Fictieve landkaart

Ongeacht de grootte van de groep kan je een gesprek beginnen over een pelgrimage door de groep een fictieve landkaart voor te leggen. Het beste kan je de kaart uittekenen op een bord of met een powerpoint projecteren. Er is dan een gemeenschappelijke oriëntatie.


Als gespreksleider houd je ongeveer de volgende inleiding:


We gaan met een groep naar een fictief eiland. We worden ’s ochtends om acht uur met een boot op de zuidpunt afgezet. Wij krijgen te horen dat we tot zes uur ’s avonds een pelgrimage op het eiland mogen maken. We mogen zelf weten hoe de dag wordt ingevuld. Dat is mijn vraag aan u als lid van de groep.


U staat dus hier onderaan het eiland. U hebt een paar dingen meegekregen: twee lunchpakketjes. een kaart van het eiland, een klein tentje, een muskietennet, wat zakgeld, vijf liter water.


Het is een redelijk ontoegankelijk eiland, wat vooral uit oerwoud bestaat. Er loopt alleen aan de oostzijde een weggetje langs de kust. Na vijf kilometer, ongeveer deze afstand, komt u in een klein vissersdorpje. Als u verder loopt is er een klein kerkdorpje. In het oerwoud waar de weg allang is opgehouden vindt u een indianendorp. En in het noorden, als de bergen beginnen is er een bedevaartsplaats.


Mijn vraag aan u is: hoe gaat u de dag invullen? Misschien kunnen we wat reacties inzamelen….


Vermoedelijke reacties:

U zamelt vervolgens reacties in. Als men wat traag is, moedigt u de mensen aan met een opmerking in de trant van: ‘U hebt dus zo’n tien uur te besteden. Het gaat om een pelgrimage. Wat zouden zoal de mogelijkheden zijn?’


Wellicht komen er opmerkingen als:
* Ik zou naar het vissersdorpje gaan en daar contact zoeken met locale mensen.
* Ik zou naar het kerkdorpje gaan en daar de kerk bekijken.
* Ik zou de indianen opzoeken en willen weten hoe ze leven.
* Ik zou hoe dan ook de bedevaartsplaats willen bereiken.


Na verloop van tijd clustert u de antwoorden. Er zijn enkele clusters mogelijk:
1) Er zijn mensen die de pelgrimage vooral toeristisch invullen. Ze gaan dingen bekijken.
2) Er zijn mensen die de pelgrimage geëngageerd invullen. Ze willen iets voor de indianen (of de vissers) doen.
3) Er zijn mensen die de pelgrimage spiritueel invullen. Ze willen de bedevaartsplaats bereiken.


U kunt ook enkele metavragen aan de orde stellen:
1) Wat is nu eigenlijk een pelgrimage?
2) In hoeverre gaat u als groep spontaan samen, of vormen er zich subgroepen en gaan mensen individueel op pad? Wat is de meerwaarde van het een en het ander?
3) Een cliffhanger, die u eerst kunt aankondigen en later vertellen zou kunnen zijn: U hebt een fout gemaakt (als de groep de fout tenminste maakt, anders kunt u de opmerking positief herformuleren) die bijna iedereen maakt. Ik zal daar later op terug komen.


De cliffhanger is: Is de groep zo slim geweest om eerst de vraag te stellen of men al die bagage wel nodig heeft? Een muskietennet en een tent zijn zinloos als je maar één dag op het eiland blijft. De metavraag luidt: Zou dat met ons leven en met de kerk ook niet zo kunnen zijn? Dat we de neiging hebben om alles mee te torsen, terwijl het wellicht zinvoller is om ballast achter ons te laten in de lijn van Lukas 9.

Raad van Kerken in Nederland
Koningin Wilhelminalaan 5
3818 HN AMERSFOORT

Facebook Twitter LinkedIn
phone033-4633844
emailrvk@raadvankerken.nl