Teksten

TEKST UIT EEN PROTESTANTSE UITGAVE

Gedachtenis

De bedoeling van het heilig avondmaal is dat we Hem gedenken, overeenkomstig Zijn bevel vlak voor Zijn lijden en sterven (Luk. 22:19). Het is van belang goed te onderkennen wat we onder gedenken verstaan. Hierover is in de kerkgeschiedenis een hele strijd gevoerd. Is het avondmaal slechts een herinneringsmaaltijd, zoals Zwingli het graag zag (de tekenen van brood en wijn slechts ‘nuda signa’, dat is: ‘naakte tekenen’), of is het méér dan dat?

Wanneer we het woord gedenken onderzoeken en zien heo het in de Schrift functioneert, stellen we op voorhand vast dat het gedenken meer is dan slechts iets of iemand in herinnering roepen. Het volk Israël wordt meer dan eens opgeroepen Gods daden te herdenken. Het Hebreeuwse werkwoord ‘zachar’ draagt in zich dat het gedenken ook vermelden is. Het gaat in veel gevallen dan ook heel concreet over de Naam van de Heere. Deze dient vermeld te worden. Met dat we de Naam van de Heere vermelden of aanroepen stellen we Hem present. Hij is er dan ook werkelijk bij. Een mooi voorbeeld van dat gedenken waarbij het niet stil blijft, vinden we in Psalm 77. De dichter neemt zich voor de daden van de Heere te gedenken (Ps. 77: 12). Het gevolg van dat gedenken is het uitspreken van de daden van God (Ps. 77: 13).

Helder is dus dat het gedenken van de Heere Jezus niet louter een daad van herinnering is, waarbij we enkel in onze gedachten verwijlen bij enkele (laatste) momenten van Christus op aarde. Dr. F.G. Immink stelt terecht datd de praktijk die gestempeld is door het klassiek gereformeerde formulier een sterk besef draagt van Gods werkzaamheid tijdens het avondmaal’.


Gemeenschap der heiligen


In de Twaalf Artikelen van het geloof belijden we dat we geloven in één heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen. Nu is juist dat laatste een punt van overweging, in divers opzicht. Verstaan we de gemeenschap der heiligen zoals de catechismus ze uitlegt, namelijk dat de gelovigen niet alleen aan de gaven en schatten van Christus deel hebben, maar ook schuldig zijn om de geschonken gaven ‘ten nutte en ter zaligheid der andere lidmaten gewilliglijk en met vreugde aan te wenden’ (HC, zondag 21, antwoord 55), dan wordt hier een verantwoorde bijbelse lijn getrokken. De vraag is echter of dit gedeelte uit de geloofsbelijdenis ook niet (iets) anders vertaald zou moeten worden. Taalkundig gezien is het mogelijk om het ‘communio sanctorum’ te vertalen als de gemeenschap van de heilige dingen. Wat er met de heilige dingen bedoeld wordt, hoeft geen vraag te zijn. Dat zijn, in de situatie van de vroeg-christelijke kerk waarin dit artikel werd geformuleerd, de sacramenten van doop en avondmaal. De zin die we vervolgens aan dit geloofsartikel (in dit verband) kunnen geven is dat de christelijke gemeente voor alles een avondmaalsvierende gemeenschap is. In het avondmaal verenigt zich de christelijke gemeente. Met God én met elkaar. (…)


Leden van één Lichaam


Bediening van het heilig avondmaal veronderstelt onderlinge liefde en het gebruik van het sacrament stimuleert tot (meer) onderlinge saamhorigheid (Handelingen 2: 42).

De Heilige Geest is bij en onder het heilig avondmaal samenbindend bezig. Híj verbindt de gelovigen in ware broederlijke liefde. Hier is bijbels gezien geen speld tussen te krijgen. De Heere Jezus bad erom; de eenheid van Zijn volgelingen (Joh. 17: 21). De apostel Paulus riep de gemeenten er dikwijls (in het slot van zijn brieven) toe op (o.a. 1 Kor. 16: 10-24; 2 Kor. 13: 11-13; Gal. 6: 1-10; Ef. 4: 13-16) en de brieven van de apostel Johannes laten hier geen enkel misverstand over bestaan (1 Joh. 2: 9-1; 3: 14-18; 4: 7-21; 5: 2 etc.). We herinnering nog kort aan de situatie in Korinthe. Voor het avondmaal vond de zogenaamde agape-maaltijd plaats waarin de onderlinge liefde en gemeenschap centraal stond en beoefend werd, alvorens het avondmaal gevierd werd.

Ds. C.H. Hogendoorn, ‘Tastbaar aanwezig’, Schatten uit het avondmaalsformulier. Artios-reeks, Royal Jongbloed Heerenveen 2015.


TEKST UIT EEN UITGAVE VAN DE KOPTISCH ORTHODOXE KERK


De onzichtbare genaden van het sacrament van de eucharistie

* Wij hebben deel aan het lichaam en bloed van onze Heer, God en Verlosser Jezus Christus.

* Wij krijgen het geestelijk voedsel dat ons helpt te groeien in genade en in de kennis van onze Heer, God en Verlosser Jezus Christus: ‘Jezus zei tot hen: Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten. Want mijn vlees is ware spijs en mijn bloed is ware drank’ (Johannes 6: 35, 55)

* Wij ontvangen vergeving van zonden: ‘En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zei: Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van Mijn Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden’ (Mat. 26: 27-28)

* Wij wonen in Christus, en Christus woont in ons: ‘Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem’ (Joh. 6: 56)

* Wij krijgen Heilige Gemeenschap met Christus zelf, met onze medegelovigen en met de gehele Kerk op aarde, met de heiligen rondom de troon van God, met de engelen en aartsengelen en alle hemelse heerscharen. De heilige communie vertelt ons dat Gods verlossing tot ons komt in gemeenschap met onze medemensen. Als men het wezenlijk begrijpt, is dit geen individueel eerbetoon, maar de gemeenschappelijke maaltijd van de familie van God, onze Vader, ‘omdat het één brood is, zijn wij, hoe velen ook, één lichaam; wij hebben immers allen deel aan het ene brood’ (1 Kor. 10: 17)

* Ons wordt het ware leven gegeven in deze wereld. Als de rank niet aan de wijnstok blijft, kan hij geen leven hebben. ‘Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet en zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in uzelf. Zo zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij’ (Joh. 6: 53, 57). ‘Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage. Wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven’ (Joh. 6: 54,58).


Aartsbisschop Morcos Dawoud van de Koptisch Orthodoxe Kerk, ‘De Zeven Sacramenten van de Kerk’. Stichting Koptisch Orthodoxe Kerk in Nederland, 1999.


TEKST UIT EEN ROOMS-KATHOLIEKE UITGAVE

Het nieuwe begin van de eucharistie

Priester wordt Han Akkermans elke dag opnieuw


Halsteren is een dorp in Brabant dat een open wond met zich mee draagt. De ramp van 1953 heeft hier veel slachtoffers geëist en is nooit uit het collectieve geheugen van de gemeenschap verdwenen. Als Han Akkermans zijn verhaal al heeft gedaan, begint hij pas te vertellen over het monument op de begraafplaats en over de angst die altijd weer terugkomt wanneer het stormt en regent.


Troost van God


Bijna zeventig mensen hebben hier in 1953 het leven gelaten. Han Akkermans vertelt de aangrijpende geschiedenis in de kerk die midden in het dorp ligt en huis van God is. Dat huis heeft mensen vroeger en ook vandaag nog de troost van God geboden. Halsteren heeft die troostende kracht op de grens van Brabant en Zeeland hard nodig gehad. De kerk als huis van God is in Halsteren niet te begripen zonder het verdriet en de rouw van de watersnoodramp. De dorpelingen hebben het sterven van nabij gezien en dragen deze wond tot de dag van vandaag met zich mee. En ze kunnen daarbij kracht putten uit het lijden van Christus die gestorven is, midden in de dood het leven vond, en ieder van ons dat leven doorgeeft.


Mysterie van het geloof


Han Akkermans viert dit mysterie nog elke week en praat uitgebreid over dat sacrament. Want sacramenten staan een heel jaar centraal in de vieringen die uit Halsteren komen. God is aanwezig op scharniermomenten van het leven. God laat de mensen iet alleen. Hij geeft het leven en doet dat ten diepste in de eucharistie. Han Akkermans wijst naar de gebrandschilderde ramen. Daar zijn de zeven sacramenten afgebeeld, daar is in het midden het laatste avondmaal te zien. Hij staat stil bij het mysterie van het geloof: Christus die zichzelf geeft en daarmee de mens weer nieuw leven schenkt: Telkens weer, als een nieuw begin.


Dankbaarheid


In de eucharistie vieren we volgens Han Akkermans de dankbaarheid dat we worden meegenomen in het levensoffer van Jezus. We gaan daarin mee, we nemen daaraan deel, anders zitten we ernaar te kijken. De eucharistie is niet voor niets bron en hoogtepunt van het gelovig en kerkelijk leven in de katholieke kerk. Het is een bron die leven geeft, het is een hoogtepunt dat gemeenschappen bindt en versterkt, het is een gave in liefde die oproept om dit geschenk te delen met anderen. Dat doet hij als priester in de parochie. (…)


Leo Fijen, ‘Geloven op zondagmorgen’. Katholieken doorbreken de sprakeloosheid. Kok Utrecht, 2013.

Raad van Kerken in Nederland
Koningin Wilhelminalaan 5
3818 HN AMERSFOORT

Facebook Twitter LinkedIn
phone033-4633844
emailrvk@raadvankerken.nl