Olijven

Het aangename van de vakantieperiode is, dat je mijmeringen kunt volgen waar je in de hectiek van de volle werkweek niet toe komt. In de zomermaanden als de agenda’s leger geraken en je veel mensen niet meer kunt bereiken, noch per mail, noch per telefoon, ontstaat er iets van een sabbatsrust, waar ieder naar verlangt en die zo schaars is geworden. Zo ontstond ook deze mijmering over de olijven.


Eigenlijk begint het verhaal al enkele jaren geleden, op het moment dat ik in Israël was. In Nazareth, in een soort openluchtmuseum, gaf men tekst en uitleg bij de olijvenoogst. De gids wilde doen geloven dat er drie persingen zijn van olijven. Een eerste brengt de meest waardevolle olie uit de vrucht; de olie is geschikt als medicijn. Een volgende persing brengt het tot voedsel. En een laatste druktechniek heeft last van de bast, de pit en ander onverwachte hardheden. De vrijgekomen olie brengt het niet verder dan brandstof.


De filosofisch onderlegde gids legde ons vervolgens uit dat deze drie persingen terugkeren in het verhaal van Jezus, die zich volgens het evangelie van Mattheüs drie keer naar de discipelen begeeft om er steeds opnieuw de leerlingen slapende te vinden. De laatste keer reageert hij berustend: ‘Slaap nu maar verder en rust: zie het uur is nabijgekomen dat de Mensenzoon overgeleverd wordt’.


De gids legde uit, dat de plot voor het verhaal te vinden is in het getal drie; Jezus wordt uitgeknepen als een olijf op een olijfpers. Zijn lijden en sterven is voedend, helend en lichtgevend. De drie gangen van Jezus naar zijn discipelen lopen parallel aan de drie gangen op de olijfpers; en vandaar – aldus de gids – dat dit tafereel zich afspeelt in de Hof van de Olijven, ook wel Gethsémané genoemd.


Dit keer was ik in Andalusië, in Zuid-Spanje, en ik was benieuwd of de boer die mij uitleg gaf over de olijvenoogst de verschillende drukpersgangen van de olijf zou herkennen. Hij glimlachte, toen ik het hem voorlegde. Een beleefde glimlach van een deskundige die de leek niet wil teleurstellen. ‘Vroeger had je inderdaad een drukpers om de olijfolie op te vangen, dat hebt u goed onthouden’. En de drie vormen van olijfolie?, wilde ik weten. De Spaanse boer knikte opnieuw begrijpend, begon met ‘si’ om vervolgens uit te leggen, dat de kwaliteit van de olie niet zozeer met de drukpers te maken had, als wel met de kwaliteit van de vrucht, het moment van de oogst, de oxidatie van de vrucht zelf, de snelheid van verwerken en de temperatuur daarbij. De pressing zelf maakt dan niet meer zoveel uit. Daarmee haalde hij de pointe uit de vertelling die ik na de reis aan Israël verschillende keren aan anderen had doorgegeven als een diepere laag onder het verhaal van de verzoeking van Jezus.


Ik realiseerde me opnieuw dat er zoiets is als een olijf en zoiets als ‘een theologie van de olijf’ en dat die twee los van elkaar kunnen bestaan. Natuurlijk wist ik dat al wel, maar toch kost het moeite om op zo’n moment een lievelingsverhaal van mezelf te zien degraderen van ‘waar en correct’ tot ‘boeiend en leerzaam, zij het twijfelachtig’.


Nu had de olijf me al vaker dwars gezeten. Juist in de vakantie. Je komt in de vakantie nogal eens op een punt van rust (als ik het positief zeg), of op een punt van verveling (als ik het wat kritischer benader). En in zuidelijke landen blijft je dan weinig anders over – om de tijd te doden – dan naar een zwembad te gaan, of – als dat je te vrijblijvend is – een museum te bezoeken waar men een toelichting geeft op het agrarische leven ter plaatse. Ik hoor bij de laatste soort en stap dan zo’n museum binnen, waar ik thuis niet over zou piekeren om er zelfs ook maar een verhaal over te lezen. En zo bezocht ik al diverse musea over olijven. Bij een gemiddeld programma als Pauw of RTL Late Night zou men mij inmiddels rustig kunnen uitnodigen als ‘olijvenspecialist’. Ik zou er niet door de mand vallen als autodidact. Om aan dergelijke bezoeken voor mezelf dan toch nog een verantwoorde draai te geven, probeer ik de aangereikte thematiek te verbinden met religie.


Dat lukt vaak vrij eenvoudig. Zo was ik in Sparta, Griekenland. Er is een heus olijvenmuseum, tot stand gekomen met geld van de Europese Unie. Ik herinner me de prettige entree. Heerlijk. Het was er koel. En je hoefde er volstrekt niet in een rij te staan om een kaartje te kopen. De verkoopster had alle tijd voor je, want ook na je duurde het lang, voor er zich een andere toerist meldde om hetzelfde museum te bezoeken. Ik liep gewetensvol langs de diverse perstechnieken, bewonderde de oude foto’s en ik werd zelfs enthousiast toen ik een kruisje zag, dat de producenten hier in de olijfolie legden die ze daarna lieten uitvetten tot zeep. Prachtig, hoe de religie in de olijventeelt een plek vindt. Het kruisje herinnerde aan het geschenk van God die te herkennen is in het natuurproduct. Ik nam diverse foto’s met het voornemen om er na de vakantie enkele van naar Unilever te sturen. Nu ik het optik, herinner ik me, dat ik dat nog steeds niet heb gedaan.


Dit jaar was het olijvenmuseum aan de beurt in Begijar, een plaats honderd kilometer boven Granada. De gids legde uit hoe de olijventeelt was ingebracht door de Feniciërs, duizenden jaren geleden. Een detail wat ik herkende uit andere musea, wat verraadt dat de informatie over de olijventeelt teruggaat op een zelfde bron. De gids liet de oude manier van verwerken zien en wilde naar een andere ruimte lopen om de nieuwe verwerkingstechniek te tonen. Maar ik slaakte een kreet van ‘wacht’. We liepen door een deuropening, waarboven een heilige geplaatst stond. ‘Wie is het?’, wilde ik weten. ‘En waarom hangt hij er? Is het niet de heilige Antonius van Padua, vaak afgebeeld met kinderen als hun beschermheilige ?’, vroeg ik leergierig. De gids glimlachte – wanneer deed hij dat niet -: ‘Ja, mijn vader heeft destijds een foutje gemaakt. Die dacht dat het de heilige Franciscus was. En die heeft hem er neergezet. Toen hij er later achter kwam dat hij een vergissing had begaan, heeft hij het maar zo gelaten, het beeld had hem al twee oogsten goede diensten bewezen’.


Daarna ging de gids verder naar de moderne productietechniek van de olijf. ‘U ziet hier een centrifuge. De harde deeltjes worden er als het ware uitgeslingerd en de lichte deeltjes blijven meer in het midden. Op flessen zie je nog altijd dat de olijfolie is geperst, maar dat doen we al jaren niet meer’. ‘Waarom zegt u dat dan niet’, vroeg ik. ‘De klanten zouden het niet begrijpen’, zei de gids. ‘Het zou ze in verwarring brengen. En verwarring leidt tot minder consumptie. We bieden de mensen die tekst waarin ze graag willen geloven’.


Klaas van der Kamp

Foto's:
Eindeloze akkers met olijven
De productie oude stijl
De productie nieuwe stijl
Proeven van kwaliteit

Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design: SyncCP; techniek: SiteCan