferdinand Borger en Marleen Stelling. Zij zijn enkele van de medewerkers aan het radioprogramma Het Vermoeden, dat op de nominatie staat bij de EO om in een ander format te worden gebracht. Het programma geeft in een klein uur de essenties van een kerkdienst weer, maar dan omgedacht voor radio-publiek.

Je treedt als het ware in verschillende ruimten als je naar het programma luistert. Marleen Stelling markeert elk van die ruimtes met woorden, met muziek en soms met een gebaar. Je kan haar bijvoorbeeld duidelijk een kaars horen aansteken als het kyrie zijn plek krijgt. En aan het einde van de ontmoeting met de luisteraars spreekt de gast een zegen uit, waarmee de luisteraar beseft dat de viering een einde heeft en de week toegerust tegemoet kan worden getreden.


De opname die op zondagavond 16 april met Pasen wordt (werd) uitgezonden begint om 22.00 uur. Daarin zijn Klaas van der Kamp en Joren IJzerman te gast. Joren is een theologiestudent en heeft als stagiaire bij de EO gewerkt. Hij gaat met Klaas van der Kamp en met Marleen Stelling in gesprek over de betekenis van Pasen en over de lijnen die Klaas van der Kamp als gast in een korte overdenking aanreikt. De overdenking staat hieronder en ligt in het verlengde van Exodus 15, het verhaal van de doortocht door de Rode Zee. Het is een paasverhaal, maar dan vanuit het Oude Testament. Wie het boek Raven kent van de secretaris van de Raad van Kerken, weet van het belang dat hij hecht aan Oudtestamentische inspiratie voor de oecumenische beweging. Het gesprek met Joren neemt een onverwachte draai en eindigt bij de tongentaal…. Een opmaat naar Pinksteren dus. Wie het allemaal wil horen kan de uitzending beluisteren op zondag 16 april 22.00 uur NPO 5, of als u als bezoeker dit bericht later leest, kunt u via de website van de EO alsnog kennisnemen van de uitzending.



Foto: Links Joren IJzerman, rechts Marleen Stelling

Hieronder volgt de korte overweging die min of meer op die manier is uitgesproken in de uitzending.


Je zou de doortocht door de Rode Zee het paasfeest van het Oude Testament kunnen noemen. Na alle ellende van de slavernij begint het volk Israël aan een nieuw leven, een nieuwe periode. Alles wat symbool staat voor het oude leven gaat ten onder in de golven van de Rode Zee.


Joodse bijbels laten de grote veranderingen zelfs zien in de typografie van de tekst. Ze schrijven de woorden niet lineair op één regel, maar ze knippen en plakken de tekst als legostenen boven elkaar. ‘Als je de woorden ziet herinner je je de stenen, die de slaven in Egypte moesten bakken’, zei ooit een joodse rabbi tegen me. ‘En je ziet een nieuw bouwwerk ontstaan, een nieuw begin’. De vorm onderstreept de inhoud.


We kennen in ons persoonlijke leven dat verlangen naar vernieuwing. Ik merk het zelf als ik een klus verkeerd heb uitgevoerd. Als ik helemaal opnieuw kon beginnen, zou ik het vanaf het begin anders aanpakken, denk ik dan. En ik hoor het de Amerikanen zeggen die op Donald Trump gestemd hebben: We weten niet wat het wordt, maar het zal in ieder geval heel anders zijn. In het geval van Trump kan dat dan nog behoorlijk tegenvallen, lijkt me, - want populisme laat zich leiden door angst - maar ik begrijp het verlangen naar iets nieuws.


In Exodus 15 staan paard en wagen symbool voor het oude. Het verhaal gaat over de Israëlieten. Israël is uit Egypte getrokken. De farao achtervolgt hen met paarden en wagens. Paard en wagen zijn de machtsmiddelen die de oude situatie in stand houden. Paard en wagen gaan ten onder in de golven, zegt de tekst. Ze verdwijnen. God wil helemaal niet dat wij mensen als slaven door het leven gaan. Hij verlangt ons tot ons recht te laten komen. En dan blijkt het voor ons nog een hele kunst te zijn om hem daarin te herkennen. De Egyptenaren zijn blind voor de kracht van de God van Israël. Ze zijn niet in staat de wonderen die God aan de dag legt te waarderen boven de waan van de dag. En dan is er zo’n klein volk. De joden herkennen God wel als een persoon die hen uit tilt boven het gewone leven. Dat is natuurlijk te danken aan de wijsheid van hun leider. Het heeft ook te maken met hun omstandigheden. Ze treden God tegemoet in hun kwetsbaarheid. Kwetsbare mensen zijn wellicht ontvankelijker voor het geheim van het leven dan mensen die leven in rijkdom en zelfgenoegzaamheid...


Als westerlingen vinden we het wreed misschien, dat God de farao te grazen neemt. Hij verdrinkt met zijn officieren. Maar is het wel zo wreed? 430 jaar hebben de Egyptenaren de joden misbruikt. Ze kennen geen gunnend leven. God kan er weinig mee beginnen in zijn verlangen mensen recht te doen. Daarom zinken ze als een baksteen. Ze dalen neer als in de hel. Je vindt niets van hun macht terug.


Het volk Israël begint een nieuw leven na de tocht door de Rode Zee. Het boek Exodus maakt dat pregnant duidelijk. Het boek heet in het hebreeuws Sjemoot, namen. Het bijzondere is dat je in het boek Exodus ten tijde van de slavernij geen nieuwe namen krijgt te lezen. Maar als het volk Israël uittrekt uit Egypte, volgt er een hele lijst van mensen die met naam en toenaam worden genoemd. Exodus 6: ‘Dit zijn de zonen van Ruben: Hanoch en Pallu, Hezron en Charmi’ (Ex. 6: 13). De slaven worden weer mensen. Ze doen er weer toe. Ze hebben weer een eigen identiteit.


Exodus 15 bezingt de nieuwe situatie met een gedicht. En we stuiten dan op iets opvallends. Ook God krijgt volgens vers 3 een naam: Zijn naam is IkbendieIkben. God koppelt dus zijn bekendheid aan wat er met ons mensen gebeurt. Dat is Pasen. Sinds de opstanding van Jezus noemen we hem Christus. Hij is degene aan wie je kunt zien hoe God met zijn volk omgaat. Zoals Christus de Rode Zee, de ellende, de dood, het paard en de wagen achter zich laat, zo zal het ons vergaan. We staan op uit de doden. De Rode Zee ligt achter ons. Een nieuw leven lonkt.


En nu is het de kunst om uit dat vertrouwen in God te leven, het besef dat God zelf je leven draagt en tot in de eeuwigheid beschermt. Dat blijkt in de praktijk nog lastig te zijn. Voor je er erg in hebt, wil je terug naar het verleden, zit je de slavernij weer op te hemelen, heb je het over ‘vleespotten in Egypte’. Wie kracht wil putten uit Pasen hoeft niet terug te kijken op wat verkeerd was, maar mag zich laten inspireren door de droom, door het verlangen. Mensen die dat kunnen hebben een veel positievere energie dan mensen die altijd maar sikkeneurig kijken naar het verleden.


Het verhaal gaat van twee boeddhistische monniken. Ze komen bij een doorwaadbare plaats in de rivier. Er staat een vrouw die aarzelt. ‘Ik zal u helpen’,zegt de ene monnik. En hij tilt de vrouw naar de overkant. Dan lopen de monniken verder. Na een kilometer spreekt de tweede de eerste aan. ‘Je weet toch’, zegt hij, ‘dat wij monniken geen vrouwen mogen aanraken. Waarom heb je die vrouw dan toch gedragen?’ ‘Oh die’, zegt de eerste monnik, ‘ik heb haar een kilometer geleden weer neergezet, maar jij draagt haar nog steeds mee in je hart, merk ik’.

Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design: SyncCP; techniek: SiteCan