Zwerven

Op vakantie op een camping in Italië. Allemaal witte mensen, Denen, Duitsers, Nederlanders, Italianen. Als ik naar huis ga, brengt mijn zoon me naar Ferrara. We gaan eerst nog even een cappuccino drinken in de stad. Op het parkeerdek loopt een donkere jongeman. Hij geeft aanwijzingen waar we moeten staan. Mijn zoon zegt: “Ik ga staan waar ik wil”.

De jongen wijst dat we verder naar voren moeten, maar mijn zoon zet de auto neer op eigen wijze. Als we uitstappen vraagt de man geld om water te kopen; hij blijkt een bedelaar. Mijn zoon vraag of het toegestaan is hier te bedelen. Boos scheldend loopt de man weg.


Ik twijfel. Het is niet de manier hoe ik met bedelende vluchtelingen wil omgaan.

Aan de andere kant vond ik de bazige wijze van parkeeropdrachten geven ook vervelend. Als we terug komen geef ik de man geld voor water (het is meer dan 35 graden), en vraag ik waar hij vandaan komt. Hij komt uit Nigeria en heeft papieren, maar geen werk. “Maar je bent toch niet naar Europa gekomen om hier op een parkeerdek te bedelen?”vraag ik hem. “Wat ga je doen om je situatie te verbeteren?” Hij lacht wat, en mompelt iets als ‘moeilijk’.

Dan rijden we naar het station. Zoon parkeert bij een parkje. In het parkje een grote groep vluchtelingen. We stappen uit, en een van hen komt naar ons toe. We geven een hand, en vragen waar ze vandaan komen. Ook uit Nigeria. “Wat brengt jullie naar dit park?” vraag ik. “We chillen”. Mijn zoon leert het. Hij zegt dat hij met zijn moeder en zoon is. “And your wife?” “Divorced” antwoordt mijn zoon. De Nigeriaan lacht een begrijpend lachje, en vraag of we sigaretten hebben. We roken niet, maar ik heb wel een pakje kauwgom en geef hem dat.

Lopend naar het station passeren we steeds weer groepjes Afrikaanse vluchtelingen. En in de stationshal zitten er ook velen. We zien politiemannen hier en daar met hen spreken, onderwijl de boel in de gaten houdend. Ik kan het niet helpen, maar maak me zorgen over de auto die bij het parkje geparkeerd staat. En op het station voelt het niet echt veilig met al die mensen die op zoek zijn naar iets. Maar naar wat precies? En toch zijn dit allemaal mensen uit de doelgroep waar ik me dagelijks in mijn werk voor inspan. Ik vraag mijn zoon om maar terug te gaan naar de camping, dan wacht ik hier op het station tot mijn trein komt. Ik zie risico’s met zoveel jonge mannen hier die helemaal niets hebben, en toch moeten eten en drinken en leven.

Het is verwarrend om enerzijds onveiligheid te ervaren, en anderzijds te weten dat zij niets hebben.
Ik vind dat overheden zich actiever moeten bemoeien met deze jonge mensen om iets in hun lot en perspectief te veranderen. Ja, er lopen agenten. Maar niemand is bezig om samen met hen hun leven weer op de rails te krijgen. De overheid niet, de jonge mannen zelf niet, en ook de omstanders niet. Uiteindelijk kan dit niet goed gaan zo.
Gelukkig weet ik dat in de grote steden steeds weer vrijwilligers zijn. Vaak vanuit kerken die deze taak op zich nemen. In Barcelona zegt de burgemeester: “Dit zijn onze toekomstige burgers, want ze zullen blijven.” Daarom investeert hij in hen. Zo schrijft hij hen in de gemeentelijke basisadministratie in, zodat ze als woonachtig in Barcelona worden erkend. En van daaruit meer rechten hebben. Ze bestaan. Dat wordt hiermee erkend. In een situatie als ongedocumenteerde heel erg belangrijk. Een voorbeeld dat navolging verdient.


Geesje Werkman (KerkinActie) is lid van de werkgroep Vluchtelingen van de Raad van Kerken.

Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design: SyncCP; techniek: SiteCan