Pelgrimage door Galilea

Meer nog dan de voettocht naar Santiago de Compestella leek de voetreis naar Kapernaüm mij een zinvolle invulling te geven aan het idee dat je al lopend nadenkt over je leven. De locatie is zo direct met Jezus verbonden, dat je onwillekeurig je eigen situatie in gesprek brengt met zijn leven. Het pad door Galilea heeft iets maagdelijks; het is recent. Mensen zoals David Landis hebben de tocht pas in 2007 uitgezet.


- Een reisimpressie van Klaas van der Kamp - 

De tocht in het noorden van Israël is vanaf het begin oecumenisch getoonzet. Je begint in de stad Nazareth, waar de helft van de bevolking Arabisch is en de helft Joods. Je loopt door een gebied waar je nu eens een christelijk heiligdom aandoet, dan weer een heiligdom ziet wat van Druzen blijkt te zijn die het gebeente van Jethro, de vader van Mozes, onderdak bieden en je begint direct al op een plein waar je de moslims ziet knielen op het uur van het gebed dat Mohammed aanreikt. Wie door het Galilese heuvellandschap loopt, kan niet anders dan oecumenisch pelgrimeren.


Ik wilde de tocht graag lopen, omdat het idee geeft van de wortels van Jezus. De laatste drie jaar van zijn leven, uitlopend op zijn dood in Jeruzalem en zijn opstanding op de Paasochtend, kennen we tot in details dankzij de vier getuigenissen van evenzovele evangelisten. Maar hoe zit het met die eerste dertig jaar? Dat is de vraag die me fascineerde. Hoe heeft Jezus rondgelopen en rondgekeken in het land dat eigenlijk nog nooit profeten had voortgebracht, het land van Zebulon en Naftali?

De evangelisten zeggen er weinig van en ze schijnen het ook niet echt belangrijk te vinden. De oudste van hen, Markus, doet er zelfs helemaal het zwijgen toe en begint zijn getuigenis op het moment dat Jezus zich als ongeveer dertigjarige man laat dopen en zijn publieke loopbaan begint. Met name Matteüs en Lukas hebben het later wat verder uitgeplozen en komen tot enkele fascinerende vertellingen over het begin van Jezus’ leven; verhalen over zijn geboorte in een stal of grot, over het bezoek van herders en wijzen en over een tijdelijk verblijf in Egypte. Uiteindelijk zijn alle evangelisten het er wel over eens, dat Jezus de eerste dertig jaar toch vooral in Galilea is geweest. Hoe heeft hij daar geleefd? Hoe heeft hij rondgezworven? Welke gedachten heeft het landschap hem aangereikt en heeft hij ingezogen om tot zijn frisse gelijkenissen te komen die vaak zo geïnspireerd zijn door wat hij in de landbouw en in het dagelijks leven heeft gezien? Het zijn die vragen die me hebben verleid om de Jezus’ trail te willen lopen.


De Jezus’ trail omvat zo’n 65 kilometer en voert van Nazareth naar Kapernaüm. Die twee plaatsen zijn niet toevallig gekozen. Nazareth is de plaats waar Jezus zijn jeugd heeft doorgebracht. En Kapernaüm is de plaats waar hij zich als zelfstandig ondernemer, ik neem aan dat hij net als zijn vader het timmerambacht heeft uitgeoefend, heeft gevestigd. Het kan dus niet anders of hij heeft de weg tussen de twee dorpen in die dertig jaar tientallen malen gelopen. De gedachten zullen zich hebben vermenigvuldigd. En ik verwacht door het kuieren langs dezelfde streken iets van de wind en de regen en de zon en de hoogte en diepte te proeven die hij geïnhaleerd heeft. Een deel van de tocht voert over de oude Romeinse heerbaan. Die is van voor Christus en verbond Akko aan de Middellandse Zeekust met het Meer van Galilea, later - ook bij de evangelist Johannes - wel Meer van Tiberias genoemd, maar die centrale plaats bestond toen nog niet.


Een blik op de kaart maakt direct al duidelijk dat het naar beneden gaat. Dat zal de tocht vereenvoudigen, dacht ik. Omgekeerd moet het extra inspannend geweest zijn als je terug van het Meer naar Nazareth wilde gaan. Je moet meer dan een halve kilometer hoogteverschil overbruggen, van plus 400 meter boven zeeniveau in Nazareth naar 200 meter onder zeeniveau aan de boorden van het Galilese Meer. Onderweg doe je prachtige plaatsen aan, sommige bekend van de Bijbel, zoals Kana. Andere met een vaag vermoeden van Bijbelse verwantschap, zoals Migdal, waarvan de medeklinkers laten raden dat één van Jezus volgelingen, Maria van Magdala, er mogelijk gewoond heeft.


Al die ontdekkingen en impressies beginnen dus in Nazareth, de woonplaats van Jozef en Maria en van hun kinderen. Want Jezus mag dan de oudste zoon van Jozef en Maria zijn geweest, hij was niet de enige. De evangelist Matteüs noemt de namen van de anderen, althans van de jongens. Het zijn Jakobus en Joses, en Simon en Judas. Katholieke bijbels doen de suggestie om het woord ‘broertjes’ te vertalen met ‘familieleden’ in bredere zin. De Willibrordvertaling zegt in een voetnoot: ‘Het woord ‘broers’ (en ook ‘zusters’) kan betrekking hebben op kinderen van dezelfde moeder, maar ook op naaste verwanten.


Nazareth


De trail die nu begint in Nazareth zet in met 430 trappen vanaf de kerk van de annunciatie. Je beseft direct hoezeer de plaats tegen de heuvels opgebouwd is. Nazareth mag dan in beneden-Galilea liggen, het doet voor westerse pelgrims toch al bergachtig aan. Buiten de stad gaat de tocht meer dan de tocht in Compostella over ongebaande wegen, dwars langs de Christusdoorn en de voorzichtig zich aanmeldende sneeuwklokjes. De bewegwijzering klopt met de belofte in de reisgids gedaan: als je bij de ene aanduiding staat, kan je meestal de volgende verderop ontwaren. Er liggen veel stenen, en als het aan rotsen ontbreekt heeft men het met plastic en afval gecompenseerd.


De tocht van Nazareth loopt richting Sepphoris. Ik vermoed dat Jezus talloze malen met zijn vader de tocht naar Sepphoris heeft gemaakt. Waarschijnlijk om als bouwvakker, net als zijn vader, de stad te herbouwen. Het kost mij anderhalf uur. Maar hij moet het in een uur hebben kunnen lopen. Hij is dertig jaar jonger dan ik ben, een autochtoon die gewend is aan lopen, en hij zal doorgaans geen tien kilo hebben meegedragen, hoogstens wat bouwvakkergereedschap. Wat zullen zijn gedachten geweest zijn als hij zoals ik bij winterdag hier liep? Klonterde de klei ook onder zijn sandalen, of gebeurt dat vooral bij die moderne bergschoenen die ik draag?


In Sepphoris zal Jezus zijn grootouders van Maria's kant hebben bezocht. Anna en Joachim. Hij zal er kind aan huis geweest zijn. Misschien na afloop van het werk nog wel even binnengelopen. Voor koffie of thee, of was dat toen gewoon water?


Sepphoris


De plaats Sepphoris leidt al een roemrucht bestaan in de tweede eeuw voor Christus. De Hasmonese strijders hebben er een basis gehad. Vanaf de Makkabese opstand in 167 voor Christus tot 37 voor Christus hebben zij er hun Hasmonese rijk gehad. Het land Galilea gold in de Romeinse tijd nog steeds als een broeinest van onafhankelijkheid. En Sepphoris was één van de plaatsen waar de onafhankelijkheidsstrijders zich ophielden. Dat ze zich niet alleen met geweld bezighielden, maar ook cultureel onderlegd waren, tonen de mozaïekvloeren waarvan nog steeds resten te vinden zijn en waarvan één vrouwenbeeld de troetelnaam de ‘Mona Lisa van Galilea’ heeft gekregen. Jozef en Maria hebben zich verwant gevoeld met de vrijheidsstrijd van de Makkabeërs, anders valt moeilijk te verklaren dat twee van hun kinderen namen hebben gekregen die ook bij de Makkabese leiders, de zonen van Mattathias, te vinden zijn: Simon en Judas; en dat waren niet de minste: Simon was de eerste koning die regeerde van 142 tot 135 voor Christus en Judas, bijgenaamd Makkabeüs kreeg de eretitel ‘De Hamer’.


Mash’had


Het gaat verder naar Mash'had, waar we wat cola en water kopen. Pas achteraf lees ik in mijn gids dat het de plek is waarmee je Jona mag verbinden. Tijdens de tocht daalt dat niet in. Want die gaat zo door naar Kana. Een jongen die ons wil gidsen loopt even mee. We kopen wat fruit, een appel en een banaan als voedsel. En we bezoeken de kerk waaronder de bruiloftszaal aanwezig is, waar het wonder zich heeft voltrokken. Het is voor Rooms-Katholieken en voor Orthodoxen (die verder op een kerk hebben) heel gewoon een kerk te bouwen op de plek waar zich een wonder zou kunnen hebben afgespeeld. De kerk visualiseert als het ware het wonder waaraan we als gelovigen belang hechten en de kerk herhaalt de mogelijkheid van het wonder, geeft het houvast. Een vriend van me, een rooms-katholieke priester, gaat vaak als reisleider naar deze plaatsen en viert juist op dit soort plekken de eucharistie. Wat is er mooier dan op een symbolische plek de tastbare aanwezigheid van God je te mogen toeëigenen?, legde hij me uit. Bij de kerk en de daaronder aanwezige bruiloftszaal liggen veel briefjes met wensen van bedevaartgangers.


Mantra


Vraag die blijft bij zo'n pelgrimage: wat zou Jezus voelen? Zelf voel je na vijftien kilometer vooral vermoeidheid. De teksten komen niet spontaan meer op, of het zouden al bestaande teksten moeten zijn die als een mantra steeds weer door je hoofd gaan. Vossen hebben holen....


Zou dat gewennen, dat lange lopen? Ik denk het. Die tochten naar Jeruzalem zullen Jezus niet zwaar zijn gevallen. En omdat hij zonder veel bagage ging, was er steeds het contact met mensen. Zeker als je onderweg bent, en niet te veel meeneemt, ben je afhankelijk van wat anderen je gunnen. ‘Neem geen extra schoenen mee’, adviseerde Jezus zijn leerlingen. Hij zal zelf de consequenties hebben geweten. En het moet hem weinig moeite gekost hebben de armen zalig te prijzen als hijzelf voortdurend onderweg was en niet als rijke zich overal toegang kon verschaffen, maar voortdurend leefde van wat welwillenden met hem wilden delen, lijkt me.


Terugkijkend op de dag zijn er beelden die mij bijblijven en die bij Jezus zijn leven horen. De Christusdoorn zo veelvuldig tussen Nazareth en Sepphoris gezaaid als heide, het maakt de doornenkroon van Jezus tot een koning der Joden, maar dan wel heel sterk met een Galilees accent. Hij moet zelf aan het kruis de verbinding met zijn geboortegrond hebben gevoeld en zich hebben gerealiseerd hoe hij door die heuvels liep met zijn vader door de Christusdoornen die hem bij de kruisiging als wrange humor met de stekels in het hoofd waren gedrukt.


En hoe zal het zijn met dat hout waaraan hij werd geslagen? Hij de man die de helft van zijn leven het hout bewerkte en zelf de nagels in het hout joeg als hij iets maakte of in Sepphoris en Tiberias als bouwvakker bezig was en er zijn kostje verdiende.


Kana


De plaats Kana is de plaat waar Jezus zijn eerste wonder heeft verricht. Hij veranderde er water in wijn. Het is ook de plaats waar Jezus zijn tweede wonder voltrok, toen hij de zoon van de koninklijke dienaar, die in Kapernaüm woonde, ‘op afstand’ genas. Eén van de twaalf discipelen, Nathanaël, ook wel Bartholomeüs genoemd, kwam uit deze plaats.


De Fransiscanen hebben een kerk gebouwd op de plaats waar het eerste wonder zich zou hebben voltrokken. Als getrouwd stel ben je er in de gelegenheid om je huwelijksbelofte te vernieuwen. Een mooi ritueel, in een tijd dat we in Nederland ook meer en meer zien dat mensen rituelen herontdekken als een zinvolle manier om het woord waarin ze geloven, tastbaar te maken. Wie liever niet een rooms-katholieke plaats van het wonder bezoekt, kan ook terecht bij de grieks-orthodoxen, voor een eigen variant. En wie het liever in de ruïnes zoekt, kan de plaats van de bruiloft zoeken op de ruïneheuvel khirbet Cana, letterlijk: de ruïnes van Kana.


Ilaniya


In Ilaniya (letterlijk ‘boom’) bereikten we onze eerste rustplaats tijdens de tocht. Het is een kleine Joodse gemeenschap van 300 mensen. De naam was oorspronkelijk in 1899 ‘Sereja’, het gaat om een nederzetting die gevormd is tijdens de eerste aliyah. De pioniers kwamn uit Kurdistan en Rusland. David Ben Gurion, de latere minister president, heeft hier gewoond en de Joodse defensiegroep ‘Ha’Shomer, letterlijk 'de wachtlieden’ is hier begonnen. Tot 1948 leefden Joden en Arabieren vredig naast elkaar, maar in 1948 zijn de Arabieren uit het Arabische zusterdorp Shejara gedeporteerd. Er rest niet meer dan een ruïne.


Net buiten Ilaniya vind je de oude Romeinse weg, waar we al eerder naar verwezen en waar Jezus wellicht zijn voetsporen heeft achtergelaten. Zijn verwijzing in Mattheüs 5 naar de mijlstenen die hier langs de weg te vinden zijn, bevestigt die indruk: ‘Als iemand u dwingt één mijl met u te gaan, ga er twee’.


Kibboets Lavi


Kibboets Lavi is één van de weinige orthodoxe kibboetsen en dus zal automatisch op sjabbath de lift op iedere verdieping stoppen, om maar een consequentie te benoemen. Je vindt er de grootste meubelmakerij ter wereld voor toralessenaars en kerkbanken. Het is alsof het handwerk wordt voortgezet van Jozef en van Jezus.


Halverwege


Meest opvallend vandaag is dat je halverwege de route al het Meer van Galilea ziet. Net voorbij de kibboets Lavi zie je in de verte het meer liggen. Het impliceert dat Jezus halverwege zijn route vanuit Nazareth de zee al moeten hebben zien liggen. Het zal bemoedigend voor hem zijn. Hij kon zijn huis zien liggen. En als dat na pakweg 25 km zo was, moet hij met zijn loopvermogen bijna in staat geweest zijn als dertigjarige die afstand in een dag te overbruggen. Of als hij de tijd er voor nam in twee dagen. Dan kon hij in een spelonk halverwege zijn hoofd te rusten leggen. En in de ochtend verder gaan. Eigenlijk zie je dat meer de hele tijd en de streek bij Kapernaüm.


De Romeinse weg was voorbij voordat we het in de gaten hadden. Het bepaalt je bij de flinterdunheid van het historisch concept. Er is bitter weinig echt overgebleven van vroeger.

Zelfs van de route weten we eigenlijk niets meer. Want de Jesustrail en de gospeltrail, die nu meeloopt met de route, zijn vooral ingegeven door pragmatisme. Daar waar je rondloopt, is de route aangegeven door mogelijkheden om te lopen. Je ziet het bijvoorbeeld net voorbij het graf van Jethro. Je kan niet rechtstreeks naar Arbel, maar moet met een boogje, anders zou je te lang op een drukke weg lopen.


In het algemeen kan je twijfels hebben bij de route, want het is logisch dat Jezus de hoornen van Sittim en Arbel heeft overgeslagen om de kortste loop naar Kapernaüm te hebben. Dan was het voor hem geen 65 km, maar eerder zo'n 50. Genoeg om in één dag af te leggen voor een routinier.


Hattin was wel een bijzondere ervaring overigens. Je kruipt letterlijk over de rotsen omhoog en later weer omlaag. En dat allemaal voor het uitzicht over het meer en het besef in de voetsporen van de kruisvaarders te gaan en in de lijn van Jozua 11,7. Daar staat dat Jozua een beslissende slag in het noorden in Merom heeft gewonnen van enkele Kanaänitische koningen die de krachten hadden gebundeld. Jozua wist van hen te winnen, hoewel de Israëlieten niet over strijdwagens en paarden beschikten, die de Kanaänieten wel hadden. Dat Jozua daar weinig mee kon, kan je afleiden uit zijn verslag. Hij vertelt dat hij na de overwinning de strijdwagens vernietigt en de paarden de pezen doorsnijdt. Als hij ruiters hadden gehad die met deze klassieke tanks zouden kunnen omgaan, had hij ongetwijfeld anders gehandeld en de apparatuur en paarden geïntegreerd in zijn eigen leger.


Hattin


De hoornen van Hattin zijn het decor van een grote kruisvaarders strijd. Saladin (letterlijk: de juistheid / goedheid van de godsdienst) versloeg er het leger van de kruisvaarders in 1187. Een groot leger van christenen met meer dan 20.000 soldaten onder leiding van Reinoud van Chatillon en Guy de Lusignan werd vernietigend verslagen. De tempeliers en hospitaalridders die gevangen genomen werden, werden onthoofd; en ook Reinoud van Chatillon trof dit lot. In die zin heeft de huidige wreedheid in het Midden-Oosten een geschiedenis die teruggaat op de Middeleeuwen en op de tijd daarvoor. Saladin was bekend als generaal; hij is geboren in Tikrit in 1137 en overleden in Damascus in 1193.


Hij heeft Jeruzalem herveroverd op de christenen. Men is verdeeld over zijn etnische achtergrond, maar bekend is wel dat hij een Kurdische dynastie stichtte.


Saladin was so wie so een bijzondere man. Want toen de derde kruistocht zich voltrok en Richard Leeuwenhart een deel van de kuststrook heroverde inclusief de stad Akko, zonder dat hij de stad Jeruzalem overigens in handen kreeg, gaf hij de christenen vrije toegang tot de heilige plaatsen. En toen Richard gewond raakte stuurde Saladin hem zijn arts, omdat de moslims nu eenmaal ver vooruit waren op de westerse geneeskunde. Toen Richard zijn paard verloor tijdens een gevecht stuurde Saladin er twee voor in de plaats. Er waren zelfs vredesonderhandelingen, waarbij onder meer een mogelijk huwelijk tussen Saladins broer Al-Adil en Richards zuster Johanna Plantagenet besproken werd. Dit liep echter toch stuk op de religieuze verschillen.


Toen Saladin stierf, zo wil het verhaal, was zijn schatkist leeg en kon men er zelfs zijn begrafenis niet mee financieren. Hij had het geld weggegeven aan hen die het beter konden gebruiken dan hij.


Nebi Shu’eib


Aan de voet van de hoornen van Hattin is Nebi Shu’eib te vinden. Het is het religieuze heiligdom van de Druzen. Zij hebben op deze plaats de tombe van Jethro, de schoonvader van Mozes, als hart voor de bedevaart geplaatst. Jethro geldt als profeet in de Druzische traditie. De Druzen zouden afstammen van Ishmaël. Ze onderscheiden zich van de moslims en de christenen; ze spreken Arabisch. Wikipedia ziet hen als een mystieke islamitische groep met zo’n 600.000 volgelingen. Je vindt ze vooral in het zuiden van Syrië en in het noorden van Israël. Ze sluiten zich aan bij wat de profeten van de drie monotheïstische religies uitdragen, maar ze hebben ook Boeddhistische elementen geïncorporeerd. De officiële naam van de beweging is ‘Tawhied’ (‘Eenheid’), het gaat om een syncretische religie, al zou ik het liever zien als een oecumenische groep. Delen van hun religie dragen een geheim karakter. Ze accepteren geen bekeerlingen. Ieder heeft ooit de kans gehad Druze te worden en wie dat niet wilde, moet nu niet moeilijk doen. Hoeveel moeite zou je nu niet kunnen voorkomen, en hoeveel zinloos rondpompen van zielen, als dat uitgangspunt van de Druzen iets meer gemeengoed zou zijn in onze dagen?


Het heilige boek van de Druzen heet het ‘Hikme’ boek (of het boek van de wijsheid). Zij geloven in de profeten die in de koran worden genoemd, onder meer Jezus en Mohammed. Zij geloven in de wijsheid van de klassieke Griekse filosofen zoals Plato en in die van een aantal wijze mannen, stichters van hun religie. Het individuele gebed, ook zo curieus, bestaat niet bij de Druzen. Gebed vindt meestal zeer discreet plaats, onder familie en vrienden. De religieuze gemeenschap kent geen officiële hiërarchie, met uitzondering van de ‘Sheich A’el’. Roken, alcohol en het eten van varkensvlees zijn verboden. Vrouwen zijn gelijkwaardig aan de mannen en kunnen deel hebben aan de ‘raad van oudsten’.


De kleding van de Druzen wijkt af van die van anderen. Als je de tombe bezoekt moet je net als in de moskee je schoenen uitdoen. De tombe is bedekt met een groen satijnen kleed. Natuurlijk is er nog een voetafdruk van Jethro te zien, zoals je van Jezus op de Olijfberg een voetafdruk kunt zien en van Petrus een voetafdruk bij Rome vlakbij de catacomben.


Arbel

Er is vanaf de klippen van Arbel een prachtig uitzicht over de streek. Hier hadden zich de Hasmoneërs verschanst die streden tegen de Romeinen. Josephus vertelt dat Herodes de Grote soldaten naar beneden liet gaan in emmers om de vrijheidsstrijders langs het klif te bereiken en met slingers te doden en met vuur uit de schuilplaatsen te drijven.


Josephus schrijft: ‘Deze grotten lagen in de afgronden van de steile bergen, en je kon ze moeilijk bereiken, slechts enkele kronkelende paden, zeer smal, verschaften de toegang tot de grotten; maar de rots er boven bood de mogelijkheid om af te dalen in de grote diepte, via een bijna loodrechte helling. De koning bedacht de volgende list. Hij plaatste de meest winterharde van zijn mannen in kisten, die hij neerliet voor de monden van de holen. Deze mannen sloegen de overvallers en hun families, en als ze weerstand boden, staken ze vuren aan en verbrandden hen. Herodes bood hen een vrije aftocht aan. Maar geen van hen gaf zich over’.


Josephus weet zelfs het volgende bizarre verhaal te vertellen. ‘Er was een oude man, een vader van zeven kinderen. Zij waren bereid naar buiten te komen op voorwaarde dat hij hen zou doden. En dat deed hij. Hij nodigde hen één voor één naar buiten en stond zelf bij de monding van de grot. En de vader doodde hen eigenhandig. Herodes was in de buurt en kon het schouwspel volgen. Zijn ingewanden draaiden zich om in hem'.


Arbel heeft nog een oude synagoge van de tweede eeuw voor Christus. Als er sprake is van een rondtrekkende prediker is het aannemelijk dat Jezus hier ook gepreekt heeft. Wellicht heeft hij ook de klif gemeden en de wadi gekozen als weg om te gaan. Het is er modderig, er stroomt water, maar je kan wel geregeld van kant naar kant over keien in het water. We komen een man tegen. En aan de voetsporen zien we dat er meer natuurliefhebbers gelopen hebben en er veel koeien lopen. In de verte gaat een kudde zwijnen langs het klif. En af en toe valt er gesteente, als er een koe wat schoffelt in de hoogte. 


Migdal


Ter hoogte van Migdal is het vervolg van de tocht redelijk vlak. Geen wonder dat Jezus hier graag woonde en van hieruit rondtrok. Van Migdal waar hij Marieke van der Toren ontmoette (de letterlijke vertaling van Maria van Magdala), volgens Lukas 7 een zondares die veel liefde gaf, zoals het met een woordspeling heet, die Jezus de voeten kuste, en met de tranen de voeten waste. Van Migdal waar zijn volgelinge (gnostici houden het zelfs op zijn vrouw) woonde naar Kapernaum moet het ongeveer twee uur lopen zijn geweest. Als Maria bij hem in Kapernaum verbleef zag ze op afstand haar geboortegrond. 


De torens, zo zegt de gids, verwijzen niet naar versterkingen, zoals ik dacht, maar naar torens waarin men vissen te drogen hangt die in het Meer van Galilea gevangen zijn. De resten van het oude Magdala zijn niet toegankelijk. Je ziet er mozaïeken met onder meer een visserboot en flacons, zoals ze ook zijn gebruikt om de balsem te bevatten waarmee Jezus de voeten zijn gereinigd.


Nu loop je langs de bananenplantages, de perssinaasappelen en beland je uiteindelijk in de rietvelden. Vlakbij het meer is dat misschien wel het mooiste deel van de tocht. De opgestane Heer had er zijn leven aan verpand en liet na de opstanding de stad Jeruzalem al gauw links liggen en koos er voor hier langs het meer te lopen en zijn discipelen weer aan te spreken en met hen vis te eten.


Meer van Galilea


In het meer zit de zogenaamde Petrusvis. De Petrusvis verwijst naar het verhaal dat Jezus Petrus een vis laat vangen en dat er een munt in de bek van het dier te vinden is, waaruit de tempelbelasting betaald moet worden. Er zijn inmiddels zo’n vijftien oude havens ontdekt, die dateren van de tijd dat Jezus er rondzwierf.


Bij de kibboets Ginosar is een oude vissersboot te vinden die stamt uit de eerste eeuw. De boot heeft zeven jaar in een chemisch bad gelegen om het te conserveren. Wetenschappers buigen zich over de vraag of zo’n klein schip in staat moet zijn geweest Jezus en zijn discipelen te dragen tijdens de tochten over het meer.


Tabgha


We naderen Tabgha waar hij de vis deelde met de mensen. Hier ontmoette hij Petrus en stelde hem enkele keren de vraag of Petrus hem werkelijk lief had. De Rooms-Katholieke Kerk heeft dit uitvergroot, omdat het een begin geeft van de pauselijke macht in Rome. Even verder op is de berg van de zaligsprekingen en de plaats van de wonderbaarlijke spijziging. Twee vissen waren het en vijf broodjes waar 5000 man zich mee vulde. Dat alleen al is iets geweest om hen allen aan te spreken, laat staan te voeden.


Voor ons eindigt de tocht hier met de handen in het water. Het is vrijdag. De sabbat gaat drie uur in, althans dan rijden er geen bussen meer. Dus we moeten terug naar de kruising om de laatste bus naar Tiberias te halen en ons hotel te bereiken. We missen dus de laatste twee kilometer, die leiden naar de ruïnes van Kapernaüm. Frank Westerman zei al in zijn boek over de ark op de berg Ararat dat je soms beter niet de bestemming kunt bereiken dan wel, omdat je dan met de fantasie de rest mag afmaken. Het voorkomt dat we opnieuw het dorpje zien waar heel dominant in het midden het huis van Petrus is uitvergroot en met een kerk is voorzien. Alsof zijn huis belangrijker is dan dat van Jezus. En eigenlijk moet je dan nog weer een paar honderd meter doorlopen alvorens je de orthodoxe versie hiervan ziet.


Bij mij gaat het minder prozaïsch. Iemand belt uit Nederland met gedoe in de kerk. Het gesprek duurt al gauw een uur en zuigt de laatste tijd weg, waardoor er geen tijd rest om het doel te bereiken. Markanter kan niet. Gedoe in de kerk waardoor je je bestemming mist.


We stoppen met de tocht net voor Kapernaüm, letterlijk ‘het dorp van troost’. De woonplaats van Jezus is alleen in het Nieuwe Testament genoemd en wel op 14 plaatsen, bij alle evangelisten. De thuisbasis van Jezus. Hij bereikte een plek, die wij niet hebben gehaald.


38 jaar geleden


En toch maakte ik op een bepaalde manier een oude reis af, een reis die 38 jaar geleden begon. Toen was ik als student naar Israël gegaan en had een rondreis door het land gemaakt. Eerst met vijf andere jongeren samen, daarna alleen. Het gedeelte alleen wilde ik van plaats tot plaats afleggen, zoals Jezus dat gedaan had. Ik trok uit een kibboets Degania Beth verder naar Tiberias. Vandaar ging het liftend naar Kapernaüm. Daar nam ik afscheid van een laatste toevallige medereiziger en liep alleen verder om het meer. Die avond ging ik op een picknickplaats liggen en het verhaal ging als volgt verder volgens een dagboek:


‘Ik bracht de nacht op een picknickplaats door, maar zoals hier gebruikelijk schijnt, kun je er net zo goed het bordje bij plaatsen: gemeentelijke reinigingsdienst. Ik heb er nog gezwommen. De wind geeft enige golven in het meer. Ik kreeg een acute aanval van heimwee. Daar zat ik met droog brood en warm water. Ik besloot terug te gaan naar een jeugdherberg. Dit was geen leven’.


Op een bepaalde manier was de tocht nu van Nazareth naar Kapernaüm een rehabilitatie, een afmaken van datgene wat toen niet lukte.

Afronding

Meer dan nieuwe dingen zien is een pelgrimage voelen wat de Heer voelde. De daling die je met je tenen en voeten opvangt, het opnieuw in de helling gaan, het even zoeken naar de goede weg en halverwege het plezier dat je het meer al ziet.

Voor jezelf is een pelgrimage vernieuwend, omdat oude gewoonten ineens niet meer kunnen. Je hebt geen scheerapparaat, dus groeit de baard. Je hebt geregeld geen internet en kunt dus het nieuws niet volgen. Je merkt dat je best op twee keer eten per dag rondkomt. Religieus versterkt zich het gevoel, dat het woord vlees is geworden. Die vleeswording maakt het menselijker, gewoner, dichterbij, brengt het onder handbereik. Dat gaat helemaal niet ten koste van de heiligheid. Maar het verbindt de heiligheid wel op een heel directe manier met het eigen leven. Het wordt eigen.

Foto's:
1. Maria krijgt de boodschap te horen
2. Een Arabische vrouw bereidt het brood
3. De Christusdoorn
4. De ongeplaveide wegen
5. Oude synagoge 
6. De wadi
7. Het meer
8. Het land
Voorpagina website: kinderen in de kerk van de annunciatie in Nazareth



Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design: SyncCP; techniek: SiteCan